Column: B-Garnituur

Illustratie: Paul Stellingwerf
Illustratie: Paul Stellingwerf

Tijdens het KLIK! Amsterdam Animation Festival zat ik rond de tafel met de Amerikaanse mediaspecialist Brian Dunphy die lezingen geeft over South Park, een collega van de VPRO Gids en twee van Brians vrienden. Toen mijn collega haar voorliefde voor romcoms liet blijken, probeerden we elkaar af te troeven met films waar je van houdt maar waar je je eigenlijk voor dient te schamen. Guilty pleasures dus.

Ik kwam niet zo snel op een film, zelfs Highlander werd acceptabel bevonden, maar toen ik bij de zoveelste poging de naam David Hasselhoff liet vallen wees Brian me aan en riep: ‘You win! You definitely win with Hasselhoff!’

Ik beken: ik heb een zwak voor The Hoff, de Knight Rider die op miraculeuze wijze zijn enorme ego verteerbaar weet te houden door een even grote hoeveelheid zelfspot aan de dag te leggen. Ook voor andere acteurs die we met de letter B zouden categoriseren koester ik warme, doch platonische gevoelens: Sylvester Stallone, Bruce Campbell, Roger Moore en Arnold Schwarzenegger. Als het even kan, lees ik hun autobiografie. Die van Moore was droger dan de martini’s die zijn Bond-alter ego doorgaans drinkt, maar Hasselhoff en met name Campbell schreven zeer onderhoudende memoires.

Schwarzenegger, die het schopte van bodybuild-legende naar acteur tot gouverneur van Californië, schreef recent zijn autobiografie: Total Recall, het verhaal van mijn leven, uitgegeven door A.W. Bruna. Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat de acteur die bekend staat om zijn gevatte oneliners meer dan vijfhonderd pagina’s nodig heeft om zijn levensverhaal uit de doeken te doen. Total Recall leest als een jongensboek voor vijftigplussers, waarin Arnold ieder avontuur zonder al te veel problemen tot een goed einde weet te brengen.

Sommige scènes hadden zo uit één van zijn films kunnen komen. Toen de Oostenrijkse Eik halverwege de jaren zestig een frequente bezoeker was van de bierhallen in München, gingen bier drinken en kroeggenoten in elkaar timmeren hand in hand: ‘Als iemand me raar aankeek of me om welke reden dan ook uitdaagde, zat ik er meteen bovenop. Ik gaf hem een schokbehandeling. Ik rukte mijn overhemd uit en liet de spieren onder mijn hemd zien. En dan sloeg ik ‘m knock-out. Soms zei mijn tegenstander als hij me zag gewoon: “Ach, wat maakt het ook uit. Laten maar een biertje nemen.”‘

Arnold in zijn jonge jaren.

Soms toont The Terminator zijn naïeve en ‘zachte’ kant, zoals het moment dat hij met verbazing toeziet hoe een Amerikaans vriendinnetje zijn scheermes gebruikt om haar benen en oksels te scheren. ‘Ik dacht dat harige benen en oksels normaal waren, omdat in Europa vrouwen zich nooit schoren of onthaarden,’ aldus Arnold. Je begrijpt opeens waarom hij daarna definitief ‘Hasta la vista, baby,’ tegen Oostenrijk zei.

Deze column is in Schokkend Nieuws #99 gepubliceerd.

Share

Michael Minneboo

Michael Minneboo is een freelance journalist gespecialiseerd in popcultuur, fancultuur, strips, film, online media en beeldcultuur. Hij schrijft over onder andere comics, Nederlandse strips & animatie en interviewt makers uit binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij lezingen en adviseert hij particulieren en bedrijven over bloggen.