Egostrippen met humor

In de Nederlandse stripwereld is de autobiografische strip rijkelijk vertegenwoordigd. Eppo-lezers kennen natuurlijk Gleevers Dagboek van Gerard Leever, maar ook Marq van Broekhoven (Jodocus de Barbaar) is een egostripper. Net als Michiel van de Pol. Alle drie de heren hebben een eigen tekenstijl en gevoel voor humor om hun wereld te duiden. Hoog tijd om deze navelstaarders van het beeldverhaal eens te ondervragen.

Gerard Leever is een van de pioniers in de Nederlandse stripwereld als het om dagboekstrips gaat. Leever begon met zijn dagboeken in dummy’s te tekenen toen hij zijn dienstplicht moest vervullen. ‘Uit verveling,’ zegt de stripmaker. ‘Het waren in eerste instanties meer cartoons dan strips waarin ik de gebeurtenissen van mijn diensttijd optekende.’ Toen hij dit werk liet zien aan de redactie van het stripblad Stripofiel, mocht Leever zijn belevenissen daarin verstrippen. ‘Het idee was om eerst iets te gaan ondernemen en er daarna een strip over te maken. Ik heb bijvoorbeeld een nacht bij het Leger des Heils geslapen en heb met een vriend uit dienst allerlei homobars bezocht.’ Toch bleek deze journalistiek in stripvorm niet helemaal zijn ding te zijn en al snel ging Leever strips maken over zijn eigen gevoelens en problemen. Deze strips, die vaak uit twee pagina’s bestaan, verschenen later ook in Stripschrift en tegenwoordig in de Eppo.

Dagelijks leven
De geboorte van zijn eerste zoon, Cas, was voor Michiel van de Pol in 1996 de aanleiding om met stripdagboeken te beginnen: ‘Ik wilde een verslag van zijn ontwikkeling maken. Het was ook niet bedoeld om er een boek van uit te geven, de strips waren in het begin puur voor privé-gebruik.’ Na een tijdje kwam de focus van de verhalen meer op Van de Pol zelf te liggen. Het dagelijks leven van de stripmaker biedt concrete aanleidingen voor zijn strips. ‘Die korte stripjes zijn ervaringen die ik letterlijk zo heb meegemaakt, of gevoelens of ideeën die ik bij bepaalde gebeurtenissen had.’

Dit jaar kwam Terug naar Johan uit, een prachtige striproman van 120 pagina’s over zijn pubertijd, waarin Van de Pol vertelt over hoe hij en jeugdvriend Johan langzaam uit elkaar groeien. Michiel begint zich, geleid door hormonen, steeds meer te interesseren voor meisjes en seks, terwijl Johan zich verdiept in insecten en het in elkaar zetten van elektronica. Wanneer Michiel aan het einde van het verhaal een schrift vol pornografische afbeeldingen bij Johan vindt en dus blijkt dat ze eigenlijk niet zoveel van elkaar verschillen, is de kloof tussen beide vrienden al te groot geworden en de vriendschap verloren.

Marq van Broekhoven wilde al jaren een dagboekstrip maken en heeft een zolder vol aanzetten. Pas toen hij besloot dat de stripjes niet aan een bepaald stramien hoefden te voldoen en dat hij niet iedere dag iets hoefde te verstrippen, kwam hij los. Het eerste verhaal maakte hij als opvuller voor het stripblad Incognito. Samen met Anton Damen maakte hij indertijd de strip Fritz Pitz. Toen Damen geen tijd had om een aflevering te schrijven, heeft Marq de eerste dagboekstrip gemaakt. ‘Het zijn makkelijke, snelle verhaaltjes om te maken. De verhalen liggen voor het opscheppen: ik hoef mijn fantasie niet in te schakelen, want ik heb het immers allemaal zelf meegemaakt.’

In Marq Denkt verstript van Broekhoeven jeugdherinneringen, bijzondere voorvallen uit zijn leven of overpeinzingen die een blik gunnen in de bovenkamer van de stripmaker. In het tweede album, dat twee jaar geleden uitkwam, staan strips over een nooit voltooid filmproject over moordlustige toiletpotten, het maken van een dagboekstrip, vertelt hij over de monsters waar hij als kind bang voor was en hoe lastig het is om “nee” te verkopen aan vertegenwoordigers.

Persoonlijke verhalen
Dat het persoonlijke verhalen zijn, is een van de sterke punten van de autobiografie, vindt Van Broekhoven: ‘Je kruipt in het hoofd en het leven van een ander. Je kunt daar dingen in herkennen en je verwonderen over zaken die bij die ander juist heel anders zijn.’

Leever vindt herkenbaarheid ook erg belangrijk, zijn strips gaan immers over zaken waar we allemaal mee te maken krijgen: belastingaanslagen, gezinsperikelen en muizen in huis. Ook heeft het maken van de strips voor hem een therapeutische werking. Zijn onzekerheid is een terugkerend thema, of het nu gaat om het moeilijk krijgen van een vriendinnetje toen hij jong was, of het feit dat hij zich schaamt voor zijn nogal rode neus. ‘Die kwestie speelde een jaar of twee voordat ik er een strip over maakte. Het duurt altijd even voordat ik zelf de humor van dat soort dingen inzie, maar als ik dat eenmaal doe, pak ik het ook groot aan. Op de cover van Stripschrift was die rode neus dan ook heel duidelijk aanwezig. Het is vaak zo dat als je dingen maar gewoon toegeeft, je er makkelijker mee om kunt gaan.’

Manipulatie
Authenticiteit vinden Van Broekhoven en Van de Pol ook een belangrijke eigenschap van de autobiografie. Van de Pol: ‘In mijn eigen werk is er wel een ontwikkeling gaande. Toen ik nog een babydagboek maakte was het puur registeren van wat er gebeurde en dat heb ik ook heel lang volgehouden in mijn eigen autobiografische strips. Met het laatste boek ben ik de werkelijkheid meer gaan manipuleren. Ik gebruik de autobiografische elementen als basismateriaal, maar ik maak er wel een nieuw verhaal van. Ik zet gebeurtenissen in een andere volgorde en bedenk er af en toe dingen bij om er een overtuigend verhaal van te maken. Toch, wat ik wil vertellen is wel waarachtig. Al ben ik in zekere zin wel oneerlijker geworden.’

Een goed voorbeeld hiervan is het personage Johan, dat is samengesteld uit verschillende bestaande personen. Van de Pol: ‘Er zit ook veel van mijn broer in Johan. Het schrift vol met pornografische afbeeldingen dat Michiel bij Johan in de kast vindt, dat komt bijvoorbeeld van mijn broer. Ik vond dat het wel bij het karakter van Johan paste en het geeft een extra dramatische dimensie aan het verhaal.’

Leever is zo eerlijk dat hij er niet voor terugdeinst om mensen uit zijn omgeving negatief te karakteriseren. Hij beeldt zijn vader uit als een oude mopperpot, terwijl zijn moeder zich overdreven gedienstig naar haar man opstelt. Leever: ‘Dat beeld klopt wel ongeveer, anders zou ik het nooit zo naar voren brengen. Ik moet zeggen dat mijn vader er wel een stuk op vooruit is gegaan. Ik heb vooral moeite met hoe vroeger de situatie thuis was. In eerste instantie was ik wel bang voor hun reactie en of de strips goed overkwamen, maar ze vinden ze juist wel leuk.’

Zeg het met humor
Ook Van Broekhoven zegt dat zijn strips waar zijn gebeurd. Lachend: ‘Het kan wel zijn dat ik me vergis, want mijn geheugen is ook weer niet zo goed. Sommige dingen laat ik weg om mezelf of anderen te beschermen. Niet iedereen hoeft alles van me te weten. Het is wel zo dat de ironische toon er soms voor zorgt dat ik dingen overdrijf, maar dat doe ik dan zó duidelijk, waardoor ik het toch eerlijk vind. In een stripje schopt mijn dochter tegen mijn schenen. Dat is echt gebeurd. In het laatste plaatje zie je me dat ik de strip teken, met mijn voet in het gips. Dat is dus niet echt, want zo hard schopt ze ook weer niet.’

Leever overdrijft ook in zijn strips. Soms zet hij er voor de grap bij dat een scène authentiek is, terwijl de lezer duidelijk kan zien dat dit niet het geval is. Zo beeldde de stripmaker zichzelf af als baby die in de baarmoeder met een potlood in de hand al zat te tekenen. Ook snapt iedereen wel dat hij nooit echt het ruimtewezen E.T. een tijdje bij hem gelogeerd heeft, maar dat de stripmaker uit enthousiasme voor die film, zijn fantasie de vrije loop laat.

Overdrijven en hun dagelijkse belevenissen serveren met humor, dat hebben deze drie egostrippers met elkaar gemeen. ‘Ik gebruik humor om de boel te relativeren, want ik vertel in wezen heel serieuze dingen. Met humor maak ik het verhaal dragelijk,’ zegt Van de Pol. Van Broekhoven gebruikt een ironische toon om vooral zichzelf te relativeren: ‘Een van de valkuilen van het genre is dat je te veel gaat egotrippen en jezelf te interessant gaat vinden, terwijl je publiek je helemaal niet zo interessant vindt. Dan sla je de plank goed mis. Daarnaast geeft humor het verhaal meerwaarde. Ik vertel niet alleen wat ik heb meegemaakt maar geef er meteen commentaar op.’ Leever: ‘Ik heb wel een paar afleveringen waar minder humor in zit. In Eppo staat een strip over mijn buurman die zelfmoord heeft gepleegd. Daar zit weinig humor in, maar het is toch een mooi verhaal geworden.’

Dit artikel stond in Eppo #19.

Share

Michael Minneboo

Michael Minneboo is een freelance journalist gespecialiseerd in popcultuur, fancultuur, strips, film, online media en beeldcultuur. Hij schrijft over onder andere comics, Nederlandse strips & animatie en interviewt makers uit binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij lezingen en adviseert hij particulieren en bedrijven over bloggen.