Posts Tagged ‘Art-direction’

Behind the scenes: Metropolis

Tuesday, June 21st, 2016

Een prachtige foto van de filmcrew die bezig is met de miniaturen voor de film Metropolis (Fritz Lang, 1927).

Bron: don56.tumblr.com.

Bron: don56.tumblr.com.

Metropolis is een klassieke sciencefictionfilm en volgens de legende de duurste film die in de jaren twintig is geproduceerd. Als ik de film zie geniet ik altijd erg van de art-direction en miniaturen die in de film gebruikt worden en die het toekomstbeeld van toen tot leven brengen.

Ik hou namelijk erg van miniaturen en schaalmodellen in films. Daarom ben ik ook dol op het vroege werk van Tim Burton, want daarin maakt hij veel gebruik van dat soort elementen.

Hoe goed de schaalmodellen en miniaturen ook zijn, je ziet het bijna altijd als ze in films gebruikt worden. Ze hebben de charme van handwerk – iets wat mijns inziens ontbreekt bij digitale special effects. Die zijn namelijk onzichtbaar of slecht en dus zichtbaar. Maar wanneer ze zichtbaar zijn, zijn die digitale effecten dus mislukt.
Terwijl miniaturen aan de ene kant de illusie van echtheid creëren terwijl je tegelijkertijd het handwerk ziet. Een visuele paradox die het brein op een goede manier laat borrelen.

Mijn eerste kennismaking met Metropolis was de videoclip ‘Radio Ga Ga’ van Queen. In die clip zitten namelijk shots van Metropolis verwerkt. Als kind keek ik vol verwondering naar die beelden. Ze deden me wegdromen naar grote steden als New York.

Toen ik op de HKU ging studeren, was de film van Fritz Lang een van de eerste die ik leende uit de mediatheek. Toen kon ik de film dus eindelijk voor het eerst zien. De special effects vond ik toen tof, maar het verhaal ligt wat zwaar op de maag.

Ik leen de synopsis even van Wikipedia:

Het verhaal draait om een futuristische stad in het jaar 2026, waarin de mensen zijn opgedeeld in ‘denkers’ die in luxe boven de grond leven en de ‘werkers’ die zwoegen in de mijnen. Een bijna bijbelse vrouw genaamd Maria komt op voor de rechten van de werkers en zegt hun niet in opstand te komen maar de komst van een bemiddelaar af te wachten. De burgemeester van de stad laat Maria opsluiten en een robot haar vorm aannemen; deze robot speelt vervolgens de werkers tegen elkaar uit en organiseert een opstand in de mijnen, waarbij de mysterieuze ‘M-Machine’ wordt vernietigd en de reservoirs van de stad overstromen, waarbij de kinderen van de werkers dreigen te verdrinken, maar op het nippertje worden gered door de inmiddels ontsnapte ‘echte’ Maria en de burgemeesterszoon. Wanneer de robot-Maria, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de chaos, levend wordt verbrand, ontdekt men dat het geen echt mens is. Uiteindelijk verzoent de zoon van de burgemeester de twee groepen in zijn rol als bemiddelaar.

Later zag ik de montage van Giorgio Moroder in het Filmmuseum toen ik film studeerde aan UvA. Moroder maakte een versie die meer voldoet aan de standaard plot van Hollywoodfilms en voegde een soundtrack toe met popmuziek. Deze versie is een stuk korter dan Langs oorspronkelijke versie, maar erg toegankelijk voor een hedendaags publiek.

Imagine 2016: Building dreams and nightmares

Monday, April 11th, 2016

Het 32ste Imagine Film Festival staat van 14 t/m 24 april in EYE Amsterdam en beleeft haar feestelijke opening op donderdag 14 april met het Amerikaanse Midnight Special van Jeff Nichols. Dit jaar draait het fantastische filmfestival om de prominente rol die architectuur en vormgeving in fantastische films spelen.

Even enkele hoogtepunten uit het programma aangestipt:

Met het themaprogramma Building Dreams and Nightmares besteedt Imagine dit jaar aandacht aan de prominente rol die architectuur en vormgeving in fantastische films spelen. In veel gevallen wordt daarin een eigen wereld van de grond af aan ontworpen en gebouwd. Van Metropolis tot The Shining en van Inception tot The Grand Budapest Hotel, steeds vervullen architectuur en vormgeving een sleutelrol bij het creëren van een nieuwe of andere werkelijkheid.

Daarnaast hebben filmmakers, net als architecten, toekomstvisies over onze steden en leefomgevingen van morgen. Zij zijn daarin vaak pessimistischer dan stedenbouwers, die werken aan een ideale stad. Vervuiling, overbevolking, schaarste van water en voedsel, het oprukken van smart technology en de groeiende kloof tussen arm en rijk, het zijn prominente onderwerpen uit de dystopische fictie die nu op de agenda van stedenbouwers staan.

project m film

Masterclasses
Imagine biedt dit jaar twee masterclasses van twee zeer verschillende makers. Zo is de Amerikaanse production designer Anshuman Prasad te gast. Hij genoot een opleiding als architect en werkte aan films als 300: Rise of an Empire, Captain America: The Winter Soldier en Batman vs Superman: Dawn of Justice. In een masterclass gaat hij in op zijn gebruik van architectuur.

Ook verwelkomen we regisseur Alex van Warmerdam. Al sinds zijn debuutfilm Abel (1986) laat hij zijn sets speciaal bouwen. Tijdens een masterclass gaat hij aan de hand van materiaal uit zijn omvangrijke oeuvre in op zijn visie en werkwijze.

The Lure.

The Lure.

Symposium
In het symposium De Toekomst van de Stad, georganiseerd in samenwerking met het Architectuur Filmfestival Rotterdam, gaan filmmakers, architecten en kunstenaars in discussie over toekomstscenario’s voor de (mega)steden van morgen. De Nederlandse architect Winy Maas en de Britse kunstenaar Liam Young zullen hier in ieder geval aan deelnemen.

De openingsfilm van Imagine 2016 is de Amerikaanse film Midnight Special van Jeff Nichols, met Michael Shannon, Joel Edgerton en Kirsten Dunst. De film had zijn wereldpremière in februari in de competitie van het filmfestival van Berlijn. De sci-fi thriller gaat over vader Roy en zijn achtjarige zoontje Alton, die over bijzondere gaven beschikt. Wat begint als een vlucht voor een religieuze sekte en de lokale politie, escaleert al snel tot een landelijke klopjacht georganiseerd vanuit het hoogste niveau van de FBI. Jeff Nichols maakte eerder de films Shotgun Stories (2007), Take Shelter (2011) en Mud (2012).

De publieksopening is de Koreaanse actiefilm Veteran van Ryoo Seung-wan, vorig jaar een groot kassucces in eigen land. De eigenzinnige rechercheur Seo Do-cheol vermoedt dat de dood van een bevriende vrachtwagenchauffeur geen zelfmoord is, zoals de officiële lezing wil. Zeer waarschijnlijk zit de steenrijke industrieel Jo Tae-oh erachter. Diens advocaten doen alles om het onderzoek van Do-cheol tegen te werken. Maar die laat zich niet intimideren. Superieure actiefilm met een forse dosis humor en slapstick.

Het festival wordt afgesloten door de Noorse rampenfilm The Wave, waarin een geoloog in een klein fjordendorpje vermoedt dat een overhangende klif wel eens in het fjord zou kunnen storten, wat een allesvernietigende tsunami zou veroorzaken. De film was een reusachtig succes in Noorwegen en is gemaakt in de beste traditie van Steven Spielberg en Roland Emmerich.

Shorts
Het programma van korte films werd geselecteerd uit ruim 800 inzendingen. De 35 films zijn afkomstig uit zeventien landen. In het programma zijn vier Nederlandse films opgenomen. Twee films beleven bij Imagine hun wereldpremière: de Nederlandse film Baardmos van Kokosky Deforchaux en het Deense The Sunken Convent van Michael Panduro. De Europese films in het programma vormen de competitie voor de Zilveren Méliès, de prijs voor de beste Europese fantastische korte film.

imagine 2016

Nederlands
Na een succesvol eerste jaar organiseert Imagine voor de tweede maal een dag die speciaal is gewijd aan de Nederlandse fantastische film. Met pitch sessies, korte films, een industrylezing, een masterclass en een speelfilmpremière. Gericht op professionals, studenten en makers, én met programma’s waarin de Nederlandse fantastische film in de schijnwerpers wordt gezet.

Zes Nederlandse filmmakers pitchen hun projecten voor een internationale jury. De beste pitch neemt deel aan de coproductiemarkt Frontières in Montreal in juli. De pitchsessies vinden plaats op donderdag 21 april om 13:30 uur.

Industrylezing
De Zwitserse Annick Mahnert is consultant voor onder meer sales agents, festivals en industry-programma’s. In haar lezing zet zij uiteen hoe Nederlandse kunnen profiteren van een groot aantal recente initiatieven voor de ontwikkeling, financiering, distributie en vertoning van fantastische films. De lezing vindt plaats op donderdag 21 april om 15:30 uur.

Nieuw Nederlands Peil
Een programma met recente Nederlandse korte films en work in progress van Nick Jongerius’ speelfilm The Windmill Massacre. Alle makers zijn aanwezig voor inleidingen en Q&A’s. Het programma bestaat uit: Baardmos (Kim Kokosky Deforchaux, 19’), Bovenkamer (André Maat, 3’), Peer (Jeffrey Tomberg, 18’) en Unforgettable (Marco Grandia, 5’). De films draaien op maandag 18 april om 19:30 uur en donderdag 21 april om 12:15 uur (reprise, zonder filmmakers).

Kristen
Mark Weistra’s debuutfilm werd geheel buiten alle fondsen en gebruikelijke kanalen om gemaakt. De psychologische thriller was in een voorlopige versie te zien tijdens het Nederlands Film Festival en de definitieve versie beleeft zijn première tijdens Imagine NL op donderdag 21 april om 19:20 uur met Q&A.

Hardcore Henry Q&A
Ilya Naishuller, de regisseur van Hardcore Henry, komt naar Imagine! De Russische regisseur van deze sensationele non-stop actiefilm, is aanwezig bij beide screenings voor een inleiding en Q&A. Imagine is het eerste en voorlopig enige Europese festival waar hij aanwezig is, dus mis deze kans niet!

Creature designers
Creature Designers: The Frankenstein Complex is een documentaire over monstermakers die naast alle groten uit het vak een schat aan prachtig materiaal en weemoed naar het handwerk van weleer biedt. The Frankenstein Complex kiest voor zowel een historische als creatieve invalshoek, met een mix van fascinerende scènes achter de camera, filmfragmenten en tientallen interviews met alle groten uit het vak. Naast veel mooie anekdotes biedt de film een schat aan prachtig testmateriaal en laat terloops ook zien hoe het film maken veranderd is.

De film vertelt de geschiedenis van de make-up van Lon Chaney en mannen in rubber pakken tot CGI en performance-capture van de laatste Planet of the Apes. Het is daarmee een liefdevolle ode aan het vak van monstermaker, maar tegelijk een mooie analyse van de manier waarop het maken van films in honderd jaar tijd veranderd is. Sommige geïnterviewden zijn uitstekende vertellers, met schitterende anekdotes. Wat de film bijzondere waarde geeft, is dat hij een vrij compleet overzicht biedt, zonder te specialistisch te worden. Daarbij heeft de film duidelijk sympathie voor de monstermakers van weleer en ontsnapt hij niet aan weemoed.

Genieten van Vincent Price

Wednesday, January 22nd, 2014

De laatste tijd ben ik me aan het verdiepen in het leven en carrière van acteur Vincent Price (St. Louis, 27 mei 1911 – Los Angeles, 25 oktober 1993). Ik vind het een heerlijke acteur en ben vooral een liefhebber van de horrorfilms die hij maakte.

Een dikke (auto)biografie moet ik ooit nog lezen, maar deze documentaire gaf al een aardig overzicht.

Ik ben met name een aantal van de films waarin hij speelt aan het kijken. Eergisteren was dat het vermakelijke Theatre of Blood, waarin Price een acteur speelt die wraak neemt op zijn critici. Gisteren was Diary of a Madman uit 1963 aan de beurt, waarin Price onder invloed van een monster uit een andere dimensie aan het moorden slaat. Zijn nieuwbakken verloofde is een de mensen die eraan moet geloven. Price hakt flink op haar in, in een scène die doet denken aan het drie jaar ervoor gedraaide Psycho van Alfred Hitchcock.

Diary-of-a-Madman_mes2

Price speelt zijn rollen soms dik aangezet en lekker camp. Dan weer verrast hij met een zeer gevoelige en subtiele performance.

Tegenwoordig prikken we meteen door kunstmatigheid van de studiodecors heen, maar eigenlijk is dat artificiële tintje van dit soort films een extra attractie voor mij. Ik kan erg genieten van een minimalistisch decor als deze:
Diary-of-a-Madman_begrafenis

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren.

Inside Llewyn Davis: Greenwich Village anno 1961

Friday, December 27th, 2013

Zelf was ik er niet bij toen folkmuziek hip was in de jaren vijftig en zestig, maar ik luister graag naar oude Bob Dylan-songs. Dankzij de Coen Brothers krijgen we een aardige impressie van hoe die tijd was voor sommige folkmuzikanten, in de persoon van Llewyn Davis. Dat Davis een fictief personage is, doet daar niets aan af. Hij staat voor alle muzikanten die niet wisten door te breken bij een groot publiek en zijn leven is nogal mistroostig.

Inside-Llewyn-Davis4

Davis was vroeger een duo met zanger Mike en samen maakten ze muziek die in het verlengde ligt van wat duo’s als The Everly Brothers en later Simon & Garfunkel maakten: harmonieuze, lekker in het gehoorliggende folk-songs. Nu Mike er niet meer is, moet Davis het alleen rooien. Hij sleept zichzelf van optreden naar optreden en van huiskamer naar huiskamer, waar hij bij vrienden op de bank slaapt. Zelf heeft hij geen huis, daarvoor verdient hij te weinig geld met zijn optredens.

Dit beeld herken ik uit Chronicles vol.1, de autobiografie van Dylan die beschrijft hoe hij in huizen van vrienden verbleef toen hij zijn eerste stappen in de folk-scene van Greenwich Village zette. Ik kan me pagina’s beschrijving herinneren, vooral van de huizen en de vele boeken die hij in de woningen van zijn vrienden vond.

Tijdmachine
Inside Llewyn Davis is geen vrolijke film. En Davis is in beginsel ook geen sympathieke hoofdrolspeler – al zet Oscar Isaac hem fantastisch neer. Zoals ik al schreef: ik was er niet bij, maar dankzij film kun je in een tijdmachine stappen en tijdperken zien waar je zelf nooit deel van hebt uitgemaakt.

De decors in Inside Llewyn Davis zien er getrouw aan 1961 uit. Het moet veel moeite gekost hebben om al die oude klassieke auto’s te vinden waar de straten vol mee staan. Om nog maar te zwijgen van de passende kleding, koffiekopjes en het behang uit die tijd. De sfeer in de koffiehuizen voelt authentiek – voor zover ik dat kan beoordelen natuurlijk. Het beeld lijkt aan te sluiten bij wat ik van die periode weet; ik ben geen expert, slechts een liefhebber. Ook is alles gefilmd in soft focus wat het beeld zachter maakt, alsof we door een nostalgisch venster terug in het verleden kijken.

Op de site die ter promotie van de film in het leven is geroepen, staan interessante artikelen over de productie waaronder de moeite die production-designer Jess Gonhor had om alles voor elkaar te krijgen:

Production designer Jess Gonchor says, “It’s getting harder and harder to shoot a period movie in Manhattan. It’s changed so much.” For Gonchor, the toughest job was reimagining the wall textures and room space of his Gaslight Cafe in a Crown Heights warehouse. He also transformed an East Harlem church into a seamen’s union office—and, given a tight budget, shot Chicago scenes in the Gramercy Theater and Burger Heaven on 51st Street and found patches of winter road in Westchester as anonymously flat and desolate as any in the Midwest. Many of the West Village locations were shot in the East Village, and even when half a century has left architecture pretty much intact, decor has evolved so drastically that pre-WW2 apartments had to be substantially retrofurbished. Llewyn’s sister’s narrow Queens two-story with the gray asphalt shingles and the Chef Boy-Ar-Dee Cheese Pizza in the cupboard was easier—pure Woodside, even though it’s actually in Ridgewood. The folksingers’ furniture is a jumble of secondhand couches, worn Danish modern, and such perennials as the wine-bottle lamp with the frayed shade in Al Cody’s cramped walkup. And reinforcing “reality” throughout is Bruno Delbonnel’s crucial decision to bathe everything in the cold gray cloud-cover light that dominates every New York winter.

Het effect van al die moeite is dat we samen met Davis door Greenwich Village van toen lopen en The Gashlight bezoeken waar diverse folkzangers een podium vonden. Ook Bob Dylan, waar we aan het eind van de film een glimp van zien.

Inside-Llewyn-Davis2

Inside-Llewyn-Davis3

Greenwich Village was begin jaren zestig het epicentrum van de folk-scene: in de koffiehuizen en clubs in de straten rond Washington Square traden folkzangers en -zangeressen op tijdens open-mike nights in de hoop het publiek aan te spreken en ontdekt te worden. De film speelt echter voor de hype:

The Greenwich Village of Llewyn Davis is not the thriving scene that produced Peter, Paul and Mary and changed the world when Bob Dylan went electric. It is the folk scene in the dark ages before the hits and money arrived, when a small coterie of true believers traded old songs like a secret language. Most were local kids or voyagers from the suburbs of Long Island and New Jersey, fleeing the dullness and conformity of the Eisenhower 1950s to a Bohemian life in lower Manhattan, where a two-person hole-in-the-wall could still be had for twenty-five dollars a month.

Some details of the movie suggest familiar figures—Llewyn’s Welsh name recalls Dylan, and like Phil Ochs he crashes on the couch of a singing couple named Jim and Jean. But the story takes place in the moment before Dylan and Ochs arrived, when no one imagined the Village becoming the center of a folk boom that would produce international superstars and change the course of popular music. This moment of transition—before the arrival of the 60s as we know them—was captured by one of the central figures on that scene, Dave Van Ronk, in his memoir The Mayor of MacDougal Street, which the Coen Brothers mined for local color and for a few key episodes of this week in Llewyn’s life. Llewyn is not Van Ronk, but he sings some of Van Ronk’s songs and shares his background as a working class kid who split his life between playing guitar and shipping out in the Merchant Marine.

Llewyn also shares Van Ronk’s love and respect for authentic folk music, old songs polished by the ebb and flow of oral tradition. For Van Ronk’s generation, the well-worn authenticity of folk provided a profound contrast to the ephemeral confections of the pop music world, and the choice to play folk was almost like joining a religious order—complete with a vow of poverty, since there were virtually no jobs in New York for anyone who sounded like a traditional folk artist. That would change in the early 1960s, and already in early 1961, when Inside Llewyn Davis takes place, there were glimmerings of the world to come—a few small clubs where people could play once in a while for tips, and some little record companies that—though they might not pay much—were at least willing to record the real stuff. Van Ronk recalled that time with a mix of wry humor and deep affection—like Llewyn he was living hand to mouth and sleeping on couches, but he was surrounded by people for whom the music mattered more than anything else. (Bron)

Het verteltempo in Llewyn Davis ligt niet hoog, en dat geeft je alle ruimte om eens goed naar de omgeving te kijken. Dat levert wat mij betreft extra kijkgenot op. Linda en ik zagen de film op eerste kerstdag in The Movies, Amsterdam. De vroege voorstelling van 11.45 werd door ons en een ouder stel bezocht. Verder was de zaal leeg. Dat is pas lekker rustig film kijken.

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren.

Postapocalyptisch decor

Wednesday, October 9th, 2013

In I Am Legend is Will Smith schijnbaar de laatst overgebleven mens op aarde. Het merendeel van de mensheid is gestorven aan een gemuteerd virus, een kleine zeshonderd miljoen mensen is veranderd in een soort vampierachtige wezens met een kannibalistische eetlust. Smith is om de een of andere manier immuun voor het virus en woont als enige nog in New York.

i-am-legend-4

I Am Legend is een verfilming van het gelijknamige boek van Richard Matheson dat al eerder verfilmd werd als The Omega man (1971) met Charlton Heston en The Last Man on Earth (1964) met de fantastische Vincent Price. Persoonlijk vind ik Price een veel betere acteur dan Smith die ik altijd blijf associëren met The Fresh Prince of Bell Air. Dat komt natuurlijk omdat die comedy uitentreuren herhaald wordt bij Veronica.

I Am Legend is vermakelijk in de actiescènes maar zakt volledig door het ijs als Will Smith tegen objecten begint te praten om zijn gevoel van eenzaamheid te verminderen. Dat hij een dialoog met zijn hond voert is goed voor te stellen en bovendien een handige manier van de scriptschrijvers om ons van informatie te voorzien. Als hij echter tegen een paspop in de videotheek een praatje begint te maken om kennis te maken en wanneer hij alle dialoog van Shrek begint op te dreunen, verliest I Am Legend al zijn kracht, als een dood biertje dat sinds gisteravond op de bar staat en is vergeten. Laat Smith maar rennen en schieten, daar is hij wel goed in.

De decors van I Am Legend vond ik wel fantastisch. Heel mooi wordt in beeld gebracht tot welke woestenij New York vervalt als de mens is vertrokken. Dat is toch een van de aantrekkelijke factoren van postapocalyptische films, om te aanschouwen hoe de aarde er na ons uit ziet. Getuige zijn van hoe de natuur de geasfalteerde straten weer langzaam begroeit met onkruid en de betonnen jungle langzaam in een echte jungle verandert als de gebouwen vervallen en vermoeid in elkaar storten.

i-am-legend-2

i-am-legend-660x282

Zo ziet Halloween eruit

Saturday, September 28th, 2013

Sinds een paar weken zit ik mijn hart op te halen met de verschillende Tumblrs die Halloween als thema hebben. Prachtige foto’s van herfsttaferelen, vintage illustraties en postkaarten en natuurlijk foto’s van jack-o’-lanterns en spookkastelen. De meeste bloggers beginnen al van begin september met het posten van Halloweenspul. Sommigen plaatsen het hele jaar door materiaal, maar nu de eerste bladeren van de bomen beginnen te vallen zit de sfeer er al aardig in.

halloween3-feestwinkel2web

halloween3-feestwinkel_web

Het grootste plezier heb ik echter van horrorfilms waarvan het verhaal rond de 31ste oktober speelt of die qua sfeer gewoon goed bij Halloween passen.

Zoals Halloween III: Season of the Witch (1982) geschreven en geregisseerd door Tommy Lee Wallace. Hierin wil een fabrikant van Halloweenmaskers miljoenen Amerikaanse kinderen omzeep helpen. Het is de bedoeling dat de kinds met hun maskers op het hoofd met Halloween om negen uur voor de televisie gaan zitten, zodat de sinistere verrassing in het masker geactiveerd zal worden. De enige die de snode plannen kan verijdelen is een arts (Tom Atkins) die nu niet bepaald ‘actieheld’ uitstraalt.

Het grappige is dat dit verhaal geen bal te maken heeft met de voorgaande Halloween-films. Dat klinkt op zich verfrissend, maar een goede film is Halloween III allerminst. Toch geniet ik als filmliefhebber in het bijzonder van de art-direction. Die vind ik heel mooi weergeven hoe Halloween er in Amerika uitziet. Vooral die maskers van the Silver Shamrock Corporation zien er erg aantrekkelijk uit.

halloween3-heks_webHeksen vliegen tegenwoordig niet meer op bezemstelen, maar schieten voorbij op hun BMX crossfiets.

halloween3-tv2_web

halloween3-tv1_webYep, van teveel televisiekijken word je een zombie, kids! Je gaat er in ieder geval heel bleek of groen van uit zien.

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren.