Categorieën
Strips

Jean-Claude Mézières op Stripdagen Haarlem 2016

De Franse meestertekenaar Jean-Claude Mézières, bekend van de scifi-stripreeks Ravian en Laureline, zal aanwezig zijn tijdens het eerste weekend van de Stripdagen Haarlem 2016, van 3 t/m 5 juni.

Dat is natuurlijk goed nieuws voor de fans van Mézières en bijzondere sciencefiction-strips. Hier het persbericht van de Stripdagen Haarlem:

Jean-Claude Mézières.
Jean-Claude Mézières.

Mézières’ oorspronkelijk onder de titel Valérian et Laureline uitgebrachte reeks behoort tot de grote klassiekers van de strip. Mézières’ werk vormde de inspiratiebron voor de eerste Star Wars-trilogie, daarnaast was hij als art director betrokken bij de film The Fifth Element. Ravian en Laureline wordt momenteel verfilmd door Luc Besson onder de titel Valerian and the City of a Thousand Planets.

Het programma van Mézières
In de tiendaagse programmering zal Mézières gedurende het eerste weekend van de Stripdagen Haarlem aanwezig zijn, van 3 tot en met 5 juni. Op de zaterdag en de zondag is er gelegenheid voor het publiek om de tekenaar te ontmoeten tijdens een meet & greet, waarna hij zijn werk voor geïnteresseerden zal signeren. Ook staat er een live interview voor publiek met hem op het menu. En wie geluk heeft, treft hem misschien informeel bij een van de vele vernissages of op het feest in het Patronaat op zaterdagavond. Details over zijn programma – tijden en locaties – worden in een later stadium bekendgemaakt.

Ravian en Laureline
ravian en laureline coverRavian en Laureline is een op klassieke sciencefiction gebaseerde stripserie, die zich onderscheidt door Christins complexe en humoristische scenario’s en het fenomenale tekenwerk van Mézières, die het universum van de titelpersonages prachtig organisch en fantasierijk vormgeeft. Slechts weinig stripverhalen slagen erin om scenario en beeld zo volmaakt te combineren. Het verhaal speelt zich af in de 28ste eeuw, als de mensheid het vermogen heeft ontdekt om door tijd en ruimte te reizen. De hoofdstad van de Aarde, Galaxity, is het middelpunt van het enorme Terraanse Galactische Rijk en wordt beschermd door tijdruimte-agenten. Ravian en Laureline zijn twee van die tijdruimte-agenten: niet alleen een team, maar ook een stel. Geen van beiden zijn ze standaard striphelden. Ravian lijkt de klassieke held met zijn onverschrokkenheid en plichtsbesef, maar zijn intelligente, doortastende en onafhankelijke partner Laureline is zeker niet alleen zijn sidekick, maar zijn gelijke en soms zelfs zijn meerdere. Ze is ook degene die vaak de ethische grenzen van hun werk ter discussie stelt. De reeks kenmerkt zich namelijk tevens door de uitgesproken humanistische thema’s, waarin macht, geweld en technologische superioriteit verworpen worden ten faveure van eenvoud, natuur en harmonie.

Het eerste avontuur van Ravian en Laureline werd in 1967 gepubliceerd in het Franse striptijdschrift Pilote en in 1968 in het Nederlandse stripblad Pep. Het eerste album in Nederland volgde in 1970: Het Woedende Water. Dit verhaal was het tweede dat in Pep gepubliceerd was en wordt over het algemeen als het beginverhaal gezien. Het eerste verhaal dat in Pep verscheen, het tweeluik De Vierde Dimensie/Aarde in Vlammen, werd in Nederland pas in 1986 gepubliceerd, als prequel op Het Woedende Water. De reeks telt in totaal 21 delen en bevat een afgeronde geschiedenis waarvan het in 2010 uitgebrachte De Tijdopener het slot is. Daarnaast verschenen er ook nog zeven korte verhalen. De reeks wordt tegenwoordig als gebonden uitgave hergepubliceerd door Uitgeverij Sherpa.

Categorieën
English Striprecensie Strips

Review: Lone Sloane – Delirius

Lone Sloane, the notorious interstellar explorer and neo-earthling, has a bounty on his head and an armada at his heels. Then a religious group called Red Redemption asks him to help them steal a big sum of money from the Imperator, the ruler of a planet called Delirius, a hedonistic pleasure planet.

Sloane agrees, since he likes the idea of stealing money from the man who put a price on his head. But the mission is not going to be easy, and after Sloane has made his mark on Delirius, the place will never be the same again.

Lone-Sloane-Delirius-CoverIn 1966 French comic book artist Philippe Druillet, influenced by his favorite writers H.P. Lovecraft and A.E. van Vogt, created Lone Sloane. The first stories appeared in the Franco-Belgian comics magazine Pilote. Later on, Druillet, together with Moebius and Dionnet, created the legendary comics magazine Métal Hurlant for which he made more Sloane adventures. Delirius was written by Jacques Lob and was originally published in Pilote.

Druillet is known for his spectacularly bold page designs and the pages in Lone Sloane: Delirius are anything but traditional comic book pages. Sometimes these pages look like big montage sequences with large visuals. Rich with details, the pages read like picture puzzles. These are certainly eye-catching and at the time, this was a fresh approach to how one can tell stories in the sequential art form we call comics. However, because of this visual approach I found the storytelling somewhat lacking.

In comics the transition from panel to panel is very important. Some time passes between panels, within a scene usually a couple of seconds, sometimes just a fraction of that, sometimes more. It’s up to the reader to fill in the gaps between panels. For me, this is part of the beauty of comics. With Druillet’s visualization, the storytelling rhythm is somewhat jarred and makes for a less easy reading experience, especially when it comes to dialogue scenes. Lone Sloan: Delirius reads like a film in which the director is only interested in the special effects and big action sequences, and mostly uses medium-to-long shots when it comes to dialogue scenes. It dehumanizes the story somewhat.

Lone-Sloane-Delirius-Page

Moreover, it doesn’t help that drawing convincing facial expressions isn’t Druillet’s strong suit either. For most of the book Sloane just looks very pissed off or determined – depending on your point of view. This makes Sloane a cardboard character; someone we observe, not someone we feel concerned for.

Druillet’s visual strength lies in drawing eye-catching architecture, spacecrafts and alien landscapes. I especially liked how he visualized the landscape of Delirius and the creatures that inhabit it. If that’s your sort of thing then Lone Sloane: Delirius is definitely worth a read.

This review was written for and published on the wonderful blog of the American Book Center.

Lone Sloane ook in het Nederlands
Mocht je het Frans niet machtig zijn en geen zin hebben in een Engelse vertaling, dan kun je ook bij uitgeverij Sherpa terecht voor Nederlandstalige albums van de reeks Lone Sloane. In ieder geval zijn al uitgegeven Lone Sloane 1 – De zes reizen van Lone Sloane, waarin de eerste zes korte verhalen gebundeld zijn. En ook Delirius kwam recent uit op groot formaat. De hardcover kost € 29,95. Er is ook een luxe editie met linnen rug en gesigneerde piezografie voor € 75,00.

Categorieën
Stripplaatjes onder de loep Strips

Stripplaatje onder de loep: Dikke vrienden

Twee jaar geleden werd met veel succes een nieuw avontuur van Asterix uitgegeven, Asterix bij de Picten, gemaakt door scenarist Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad. Een vermakelijk album. Toch gaat er wat mij betreft niets boven de klassieke verhalen van het oorspronkelijke creatieve team achter de reeks, Albert Uderzo en René Goscinny.

De geliefde Galliër en zijn dorpsgenoten debuteerden 29 oktober 1959 in het eerste nummer van het franse stripblad Pilote, opgericht door Albert Uderzo, René Goscinny en Jean-Michel Charlier (auteur van onder andere Blueberry). Dat Asterix een grote ster zou worden zit al in zijn naam: Aster is het Latijnse woord voor ‘ster’, de toevoeging rix is Keltisch voor ‘koning’. Hoewel, Uderzo (1927) heeft ooit gezegd dat als ze niet zelf een stripblad hadden gehad om Asterix in te introduceren, hij er waarschijnlijk nooit was gekomen. Veel uitgevers geloofden niet in Asterix als held omdat hij met zijn kleine voorkomen er niet uit ziet als een typische held. Die waren indertijd namelijk jong en aantrekkelijk. Misschien dat het nieuwe aan Asterix en Obelix er juist voor heeft gezorgd dat de striphelden opvielen.

Een andere belangrijke factor is waarschijnlijk de scherpe pen van René Goscinny (1926-1977), een geniaal stripauteur die naast Asterix onder andere ook de reeks Lucky Luke pende. Ook een strip die ik tegenwoordig nog graag herlees. Dat kan ook makkelijk want beide reeksen zijn door hun historische setting tijdloos, maar bovenal zijn ze goed geschreven en bevatten scherpe grappen.

Running gags
Goscinny schreef over de Galliërs avonturen vol woordspelingen en knipoogjes naar de geschiedenis en de actualiteit. Ook ging hij speels om met clichés, stereotypen en culturele referenties. Een van de sterke punten van de Asterix-strip is de herkenbaarheid die deels wordt veroorzaakt door herhaling en running gags. Goscinny laat in de verhalen bepaalde elementen telkens terugkomen waardoor deze een vaste waarde worden en door de herkenning juist een lach opwekken. Denk bijvoorbeeld aan de Bard die constant het zingen wordt ontzegd omdat hij geen toon kan houden, de arme Romeinen die iedere confrontatie het onderspit moeten delven en Obelix die nooit toverdrank mag drinken omdat hij als kind in de ketel is gevallen.
stripplaatje-asterix_geschenk v caesarVriendschap
Mijns inziens is het hart van de reeks de vriendschap tussen Asterix en Obelix. Hoewel de vrienden elkaar altijd bijstaan, hebben ze ook geregeld ruzie. Zoals in het album Het geschenk van Caesar, waar bovenstaande stripstrook uit afkomstig is.

Als de nieuwe dorpsbewoner Appendix, aangespoord door zijn vrouw Angina, campagne voert om dorpsleider te worden, raakt hij natuurlijk in conflict met Abraracourcix, de huidige leider van het dorp. Er barst een politieke strijd los tussen Appendix en Abraracourcix (die in de huidige vertaling Heroïx heet). Tijdens een maaltijd laat Asterix aan zijn vriend weten dat hij de vreemdelingen het liefste ziet vertrekken, want dat gezin leidt tot ruzie in het dorp. Obelix, die zojuist tot over zijn oren verliefd is geworden op de dochter van Appendix, is het daar niet mee eens en stormt boos Asterix’ huis uit.

asterix_coverIn de scène hierboven leggen de twee het weer bij, zoals ze dat altijd doen. Asterix zoekt Obelix op en vraagt of zijn vriend nog steeds boos is. Vervolgens gaat de kleine blonde Galliër naast Obelix zitten en prikt hij speels in diens zij. Dat amuseert zijn vriend. Uiteraard is Obelix veel sterker en als hij Asterix’ vriendschappelijke gebaar herhaalt, knalt hij hem meters ver weg.

Deze scène en lichte variaties daarop zien we door de hele reeks terugkomen. Een visueel cliché dat juist door de herkenbaarheid een vertrouwd gevoel geeft. Vergelijkbaar is het moment dat de twee heren ruzie krijgen en met de neuzen tegen elkaar gedrukt naar elkaar staan te schreeuwen. (Iets wat veelvuldig voorkomt in Asterix bij de Picten.)

Het bovenstaande strookje toont ook meteen de andere kracht van de strip Asterix, namelijk hoe goed Uderzo kan tekenen. De goed getroffen lichaamstaal van de personages spreekt boekdelen. De aantrekkelijke tekeningen en het humoristische vernuft maakt dat je avonturen van Asterix eindeloos kunt blijven lezen.

Gepubliceerd in Eppo #17 (2014).

Categorieën
Minneboo leest Strips

Minneboo leest: Het laatste avontuur van Philemon

Goed nieuws voor fans van de stripreeks Philemon, want het laatste album is eindelijk in het Nederlands verschenen. De trein naar straks heet het.

philemon_de_trein_naar_straksPhilémon is de naam van een tiener die surrealistische avonturen beleeft op de letters van de Atlantische Oceaan. In Frankrijk is de stripreeks daarom precies 15 letters lang – net zoveel als het aantal letters in ‘Ocean Atlantique’.

Auteur Fred (ware naam Frédéric Othon Théodore Aristidès) is waarschijnlijk het meest bekend door zijn eigenzinnige reeks. Hij ontving al in 1980 de Grand Prix d’Angouleme voor zijn werk. Hij overleed 2 april 2013. Kort ervoor had Fred het laatste album van Philemon, Le train où vont les choses, afgerond. In plaats van een echt einde aan de reeks te breien verbond Fred het laatste verhaal met de eerdere avonturen, waarmee hij een soort van perpetuum mobile van Philemon maakte of een cirkelvertelling.

Philemon komt in dit laatste avontuur in aanraking met een lokkoppootjes, oftewel een locomotief die geen wielen heeft maar voeten om zich op voort te bewegen. Brandstof voor het voortuig is verbeeldingskracht, iets waar Fred in al die jaren nooit een tekort aan had. Het zou jammer zijn om te veel van de plot prijs te geven. Laat ik het er maar ophouden dat Fred met De trein naar straks, zoals het album in het Nederlands heet, wederom toont dat hij op eigen wijze, surrealistische elementen met een vrolijke scheut absurdisme weet te combineren.

philemon_trein_naar-straksPhilemon in het Nederlands
De strip Philemon verscheen voor het eerst in 1965 in het Franse blad Pilote. In de vroege jaren zeventig stonden een aantal verhalen in het stripblad Pep. In totaal verschenen er negen albums in het Nederlands bij verschillende uitgeverijen. Jammer genoeg werden de verhalen niet in chronologische volgorde uitgeven en ook niet allemaal. Dat wil uitgeverij HUM rechtzetten. In 2012 zijn ze begonnen met het heruitgeven van de reeks en recent kwam dus het laatste deel uit. De trein naar straks uit is het zevende album, ook HUM geeft de delen niet in chronologische volgorde uit, maar is wel van plan om alle delen op de markt te brengen. Liefdevol handwerk noem ik dat. Bewonderenswaardig.