Categories
Mike's notities

Minneboo droomt van teleporteren

Treinreizen is saai. Wanneer vinden we eens een teleportatiemachine uit?

Vandaag is een beetje een off day, oftewel, er komt niet veel nuttigs uit mijn vingers. De geplande recensies en artikelen waar ik mee bezig ben kunnen wel een dagje wachten. Eerst maar wat gedachten op een rij krijgen en mijn slaperige hoofd ontwarren.

Gisteren was ik in Groningen om een vergadering bij te wonen in het Stripmuseum van de Commissie Inhoud. Die houdt zich bezig met de planning van exposities en dat soort dingen.

Ruben Steeman was die middag ook in het Stripmuseum. Binnenkort is zijn tentoonstelling Elke Dag Rust te zien, dus kwam hij even kijken waar hij zijn 2500(!) tekeningen gaat ophangen.

Vóór de vergadering heb ik weer eens door het Museum gelopen. Een van mijn favoriete elementen is het beeld van Eucalypta, de heks uit Paulus de Boskabouter. Heksen en Halloween gaan goed samen immers en hoewel Eucaplypta het de boskabouter vaak moeilijk maakt, bedoelt ze het niet slecht.

EucalyptaVoordat ik naar het Stripmuseum liep, had ik een afspraak met mijn zusje Manouk. Ik kom niet vaak in Groningen, dus als ik er ben, vind het leuk om even bij te praten. Ze is vers afgestudeerd en nu al lekker bezig als freelance tekstschrijver.

Je zou denken dat Groningen niet zo ver weg is, maar ik ervaar die treinrit als een eeuwigheid. Het is belachelijk dat die hogesnelheidstrein naar het Noorden er uiteindelijk niet kwam, vooral als je bedenkt dat ik sneller in Brussel ben dan in een stad in eigen land. Door een seinstoring was er ook wat vertraging gisteren, zowel heen als terug. ‘s Avonds richting Amsterdam probeerde ik me te vermaken met de boeken die ik bij me had, maar was erg moe. Buiten was het donker dus er viel niets te zien. Dan is treinreizen saai zeg. Alsof dat metalen monster over de rails kruipt.

Ik zit mijn hele leven al in de trein maar de laatste tijd begint de NS me steeds meer tegen te staan. Er is veel gedoe met de OV-chipkaart. Logisch dat de Consumentenbond 2400 klachten binnenkreeg. Ook vind ik het niet netjes dat de kaartjes duurder worden terwijl de service er niet beter op wordt. Het lijkt tegenwoordig wel of ze ieder weekend onderhoud plegen, zodat een weekendreiziger altijd de dupe is.

naakteheksHad ik maar een bezemsteel zoals Eucalypta of een glider zoals the Green Goblin, dan vloog ik naar mijn bestemming. Ik vind het namelijk leuk om ergens anders te zijn maar hou niet van reizen.

Het wordt hoog tijd dat we een teleportatiemachine uitvinden. Niet zoals die uit The Fly natuurlijk, want dat geeft alleen maar problemen. Misschien zo’n ding uit Star Trek. Hoewel, die transporter scant in wezen al je moleculen om je vervolgens op een andere plek weer op te bouwen. Welke computer zou jij dit werkje toevertrouwen? Een computer die op Windows draait loopt ongetwijfeld halverwege het opbouwen vast. Daar sta je dan zonder romp of hoofd. Nee, bedankt. Laat ze eerst maar eens een stabiele kwantumcomputer uitvinden, dan praten we verder. Voorlopig moet ik het dus nog met de trein doen.

Straks weer naar Utrecht, ik ga me alvast mentaal voorbereiden en neem nog een kopje koffie om mezelf moed in te drinken.

Categories
Mike's notities

‘Groningen heeft alles!’

In de serie Hollandse Wereldsteden vandaag een gastbijdrage van Manouk, die al eerder dit relaas over de Goedheiligman bijdroeg en tegenwoordig op haar eigen webstek Veel liefs, Suuz blogt. Manouk woont en werkt in Groningen en vond het eens tijd om te laten weten hoe leuk die stad eigenlijk is.Groningen heeft alles. De geur van verse shag drijft door het open raam naar binnen. Onwillekeurig adem ik diep in. Het ruikt niet echt lekker, ook niet echt vies, maar het is heel kenmerkend voor Groningen. In dit deel van de stad kun je regelmatig de oude tabakfabriek ruiken die hier staat. Op het witte gebouw kun je nog net de in zwart geschilderde naam lezen. Geen lichtreclame, niet eens een houten bord. Gewoon een vervaagde naam op een stenen muur.In het zicht van de oude tabakfabriek staat een gebouw dat past in het rijtje van meest vooruitstrevende, spraakmakende en innovatieve gebouwen ter wereld: Het Groninger Museum. Het is ontworpen door o.a. Alessandro Mendini en dat is te zien. Het kleurige, bijzondere gebouw lijkt op het water te drijven en omsluit aan twee kanten de Museumbrug. Het is een gebouw met heftige vormen en kleuren, waarvan de gouden toren (daar waar de schilderijen opgeslagen worden) de blikvanger is.Recht tegenover de lichtblauwe Museumbrug ligt het statige, rode Station. Ons station heeft iets weg van de stijl van de art nouveau en is voorzien van de nieuwste technische snufjes. De pijlers waar het dak boven de sporen op rust zijn van glimmend donkergroen staal en voorzien van subtiele lijnen en krullen. De stationshal zelf is adembenemend en galmt zo heftig als alleen een hoge stenen stationshal kan galmen. Boven de deuren naar de gang hangen beschilderde bordjes met ‘wachtkamer 1e klas’ en dergelijke. De twaalf houten toegangsdeuren rammelen als een oude trein wanneer ze automatisch voor de reizigers opengaan.De dames en heren die vroeger in de wachtkamers zaten, droegen valiezen bij zich en geen koffers. In de hal kun je het leer nog bijna ruiken. Op de perrons ruikt het in veel gevallen naar patat en lekkere broodjes. Enkele duiven scharrelen op de grond, maar dat deden ze vroeger vast ook al.Groningen is zo’n stad waar straten en pleinen belegd worden met gladde, hobbelige keitjes zodat de gebouwen en het water er omheen extra mooi uitkomen. In ‘mijn’ stad staat de kerk nog midden in het centrum: de Martinitoren is het kompas voor veel bezoekers. Bovendien is alles dichtbij: op de fiets kun je de verste uithoeken bereiken binnen twintig minuten. Eigenlijk is Groningen een stad met de charme van een oud dorp.Deze dorpse stad is kleurrijk en fascinerend. De Vismarkt is groter dan de Grote Markt, de bank is gevestigd in een donker, natuurstenen gebouw en de A-kerk is het meest geziene maar minst bezochte gebouw van de stad. Achter prachtig gerestaureerde voorgevels schuilen hypermoderne internetbedrijfjes en aan de smalle eenrichtingstraatjes langs het water zitten de meest hippe winkeltjes, waarvan ik nooit zeker weet welke de kapper is en welke de ‘lifestyleshop’.De straten zijn geel of glimmend grijsgroen, het water sabbelt rustig aan de kades en zelfs als de lucht loodgrijs is, stralen de rode en witte gebouwen warmte uit. Zelfs wanneer de wind snijdt en de regen mijn gezicht striemt, waan ik me veilig in de binnenstad.Lees ook:

Categories
Mike's notities

Gastauteur: Sinterklaas & zo…

Het heerlijk avondje is gekomen… of nu ja bijna dan. Gastauteur Manouk werpt licht op de legende van Sinterklaas. Of toch niet?Ieder jaar is het weer hetzelfde liedje: Sinterklaas komt er aan en de verhalen over hoe het allemaal zo gekomen is schieten als paddestoelen uit de grond. Terwijl je broertje luidkeels ‘Sinterklaas Kapoentje’ staat te zingen, heb jij al weer vijftien keer gelezen dat Sinterklaas echt bestaan heeft, dat hij niet in Spanje leefde maar in Turkije, en dat hij een weeshuis opzette en zijn cape (tabberd) deelde met een aantal arme kinderen die het koud hadden. Koud. In Turkije. Laten we een bommetje leggen onder de legende.Pedo
Sinterklaas is de kindervriend bij uitstek. Sinds de oprichting van de Partij voor de Naastenliefde, nogwat en Diversiteit heeft het woord ‘kindervriend’ een iets andere betekenis gekregen. Laten we er van uitgaan dat Sint Nicolaas geen pedofiel was (hoewel er in het hedendaagse Vaticaan genoeg voorbeelden zijn van bisschoppen die het met koorknapen doen) en dat hij gewoon een kindervriend was om zijn liefdadigheid. Hij leefde namelijk in de vierde eeuw na Christus als bisschop in Myra in, jawel, Turkije. Volgens de verhalen heeft hij dat dorp van de ondergang gered door het verstrekken van voedsel. Ook schijnt hij arme meisjes van bruidsschatten voorzien te hebben zodat ze konden trouwen. Verder zou hij nog meer liefdadige dingen gedaan hebben die vooral met kinderen te maken hebben.Allemaal leuk en aardig, maar in Spanje zelf is Sinterklaas geen feest voor de kinderen, het is een feest voor de gelovigen. En dan vooral voor de vrouwen die in geldnood zitten… Ze lopen drie maandagen achter elkaar van huis naar een kerk die gewijd is aan de Sint, mensen krijgen cakejes, gedroogd fruit, noten en caramelsnoepjes, en de jonge bisschopjes (tussen de 4 en 7 jaar oud) nemen een speciale plaats in op die dag.Pienter ventje
Hoe kwam die man eigenlijk in Spanje terecht? Waarom roepen we nog steeds dat hij ieder jaar uit Madrid komt met zijn stoomboot (ik dacht dat de stoommachine pas rond de 18e eeuw uitgevonden werd, maar blijkbaar was Sint Nicolaas een pienter ventje) terwijl we allemaal weten dat het een rasechte Turk is? Ik ben zelf van mening dat die zeelui met hun sterke verhalen vanalles verzonnen hebben. Toen wij Nederlanders in de Gouden Eeuw (17e eeuw) gingen varen kwamen we regelmatig de Spanjaarden tegen. Aangezien ons Sinterklaasje als de beschermheer van de scheepvaart gezien werd kan het best zijn dat de zeelui wat uit hun duim gezogen hebben.Herinneren jullie dat relletje nog van een aantal jaren geleden? Een groep mensen claimde dat het gedeelte over Zwarte Pieten in het verhaal discriminerend was en daar viel de rest van Nederland dan weer overheen. Nou, ze hebben gelijk. Die eerste groep dan. In de eeuwen rond de Gouden Eeuw waren het de Moren die de macht hadden in Spanje (en ja de Moren zijn zwart). Ook rond die tijd overwonnen de Spanjaarden de Moren weer, dus het zou best eens zo kunnen zijn dat onze Zwarte Pieten (die natuurlijk onder leiding staan van Sinterklaas) symbool staan voor de overwinning op de Moren. Aanwijzingen genoeg: in landen als Australië, Slowakije en Tsjechië is degene die Sinterklaas op zijn tocht vergezelt niet een Zwarte Piet of een andere hulp, maar een aangelijnd monster met hoorns en een rode tong, gekleed in bont. In deze gevallen staat Sinterklaas voor het goede, en het monster voor het kwade. De kettingen waaraan het wezen vastzit zorgen ervoor dat hij de mensen geen kwaad kan doen en staan symbool voor de macht die Sint Nicolaas heeft.Stinkende kinderschoentjes
Is er nog één aspect over: het paard van Sinterklaas. Trouwe Americo, het witte paard dat over de daken kan lopen zonder de dakpannen er af te kegelen en nog lang niet moe is als hij in één nacht heel Nederland en een stukje België doorkruist heeft. Americo, het paard dat op het dek mag staan van de stoomboot, het paard dat iedere nacht weer tientallen kilo’s stro, hooi en wortelen in de kleine stinkende kinderschoentjes vindt. In een groot deel van België, heel Frankrijk, Luxemburg en Zwitserland bestaat hij helemaal niet. Daar heeft Sinterklaas een ezeltje, een klein ezeltje ja, en omdat dat diertje te klein is om de tabberd van de grond te houden draagt het beest manden met cadeautjes en snoepgoed. En de Sint, die ongeveer 1600 jaar oud is, moet lopen.En om het verhaal compleet te maken: Pakjesavond is de viering van de sterfdag van Sint Nicolaas, op 6 december 434. Heb ik jullie tóch stiekem verteld hoe het Sinterklaasfeest in elkaar zit.Wie meer teksten van Manouk wil lezen, kan surfen naar: Holly N Co.