Categorieën
Strips

50 jaar Spider-Man in Stripgids 30

Dat Spider-Man dit jaar Abraham ziet zal de vaste lezers van dit blog niet zijn ontgaan. Om de verjaardag van Peter Parker te vieren, mocht ik voor Stripgids een essay schrijven over mijn favoriete webhoofd. Hoe hebben de schrijvers en redacteuren van Marvel Spidey al die jaren relevant en bij de tijd gehouden? En waar ging het faliekant mis? Daar gaat mijn stuk over.

Maar het dertigste nummer van Stripgids bevat nog meer moois. Zoals uitgebreide interviews zijn er met onder meer Cyril Pedrosa (auteur van het bekroonde Portugal) en François Schuiten. Stripgids sprak ook met Matt Madden (auteur van Stijloefeningen) en laat Sam De Graeve aan het woord over strips en televisie. De cover is van Joost Swarte die dit jaar ook de Marten Toonderprijs in zijn handen krijgt gedrukt.

Cover door Joost Swarte.

Stripgids 30 luidt ook de start in van de nieuwe strip van Luc Cromheecke en Sti: Het Godvrrgeten Eiland. Stripwerk is er verder van Charlotte Dumortier, die in 2011 debuteerde met Murphy’s miserable space adventures. Meer nieuw bloed werd uitgenodigd aan ‘De tekentafel’: daar tonen Criva en Verhast hun work-in-progress voor het tweede deel van Jorikus Magnus.

In opdracht van het provinciaal bibliotheekcentrum Vrieselhof maakt Strip Turnhout het tweemaandelijkse gratis stripmagazine Stripgids, dat je vijf keer per jaar (tweemaandelijks, de zomermaanden uitgezonderd) verschijnt.

Nog geen abonnement? Dat is gelukkig snel te regelen. Het blad is in principe gratis verkrijgbaar op verschillende plekken in België, alleen striplezers in de Lage Landen betalen een klein bedrag aan verzendkosten. Zie hier voor meer informatie.

(Overigens is de site van Strip Turnhout een prima plek om het laatste stripnieuws mee te pakken.)

Categorieën
Strips

Posy Simmonds in het Belgisch Stripcentrum

Typisch Engels zijn de stripverhalen van Posy Simmonds, doorspekt als ze zijn met literaire zinspelingen, klassenconflicten en onderdrukte verlangens. Vanaf mei tot en met november is in het Belgisch Stripcentrum een retrospectief van het werk van Simmonds te zien, getiteld Typisch Engels.

Tijdens het laatste Strip Turnhout festival sprak ik deze grootse dame van de Engelse strip voor de VPRO Gids. Simmonds was jaren een goed bewaard geheim van de Britse strip. Met stripromans over de getormenteerde heldinnen Gemma Bovery (vrij naar Gemma Bovary van Gustave Flaubert) en Tamara Drewe brak ze in het buitenland pas echt door als stripmaker.

Met plezier kijk ik terug op dit gesprek met deze charmante stripmaakster op leeftijd de met zeer trafzekere maar verfijde lijnen tekent.

‘Het tekenen vind ik het leukste gedeelte van mijn werk. Je kunt dan lekker zingen of muziek luisteren. Als ik aan het arceren ben is het fijn om Bach te draaien. Dan kan ik in het ritme van de muziek de lijnen trekken. Als ik iets dramatisch moet tekenen, draai ik iets verdrietigs. Bijvoorbeeld ‘Dido’s Lament’, een prachtige aria van componist Henry Purcell. Goed, ik moet er niet te hoogdravend over doen, want uiteindelijk hebben we het over het schrijven over stripfiguren, maar het helpt wel bij het werk om in de juiste gemoedstoestand te komen,’ zei Simmonds tegen me tijdens het ontspannen gesprek over haar carrière, stripbewerkingen en Brits overspel.

Stripkenner Paul Gravett is de curator van de expositie die mede tot stand kwam met de steun van de Belgische Ambassade in het Verenigd Koninkrijk, de British Council en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De opening is dinsdag 12 juni om 18.30 en Simmonds zal dan natuurlijk aanwezig zijn.

Belgisch Stripcentrum
Zandstraat 20
1000 Brussel
België

Categorieën
Strips

Posy Simmonds: ‘Ik dacht: Sterf!, maar Gemma wilde niet’

Posy Simmonds. Foto: Victor Schiferli

Posy Simmonds was jaren een goed bewaard geheim van de Britse strip. Met stripromans over de getormenteerde heldinnen Gemma en Tamara brak ze in het buitenland pas echt door als stripmaker. ‘Opeens was ik een graphic novelist!’

‘Het tekenen vind ik het leukste gedeelte van mijn werk. Je kunt dan lekker zingen of muziek luisteren. Als ik aan het arceren ben is het fijn om Bach te draaien. Dan kan ik in het ritme van de muziek de lijnen trekken. Als ik iets dramatisch moet tekenen, draai ik iets verdrietigs. Bijvoorbeeld ‘Dido’s Lament’, een prachtige aria van componist Henry Purcell. Goed, ik moet er niet te hoogdravend over doen, want uiteindelijk hebben we het over het schrijven over stripfiguren, maar het helpt wel bij het werk om in de juiste gemoedstoestand te komen,’ zegt Posy Simmonds.

Tot enkele jaren geleden was Simmonds (Berkshire, 1945) een goed bewaard geheim van de Britse stripwereld. Jarenlang werkte ze als illustrator en stripmaker voor verschillende kranten en tijdschriften. Daarnaast illustreerde en schreef ze kinderboeken.
In eigen land is ze een gelauwerd vakvrouw. Ze kreeg tweemaal de prijs voor beste cartoonist van het jaar. In 2002 werd ze opgenomen in de Orde van het Brise Rijk voor haar verdiensten voor de krantenindustrie. Hoewel ze in 1981 al een graphic novel publiceerde, geniet ze naar eigen zeggen pas echt bekendheid als stripmaker sinds de publicatie van de stripromans Gemma Bovery (inderdaad, niet ‘Bovary’) en Tamara Drewe. ‘Jarenlang was ik een illustrator voor kranten, maar door die boeken ben ik op eens een stripmaker geworden, een graphic novelist!’ zegt Simmonds met een glimlach, niet gespeend van enige zelfspot. ‘Ik heb een heel nieuwe wereld ontdekt. Heel bijzonder, ik word nu op verschillende plekken uitgenodigd. Dat is niet het geval als je voor kranten tekent, dan zit je vooral thuis te werken.’

Ik spreek haar in december op het Strip Turnhout festival waar ze eregast is. Op het tweejaarlijkse Vlaamse festival staat de Britse strip centraal.

Schoonmaakster
Simmonds is een dame op leeftijd, ze praat met zachte stem maar toont zich een geanimeerd spreker. Soms praat ze vloeiend Frans: als tiener studeerde Simmonds beeldende kunst aan de Sorbonne in Parijs. Daarna volgde ze een opleiding grafisch ontwerp aan de Central School for Art and Design in Londen, waar ze tekenen en graphic design studeerde. Toen Simmonds in de tweede helft van de jaren zestig de collegebanken verliet, wist ze niet meteen wat ze wilde gaan doen. Ze stelde een portfolio samen en liep de deuren van kranten, redacteuren en uitgevers plat. ‘Ik ging bij iedereen langs die illustraties gebruikte. In het begin ving ik vaak bot. Dus werkte ik als schoonmaakster en hondenuitlater. Een van de eerste illustraties die ik gepubliceerd kreeg was voor de vrouwenpagina van The Times. Ik was al eerder bij ze langs geweest, maar toen hadden ze geen werk voor me. Op een gegeven moment belden ze op. Ze hadden een gat op de pagina; of ik daarvoor een illustratie wilde maken voor vijf uur die middag. Ik hou erg van deadlines. De spanning zorgt ervoor dat de ideeën komen.’

Scene uit 'Gemma Bovery'

Simmonds illustreerde in beginsel artikelen over prozaïsche onderwerpen als isolatie, begrafenisondernemers en verzekeringen. Het echte stripwerk mocht ze voor The Sun in 1969 maken, met de dagelijkse strip Bear. Later volgde regulier illustratiewerk voor The Guardian en cartoons over de literaire wereld. Simmonds: ‘Wat ik fijn vind aan werken voor een krant is dat het vergankelijk is. Na een dag verdwijnt het. Maar ja, nu niet meer, want op het web is het blijvend.’

Lezerspost
In 1977 mocht ze voor The Guardian een strip maken voor de vrouwenpagina: The Silent Three of St Botolph’s. De strip ging voornamelijk over de familie Weber, middleclass inwoners in Londen. ‘Mijn opdracht was om over de lezers van The Guardian te schrijven, verder mocht ik het overal over hebben, van scheidingen tot anticonceptie,’ zegt Simmonds. ‘Die strip kwam uit in de tijd dat vrouwenemancipatie een belangrijk en nieuw onderwerp was. De vrouwenpagina was berucht. Het waren interessante tijden. Mannen waren bang dat je hun stropdassen doorknipte of hun broek in de fik stak,’ zegt Posy met een serieus gezicht, maar ze vervolgt met: ‘I’m kidding.

Ruim tien jaar lang stond er iedere week een nieuwe aflevering van The Silent Three in de krant. Simmonds leverde vaak sociaal commentaar in haar werk en wist haar lezers te beroeren. De strip was zo’n succes dat de personages kerst- en valentijnskaarten van lezers kregen toegezonden. Ook de stripmaakster kreeg postzakken vol: ‘Mensen legden mij hun problemen in hun brieven voor en vroegen me om raad. Soms kregen de personages ook dat soort brieven. Ik schreef de lezers terug dat ik niet de kennis in huis had om ze te helpen. Je kunt mensen raken door schaamte. Als je over bepaald gedrag iets schrijft dan schrijven mensen je dat ze zich weliswaar schamen maar zich er wel in herkennen.’

Gemma denkt aan haar minnaar uit: 'Gemma Bovery'

Overspel
Het grote publiek buiten Engeland kent Simmonds vooral vanwege haar graphic novels Gemma Bovery en Tamara Drewe. Twee heldinnen die nogal wat ophef veroorzaken in hun directe omgeving en die zijn verwikkeld in overspelige relaties. Overspel fascineert Simmonds niet in het bijzonder, het is een prominent thema in de literaire bronnen waar ze zich door liet inspireren.

Gemma Bovery is Simmonds vrije, eigentijdse en satirische bewerking van Gustave Flauberts Madame Bovary. Gemma en haar man Charlie Bovery verhuizen van Londen naar Normandië waar Gemma zich al snel begint te vervelen. Ze verlangt terug naar haar ex-minnaar Patrick en begint een relatie met een jonge Franse rechtenstudent. De plaatselijke bakker Raymond Joubert raakt geobsedeerd door Gemma: in zijn ogen lijkt haar leven precies dat van haar literaire naamgenoot te volgen.

Prinses Diana

Gemma Bovery heeft de ogen van Prinses Diana.

Gemma Bovery verscheen zes dagen per week als vervolgverhaal in The Guardian. Simmonds kwam op het idee van de bewerking door een toevallige ontmoeting: ‘Ik was in Italië en ik zag een Italiaanse vrouw die me deed denken aan Madame Bovary. Ze had haar handen vol Prada-tassen en net gekochte kleren. Ze leek erg verveeld en pissig. Op dat moment kochten veel Engelsen huizen in Normandië en de Dordogne. Ik besloot dat Gemma Engelse zou zijn en dat haar leven op een bepaalde manier het verhaal van Flaubert zou weerspiegelen. Het uiterlijk van Gemma baseerde ik op Diana, de prinses van Wales, die toen nog leefde. Ik vond de manier waarop Diana vanuit haar ooghoeken omhoog kon kijken, heel intrigerend. Ik heb Gemma dezelfde ogen gegeven.’

Net als in Flauberts roman moest Simmonds heldin sterven. Toch ging dat niet zo makkelijk: ‘Net als Madame Bovary zou Gemma zelfmoord plegen. Ik was de aflevering aan het maken waarin ze een overdosis nam, maar op de een of andere manier wilde ze niet sterven. Ik dacht: “Sterf!”, maar ze kwam telkens weer overeind en zei: “Nee, dit doe ik gewoon niet.” Toen realiseerde ik me dat haar karakter was veranderd. Ze was niet suïcidaal, maar iemand die zichzelf opnieuw zou uitvinden. Toch moest ik haar wel vermoorden, want het verhaal wordt in flashback verteld en in de eerste aflevering staat dat Gemma dood is.’ Uiteindelijk zou Gemma stikken in een stuk brood van bakker Joubert, terwijl haar man en haar ex-minnaar met elkaar op de vuist gaan. Zo waren de drie mannen in Gemma’s leven verantwoordelijk voor haar dood.

Minnaars
Tamara Drewe, de heldin uit het gelijknamige feuilleton, de striproman en de verfilming door Stephen Frears, overleeft het verhaal gelukkig wel. Omdat de reeks oorspronkelijk in de literaire sectie van The Guardian stond, wilde Simmonds een verhaal maken over een toevluchtsoord voor schrijvers op het platteland. ‘Pas toen ik me deze plek, verborgen in het landschap, voorstelde, dacht ik aan “Far from the madding crowd”. Een welbekend citaat van het gedicht “Elegy Written on a Country Graveyard” van Thomas Gray, dat gaat over het platteland. Hardy gebruikte het als titel voor zijn boek over een vrouw met drie potentiële minnaars. Dat leek me een interessante situatie. Gemma en Tamara zijn uiteindelijk mijn verhalen, ik leen bepaalde elementen uit de literaire bronnen. Het is niet belangrijk dat je de bronnen kent, maar als je ze wel gelezen hebt, geeft dat de leeservaring iets extra’s.’

In Simmonds nieuwste project zit ook een negentiende-eeuwse roman begraven. ‘Op dit moment praat ik er nog niet graag over, want als je eraan werkt is een boek als een luchtkussen: zodra je erover begint te praten loopt de lucht eruit. Meer wil ik er niet over zeggen, behalve dan dat alle menselijke zwaktes er in zullen zitten.’

Pagina uit 'Tamara Drewe'

Knip- en plakwerk
De term graphic novel lijkt te zijn uitgevonden voor de grafische vertellingen van Simmonds waarin ze op effectieve wijze stripstroken en proza afwisselt. ‘Daar ben ik aanvankelijk opgekomen vanwege efficiëntie. Ik had met Gemma Bovery een behoorlijk lang verhaal dat in honderd afleveringen verteld moest worden, en ik had een grote ruimte op de pagina te vullen. Ik wilde de lezer waar voor zijn geld geven. In een aflevering moet echt iets gebeuren. Achteraf gezien gaf deze manier van vertellen me de mogelijkheid om een meerstemmig verhaal te maken. Ik kon zo makkelijk wisselen van verhaalperspectief. Ik kon bijvoorbeeld beginnen met de gedachten van een personage, gevolgd door een stuk beschrijving dat het eerdere stuk verdiept of tegenspreekt. Vervolgens kon ik op een ander personage overspringen.’

Simmonds heeft sinds anderhalf jaar een computer, maar maakt haar strips nog geheel met de hand. Zij ontwerpt de lay-out van de pagina’s en schrijft de tekst eerst uit. Haar man Richard, die typograaf is, tikt deze in op zijn pc, waarna Posy de print tussen de stripplaatjes plakt.

De Australische schrijver Clive James roemt Simmonds om haar goede gevoel voor dialoog. Vaak overhoort ze mensen als ze op locatie research doet voor haar verhalen. Voor Tamara Drewe maakte Simmonds op locatie veel tekeningen en nam enkele foto’s. ‘Herkenbaarheid is heel belangrijk in mijn werk. Het landschap is als dat van Dorset. Engelse lezers herkennen het soort boerenhoeve waar de schrijvers verblijven meteen.’

Gemma Bovery en Tamara Drewe zijn door De Harmonie uitgegeven.

Dit interview is in VPRO Gids #1 (2012) gepubliceerd.

Categorieën
Striprecensie Strips

Striprecensie: Mijn eerste keer

Voor alles is er een eerste keer: de eerste zoen, de eerste keer seks, je eerste schooldag, je eerste werkdag… en voor tekenaars is er de eerste keer modeltekenen. Aimée de Jongh (1988) maakte over deze gebeurtenis een kort stripverhaal dat ze op Strip Turnhout presenteerde.

In de anekdotische smallpress-uitgave Mijn eerste keer vertelt de stripmaakster met humor hoeveel moeite ze had met het tekenen van haar eerste mannelijke naaktmodel – haar eerste confrontatie met het naakte mannenlichaam. De cover maakt meteen de oorzaak van haar probleem duidelijk: Aimée staart met het schaamrood op de kaken naar het geslachtsdeel van het model. Subtiel laat ze in de eerste schetsen de plek tussen zijn benen geheel leeg: de zestienjarige tekenares kan er in eerste instantie nog niet goed mee omgaan.

De Jongh tekent de strip in haar bekende snelle lijnvoering die ieder plaatje een levendige dynamiek geeft. Mijn eerste keer is een fijn tussendoortje. Het wachten is nu op De Jonghs eerste serieuze striproman.

Mijn eerste keer en andere smallpress-boekjes van Aimée de Jongh zijn te bestellen bij Amazing & Uncanny Comics. Daar zijn ook de smallpress-uitgaven van Kenny Rubenis te bestellen. Amazing & Uncanny comics is een initiatief van De Jongh en Rubenis. Ze geven samen hun werk uit.

Categorieën
Strips

Michiel van de Pol: ‘Sommige dingen beleef je in eenzaamheid’

Zaterdag kreeg stripmaker Michiel van de Pol ((1965) de Willy Vandersteenprijs uitgereikt. Zijn striproman Terug naar Johan was volgens de jury het beste Nederlandstalige beeldverhaal van de afgelopen twee jaar.

Van de Pol kreeg de tweejaarlijkse Vandersteenprijs, vernoemd naar de geestelijk vader van Suske en Wiske, uitgereikt tijdens het Gala van de Vlaamse strip tijdens het Strip Turnhout festival. ‘Het was echt een enorme verrassing, ik wist niet eens dat mijn uitgever het boek had ingezonden. Zo’n prijs is een steuntje in de rug, het is altijd fijn als mensen waarderen wat je doet,’ vertelt de stripmaker die nu vijfduizend euro rijker is. Aan de Vlaams-Nederlandse stripprijs is ook een tentoonstelling over het winnende album verbonden die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn.

De Vandersteen-jury prees ‘de kwetsbare en humoristische manier waarop Van de Pol herkenbare en persoonlijke situaties neerzet. Met een schijnbaar nonchalante eenvoudige stijl creëert hij meerdimensionale personages van vlees en bloed.’

Autobiograaf
Van de Pol debuteerde in 1996 met de gagstrip Mol in het Sjors en Sjimmie Stripblad. Naar aanleiding van de geboorte van zijn eerste zoon startte hij een dagboekstrip die in 2000 gebundeld werd als Medicijnman: of het getekende leven van Michiel van de Pol. ‘Bij de geboorte van Kas ben ik eerst over hem strips gaan maken. Ik wilde een verslag maken van zijn ontwikkeling. Na een tijdje was dat niet meer genoeg als onderwerp en gingen die strips meer over mezelf.’

Vijf jaar geleden won de Nederlandse stripauteur met zijn humoristische autobiografische strip Cartoondiarree de Stripstrijd van Het Parool. De strip sierde twee jaar lang de krant. Kenmerkend aan zijn cartoons en strips is de groteske tekenstijl. Van de Pol: ‘Ik gebruik humor om de boel te relativeren, want ik vertel in wezen heel serieuze dingen.’

Hormonen
In Terug naar Johan uit 2010 verhaalt Van de Pol op ontroerende en humoristische wijze hoe hij en jeugdvriend Johan tijdens de puberteit langzaam uit elkaar groeien. Geleid door zijn hormonen begint Michiel zich steeds meer te interesseren voor meisjes en seks, terwijl Johan zich verdiept in insecten en het in elkaar zetten van elektronica. ‘Ik had indertijd het gevoel dat ik allerlei heftige gevoelens alleen doormaakte. Ik praatte daar nooit met mijn vrienden over,’ zegt Van de Pol. ‘Aan het einde van het boek kom ik erachter dat Johan hetzelfde doormaakte als ik, maar op dat moment is er al een onherstelbare breuk in onze vriendschap ontstaan. Die breuk was niet nodig geweest als we erover hadden gepraat. Sommige dingen beleef je in eenzaamheid.’

Van de Pol begon in zijn strips met het registeren van gebeurtenissen, maar gaandeweg is hij de dingen steeds meer naar zijn hand gaan zetten. De stripauteur noemt zijn striproman dan ook semi-autobiografisch: ‘Ik maak gebruik van autobiografische elementen, maar ik ga daar in grote vrijheid mee om. Ik ben altijd dicht bij de waarheid gebleven, maar vind het interessant om te zien hoe ver je kunt gaan in het verzinnen van dingen terwijl je toch het gevoel hebt dat het waarachtig blijft. Het personage Johan is bijvoorbeeld samengesteld uit verschillende personen. Er zit veel van mijn broer in Johan, onder andere dat hij een schrift vol met pornografische afbeeldingen bijhoudt. Ik vond dit bij Johans karakter passen en dat het een extra dimensie aan het verhaal gaf.’

Jeugdliefde
Hoe reageert Michiels directe omgeving op het autobiografische werk? ‘Ik heb er geen slechte ervaringen mee, maar ik vond het behoorlijk eng om het boek Michieltjes jongenshart door mijn vrouw te laten lezen. Dat ging namelijk over een vorige liefde waar ze niets van afwist. Uiteindelijk vond ze het heel mooi. Het is eigenlijk ook een soort van liefdesverklaring aan haar. ‘ Voor zover Van de Pol weet heeft Johan het album over hun vriendschap nooit gelezen.

Op dit moment werkt Van de Pol druk aan zijn volgende boek dat Scherpschutters zal heten. Hierin behandelt hij de relatie met zijn vader die 25 jaar geleden is overleden. ‘In een zin samengevat gaat het boek over het feit dat je meer op je vader lijkt dan je in eerste instantie zou willen. In het begin stonden we heel erg tegenover elkaar, we konden helemaal niet met elkaar opschieten. Ik zette me erg af tegen mijn vader. Hij had een hartkwaal en ik heb epilepsie. Onder invloed van onze beider kwalen komen we langzaam maar zeker nader tot elkaar.’

De nieuwe striproman komt juni volgend jaar uit bij Oog & Blik/De Bezige Bij.

Dit interview stond in Het Parool van donderdag 15 december.

Categorieën
Strips

Merho wint de StripVos 2011

Tijdens het Gala van de Vlaamse Strip kreeg de Antwerpse stripmaker Merho (pseudoniem van Merhottein, 1948) de StripVos. Deze carrièreprijs wordt uitgereikt door het Stripgilde, de beroepsvereniging van striptekenaars in Vlaanderen.

De Stripvos wordt uitgereikt door het Stripgilde aan personen of instellingen die met hun activiteiten van grote betekenis zijn of zijn geweest voor de Vlaamse stripwereld.

Merho is de geestelijk vader van de strip De Kiekeboes, een van de populairste strips in Vlaanderen die volgend jaar alweer 35 jaar bestaat. De Kiekeboes gaat over een doodgewoon doorsnee gezin dat in de meest ongelofelijke avonturen terechtkomt.

Uit het juryrapport:
Robert Merhottein, alias Merho, is in de loop der jaren een vaste waarde geworden in het Nederlandstalige striplandschap. Zijn reeks Kiekeboe, die het levenslicht zag in 1977, en aanvankelijk op heel wat weerstand en weinig vertrouwen stuitte is intussen uitgegroeid tot één van de best verkochte reeksen in Vlaanderen. Robert dankt zijn succes aan een ijzersterk geloof in het eigen concept, aan een intelligente verhaalopbouw en een accuraat inspelen op de trends en eigenheden van de tijd, zonder dat zijn verhalen daarbij gedateerd worden. In zijn strips worden de maatschappelijke tendensen op een slimme manier in de verhaallijnen verwerkt en bovendien durft hij er heikele maatschappelijke thema’s een plaats in geven. Robert is een vakman, die vanuit een sterke discipline zijn reeks heeft uitgebouwd. Zijn grafische aanpak is efficiënt en consequent. Bovendien zijn de Kiekeboes de laatste succesvolle reeks die volledig op eigen benen kan staan zonder de ondersteuning van andere media. Zijn frisse humor, zijn woordspelingen en zijn creatief taalgebruik doen hem uitstijgen boven de mainstream familiestrip.

Museum K
In de Warande, het pand waar ook Strip Turnhout plaatsvond, is tot en met zondag 8 januari 2012 een tentoonstelling te zien waarin de relatie tussen De Kiekeboes en de wereld van de kunst in kaart gebracht wordt. Museum K is een weergave van de verwijzingen naar de wereld van de kunst die in de strips van Merho zitten. Merho is namelijk een groot bewonderaar van cabaretiers, schilders, filmmakers, acteurs en kunstenaars allerhande. Zijn strips bulken van de verwijzingen naar die wereld. Van Museum K is ook een boek verschenen.

Categorieën
Strips

Het is weer tijd voor Strip Turnhout!

Dit weekend, op 9, 10 en 11 december vindt de 19de editie van het Strip Turnhout-festival plaats. Het grootste en oudste stripfestival van België. En wat mij betreft ook een van de leukste stripfestivals van de Lage Landen. Het belooft een mooi weekend te worden.

Groot-Brittannië is gastland dit jaar. In samenwerking met The British Council nodigt de organisatie tal van tekenaars en uitgevers van over het kanaal uit om zich tijdens het festival aan het Vlaamse publiek voor te stellen. Strippublicist Paul Gravett, ook organisator van het Londense Comica-festival, treedt op als curator. Posy Simmonds, de grand old lady van de Britse strip, is eregast op het festival. (Daar ben ik zelf in het bijzonder blij mee; ik spreek haar zaterdag uitgebreid voor een artikel in de VPRO Gids.) Behalve Simmonds zullen nog tal van andere Britse stripmakers hun opwachting maken in Turnhout.

De andere eregasten van het festival zijn Merho en Steven Dupré (1967). Dupré stripmaker ontvangt op zaterdag 10 december uit handen van Vlaams cultuurminister Joke Schauvliege de Bronzen Adhemar/Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip. Dit is de hoogste onderscheiding in de wereld van het Vlaamse beeldverhaal. Aan de prijs die al sinds 1977 wordt uitgereikt is een beeldje van Marc Sleens Adhemar (naar een ontwerp van Frank-Ivo Van Damme) en een geldbedrag van 12.500 euro verbonden. Dat bedrag moet toch genoeg zijn voor een rondje voor de hele zaak, dunkt mij.

En niet vergeten: Michiel van de Pol krijgt zaterdag ook de Willy Vandersteenprijs uitgereikt.

Ik ben in het bijzonder benieuwd naar het programma-onderdeel strips op het podium. Zoals ‘De Vlaamse strip in het buitenland – succesvol of niet?’
Steven Dupré, Mara Joustra van uitgeverij Oog & Blik en Els Aerts van het Vlaams Fonds voor de Letteren praten over het succes van de Vlaamse strip in het buitenland.

En ook ‘Strips en de nieuwe media: vriend of vijand?’ lijkt me boeiend.
Hoe moet de stripwereld omgaan met de nieuwe media. En wat is de toekomst van strips op papier? Canan Marasligil bevraagt hierover de Britse stripauteur Kevin O’Neill, webcomicartist Daniel Merlin Goodbrey en Johan De Smedt, hoofdredacteur strips van Standaard uitgeverij.

Er zijn tijdens het festival in de stad Turnhout verschillende tentoonstellingen te bezichtigen. Zoals ‘Anima Eterna’ van Judith Vanistendael en ‘Allemaal Beestjes’ van Marc Sleen in het restaurant Cachet de Cire en het Natuurpuntmuseum. Een overzicht van de expo’s vind je hier.

Ook leuk: Marq van Broekhoven doet zijn Jodocus Show. Hij leest voor uit zijn werk en kruipt in de huid van verschillende personages. Het eerste album van Jodocus de Barbaar zal dit weekend ook gepresenteerd worden. Zelf hoop ik nog een paar interessante smallpress-boekjes te scoren.

Net als in 2009 zal er een unieke stripveiling gehouden worden. De opbrengst van deze veiling gaat integraal naar Sensoa, het Vlaams service- en expertisecentrum rond seksuele gezondheid en hiv.

Nou ja, dit is nog maar het topje van de spreekwoordelijke stripberg. Bekijk de site van Strip Turnhout voor alle details.

Driemaal Nieuw Gehoer
Ik ga dit jaar voor de derde keer naar Turnhout. De voorgaande jaren waren erg leuk en de ontmaagding van Studio Nieuw Gehoer staat me nog helder voor de geest. Overigens wordt de site van Nieuw Gehoer al jaren niet meer geüpdatet, maar de heren van dit bijzondere collectiefje zijn natuurlijk wel aanwezig. Sommigen brengen ook boekjes uit.

Categorieën
Strips

Serge Baeken over Het vrouweneiland: ‘Het valt daar behoorlijk tegen’

Het Vrouweneiland van Studio Vitalski mag gerust als een van de zotste boeken bestempeld worden die ik dit jaar las. De Vlaamse Vitalski, nachtburgemeester van Antwerpen, muzikant, komediant, schrijver en broer van stripmaker Serge Baeken, schreef het scenario. Een dertigtal tekenaars maakten daar in zo’n honderd nachtelijke sessies een strip van. Een onnavolgbaar verhaal dat boven alles een parodie moet zijn op de avonturenstrip.

Baeken, Bert Lezy en Jangojim hebben het meeste bijgedragen aan dit vierhonderd pagina’s dikke boekwerk, maar ook Steven De Rie, Brecht Evens, Kim Duchateau, Tim Visual en andere talenten hebben pagina’s bijgedragen.

Ik sprak Serge Baeken tijdens de laatste editie van de kunststripbeurs. Het boek lag toen vers van de pers in de stand van Uitgeverij Xtra.

Het vrouweneiland, waar gaat dat over?
Professor Pierre Lasson hoort van het vrouweneiland waar indertijd ook Columbus naar op zoek was. Samen met een paar anderen volgt hij het spoor dat daar naar toe leidt. Na heel veel omzwervingen komen ze op het vrouweneiland. Het blijkt daar behoorlijk tegen te vallen. Het tweede helft van het boek gaat dan ook over hoe ze van het eiland proberen af te komen.

Er zitten geen leuke vrouwen op dat eiland?
Er zijn twee kampen vrouwen en er breekt een revolutie uit. De mannen zitten eigenlijk middenin het geharrewar. Pierre Lasson is het hoofdpersonage, maar je hebt ook Brilaap, de Toffe Leguaan, het zwevende hoofd van Kapitein Wilbur, vriend Boris – ieder reageert anders op de situatie, hoewel die voor iedereen gelijk is. De Toffe Leguaan wordt bijvoorbeeld enorm geadoreerd door beide vrouwenkampen terwijl ze de anderen helemaal links laten liggen. Maar ik moet je wel waarschuwen: het einde is zeer teleurstellend. Ik weet nog het moment dat ik alle vierhonderd pagina’s na elkaar las en dacht: “Oh, nee, eindigt het écht zo?”

Hoe is Het Vrouweneiland ontstaan?
Eigenlijk bestaat er al een hele versie van Het vrouweneiland die Vitalski helemaal alleen gemaakt heeft. Het is een boek van ongeveer zestig pagina’s dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht. Mensen vonden die strip te donker. Misschien was hij ook een beetje te klein uitgegeven. Maar het verhaal bleef wel hangen en Vitalski vond het de moeite waard om het wat dieper uit te spitten. Van die zestig pagina’s is uiteindelijk een verhaal van vierhonderd pagina’s gemaakt.
Vitalski schreef voor alle tekenaars het scenario. Hij maakte A4’tjes waarop hij snel schetste wat hij nodig had. Daarvoor hadden we ontwerpen gemaakt van de figuren. Iedere tekenaar mocht toen het deel van het scenario kiezen dat het beste bij hem paste. Je hebt immers altijd specialisten. Bijvoorbeeld mensen die goed paarden kunnen tekenen of goed vrouwen kunnen tekenen. Ook waren er mensen specifiek bezig met nautische instrumenten, dat was ook een specialisme dat we veel nodig hadden. Je wist daardoor niet precies met welk deel van het verhaal je bezig was. Je kon de style sheets van een ander gebruiken, maar wel helemaal in je eigen stijl tekenen.

Werkte je ook mee aan pagina’s van je collega’s?
Sommige pagina’s zijn met meer dan een tekenaar gemaakt. Ook omdat aan het einde het boek nog zwaar geëdit is en we prenten die we te lelijk vonden vervangen hebben.
We hebben in totaal vijf jaar aan het project gewerkt. Telkens wanneer Vitalski een donderdagavond vrij had of een dinsdag, kwamen we allemaal samen. Mensen werden 24 uur van tevoren op de hoogte gesteld en dan zagen we wel wie er kwam. Het scenario is ook per sessie geschreven, hoewel Vitalski het verhaal wel al helemaal in zijn hoofd had. Dus het parcours dat de personages afleggen wist hij al wel.

Heb je hem nog geholpen bij het scenario?
Nee, dat staat hij niet toe. Hij staat maar weinig inmenging toe in het script.

Bemoeide hij zich heel erg met de uitvoering ervan?
Nee, dat niet. We hanteerden twee normen: het moest leesbaar zijn en de personages moesten herkenbaar blijven. Als een pagina aan een van deze vragen niet voldeed moest er nog hard aan gewerkt worden.

Baeken in actie tijdens Strip Turnhout 2009. Foto: Michael Minneboo

Moesten jullie het scenario van Vitalski woord voor woord uitvoeren?
Hoewel Vitalski summier tekent, is hij heel duidelijk in zijn regie. Dus de figuren van links naar rechts verplaatsen of een tekstballon op een andere plek neerzetten, dat mocht allemaal niet. In het begin schreef hij zelfs de tekst al op de pagina en dan moest je daar omheen tekenen. Dat bleek onwerkbaar. Het eerste hoofdstuk dat we zo maakten, hebben we later moeten aanpassen. Het is sowieso een strip die we in wezen drie of vier keer getekend hebben.
We hebben de strip eerst ingekleurd, maar later weer ontkleurd want de uitgevers zeiden dat het anders te kostbaar zou worden. Zo zijn we doorgegaan. Soms was een pagina per ongeluk al door iemand anders getekend en hadden we dus twee dezelfde pagina’s. Dan moesten we dus kiezen.

Is er toen nog om gevochten?
Nee, het ging er allemaal vreedzaam aan toe. Sommige dingen werden wel opgelost met een duel. (lacht)

Toen kwamen de zwaarden uit de kast?
Nee, gewoon met pistolen.

Waar hebben jullie het album getekend?
Bij Vitalski thuis. We gebruikten zijn huiskamer en keuken. We zaten overal aan tafeltjes te tekenen. Wie het eerste kwam had de beste plaats. Ik was meestal als eerste.

Tot hoe laat gingen jullie dan door?
Je kon zolang door tekenen tot Vitalski zei dat het klaar was. Toen begon hij ook vervelende muziek te spelen. Hij is doorgaans een goede dj, dat maakte ook de sfeer in de studio meestal goed. Maar als hij op een gegeven moment slechte muziek begon te spelen en begon met ijsberen en op ruimen, werd het ongezellig. Dan wist je dat je snel de pagina moest afwerken en dat het gedaan was voor die nacht.

Hoeveel sessies hebben jullie in totaal zitten tekenen?
Ik schat zo’n twintigtal per jaar. In vijf jaar dus zo’n honderd sessies. Ja, dat klinkt wel aannemelijk.
Het goede van het boek is dat je niet kan voorspellen hoe de volgende pagina er uit zal zien. Wanneer je de bladzijde omslaat wacht je telkens weer een verrassing.

Zaterdag 10 december vindt tussen 16 en 17 uur op Strip Turnhout een massasigneersessie plaats van Het vrouweneiland op de vakbeurs. Zie hier voor meer informatie over het festival.

Peter Moerenhout schreef een tijdje geleden een lovende recensie over het album.

Categorieën
Strips

Michiel van de Pol wint Willy Vandersteenprijs met Terug naar Johan

Michiel van de Pol. Bron: Oog & Blik.

De jury van de Willy Vandersteenprijs kent de prijs voor beste Nederlandstalig beeldverhaal 2010 -2011 toe aan de Nederlandse stripauteur Michiel van de Pol (1965) voor zijn album Terug naar Johan, uitgegeven bij Oog & Blik/De Bezige Bij. Van de Pol volgt daarmee Brecht Evens op die in 2009 de eerste editie van de prijs won met zijn graphic novel Ergens waar je niet wil zijn. Op zaterdag 10 december ontvangt Van de Pol op het Gala van de Vlaamse Strip tijdens het Strip Turnhout festival, de prijs die de naam draagt van Willy Vandersteen (1913-1990).

Zoals algemeen bekend was Vandersteen de geestelijke vader van Suske en Wiske.

Michiel van de Pol debuteerde in 1996 met de gagstrip Mol in het Sjors en Sjimmie Stripblad. Naar aanleiding van de geboorte van zijn eerste zoon startte Van de Pol een dagboekstrip dat in 2000 gebundeld werd door uitgeverij De Prom (De Medicijnman). Zes jaar later won de Nederlandse stripauteur met zijn autobiografische strip Cartoondiarree de Stripstrijd van Het Parool. De strip verscheen twee jaar lang in de Nederlandse krant. Michiel van de Pols werk verscheen o.a. in NRC Next, Eisner en Zone 5300. In 2010 verscheen bij uitgeverij Oog&Blik/De Bezige Bij Terug naar Johan, waarin de stripauteur terugkijkt naar zijn vervlogen jeugdjaren.

Uit het juryrapport: “In het boek maakt Van de Pol de lezer deelgenoot van zijn jeugdvriendschap met Johan en de impact van een ontluikende puberteit op die vriendschap. De jury prijst de kwetsbare en humoristische manier waarop Van de Pol herkenbare en persoonlijke situaties neer zet. Met een schijnbaar nonchalante eenvoudige stijl creëert Michiel van de Pol meerdimensionale personages van vlees en bloed. Het werk van Michiel van de Pol is een mooie vertegenwoordiger van de sterke aanwezigheid van de autobiografische graphic novel in Vlaanderen en Nederland. Bovendien prijst de jury van de Willy Vandersteenprijs auteur Michiel van de Pol als exponent van een stripgeneratie die koppig en met veel doorzettingsvermogen hun eigen ding blijft doen in financieel vaak weinig stimulerende omstandigheden.
Bijzondere appreciatie drukt de jury daarnaast uit voor twee albums die tot in de laatste fase mee in de running waren, met name het aangrijpende Van Istanbul naar Bagdad van auteurs Hanco Kolk en Arnon Grunberg en de heerlijk onderkoelde gagstrip Sigmund van Peter de Wit‘.

De Willy Vandersteenprijs werd in het leven geroepen door Vlaams-Nederlands huis deBuren in Brussel, Stripdagen Haarlem en Strip Turnhout en bekroont het beste oorspronkelijk Nederlandstalige album van de voorbije twee jaar. Er is een geldprijs van 5.000 euro aan verbonden en de laureaat krijgt een tentoonstelling over het winnende album die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn.

De Vlaams-Nederlandse jury voor de prijs bestond deze editie voor de tweede opeenvolgende en laatste keer uit Leen Vandersteen (niet-stemgerechtigd juryvoorzitter), Ineke Horst (uitbaatster stripwinkel Sjors Dordrecht), Noël Slangen (communicatiespecialist, stripliefhebber), Jan Smet (stichter Bronzen Adhemar, Stripgids en stripfestival Turnhout), Frank Van Leemput (advocaat, stripliefhebber) en Hein Van Putten (art director De Volkskrant, stripliefhebber).

Terug naar Johan
Persoonlijk kan ik me prima vinden in het oordeel van de jury. Ik vind Terug naar Johan een interessant en aansprekend boek, het beste wat Van de Pol tot nu toe heeft gemaakt.

 

Categorieën
Strips

Eerste album Jodocus de Barbaar verschijnt in december

De strip Jodocus de barbaar van Marq van Broekhoven zal in december bij uitgeverij Strip 2000 uitkomen en tijdens Strip Turnhout worden gepresenteerd. De strip werd in 2010 in Eppo voorgepubliceerd.

In het album Een prinses ontsnapt maken we kennis met Jodocus, een mislukte barbaar.
‘Jodocus is een jonge barbaar, die echter een stuk minder barbaars is dan zijn dorpsgenoten,’ legde Van Broekhoven in een eerder interview aan me uit. ‘Hij kan lezen, maar verder kan hij niet veel: boogschieten, zwaardvechten, jagen, vrouwen – het zegt hem allemaal weinig. Maar gedwongen door een hele reeks toevalligheden (noem het: avontuur) gaat dat veranderen.’

In Een prinses ontsnapt onderschept Jodocus de briefwisseling tussen twee de jonggeliefden prinses Yazine en haar prins Folio. Ze hebben elkaar nog nooit ontmoet, want Yazine wordt door haar tirannieke vader gevangen gehouden. Toch weet ze te ontsnappen. Als ze Jodocus ontmoet ziet ze hem aan voor de prins en hij laat haar graag in die waan. Ondertussen trekt Folio er op uit om zijn prinsesje te gaan bevrijden, stuurt de koning zijn leger op pad om zijn dochter terug te vinden en wordt het dorp waaruit Jodocus is verbannen opgeschrikt door een geheimzinnig geluid.

Tijdens Strip Turnhout wordt het album gepresenteerd in de Strip 2000-stand. Op dat weekend zondag voert Van Broekhoven zijn Jodocus-show op, waarin hij uit zijn werk voorleest en alle personages zelf uitbeeldt.
‘Om het album te promoten worden er Jodocus-wijnen, Peer-verjaardagskaarten en twee verschillende ansichtkaarten uitgebracht,’ laat de stripmaker weten.

Inmiddels is Van Broekhoven druk bezig met het tekenen van het tweede album dat De blauwe wijven gaat heten. ‘Ik heb nu een derde af. In dit deel krijgt onze held het steeds moeilijker om zijn ware identiteit voor de prinses geheim te houden. Yazine blijkt wat onvermoede vreemde trekjes te hebben. Ook maak ik bekend wat het geheimzinnige geluid is dat het dorp van Jodocus opschrikt,’ belooft Marq.

Categorieën
Strips

Striptips: Week 35

Wederom een overzichtje van opvallend stripnieuws van deze week.

Striphelden herdenken 9/11
De NOS meldde deze week dat bijna honderd Amerikaanse striptekenaars volgende week zondag zullen stilstaan bij de herdenking van 9/11. Onder meer Flippie Flink, Hägar de Verschrikkelijke en Spider-Man nemen die dag de aanslagen van tien jaar geleden en de nasleep ervan als onderwerp. De strips zullen in een speciale bijlage van de meeste grote Amerikaanse kranten worden gepubliceerd en op de website Cartoonists remember. Daarnaast zullen er ook tentoonstellingen worden gehouden in onder andere het persmuseum in Washington en het stripmuseum van San Francisco.
Lees hier verder.

Suske en Wiske in China
Striphelden Suske & Wiske gaan nog wat internationaler. Standaard Uitgeverij verkocht de rechten van tien titels aan de Chinese uitgeverij Liaoning Publishing House, dat de albums nog tot zondag zal promoten op de boekenbeurs van Beijing. Aldus Nieuwsblad.be.

Balkan-strip in de kijker
De Balkan leverde de stripwereld internationaal gerenommeerde auteurs als Bilal, Kordej, Zograf, TBC, Smudja, Maleev of het legendarische pioniersblad Stripburger. Met de nieuwe, rondreizende striptentoonstelling ‘Sarajevo Tango’, over de totstandkoming van de gelijknamige strip van Hermann, laat Strip Turnhout vzw liefhebbers ook kennismaken met de belangrijkste stripuitgeverijen uit de Balkanlanden. ls een tweeluik brengen een tentoonstelling en een brochure de paradoxale facetten van strips in de Balkan/de Balkan in strips in beeld. De expo is de komende maanden te bezichtigen in verschillende bibliotheken uit de provincie Antwerpen en zal ook halt houden op het Strip Turnhout-festival (10 en 11 december 2011). Lees meer op de site van Strip Turnhout.

Superheld op leeftijd
Ik kreeg een link doorgestuurd van Madbello die ik je niet wil onthouden. De Zweedse kunstenaar Andreas Englund heeft een hilarische reeks schilderijen gemaakt over een superheld op leeftijd die grote moeite heeft de wereld nog bij te houden. Als Leslie Nielsen nog geleefd had, was hij de perfecte acteur geweest om in de schilderijverfilming een rol te spelen.


Op de site Empty Kingdom staat nog veel meer werk van hem.

Categorieën
Strips

Britse invasie op Strip Turnhout

Kijk, dat vind ik nou leuk nieuws. Groot-Brittannië is gastland tijdens Strip Turnhout 2011. Stripmaker Posy Simmonds is eregast.

De Engelse Posy Simmonds (1945), is in december 2011 eregast van het Strip Turnhout-festival: een van de leukste stripfestivals in de lage landen, al moet je daar wel even de grens voor over.

Simmonds maakt al decennia strips voor de krant The Guardian, waarvoor ze ook feuilletons als Gemma Bovery en Tamara Drewe tekende. De albumversies daarvan maakten furore op de internationale boekenmarkt. Tamara Drewe werd in 2010 ook verfilmd door Stephen Frears. De film heb ik tot mijn spijt nog niet gezien, maar de graphic novel vond ik indertijd een fijn boek.

Simmonds illustreert overigens ook kinderboeken.

(Zie hier een interview met Simmonds en regisseur Stephen Frears. Weet je meteen hoe Posy eruit ziet.)

Britse invasie
De organisatie laat weten dat de komst van Posy Simmonds een gevolg is van een intensieve samenwerking tussen Strip Turnhout en The British Council, die maakt dat Groot-Brittannië dit jaar het gastland is van het festival. Nog tal van andere Britse stripmakers zullen hun opwachting maken in Turnhout. Strippublicist Paul Gravett, ook organisator van het Londense Comica-festival, treedt op als curator.

Strip Turnhout had eerder de Amerikaan Scott McCloud te gast.

Allure
Ik vind dat een serieuze stripbeurs enkele internationale stripmakers als gast moet hebben. We moeten verder kijken dan alleen de Nederlandse strip. Daarbij denk ik dat een gast van allure ervoor kan zorgen dat een grotere groep stripliefhebbers de beurs bezoekt. Vorig jaar stond bijvoorbeeld tijdens de Stripdagen Haarlem de Oost-Europese strip centraal en in Breda liep Mike Mignola rond om de Nederlandse editie van Hellboy onder de aandacht te brengen.

Strip Turnhout is op 9, 10 en 11 december in Turnhout.