Stripdagen Haarlem 2014: Serieuze stripgekte

Zaterdag 31 mei en zondag 1 juni is Haarlem weer even stripstad van Nederland, want dan vinden de Stripdagen plaats. Veel aandacht voor de Eerste Wereldoorlog en de nieuwe garde stripmakers. De highlights van het festival.

Affiche-Stripdagen-2014_typex

De charme van de Stripdagen Haarlem zit hem in het feit dat alles afspeelt op ver-schillende locaties binnen de stad en de stripliefhebber niet naar een of ander afthans industrieterrein hoeft af te reizen om zijn stripliefde te bedrijven, zoals bij sommige beurzen het geval is. Daarnaast biedt het programma veel exposities, lezingen en workshops.

WO I
Aangezien het honderd jaar geleden is dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kun je niet om dit thema heen. Ook de Stripdagen Haarlem speelt hier uitgebreid op in met verschillende tentoonstellingen, zoals ‘Inktzwart – WO I herdacht in strips en cartoons’, die zich concentreert op enkele belangrijke titels in dit genre. In de Vishal is tot en met 22 juni werk te zien van gerenommeerde internationale makers als Jacques Tardi, Ivan Adriaenssens en Joe Sacco. Ook is er beeld te zien uit de legendarische anti-oorlogstrip Charley’s War van Pat Mills en Joe Colquhoun, waarin de belevenissen van working class hero Charley Bourne centraal staan. Mills, door sommigen ook wel de godfather van de Britse strip genoemd, stond ook aan de wieg van het bekende stripblad 2000 AD, waarin Judge Dredd debuteerde en waar Mills ook veel verhalen over heeft geschreven.

Charley's war.
Charley’s war.

Volgens Mills is het een enorme uitdaging om een goede strip over de Eerste Wereldoorlog te maken: ‘Het is makkelijker om een comic over WO II te maken want je hebt dan als verteller veel mogelijkheden om dynamiek en drama in het verhaal te brengen. Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van tanks in actie en paratroepers. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zit de held van het verhaal in een loopgraaf en ziet hij weken, soms maanden lang de vijand niet. Met andere woorden: hij zit alleen maar in dat gat in de grond. Dat is op creatief vlak nogal een uitdaging.’ Mills is tijdens het festival aanwezig en wordt op zondag 1 juni 2014 om 13 uur in de Doelenzaal van de Stadsbibliotheek openbaar geïnterviewd. Prof. Kees Ribbens van het NIOD geeft na het interview een lezing.

Dirkjan
Het is overigens niet allemaal zwaarmoedigheid wat de exposities betreft, want de tentoonstelling ‘Oorlog op papier – Prenten en foto’s uit de Eerste Wereldoorlog’ in het Noord-Hollands Archief, toont de satirische en kritische blik van cartoonisten op het grimmige oorlogscircus, terwijl in het Partronaat Café in een serie stripachtige tekeningen van kunstenaar John Klinkenberg de band Motörhead tijdens de Grote Oorlog door het kapotgeschoten landschap toert.

In Studio Burgwal wordt het nog leuker, want daar hangen oorlogstaferelen uit de strip Dirkjan van Mark Retera. Leent Dirkjan zich eigenlijk makkelijk voor grappen over de Eerste Wereldoorlog? ‘Het voordeel van Dirkjan is dat je hem overal kunt inzetten. Hij is bijvoorbeeld ook een tijdje oermens geweest. De lezertjes accepteren zoiets onmiddellijk,’ zegt Retera. ‘Toen ik dacht dat WO I een leuk onderwerp was voor een reeks grappen, ben ik me gaan documenteren. Eerst dacht ik dat het misschien te heftig zou zijn en niet meer leuk. Ik had als documentatie het boek Loopgravenoorlog van Tardi gelezen en daar word je niet echt vrolijk van. Maar als je het eenmaal in een komische strip giet, dan blijkt het toch lollig te werken, en vergeten mensen gewoon dat het gruwelijk is. Het is maar hoe je het brengt.’ Naast de strips van Retera hangt werk van collega’s Peter de Wit (Sigmund), Hanco Kolk (S1ngle) en cartoons van Peter van Straaten. In één ruimte dus werk van de beste humoristische stripmakers van Nederland. Al hebben die laatste drie dan weer niets met de oorlog te maken.

dirkjan_hospitaal
Het werk van Jasper Rietman is ook te zien in het kader van 'Nieuwe garde'.
Het werk van Jasper Rietman is ook te zien in het kader van ‘Nieuwe garde’.

Nieuwe garde
Behalve oudgedienden richt het stripfestival de schijnwerpers ook op relatief nieuwe stripmakers onder de noemer ‘De nieuwe garde’. Wat de makers, behalve dat het merendeel op de kunstacademie heeft gestudeerd, met elkaar gemeen hebben? ‘Elk van de talenten werkt aan of heeft recent gewerkt aan ambitieuze graphic novels die het niveau van de Nederlandse stripcultuur een grote boost geeft,’ aldus de organisatie. Even voor de duidelijkheid: graphic novels, of stripromans, zijn strips gericht op een volwassen publiek. Qua ambitie zijn graphic novels in zekere zin vergelijkbaar met literaire romans. De laatste jaren wordt de term ingezet in de hoop het medium strip te legitimeren en een meer highbrow publiek aan te spreken. Dat neemt overigens niet weg dat sommige uitgeverijen het label te pas en te onpas op pretentieuze projecten plakken, maar dat terzijde.

Tot de nieuwe garde behoort onder meer Amanda Majoor die op dit moment werkt aan Swing und bratwurst, een boek over jazzy jongeren ten tijde van het Derde Rijk. Veel van de geselecteerde makers houden zich bezig met journalistiek in stripvorm, zoals Ted Struwer die opzien baarde met Wachten op het zoet, een driedelige beeldreportage waarin ze gedupeerden van de crisis een gezicht geeft, en Jules Calis die Afghanistan bezocht en getekende interviews met soldaten in Uruzgan publiceerde.

In de Refter van het Stadhuis is werk te zien van Ruben Steeman, een van de oprichters van Recensiekoning.nl. Steeman publiceert al sinds 2002 semi-autobiografische tekeningen op Elkedagrust.nl en sinds 2009 dagelijks. Inmiddels zijn dat meer dan 2500 tekeningen die in een gang van 20 meter zullen hangen. De karakters hebben vaak hun ogen dicht waardoor de tekeningen een verstilde kwaliteit hebben. ‘Door de gesloten ogen vraag je je sneller af wat de personages denken of voelen,’ aldus Steeman.

elkedagrust-tekening2341

Ook is er op verschillende locaties werk te zien van stripmakers die al wat langer meegaan, zoals Aimée de Jongh, bekend van Snippers in Metro, Guido van Driel, Paul van der Steen, Typex en vele anderen. Eigenlijk zou het gek zijn als het je lukt tijdens het festival niet per ongeluk een expositieruimte binnen te stappen, want die zijn over de hele stad verspreid.

Strips kopen
Uiteraard omvat het festival meer dan alleen kijken naar stripwerk aan een muur, wat toch een vermoeiende bezigheid is. Er zijn maar liefst drie beurzen waar de lezer strips kan kopen en wellicht een tekening van een stripmaker kan scoren. In de Philharmonie vindt de binnenbeurs plaats met voornamelijk uitgevers en signerende tekenaars. De buitenbeurs loopt als vanouds vanaf de Philharmonie langs beide kanten van de St. Bavokerk naar de Grote Markt. Hier zijn voornamelijk de stripwinkels en -handelaren te vinden. Op de Grote Markt en Riviervismarkt is ook de small-pressbeurs waar tekenaars en genootschappen hun eigen werk verkopen. Dit is dus de perfecte plek om aanstormend talent te ontdekken en bijzonder, afwijkend en met liefde gemaakt stripwerk in kleine oplagen aan te schaffen.

Illustraties: Paul van der Steen.
Illustraties: Paul van der Steen.

Zaterdagavond presenteert Typex samen met stripcollectief Lamelos in Patronaat een avond vol chaos, kunst, tekeningen, exposities en drank, inclusief optredens van ruige rockbands. Met onder andere Elle Bandita, de Zwitserse band What’s Wrong With Us? en de Haarlemse garagerock band De Kliko’s. Mensen met last van zelfoverschatting kunnen het podium beklimmen en zelf zingen onder begeleiding van de Hardrock Karaoke band.

Stripbier
Dat stripmakers graag een biertje lusten weet iedereen die wel eens op de vrijdagmiddagborrel in Lambiek te Amsterdam is geweest. Het is daarom niet verwonderlijk dat de Stripdagen Haarlem samen met Jopen bier iedere editie een speciaal biertje brouwt. De stripmaker die de huisstijl van het festival verzorgt, bepaalt welk bier er gebrouwen wordt en ontwerpt het etiket van het bierflesje. Dit keer is dat Typex. Mocht de smaak niet bevallen, dan mag de dorstige lezer bij hem zijn beklag doen. Zeven collega’s gingen Typex voor met als meest opmerkelijke wellicht Barbara Stok in 2004. De eerste vrouw in het gezelschap koos namelijk voor een witbier met witte chocolade smaak.

Bovenstaande is slechts het topje van een de spreekwoordelijke ijsberg. Voor het laatste nieuws en het volledige programma ga naar www.stripdagenhaarlem.nl.

Dit artikel is gepubliceerd in Nieuwe Revu #21 (21 t/m 27 mei 2014).

Share

Michael Minneboo

Michael Minneboo is een freelance journalist gespecialiseerd in popcultuur, fancultuur, strips, film, online media en beeldcultuur. Hij schrijft over onder andere comics, Nederlandse strips & animatie en interviewt makers uit binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij lezingen en adviseert hij particulieren en bedrijven over bloggen.

  • Marloes de Vries: 'Dagboekstrips moeten uit je hart komen' - Michael Minneboo ,

    Marloes de Vries maakt illustraties voor kinderboeken en tijdschriften. Recent bracht ze in eigen beheer een boekje met Journal Doodles uit. Dagboekstripjes uit 2013, een zwaar jaar volgens de stripmaker. De Vries tekent in een toegankelijke en ogenschijnlijk eenvoudige stijl. Alleen het hoognodige zet ze op papier. Net als in haar tekeningen laat ze een hoop buiten beschouwing wat haar leven betreft, al suggereert ze met wat ze wel laat zien genoeg.
    Omdat ik heb genoten van de vaak grappige gebeurtenissen en soms ontroerende observaties, leek een interview mij op zijn plaats. Daarbij vind ik het altijd een goed teken als stripmakers het lef tonen om eigen werk uit te geven. Laat maar zien wat je kan, wie weet wat het oplevert.
    Ik bel je wel even voor dit gesprek, dacht ik, want ik las in je boekje dat je bij een vorig interview per ongeluk koffie over de journalist had gegooid. Dit leek me veiliger zo.
    ‘Ha!Ha! Ik gooi inderdaad overal koffie overheen, daar sta ik om bekend. Niet echt heel handig. De meeste mensen dragen ook in een plastic regenpak als ze met me hebben afgesproken, echt zo’n poncho.’
    Goed, nu we de gekkigheid hebben gehad, kunnen we serieus aan de slag met dit interview. Een veel voorkomend thema in je boekje is je chocoladeverslaving. Hoe gaat het daarmee?
    ‘Niet goed. Die heb ik nog steeds niet onder controle. Zelf als ik geen chocola koop, dan koop ik wel bijvoorbeeld chocoladevlokken en eet gewoon het pak leeg. Zelf had ik trouwens helemaal niet door dat ik het er zo vaak over had in mijn boekje, andere mensen wezen me erop. Dus blijkbaar is het zo.’
    Waarom besloot je een dagboekstripje te maken? Wat waren daar de redenen voor?
    ‘In januari 2013 heb ik een hele omslag gemaakt. Toen ging mijn relatie van elf jaar uit en besloot ik heel impulsief om naar Rotterdam, aan de andere kant van het land, te verhuizen. De impact van die stap had ik ook een beetje onderschat. Ik hou van dagboekjes, maar had het idee dat als ik het zou tekenen het beter tot zijn recht zou komen en meer mijn gevoel erin kon leggen. Ik maakte die tekeningen puur voor mezelf. Een van die stripjes heb ik op mijn persoonlijke facebookpagina gezet voor mijn vrienden. Daar kreeg ik heel leuke reacties op, dus toen heb ik die stripjes ook op mijn gewone, publiekelijke facebookpagina gezet. Dat liep toen op een gegeven moment goed en mensen reageerden er leuk op.’
    Waarom helpt het tekenen van dingen je ze beter te ervaren?
    ‘Je hebt altijd met taal te maken. Veel mensen vragen waarom ik mijn onderschriften en ballons in het Engels schrijf. Nederlands is mijn moedertaal zou je zeggen maar eigenlijk is tekenen mijn moedertaal. Voor mij is het tekenen de eerste taal die ik ken en spreek. Daarom teken ik het liever dan dat ik het opschrijf.
    Je geeft op de achterkant van je boekje aan dat je een zwaar jaar had. Maar in je tekeningen houd je dat behoorlijk abstract en vertel je daar weinig over. Je draait er een beetje omheen…
    ‘Dat doe ik wel vaker. Ik ben als persoon erg open, maar tegelijkertijd ben ik heel gesloten. Ik kies bewust wat ik mensen wel en niet vertel. Ik maakte die tekeningen voor mezelf en was niet bezig met een publiek. Zo ben ik ze ook altijd blijven maken. Ik weet zelf wat er is gebeurd dus ik dat hoef ik mezelf niet uit te leggen. Ik hoef maar even te kijken en weet dan welk gevoel bij die gebeurtenis zat. Het is voor anderen misschien wat abstract, maar tegelijkertijd is de illustratie wel zo open dat mensen zich er goed in kunnen herkennen.’
    Ben je anders gaan tekenen toen je besloot het uit te gaan geven?
    ‘Eind 2013 had ik al een jaar die stripjes getekend. Ik merkte dat steeds meer mensen ze gingen lezen en ik kreeg ook vragen wanneer er weer nieuwe afleveringen kwamen. Toen begon ik bij het tekenen wel na te denken over het publiek en mezelf te vertellen dat het wel duidelijk voor ze moest zijn waar de illustratie over ging. Eigenlijk wilde ik dat niet. Ik wilde deze stripjes niet voor een publiek maken. Ze moesten dicht bij mezelf blijven. Toen ben ik ook eigenlijk gestopt met die zuivere journal doodles en meer strookjes gaan maken. Nu teken ik die dagboekstripjes ook niet meer. Ik ben op zoek naar iets anders wat ik voor een publiek kan maken. Ik wil die dagboek doodles niet compleet uitmelken.’
    Is je behoefte om die dagboekstripjes te tekenen ook minder geworden?
    ‘Ja. Ik merkte dat ik mezelf ertoe moest zetten om weer een journal doodle te tekenen. Eigenlijk is het dan niet meer oprecht wat je doet, vind ik. Dagboekstripjes moeten echt uit je hart komen, ze moeten synoniem zijn aan je gedachten en belevingswereld. Als dat niet meer het geval is, moet je eigenlijk stoppen.’
    Welke tekening uit je boekje is je favoriet en waarom?
    ‘Ik moet zelf nog steeds glimlachen op de strip waarin ik een hele chocoladereep in een paar minuten opeet en dat komt ook omdat dit nu nog steeds doe. Dat ik dan ook denk: “Shit, een hele reep in één keer weg!”‘
    Mijn favoriet is de tekening waarin je bubbeltjes plastic op de vloer van je studio neerlegt en daarop gaat lopen om die te laten knallen. Volgens mij doe je het als volwassene goed als je nog de tijd neemt om over bubbeltjes plastic te lopen.
    ‘Dat doe ik nu nog steeds. Soms leg ik dat spul ook wel onder mijn bureaustoel en dan zit ik achter mijn bureau lekker te rollen over dat plastic. Overigens vindt mijn studiogenoot dat wel minder leuk. Die ergert zich daaraan. Wat dat failing to be an adult betreft: volgens een psychioloog die ik laatst sprak heb je een bepaalde mentale leeftijd. Sommige mensen hebben een lage mentale leeftijd en dat zorgt juist voor extra plezier in je leven. Dat vind ik mooi. Dat ik in mijn hoofd eigenlijk een klein kind ben, vind ik wel fijn. ‘
    Waarom besloot je in eigen beheer een boekje uit te geven? Is het moeilijk om een uitgever voor je werk te vinden?
    ‘Ik weet niet of het eigenwijsheid of luiheid is. Ik wilde het project helemaal zelf afronden, dus ik heb ook geen uitgever gezocht. Dat doe ik met veel dingen. Misschien is dat een bepaalde onderzekerheid, want in het verleden heb ik wel uitgevers voor mijn kinderboeken benaderd, en die wezen het werk af. Op de een of andere manier heb ik besloten die stap nu over te slaan. Aan de andere kant moest het boek je er ook snel komen, ik wilde het afhebben voor de Stripdagen Haarlem. Via een uitgever duurt dat veel te lang. Nu kon ik het binnen een maand zelf doen.’

    Lees ook:Hallie Lama: ‘Ik ben fan van de DIY-mentaliteit’Minneboo leest: RingeldingenMike’s Webisodes 3: Stripdagen 2009Voorpublicatie: De wereld die strip heetEgostrippen met humor