Categories
Film Filmrecensie

Imagine-AFFF: Lichten aan

De lichten in de zalen van Tuschinski Arthouse gaan weer aan. Oude blikjes, zakken chips, lege popcorndozen en dooie muizen kunnen worden opgeruimd. Het Imagine/ Amsterdam Fantastic Film Festival is weer voorbij.
Maar wat heb ik een lol gehad. Ik beken: ik ben niet zo dol op filmfestivals. Als ik ze al bezoek, dan hoogstens een à twee dagen. Een hele dag films kijken lijkt heel erg leuk, maar dit een paar dagen achter elkaar en mijn brein loopt over van de indrukken. Bovendien heb ik zelden tijd om hele dagen in het duister alles op het constant veranderende witte canvas in me op te nemen. Dit jaar was dat anders en bezocht ik het Imagine filmfestival meerdere dagen en woonde ik 16 voorstellingen bij. Ik heb dus lang niet alles van het programma gezien, maar was des ondanks zeer tevreden met mijn filmkeuze.Laat ik dit laatste overzicht beginnen met twee animatiefilms die zeker het bekijken waard zijn. One night in the city en Edison and Leo. One night in the city is een verfijnde stopmotion film uit Tsjechië van Jan Balej. De nacht in de stad valt uiteen in drie segmenten. Het eerste draait om de rare hobby’s van de bewoners van een appartementengebouw. Het tweede om de vriendschap tussen een boom en een vis. En het derde koppelt de wensdromen van twee dronkaards aan de lotgevallen van een mislukte straatmuzikant. De animatie is prachtig uitgevoerd. Vooral het segment met de boom en de vis toont veel verbeeldingskracht. Wat doet een boom aan zijn voeten/wortels als hij op stap gaat? Precies: bloempotten.Edison and Leo werd gemaakt geregisseerd door Neil Burns. Het verhaal wordt in een onnavolgbaar tempo verteld. Het draait in wezen om de strijd tussen de arrogante uitvinder George T. Edison en diens zoon Leo. Bij een mislukt experiment is Leo ooit geëlektrocuteerd, waardoor de jongen voor de rest van zijn leven onder hoogspanning staat. Iedere aanraking van Leo is dodelijk. Lastig hoor als je je vriendinnetje wilt aanraken. Producer Dean English vertelde tijdens de Q&A na de viewing dat er absoluut geen boodschap zit in het verhaal. Ze wilden zoveel mogelijk scriptregels breken. (Het personage Edison maakt bijvoorbeeld geen ontwikkeling door.) Ze wilden gewoon een leuk en gek verhaal maken. Dat is ze gelukt.
Bloedarmoede
Menno Kooistra, je kent hem wel van Eeuwig Weekend, was niet te spreken over de horrorfilms op het festival. Ben het deels wel met hem eens: qua creativiteit heeft het genre al jaren te maken met fikse bloedarmoede. Er is weinig origineels in te vinden. Zo vond ik The Children te traag op gang komen en de gewelddadige uitspattingen matig in beeld gebracht. Kinderen zijn normaliter al zwaar irritant, maar kids die hun ouders willen vermoorden die moet je helemaal postnataal aborteren. Een film als Donkey Punch – nog bedankt voor het t-shirt jongens – was wat het geweld betreft al veel grafischer, maar het verhaal van deze flick was middelmatig en slaapverwekkend voorspelbaar.
Ik heb me ook beter vermaakt met de fantasy en sf-films dit jaar. 11 minutes ago bleek inderdaad een heel sympathieke kleine film te zijn. Kreeg er een lekker warm gevoel van in mijn buikje. En ja, er zijn heus een paar minder goede dingen aan te merken op deze flick die in één dag (!) werd gedraaid, maar dat ga ik nu niet doen. (Lees een uitgebreidere recensie door Tonio van Vugt hier.) Al raad ik iedereen draken als Dante 01 over te slaan. Die Fransen met hun Jezus-complex ook. Bah.
Misschien kwam het door het bekijken van vier à vijf films per dag, maar veel films leken wel te lang te duren. Waarom moeten alle films tegenwoordig twee uur of meer duren? (En waarom moet elk verhaal bijna een trilogie zijn?) Er is niets mis met een kortere lengte van 80 minuten als het om horror of sf gaat. Daar hadden ze in de Hammer studio ook genoeg aan.
Less is more, and less bore, people!Alles behalve boring en wat mij betreft nog steeds de beste film die ik op het festival zag, is Let the right one in. Oftewel: Låt den rätte komma in. (Zie hier een uitgebreide recensie over deze prachtige film.) Het was nog een tijdje onzeker of deze film ook daadwerkelijk de publieksprijs, de Silver Scream Award, zou winnen. Het muzikale ruimtefeuilleton Stingray Sam stond deze week namelijk eventjes op numero uno. Onbegrijpelijk, want hoewel deze reeks van zes afleveringen, speciaal gemaakt voor mobieltjes, best vermakelijk was, zou een eerste plaats toch echt te veel eer zijn geweest.
Een heel slechte dag
Nu we het toch over comedy’s hebben: de slotfilm van het festival, A film with me in it, was een heerlijke kluchtige afsluiter. In de film is de acteur Mark een geboren loser: met zijn acteercarrière wil het niet vlotten, hij is achter met de huur, zijn vriendin staat op het punt hem te verlaten, en de huisbaas is een nare bullebak. Op een dag krijgt Marks lijdensweg een hels vervolg wanneer kort na elkaar drie huisgenoten én een hond bij bizarre ongelukjes om het leven komen. Samen met vriend Pierce, alcoholist en wannabe filmmaker, proberen ze deze problemen op te lossen, maar natuurlijk werken ze zichzelf alleen maar meer in de nesten. Deze film van regisseur Ian Fitzgibbon is prima komedie met een goede cast en gevatte dialogen, al kun je je afvragen of deze film thuishoort op het Amsterdam Fantastic Film Festival. Alleen als je de naam Imagine interpreteert als ‘stel je voor dat…’ Maar goed, door het zien van A film with me in it lach je de horror van de afgelopen week goed van je af en loop je met een lekker gevoel de bioscoop uit.
Lees ook over het Imagine-AFFF:

Categories
Film Filmrecensie

Imagine-AFFF: Twee losers met magische middelen

La crème en Suspension zijn twee magisch-realistische films die thuishoren op het Imagine filmfestival. Niet alleen omdat een magische gimmick centraal staat, ook omdat je ze buiten het festival waarschijnlijk niet in de bioscoop zult zien. In beide films vertolkt een loser de hoofdrol. Een loser die ondanks magische hulp zijn leven niet weet te beteren. Sterker nog: door de magie werkt hij zich alleen maar meer in de problemen.La crème (Reynald Bertrand, 2007) draait om François, een sukkelige verkoper die zijn dagen slijt met het verkopen van wenskaarten voor een niet-bestaand goed doel. Wanneer François met kerst een geheimzinnige potje crème onder de kerstboom vindt, verandert zijn leven aanzienlijk. Zodra hij het goedje op zijn gelaat smeert, denkt iedereen dat hij een beroemdheid is. Er gaat een wereld voor hem open. Zolang de crème werkt tenminste, want zodra het smeersel is uitgewerkt gunt men hem geen blik meer waardig. Wonderlijk detail is dat iedereen een andere held in hem ziet: de een denkt dat hij een beroemd acteur is, de ander ziet een virtuoos muzikant in François, die met veel plezier misbruik maakt van zijn plotselinge faam.Stillframes
In zowel La crème als in Suspension wordt het magische element niet nader verklaard en als een feit gepresenteerd. Niemand weet wat erin de crème zit of wie deze aan François heeft gegeven. Hij neemt zelf ook niet de moeite om dat allemaal uit te zoeken. Daarvoor is hij veel te druk met het genieten van zijn cadeautje. In Supsension (van Alec Joler en Ethan Shaftel, 2008) is het magische element een videocamera. Wanneer de gebruiker ervan op de pauzeknop drukt, staat de wereld stil en kan hij zich er vrijelijk in bewegen. Daniel overleefde een auto-ongeluk waarin zijn vrouw en zoon het leven lieten. De camera van zijn zoon biedt hem in beginsel wat troost: dagenlang bekijkt hij oude homevideo’s. Zodra hij echter de magische werking van het apparaat ontdekt, is Daniel zijn gezin snel vergeten en richt hij al zijn aandacht op Sarah Kane – de vriendin van het andere slachtoffer in de botsing.Dubieus gedrag
Daniel gebruikt zijn magische camera eerst om kleine vergrijpen uit te voeren. Maar al snel focust hij zich volledig op Sarah en nemen zijn bemoeienissen stalkerachtige proporties aan. Daniels obsessie met haar leidt tot gewelddadige acties met onomkeerbare gevolgen. Het is interessant om te ervaren hoe je als toeschouwer sympathie voor Daniel verliest naar mate zijn gedrag bedenkelijker wordt.De toon van Suspension wordt gedurende de film steeds ernstiger. De makers weten de thrillerelementen goed uit te buiten en deze sfeer tot het laatste frame (letterlijk) vast te houden. La crème, toch echt een comedy, legt veel meer de nadruk op het komische effect dat het magische element in het leven van de personages brengt. In de laatste akte vliegt het verhaal wat uit de bocht. Als een medeverkoper en concurrent een overdosis crème neemt en zo dol op zichzelf wordt dat hij ondersteboven zichzelf begint te bevredigen, verliest het verhaal het laatste zuchtje geloofwaardigheid. ‘Too much of a good thing…’ Niet alleen vanwege de spanningsopbouw, ook vanuit cinematografisch oogpunt is Suspension interessanter dan onopvallend gefotografeerde La crème. De specialeffects van de momenten waarin de wereld stilstaat en Daniel als enige beweegt, zien er bijzonder realistisch uit. Het kostte de filmmakers dan ook een jaar om deze shots naar tevredenheid af te werken. Toch is het jammer dat Daniel niet wat meer experimenteert met zijn camera. Wat zou er gebeuren als hij op de terugspoelknop zou drukken? Het is opmerkelijk dat hij dit niet in ieder geval een keer probeert nadat hij de uitzonderlijke werking van het apparaat ontdekt. Wat dat betreft wordt de gimmick in Suspension weinig gevarieerd toegepast. Hetzelfde geldt overigens voor La crème, hoewel het heel amusant is om te zien hoe François zich steeds meer in de nesten werkt.Deze post stond ook op de site van Zone 5300 en EeuwigWeekend.nl.
Lees ook over het Imagine-AFFF:

Categories
Film Strips

Imagine: Barends tekenblogt

Traditiegetrouw (nou ja, vorig jaar deed ze het ook) tekent Merel Barends over het Imagine filmfestival een stripcolumn voor Zone 5300. Hieronder de eerste.
Barends het festival is al eeuwen bezig, waarom ben je zo laat? Klik voor het antwoord op de stripstrook voor de grotere en leesbare versie.

Barends-zone-afff-09

 

Lees ook over het Imagine-AFFF:

Categories
Film

Imagine-AFFF: Intermezzo

Voor mij blijft de beste ervaring op het AFFF, euh Imagine filmfestival toch het interview met Tim Burton vorig jaar. Het komt niet veel voor dat je de kans krijgt om je held van zo dichtbij mee te maken. Toch is het dit jaar ook zeer goed toeven op het festival.De eerste twee dagen van Imagine zag ik vier films per dag, samen met vriend Paul. Van tevoren hadden we een schemaatje opgesteld, waar ten alle tijden van afgeweken kon worden. Heren Baay en Van Barneveld voegden zich soms bij onze gelederen. Gezellige boel is dat, samen films kijken.Over het filmaanbod heb ik dit jaar niet veel te klagen. Imagine biedt een mooi divers programma met goede films. Niet iedere flick in het programma is briljant natuurlijk, dat kan haast niet, maar over het algemeen ligt het kwaliteitsgehalte hoog. Aan het einde van de eerste dag bijvoorbeeld Let the right one in (Tomas Alfredson, 2008) gezien. Prachtige vampierenfilm, heel subtiel gedraaid, mooi en ontroerend verhaal. Aukje schreef er een uitvoerige recensie over die je hier kunt lezen. Wat mij betreft – ten tijde van dit schrijven zijn we halverwege het festival – nu al de beste film van het Imagine dit jaar.Visueel bombardement
Gedurende het festival leef je in een luchtbel. De buitenwereld bestaat even niet meer en komt bij terugkomst enigszins surreëel over. Dagen bestaan uit films kijken en als nomaden van zaal naar zaal lopen. Tussendoor een toiletbezoek, kopje koffie en weer op tijd door naar de volgende voorstelling.In een dag vier à vijf films kijken maakt een heftige indruk, een waar bombardement aan beelden brandt als het ware op het netvlies in. Na het zien van Chemical Wedding, die enkele visueel bombastische scènes bevat, was het fijn om even buiten frisse lucht te happen alvorens in de hyperactieve animatiefilm Edison and Leo (Neil Burns, 2008) te stappen. Het effect van die twee films achter elkaar kijken (en als avondeten een mega zak chips naar binnen werken) was groter dan wat een sterke pot koffie kan veroorzaken. Slapen was er de eerste paar uur niet meer bij; wel uren nagenieten op het hoofdkussen. De kracht van cinema.

Edison and Leo.

Lees ook over het Imagine-AFFF:

Categories
Film Filmrecensie

Imagine-AFFF: Interactieve films zijn frustrerend!

Zondagmiddag vond tijdens het Imagine festival het symposium Screen/Play over films en games plaats. Een panel van game- en filmmakers zou van gedachten wisselen over de vraag in hoeverre fantastische films en games elkaars verteltechnieken kunnen aanwenden voor eigen gebruik. Aanwezig waren onder meer JT Petty (filmmaker, kinderboekenschrijver en gamemaker), Auriea Harvey and Michaël Samyn (indie-gamemakers die The Path maakten) en filmmaker Mateo Guez. Eigenlijk kwam er niet veel nieuws uit de monden van de kenners. Films gebaseerd op games zijn slecht; aan games liggen over het algemeen een weinig psychologisch verhaal ten grondslag en gaan vooral over schieten, vechten of rennen. Harvey en Samyn proberen met hun virtuele kunststukjes los te komen van bovengenoemde gameconventies. Dat levert ze nog wel eens het kritiek op dat hun werk ‘too heavy’ zou zijn. Vooralsnog zijn deze indie-gamemakers in de minderheid en wil het gros van de spelers inderdaad gewoon kunnen raggen. Een parallel met de filmwereld is hier natuurlijk snel gelegd: de independents die kunstfilms willen maken versus de commerciële blockbuster uit Hollywood.Late fragment
Na het symposium werd het pas echt interessant toen de interactieve film Late fragment vertoond werd. De Franse filmmaker Maeto Guez was een van de drie regisseurs die aan dit project meewerkte. Hoewel zichtbaar trots op het resultaat, zei hij waarschijnlijk nooit meer aan zo’n interactief project mee te doen. Met drie regisseurs samenwerken betekent namelijk je ego buiten de deur zetten. En om een film interactief te maken moeten er veel concessies worden gedaan. Late fragment zou met een belangrijk kenmerk van de game toepassen, namelijk interactie. Willekeurig kan de kijker van scène verwisselen en op die manier zijn eigen versie van de film samenstellen. Bevalt een scène je niet, dan skip je dus gewoon door naar een volgende. En als je meer wilt weten over de achtergrond van een van de personages, dan kun je met een druk op de knop de achterliggende gebeurtenissen uit diens leven exploreren. Dat klinkt leuk, maar is dat ook leuk als je in een volle zaal naar de film zit te kijken en je zelf niet aan de knoppen zit? Eigenlijk niet.

Plotgaten
Tijdens de vertoning van Late fragment voelde ik mij meerdere malen gefrustreerd als iemand op de knop drukte en er naar een ander fragment werd overgeschakeld. Gefrustreerd omdat ik zelf niet achter de knoppen zat en graag de betreffende scène uit had willen kijken. Maar ook omdat de vertelling door het koortsachtige zappen zo gefragmenteerd was dat de reconstructie van het verhaal door de vele plotgaten ernstig werd bemoeilijkt. Het verhaal van Late fragment barst bijna van menselijke emoties en is niet van het soort waar je vrolijk van wordt. In principe zijn er drie zware drama’s door elkaar vermengd. Het is de vraag waarom men niet voor iets vrolijker/toegankelijker materiaal heeft gekozen voor dit experiment. Nu komt de toeschouwer door het zappen van de ene emotie in de andere terecht, zonder dat hij precies weet wat ervoor heeft plaatsgevonden. In een van de verhaallijnen komt het personage dat als kind misbruikt werd zijn misbruiker na jaren weer tegen. Zal hij zijn verkrachter van het leven beroven of laten gaan? Geen idee, voordat de scène waarin hij de dader confronteert afgelopen was, had iemand alweer op de knop gedrukt.

Daarbij gaat de vergelijking met de interactie met games ook maar zeer beperkt op. Bij een game heb je de actie zelf in de hand: de speler bepaalt wat het personage doet. Goed, ook bij games geldt dat er limieten zijn aan wat je als speler wel en niet kan doen, maar het feit dat je je avatar zelf bedient maakt dat games veel meer bewegingvrijheid bieden dan een film. Bij het ervaren van de interactieve film kun je niet veel meer dan tussen voorgeprogrammeerde scènes zappen. Dat biedt enige vertelvrijheid, maar wel van een zeer beperkte soort. Deze vertelwijze nodigt uit om de film meerdere malen te bekijken en op andere momenten op de knop te drukken. Bij iedere vertoning zullen zo meer verborgen details aan het licht komen. Het resultaat van de vertoning zondagmiddag was een vage indruk van drie verhalen vol plotgaten, met als uitkomst één van de drie mogelijke eindes die de Late fragment te bieden heeft. Maar zelfs zo’n einde biedt weinig soelaas als de voorgaande gebeurtenissen als door een blender vermalen aan je gepresenteerd worden. Natuurlijk is het na één vertoning een voorbarige conclusie, maar wat mij betreft is het voorlopig ‘game over’ voor de interactieve film.

Deze post staat ook op de site van Zone 5300 en EeuwigWeekend.nl.

Categories
Film Filmrecensie

Imagine-AFFF: Gewelddadige seksuele uitspattingen

Twee dagen in het donker bij Imagine/AFFF heeft acht filmviewingen opgeleverd. Het merendeel daarvan was meer dan de moeite van het kijken waard. In het brede filmaanbod zitten twee uiteenlopende films vol bizarre seksuele uitspattingen: Someone’s knocking at the door en Chemical weddingVoor mij was de horrorfilm Someone’s knocking at the door, de zwakste schakel in de reeks filmvertoningen. Indie-regisseur Chad Ferrin vergastte de wereld al eerder met tot de verbeelding sprekende titels als The Ghouls en Easter Bunny Kill! Kill! Zijn Someone’s Knocking at the Door behoort tot het genre tienerhorror, maar dan met een vreemde psychedelische en seksueel geladen twist. Studenten in films zijn over het algemeen vervelend voorspelbaar en junkies al helemaal, dus wanneer een paar studenten geneeskunde onder invloed van drugs een psychopathisch stel uit de dood terugbrengt, kun je alleen onheil verwachten. Eén voor één vallen de studenten ten prooi aan de moordlustige seksmaniakken. Deze kunnen verschillende gedaanten aannemen, al bezwijkt bijna iedereen aan het monsterlijk groot geslacht van John Hopper. Anale en orale verkrachtingen te over in Someone’s knocking at the door.Ferrins vertelling wordt naar het einde toe erg onsamenhangend. Soms bekruipt je het gevoel dat bepaalde scènes alleen zijn gedraaid omdat ze mooie, surrealistische plaatjes opleveren. Zoals de begrafenisstoet die door een bos- en duinlandschap loopt. Waar naar toe mag Joost weten. De scriptschrijvers hebben in ieder geval verzaakt enige logica in het geheel te brengen.Here comes Crowley!
Tot de categorie bizar maar boeiend behoort Chemical Wedding; overigens ook een film vol gewelddadige seksuele uitspattingen, zij het dit keer uitgevoerd door een charismatische occultist. Regisseur Julian Doyle werkte samen met Iron Maiden-zanger Bruce Dickinson en maakte een vreemdsoortige mengelmoes van sciencefiction, fantasy en absurdistische comedy. Nu was Doyle onder meer de editor van Monty Python-films, en wanneer in een van de scènes een typisch Britse heer in een fel paars pak en een bolhoed op het hoofd door de straat loopt, is het bijna onmogelijk om niet aan het onsterfelijke Britse comedy-team te denken. Toch bevat de film genoeg naargeestige horrormomenten om op Imagine thuis te horen.In Chemical Wedding belandt de geest van Aleister Crowley, de Britse occultist die tevens een grote fan was van vrije seks, door een experiment met virtual reality in het lichaam van een verlegen, stotterende professor. In zijn nieuwe gedaante gaat hij letterlijk over lijken om een magische ceremonie voor te bereiden die hem onsterfelijk moet maken. Ondertussen vergrijpt Crowley zich zo vaak mogelijk aan gewillige en ongewillige slachtoffers. Wanneer blijkt dat het meisje van de escortservice niet het rode haar heeft waar hij om vroeg, spijkert Crowley haar aan de voordeur van het bordeel vast. Daarmee geeft hij een letterlijke interpretatie van de term pin-up.De film wordt gedragen door Simon Callow die zijn Crowley personage dik aangezet en met een aanstekelijke, theatrale flair gestalte geeft. ‘De enige aanwijzing die ik Callow gaf,’ zei regisseur Doyle tijdens de Q&A voor de filmvertoning, ‘was dat hij Crowley als Richard III moest spelen.’ In Chemical Wedding wordt behalve Aleister Crowley ook Shakespeare op de hak genomen als de door Crowley bezeten professor over zijn studenten heen pist en ‘To pee or not to pee,’ schreeuwt. To pee, dus. Kortom: aanrader!Deze post stond ook op Eeuwig Weekend en op de site van Zone 5300.Lees ook:

Categories
Film

Imagine AFFF: Ik heb er zin in!

Deze week gaat het Imagine filmfestival – voorheen Amsterdam Fantastic Film Festival genaamd – van start. En ik heb er zin in!Imagine is 16 t/m 25 april 2009 in Pathé Tuschinski Amsterdam. Behalve een kluit interessante horror- en fantasy-films, zijn er ook enkele special events tijdens het festival. Zoals het symposium Screen/Play op zondag 19 april. Centraal staat de vraag wat films en games met elkaar gemeen hebben en wat ze van elkaar kunnen opsteken.
Dat de twee media op het visuele vlak steeds dichter naar elkaar toe kruipen, is duidelijk. Maar kan een game ook de psychologische complexiteit van een speelfilm benaderen en is, omgekeerd, de speelfilm in staat een game-specifieke vertelwijze te adopteren?Het hoofdprogramma van Imagine omvat 50 lange speelfilms. Het korte-filmprogramma European Fantastic Shorts omvat 21 titels, waaronder 4 Nederlandse. Openings film is The Good, The Bad, The Weird (Ji-woon Kim, Zuid-Korea 2008) en de slotfilm is A Film With Me in It (Ian Fitzgibbon, Ierland 2008). Om maar met wat titels te strooien.
Een film waar ik erg benieuwd naar ben is One Night in a City van Jan Balej. Deze Tsjechische animatiefilm is volledig zonder dialoog en bevat drie segmenten waarin het wemelt van de eigenaardige types, barokke decors en ongerijmde gebeurtenissen. Weet je wat, we doen er een YouTube clipje bij:

Tijdreisfilm
Een andere film die tot mijn verbeelding spreekt is 11 minutes ago. Een tijdreisfilm waarin wetenschapper Pack vanuit de toekomst terugkeert naar het nu om een luchtmonster te nemen. Zijn bezoekjes duren precies 11 minuten (blijft hij langer, dan kan hij niet terug), waarbij hij telkens terugkeert op dezelfde plek waar in de toekomst zijn lab is gevestigd. In het heden is dat de badkamer van een appartement waar toevallig net een bruiloft aan de gang is. Pack raakt zo verkikkerd op één van de bruidsmeisjes, dat hij op en neer blijft pendelen tussen toekomst en heden. Aangezien ik een groot fan ben van series als Quantum Leap en tijdreisparadoxen geestprikkelende concepten vind, ben ik erg benieuwd naar deze flick van Bob Gebert. Over tijd gesproken: de hele film duurt 83 minuten en werd in slechts één dag opgenomen.

Kort, hoor
Tot mijn spijt is The Night of Terror dit jaar een short night. Dit heeft alles met de locatie van het festival te maken. In de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 april kan vanaf 00:30 uur uit drie verschillende double bills worden gekozen.Tuschinski 4: The Last House on the Left + Splinter
Tuschinski 5: The Last House on the Left + Autopsy
Tuschinski 6: The Last House on the Left + Tokyo Gore PoliceThe Last House on the Left is natuurlijk de remake van Wes Cravens baanbrekende rape & revenge thriller uit 1972. Een bende sadisten vraagt om onderdak bij de ouders van het meisje dat ze even tevoren te grazen hebben genomen. Dat hadden, ze net als in het origineel, beter niet kunnen doen. Want als papa en mama boos worden, kan zelfs een magnetron in een moordwapen veranderen.Persoonlijk heb ik grote vraagtekens bij alle slappe remakes van horrorklassiekers die de laatste tijd het witte doek bevuilen. Hollywood lijkt in dat opzicht nog fantasielozer dan voorheen. Ik ben dan ook benieuwd of The Last House on the Left-remake net zo teleurstellend en overbodig is als andere remakes.
Tijdens het AFFF zal ik waar het uitkomt en leuk is verslag doen van het festival. Op Eeuwig Weekend zullen overigens ook een aantal artikelen verschijnen.
Ik heb in ieder geval zin in het AFFF dit jaar. Jij ook? Zo ja: welke film wil jij absoluut niet missen?Lees ook:

Categories
Film

Tim Burton interview op het AFFF

Donderdag werd de Amerikaanse regisseur Tim Burton, eregast van het Amsterdam Fantastic Film Festival, in de kleine zaal Tuschinski Arthouse Vier geïnterviewd. Het was vooral een best-of interview waarin alle bekende vragen de revue passeerden. Gelukkig maakte Burton nog een paar goede grappen. Tim Burton, regisseur van meesterwerken als Sleepy Hollow, Edward Scissorhands en Batman Returns, maakte een ontspannen en opgewekte indruk. Dat hij zich eigenlijk niet zo lekker voelde, was dan ook niet te merken. Hij gaf routineus antwoord op de belegen vragen van de twee interviewers. Vragen die al vele malen zijn gesteld aan de cineast. Het leek dan ook een best of-compilatie van alle eerdere interviews. Misschien leuk voor iemand die zijn eerste stappen zette in de wereld van Burton; de verstokte Tim Burton-fan heeft echter weinig nieuws gehoord die middag.

Foto: Merel Barends

Michael Jackson
Het meest opzienbarende feitje liet de regisseur in het begin van het gesprek los: toen hij jaren geleden voor het eerst in Amsterdam was, kwam hij Michael Jackson tegen. ‘Voor al het gedoe met die rechtzaken’, zei Burton met een glimlach. Hij liep met het idee rond om een musical-versie van The House of Wax te maken en overwoog toen nog even om Jackson vragen een monster in een film te spelen. ‘Want daar had hij wel het juiste uiterlijk voor.’ Burtons jeugd in Burbank, een voorstad van LA, kwam aan bod. Als kind zag hij vele horror en monsterfilms zoals Frankenstein en The Wolf Man. ‘Allemaal buitenbeentjes en eenlingen. Ik kon me daar makkelijk mee identificeren. Voor mij waren de normale mensen pas écht eng in die films.’

Onbegrijpelijk
In Hollywood is Burton ook een buitenbeentje, al weten de filmmaatschappijen wel zo’n beetje wat ze van hem kunnen verwachten, daar in een Burton-film altijd de hand van de maker herkenbaar is. Hoewel Burton aardig wat successen heeft geboekt, is het toch iedere keer weer moeilijk om de studiobazen te overtuigen een project te financieren. Uiteindelijk lukt het hem wel, maar volgens Burton komt dat vooral omdat ze niet snappen wat hij bedoelt. Wat dat betreft waren Burtons antwoorden niet gespeend van zelfspot, wat het gesprek ondanks de betreden paden onderhoudend maakte. Ook wilde hij best een carrièrefoutje toegeven: ‘Planet of the Apes, that was a bad idea.’ Hij vervolgde: ‘Je weet nooit van tevoren of een film fantastisch wordt of dat hij niet werkt. Maar dat is er ook wel weer mooi aan.’

Foto: Merel Barends

Op locatie
Dat Burtons films zo herkenbaar zijn is omdat de maker altijd vanuit zichzelf redeneert. ‘Ik probeer de verhalen altijd zo persoonlijk mogelijk te maken. Ik moet me kunnen identificeren met de personages.’ De belangrijkste les die hij over Hollywood kwijt wil is dat je er eigenlijk niet een film moet opnemen. ‘Ga lekker op locatie draaien, het liefste in een ander land. Dan heb je minder last van de businesskant van het filmmaken.’ Burton woont tegenwoordig in Engeland. Een land waar hij voor het eerst kwam toen hij Batman (1989) in de Pinewood Studio’s opnam: ‘Ik geloof niet in vorige levens of zo, maar toen ik de eerste in Engeland kwam, voelde ik me er meteen thuis. Alsof ik er eerder geleefd had.’

Handelswaar
Een van de interessanste vragen kwam uit het publiek. Of Burton zich, gezien zijn imago als gekke creatieve regisseur, geen handelswaar voelde. ‘Ik probeer daar zo min mogelijk bij stil te staan. Het is een kwestie van niet lezen wat er online over je gezegd wordt. Ik wil het idee hebben dat ik altijd iets nieuws doe als ik een film maak.’ Over toekomstige projecten wilde de regisseur nog weinig kwijt, al kwamen Alice in Wonderland en een remake van Burtons eigen Frankenweenie wel ter sprake.

Voor een verstokt Burton-fan als ondergetekende was het een kick in the butt om de regisseur live aan het woord te zien. (Na het zien van Batman in 1989 wist ik dat ik films wilde gaan maken.) Dat hij veel fans heeft in Nederland bewees de lange rij met mensen die graag een krabbel van Burton wilden voordat het gesprek plaatsvond. Aan het eind van het gesprek was er een groepje filmmakers dat over de rug van Burton nog wat publiciteit wilde scoren: ze gaven de Amerikaanse regisseur een ‘award’ omdat hij de inspiratiebron zou zijn hun filmproject. Een beschamende vertoning, hoewel Burton sportief genoeg was om dat niet te laten merken. Hij nam de ‘award’ dan ook gelaten in ontvangst. (Hadden de heren dan niet begrepen dat Tim juist geen commodity wilde zijn?) Gelukkig had hij op de openingsavond van het AFFF nog een echte prijs gekregen, namelijk de Career Achievement Award.

Barends Blogt
Ik woonde het interview bij met de Illustere Merel Barends. Barends houdt tijdens het AFFF een stripblogje bij. Check haar belevenissen op de site van Zone 5300.
Meer Tim Burton op Mike’s Webs.