Posts Tagged ‘Intermediair’

Lekker nostalgisch lezen

Saturday, May 16th, 2015

Toen ik nog web- en videoredacteur was bij Intermediair, was zondag mijn favoriete dag van de week. Meestal zat ik dan uren op mijn leeststoel de nieuwe stapel comics door te nemen.

Heerlijk vond ik dat: ‘s ochtends rustig opstaan, douchen, ontbijten en daarna lekker aan de koffie op mijn stoel de nieuwe trade paperback van The Walking Dead lezen of de nieuwe Spider-Man of X-Men-verhalen. Meestal jaagde ik er op zo’n middag een paar trades doorheen. De fysieke wereld was dan niet groter dan mijn huiskamer, maar mijn hoofd kwam in werelden waarin superhelden en zombies de dienst uit maakten.

Leestafel anno 2008.

Leestafel anno 2008.

Op zaterdag deed ik natuurlijk de boodschappen en ‘s middags zat ik dan meestal de blogstukjes voor de komende week te schrijven. Door de weeks kwam ik daar nauwelijks aan toe, dus pende ik drie, soms vier stukjes vooruit. Aan het eind van de middag was het soms koffiedrinken bij Swaf en bijpraten met de andere barflies. ‘s Avonds zat ik vaak bij Paul film te kijken en gingen we daarna nog even de kroeg in. Een fijn doch routineus leventje.

Tenminste, zo kijk ik nu tegen die periode aan, maar goed, ik ben dan ook een nostalgist. Mijn hoofd verkeert vaak in een periode van een paar jaar geleden en beziet het geheel door een rooskleurige bril. Veel leed is vergeten en leuke, markante momenten voeren de boventoon. Het is een van de belangrijkste reden waarom ik oude foto’s uit die tijd op Daily Webhead wil publiceren, om even lekker in het verleden te kunnen zwelgen.

Tegenwoordig wonen vrienden niet meer om de hoek, woon ik in een nieuw huis, in een andere stad en ben ik niet langer vrijgezel.

Nu weet ik van mezelf dat ik een nostalgist ben. Niet heel zen van me, maar ik kan er niet veel aan doen. De consequentie daarvan is dat ik over een paar jaar met een roze bril naar de huidige periode zal kijken. Nu ik me daarvan bewust ben, probeer ik zoveel mogelijk in het nu te leven en te genieten van wat me overkomt. Soms doe ik alsof ik vanuit de toekomst naar het nu kijk, lekker zwelgen in het heden. Soms probeer ik dat lekkere leesgevoel van toen terug te halen door ook nu fijne leesmomenten te creëren. Lekker op de bank. Kopje koffie erbij en lezen maar. En niet alleen op zondag.

Minneboo leest: Bunbun #2 – Oh no, not again

Wednesday, May 29th, 2013

Oh no, not again heet het nieuwe Bunbun-album van Matt Baay en dit keer heeft hij ook zijn stripmaakvrienden ingeschakeld om een bijdrage te leveren. Maaike Hartjes, Paul Stellingwerf, Frodo De Decker, Rob van Barneveld, Boris Peeters, Aleks Deurloo, Sam Peeters, Jeroen Funke, Ruben Steeman en Aimée de Jongh tonen ieder hun eigen interpretatie van het witte konijn dat al zo negen jaar de pagina’s van strippend Nederland onveilig maakt.

Paul Stellingwerf weet met zijn gastbijdrage dicht op de sfeer van het origineel te blijven.

Paul Stellingwerf weet met zijn gastbijdrage thematisch dicht op de sfeer van het origineel te blijven.

Het is leuk om te zien hoe andere stripmakers omgaan met de terugkerende thema’s die het Bunbun-universum uitmaken: de zucht naar wortels, seks en grote pikken. Baay heeft er een handje van om eindeloos te variëren op deze thema’s. Zo nu en dan mixt hij er een sprookjes- of filmparodie doorheen. Soms doet hij dat door een visuele grap en een knipoog naar het medium, maar dikwijls doet hij dat ook lekker plat.

bunbun_tekent

Bunbun blijkt ook zijn eigen gasttekenaar.

Objectief kan ik niet over Bunbun oordelen, daarvoor ken ik de geestelijk vader en het konijn te goed. Ik ben al jaren fan van de strip. Toen ik redacteur was van de site IntermediairForward, een plek waar starters op de arbeidsmarkt terecht konden voor informatie over solliciteren en vacatures, wilde ik de site aantrekkelijk maken door ook iets met strips te doen. Ik heb toen Baay gevraagd om een reeks animaties te maken over Bunbun in een arbeidssituatie. Op een speelse manier konden we zo sollicitatietips kwijt. Bunbun vond het prima om te doen alsof hij solliciteerde, zolang het honorarium maar uit een flinke berg wortels en enkele bereidwillige groupies bestond. Verder niets te klagen over deze acteur.

Ravijn
Al snel schreven Matt en ik de serie samen. Met plezier denk ik terug aan onze plotsessies, die vaak plaatsvonden in een Utrechts restaurant. ‘Kunnen we niet een bus vol met marketeers een ravijn in laten rijden?’ vroeg ik Matt. Dat leek me wel passend aangezien marketeers mij het leven erg zuur maakten indertijd. ‘Natuurlijk kan dat!’ zei Matt opgewekt. En zo bedachten we dan een verhaaltje rondom deze scène dat ook nog eens Intermediair genoeg was om op de site gepubliceerd te worden.

Ik ben wat dat betreft Hille van der Kaa, die toen chef online was bij Intermediair, nog steeds dankbaar dat ook zij de humor van Baays konijn inzag.

Maar goed, ancient history.

Oh no, not again? Jazeker wel. Van Bunbun krijg ik nooit genoeg.

Een recent interview met Baay over dit nieuwe album staat op Stripelmagazine.

Matt Baay en anderen. Bunbun #2 – Oh no, not again
Uitgeverij Syndikaat, € 14,95

Daarom Minneboo leest:
Maandelijks krijg ik van veel uitgeverijen stapels strips toegestuurd. Daar zit veel moois tussen, maar niet alles is geschikt voor de bladen en opdrachtgevers waar ik voor schrijf. Toch wil ik deze uitgaven onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen. Verwacht vooral veel recent verschenen strips, met zo nu en dan een album dat ik op dit moment lees en waar ik iets over kwijt wil.

Hoe ik van mijn hobby mijn werk maakte

Wednesday, July 25th, 2012

‘Wat in jouw persoonlijke leven heeft je werkveld beïnvloed en wat heeft het je gebracht?’ vraagt Karin Ramaker op haar blog. Haar post is een mooie gelegenheid om wat zaken voor mezelf op een rijtje te zetten.

Foto: Roos Manintveld

Mijn persoonlijke interesse in strips en beeldcultuur heeft mijn werkveld bepaald. Ik schrijf over strips, beeldcultuur en film, interview stripmakers en kunstenaars en maak video’s over hen. Maar dat ik daar uiteindelijk voor gekozen heb, lag niet voor de hand. Ooit wilde ik filmmaker worden. Ik heb audiovisuele media gestudeerd aan de HKU en filmwetenschap aan de UvA, met als bijstudie journalistiek. Op de HKU heb ik filmtechnieken geleerd; bij filmwetenschap heb ik geleerd de ziel en constructie van een film te analyseren. (En nog wat andere dingen, maar dat terzijde.) Allemaal kennis die ik ook toepas bij het analyseren van strips.

Na een jaar lesgeven aan de UvA ben ik gaan freelancen. Stukken schrijven voor verschillende media en later een tijdje in vaste dienst voor Intermediair – schrijven over arbeid en werk, een heel ander onderwerp dan waar mijn hart lag, maar een goede manier om mijn pen te oefenen. Toen ik uiteindelijk weer ging freelancen besloot ik me te richten op een specifiek thema om mezelf te onderscheiden van mijn collega’s. De keuze was toen snel gemaakt. Over welk onderwerp raak ik nooit uitgepraat, wat blijft me eindeloos fascineren en inspireren en wat lees ik het liefste? Kortom, waar hou ik me graag me bezig en wil ik alles over weten? Strips en beeldcultuur dus.

Mensen associëren mij nu met het beeldverhaal, of herkennen mij nu in ieder geval als ‘die gast die over strips schrijft’. En dat is handig.

Nu schreef ik naast mijn werk voor Intermediair al geregeld over strips voor stripbladen en websites, maar toen ik me daarop ben gaan concentreren, werd niet alleen de frequentie groter, maar kreeg mijn identiteit als journalist ook een duidelijker vorm. Ik ben stripjournalist, zoals Dione de Graaff sportjournalist is. Mensen associëren mij nu met het beeldverhaal, of herkennen mij nu in ieder geval als ‘die gast die over strips schrijft’. En dat is handig.

Schoenmaker…
Nederland kent niet veel stripjournalisten. Goed, er zijn genoeg boekrecensenten die er af en toe een graphic novel bij doen, maar dat is net zo iets als een theaterrecensent een voetbalwedstrijd laten verslaan. Dat moet je niet willen.

Ook het bloggen heeft een grote invloed op mijn werkveld uitgeoefend. Ik heb het bloggen ontdekt in 2006. Daarvoor schreef ik al voor sites, maar af en toe een stukje inleveren of zelf bijna dagelijks een website runnen is heel andere koek. De kennis die ik vergaarde door het bloggen heb ik kunnen toepassen in mijn werk voor Intermediair, waar ik twee maanden na de geboorte van mijn blog begon te werken. Om de site IntermediairForward.nl te bestieren kwam kwam al die html- en SEO-kennis goed van pas.

In de loop der tijd is het bloggen heel belangrijk geworden voor mijn werk, mijn creativiteit en mijn persoonlijk leven. Ik heb veel nieuwe mensen ontmoet door het bloggen en daar zijn een paar dierbare vriendschappen uit ontstaan. Mensen die ik zonder het web en onze activiteiten daarop nooit had ontmoet waarschijnlijk.

Werkhobby
Mijn persoonlijke interesses zijn dus bepalend geweest voor mijn werkveld. Daarmee prijs ik mij gelukkig, want er is bijna niets leukers dan te mogen schrijven over zaken die je echt interesseren.

Al heeft dit natuurlijk ook een schaduwzijde: wie van zijn hobby zijn werk maakt, heeft geen hobby meer. Met andere woorden: alles wat ik te weten kom over strips, alles wat ik verneem uit de stripwereld, ieder bezoekje aan de stripwinkel, ieder beeldverhaal dat ik onder ogen krijg, is werk. Kan ik er iets mee? En zo ja, wie bied ik dit artikel aan? Zelfs als ik strips voor de lol lees, zoals de bundel Fantastic Four-verhalen van John Byrne in de Marvel Visionaries-reeks die ik nu aan het lezen ben, zit mijn brein te pruttelen op een artikel of blogpost hierover. Mijn werkveld heeft dus ook mijn persoonlijk leven sterk beïnvloed.

Toch, dat nadeel weegt niet op tegen de voordelen van schrijven over je passie en interesses. Het is een kwestie van doseren en op gepaste tijden de werkknop even uitdraaien.

Film: Het beeld van beginners op de arbeidsmarkt, volgens Hollywood

Tuesday, March 13th, 2007

In Hollywoodfilms zie je vier typen starters op de arbeidsmarkt.
Ze verschillen veel van elkaar, maar één ding hebben ze gemeen:
ze koesteren allemaal de Amerikaanse Droom.The Graduate, The Secret of My Success, The Firm, Wall Street, Reality Bites en Shattered Glass.
Ideale, heilige, valse en verdwaalde starters
Een pizza en een blikje fris is alles wat de jonge Brantley Foster zich kan veroorloven. Gezeten voor dit schamele avondmaal, in zijn minuscule kamer, staart hij naar zijn retourticket voor Kansas. Zijn ouders stonden erop dat hij dat zou kopen voor als hij geen baan in New York zou kunnen krijgen. Keer op keer is hij bij sollicitaties afgewezen. Zal hij het ticket gebruiken? Of blijft hij in zichzelf geloven en is er toch nog hoop op een carrière in The Big Apple?Veel starters zullen zich herkennen in Brantley Foster uit de speelfilm The Secret of My Success (Herbert Ross, 1987). Starters hebben veel met elkaar gemeen: ze zijn op zoek naar de juiste baan en eigenlijk ook naar zichzelf. Het leven vlak na de studie biedt, zo lijkt het, eindeloos veel mogelijkheden en hindernissen. Dat maakt het dankbaar materiaal voor films.Ook al zijn Hollywoodfilms over starters sterk gedramatiseerd en worden maatschappelijke kwesties erin versimpeld, ze laten herkenbare situaties zien. Cinema werkt in dit opzicht als een ‘moreel laboratorium’, zegt Wim Staat, universitair docent film en visuele cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. ‘In dat concept, bedacht door Stanley Cavell, heeft het filmpersonage een bijna onoplosbaar probleem of een dilemma. Er is een aantal manieren om hierop te reageren. Het publiek kan zich identificeren met de hoofdpersoon en het herkent de sociale rol die hij vervult. Wanneer bijvoorbeeld een huisvader in een gezinsauto een kind aanrijdt, kun je je als toeschouwer in die situatie verplaatsen en afwegen of je hetzelfde zou handelen als de hoofdpersoon.’De Ideale Starter
Is ambitieus, gelooft in zichzelf en maakt carrière op eigen merites. Hij leeft de Amerikaanse Droom.In de komedie The Secret of My Success hoopt Brantley Foster (Michael J. Fox), opgegroeid op een boerderij in Kansas, na zijn studie carrière te maken in New York. ‘Ik wil een berg geld verdienen en een betekenisvolle relatie met een mooie vrouw’, zegt hij tegen zijn moeder.Tijdens een reeks sollicitaties blijkt dat Brantley te weinig werkervaring heeft. Een klassieke starterssituatie: zolang je niet kunt werken, kun je geen ervaring opdoen, maar zonder ervaring kom je niet aan de bak. Brantley moet het aanpakken op de ouderwetse manier: onderaan beginnen en langzaam opklimmen. Na aandringen geeft zijn oom Howard Prescott (Richard Jordan) hem een baan in de postkamer van zijn bedrijf.Brantley neemt de identiteit aan van een niet-bestaande werknemer op kantoor en leert al doende de multinational vanbinnen en -buiten kennen. Niet alleen weet hij de zaak samen met zijn tante (Margaret Whitton) over te nemen en te redden van een vijandige overname, ook verovert hij het meisje van zijn dromen (Helen Slater).Brantley is de Ideale Starter: hij wil alles op eigen kracht doen. Dankzij zijn talent en gewiekstheid staat hij binnen enkele weken (!) aan de top van een grote internationale coöperatie. Zijn tante stelt hem weliswaar tijdens een tuinfeest voor aan de juiste zakenmannen, het is echter nog steeds aan hemzelf om deze investeerders te overtuigen van zijn plannen. Brantley bewijst dat in Amerika het geld voor het oprapen ligt, als je maar je best doet en het slim aanpakt.Succesverhalen
De verbeelding van de starter in Hollywoodfilms is direct verbonden met het Amerikaanse ideaal. ‘Het gaat vaak om succesverhalen’, zegt Staat. ‘Ideologie is onvermijdelijk. Volgens het ideaal van de Amerikaanse droom ­- life, liberty and the pursuit of happiness -­ bieden de VS je de kans de persoon te zijn die je wilt zijn.’De Ideale Starter bewijst dat het idee van meritocratie werkt: iemands sociaal-economische positie wordt bepaald door zijn of haar talenten en verdiensten. Dus heeft iedereen dezelfde kansen. Staat: ‘Wie niet succesvol is, heeft dat aan zichzelf te wijten. Het ligt niet aan de Amerikaanse maatschappij.’Doet wat betreft ambitie niet onder voor de Ideale Starter. Zijn wereld is echter niet vrolijk en onbezorgd. Om de top te bereiken moet hij weliswaar slachtoffers maken, maar de Heilige Starter laat zich niet corrumperen en verloochent zijn idealen niet.In The Firm (Sydney Pollack, 1993) is Mitch McDeere (Tom Cruise) het schoolvoorbeeld van de Heilige Starter. Hij studeert cum laude af aan Harvard, hij loopt stage bij een gerenommeerde rechter, en bovendien heeft hij een bijbaan, in de horeca. Logisch dat alle advocatenkantoren op hem azen. Ze bieden hem hoge salarissen en goede secundaire arbeidsvoorwaarden.Het verhaal van Mitch is het klassieke ‘rags to riches’-scenario: hij groeide op in een trailerpark, trouwde met een rijke vrouw (Jeanne Tripplehorn) en heeft de ambitie om rijk te worden als fiscaaljurist. Daartoe neemt hij een baan aan bij een advocatenkantoor in Memphis.Helaas is deze baan minder perfect dan hij lijkt: de firma wast geld wit voor de maffia en houdt werknemers in een ijzeren greep -­ ontslag betekent de dood. Mitch weet zich van de firma en de maffia te verlossen door de wet tot op de letter te volgen. De firma factureert namelijk systematisch meer dan de gewerkte uren aan haar klanten en dat is een misdrijf. Uiteindelijk heeft Mitch de wet herontdekt en is zijn huwelijk gered. Samen met zijn vrouw begint hij een idyllisch klein advocatenkantoor.Net als Mitch McDeere kan beursmakelaar Bud Fox (Charlie Sheen) de verleidingen van een snelle carrièrestap uiteindelijk weerstaan. In Wall Street (Oliver Stone, 1987) krijgt Bud, afkomstig uit de arbeidersklasse, de kans te werken voor belangrijke handelaar Gordon Gekko (Michael Douglas), maar die blijkt handel te drijven met voorkennis. Uiteindelijk besluit Bud Gekko aan te geven, hoewel die hem rijk en machtig had kunnen maken. Evenals Mitch McDeere in The Firm heeft Bud geleerd dat normen en waarden belangrijker zijn dan een snelle carrière.De Valse Starter
Tegenpool van de Heilige Starter. Net zo ambitieus als de andere starters, maar in tegenstelling tot hen is de Valse Starter bereid alles te doen om de top te halen.In Shattered Glass (Billy Ray, 2003) is Stephen Glass (Hayden Christensen) een jonge veelbelovende redacteur bij het opinieweekblad The New Republic. Hij speelt de extreem aardige collega ­- altijd klaar met een tip of een kopje koffie -­ en stelt zich bescheiden op. Naast zijn drukke baan als journalist werkt hij tot in de kleine uurtjes aan zijn rechtenstudie, want zijn ouders willen dat hij iets heeft om op terug te vallen.Wanneer Glass levendig vertelt over zijn belevenissen, hangt iedereen aan zijn lippen. Zijn verhalen zijn te mooi om waar te zijn – ­ letterlijk: hij loopt tegen de lamp en 27 van de 41 artikelen die hij schreef, blijken gedeeltelijk of volledig verzonnen te zijn. Shattered Glass is gebaseerd op ware feiten: Stephen Glass heeft werkelijk The New Republic bedrogen.En hij is niet de enige in zijn soort. De jonge journalist Jayson Blair lichtte vier jaar lang The New York Times op met valse citaten, plagiaat en zelfbedachte scènes. Deze beginnende journalisten zijn voorbeelden van de Valse Starter: ze overschrijden normen en ethische grenzen, iets wat de Heilige Starter juist niet doet.De Verdwaalde Starter
Leeft in het zwarte gat na de studie. Hij weet niet precies wat hij wil. Hij zoekt naar een passende baan én naar zijn plek in de maatschappij.De pientere Lelaina Pierce (Winona Ryder) komt nergens aan de slag. Ze is overgekwalificeerd of heeft te weinig ervaring. Nadat Lelaina voor de zoveelste sollicitatie in haar vakgebied, de media, is afgewezen, staat ze in de lift omlaag: een visuele metafoor voor het feit dat ze haar carrièreverwachtingen naar beneden moet bijstellen.Ze mag zich dan te goed voelen voor werk bij de kledingketen Gap, waar haar vriendin Vickie (Janeane Garofalo) bedrijfsleider is, het lukt haar zelfs niet een baan in een fastfoodketen te bemachtigen. Lelaina en haar vrienden zijn allemaal op zoek naar hun plek in het leven. Ze weten wat ze niet willen, maar ze hebben geen goed alternatief.Reality Bites (Ben Stiller, 1994) vertelt het verhaal van generatie X, de twintigers die zich afzetten tegen de maatschappij van de babyboomers. Zoals Lelaina in haar afstudeerrede zegt: ‘Ze vragen zich af waarom we niet geïnteresseerd zijn in de tegencultuur die ze hebben gecreëerd, terwijl ze hun revolutie zelf hebben opgegeven voor een paar gympen.’ Maar als je de geldende waarden van de maatschappij de rug toekeert, wat dan? Daar heeft ze niet direct een antwoord op.Lelaina praat over mooie idealen en je afzetten tegen de consumptiemaatschappij, maar de huur moet toch ook worden betaald. Dat is het moment dat de realiteit ‘bijt’.Deze keuze tussen idealisme en conformisme komt terug in de relaties met de twee mannen in haar leven. Kiest ze voor Troy (Ethan Hawke), de filosofische nietsnut vol idealistisch geneuzel? Of gaat ze voor de commerciële Michael (Ben Stiller), de onderdirecteur programmering van In Your Face TV die Lelaina’s integere documentaire over haar vrienden laat verknippen tot een komische MTV-achtige trailer?Uiteindelijk kiest Lelaina voor haar idealen en voor Troy. Maar de kans is groot dat beiden zich zullen conformeren aan de heersende (commerciële) norm. Wie verder wil komen in de maatschappij moet immers het spel meespelen volgens de regels.Het zwarte gat
In The Graduate (Mike Nichols, 1967) worstelen Benjamin en zijn vriendin Elaine met dezelfde dilemma’s. Net als Reality Bites gaat deze film over het zwarte gat na de studie en het verzet tegen de oudere generatie. Na zijn afstuderen leeft Benjamin (Dustin Hoffman) in een vacuüm van verveling: dagenlang dobbert hij rond op een luchtbed in het zwembad, zoals hij doelloos door het leven drijft. Benjamins toekomstplannen zijn vaag: ‘Ik wil dat mijn toekomst ánders is’, vertrouwt hij zijn vader tijdens zijn afstudeerfeestje toe.Uiteindelijk wil hij ontsnappen aan het verstikkende milieu van zijn ouders; hij gaat niet naar graduate school, zoals zijn vader wil, en hij kiest voor een toekomst met Elaine (Katharine Ross). Daarmee maakt hij een eind aan de affaire die hij heeft met haar moeder, Mrs. Robinson (Anne Bancroft). Die leidt een ongelukkig leven sinds ze haar studie kunstgeschiedenis opgaf omdat ze zwanger werd.De twee starters willen een betere toekomst voor zichzelf. Elaine trouwt met een ander, een jongen die wél door haar ouders als ideale schoonzoon wordt beschouwd, maar kiest na de huwelijksvoltrekking alsnog voor Ben.En toch. Wanneer Ben en Elaine opgelucht hun toekomst tegemoet rijden, is het de vraag of zij de valkuilen kunnen vermijden waarin hun ouders zijn gestapt. De stilte in de bus is ambigue: hebben ze elkaar na de rebellie nog wel iets te vertellen? Weten ze waar ze naartoe gaan? Ook Verdwaalde Starter Lelaine uit Reality Bites, enkele generaties later, heeft daar het antwoord nog niet op gevonden.Dit artikel is ook gepubliceerd in Intermediair#10 (2007) en op de site van Intermediair.

Wandelen door Castricum

Saturday, December 23rd, 2006

Sinds een maand of twee werk ik bij Intermediair en dat is nogal een stap van freelancer naar vaste baan. Daarom heb ik rond kerst en oud & nieuw lekker vrijgenomen. Omdat ik niet alleen maar thuis strips kan lezen in die tijd, besloot ik vandaag een wandeling door het bos- en duingebied bij Castricum te maken.

Drijfveer

Thursday, October 5th, 2006

Laatst had ik een sollicitatiegesprek. Tijdens dit gesprek werd ik overvallen door een typische sollicitatievraag. Zo’n vraag waarmee ze proberen in te schatten wat voor persoonlijkheid je hebt. ‘Wat is je drijfveer in het leven?’ Die had ik moeten zien aankomen. Puf, goede vraag dacht ik. Wat is mijn drijfveer eigenlijk? Natuurlijk had ik moeten antwoorden dat ik erg veel ambitie had en veel wilde bereiken in het leven. Maar was dat wel zo?Ik ben niet echt een carrièremens. Op dit moment freelance ik met veel plezier. Werken op projectbasis en meerdere klussen tegelijk doen – daar word ik vrolijk van. Er zijn natuurlijk altijd magazines waar ik nog graag voor wil schrijven. In dat opzicht kun je wel van ambitie spreken. Toch denk ik bij het woord ambitie meer aan die jongens op de beurs die bezweet en schreeuwend aandelen of obligaties kopen. Of aan advocaten, investeerders en beleggers. Of lijstrekkers en kamerleden. Maar niet zo zeer aan mezelf. Daarvoor fladder ik nog te veel. Werken aan een carrière zou betekenen dat ik volledig volwassen zou moeten worden en daarvoor voel ik me nog te jong. In plaats van het correcte antwoord te geven, dat mijn ambitie en compatibiliteit met het bedrijfsleven zou aantonen, zei ik heel simpel dat mijn drijfveer voornamelijk lol is.

‘Lol is mijn drijfveer. Je kunt je druk maken over van alles in het leven; je kunt bang zijn voor wat je hierna staat te gebeuren, maar of er nu een wel of niet iets is na dit leven maakt eigenlijk niet uit. Het gaat er wat mij betreft om dat we in het leven zoveel mogelijk plezier beleven.’

De dag erna stond ik in de plaatselijke cd-winkel. Terwijl ik de dvd van Chasing Amy afrekende, begon de jonge verkoper spontaan zijn levensfilosofie uit te leggen. Hij vond dat we ons vooral niet zo druk moesten maken, want het leven was al kort genoeg. ‘Mensen die iedere dag een carrière najagen, en geen tijd meer hebben voor hun gezin of vriendin… nee, da’s niets voor mij,’ zei de jongen. ‘We moeten vooral lol hebben in het leven!’
Ik was het wel met hem eens. Ons leven kent in principe twee schaarse goederen: tijd en liefde. Hoewel het tweede goed haar eigen column afdwingt (en in haar complexiteit samenhangt met compassie, het goede doen en een heleboel andere zaken), sluit het eerste goed aan bij de Levensfilosofie van de Lol. Door die filosofie als leidraad te nemen, kun je, op het moment dat je je laatste adem uitblaast, in ieder geval met een glimlach op je leven terugkijken.
Hm, kennelijk had ik met bovenstaande antwoord toch een deel van mijn persoonlijkheid prijsgegeven.
In ieder geval had ik in de cd-verkoper alvast een medestander gevonden.