Categorieën
Mike's notities

Lekker nerden in Londen

Wat doen een stel vroeg-dertigers met een voorkeur voor films en strips in een van de bruisendste steden in Europa? Precies: een bezoek aan Forbidden Planet brengen en een Q&A van Kevin Smith bezoeken. En zich verder te buiten gaan aan een oncontroleerbare koopzucht betreffende strips, cd’s en verwante artikelen. Cultuur snuiven noemen we dat. Starbucks, echte Engelse koffie
Samen met compadre Paul, die ik al langer ken dan dat ik mijn naam weet te spellen, vloog ik maandagochtend vroeg met de makkelijke luchtvaartmaatschappij naar de hoofdstad van de UK, waar we snel energie opdeden in een van de vele Starbuckstenten die de stad telt. Starbucks betekent Amerikaans imperialisme, dus daar is weinig Engels aan, maar de reiziger die een opkikkertje kan gebruiken zal dat een worst wezen. Ons dus ook. We zouden de komende dagen nog vaker in dit walhalla van koffieconsumptie aan ons cafeïne gerief komen.Holmes, echte Engelse replica’s
Al was de toerist uithangen niet meteen ons doel van de reis, die maandagmiddag liepen we nog over de Tower Bridge, later over Leicester Square en de volgende dag deden we het Sherlock Holmes museum aan. (Over het bezoek aan Abbey Road verschijnt binnenkort een Mike’s Webisode. Zie hoe de Duitse huisvader zijn gezin over het zebrapad dirigeert voor een foto.) Het Sherlock Holmes museum in Baker Street is een replica van het oude huis en kantoor van de beroemde fictieve speurneus waar ook beelden staan van personages uit de boeken, als evenals acteurs die Watson en Holmes spelen.

Een beeld van Prof Moriaty, de aardsvijand van Sherlock Holmes.


Verboden planeet

Die week bezochten we tweemaal Forbidden Planet waar ik een alleraardigste buste van Jack Skellington van The Nightmare before Christmas aanschafte. Ook nam ik een exemplaar van gebundelde Spiderman krantenstrips en American Splendor: Our Movie Year mee. Een bescheiden hoeveelheid, vooral als je je bedenkt dat Forbidden planet een paradijs is voor een stripliefhebber als ik. Er is zoveel moois te vinden, dat het daarom moeilijk kiezen is. Dankzij het internet is het merendeel echter ook gewoon online te bestellen, dus wie weet wat ik de komende maanden nog binnenhaal. (Hoewel, de stapel nog te lezen cultuur is van zodanige omvang dat ik mezelf een koopstop heb opgelegd.) Later kwamen daar overigens nog een prachtig artbook van Tim Burton, de autobiografie van Roger Moore en The Death of Bunny Munro van Nick Cave bij. Dorian Gray, echte Engelse cultuur
In de avond bekeken wij de film District 9 van regisseur Neill Blomkamp. Een van de originelere sciencefiction flicks die ik de laatste tijd gezien heb. (Hier een kritische recensie van Floortje Smit op cinema.nl). Woensdagavond zagen wij Dorian Gray, een kersverse verfilming van het klassieke boek van Oscar Wilde. The Picture of Dorian Gray, een prachtig boek vind ik dat. Een inspirerend verhaal met een origineel idee als basis. Deze verfilming was in handen van Oliver Parker en hij maakte een onderhoudende film waarin de jonge Dorian Gray na aankomst in Londen zich al snel overgeeft aan de geneugten des levens. Ondanks zijn wilde levensstijl lijkt hij geen dag ouder te worden, wat alles te maken heeft met een schilderij dat langzaamaan steeds meer van zijn zondige ziel blootgeeft. Leuk aan de film vond ik, behalve zeer geloofwaardige acteerprestaties van hoofdpersoon Ben Barnes (Prins Caspian) en Colin Firth, de mise-en-scène. De opnames zijn soms vaak duidelijk in een studio opgenomen en tegelijkertijd hebben ze daardoor een perfecte theatrale uitstraling. Het was helemaal passend om een bezoekje te brengen aan een fictief Victoriaans Londen te brengen terwijl ik me in de hedendaagse versie van die stad bevond. Lees ook: Lekker nerden in Londen met Kevin Smith.

Categorieën
Mike's notities

Huur opgezegd

Maandag heb ik mijn huur opgezegd. Het appartement dat ruim 12 jaar onderdak bood, zal binnenkort mijn huis niet meer zijn. Een prettig idee, al koester ik ook enige nostalgische herinneringen.12 jaar (nou ja, als ik mijn sleutel inlever spreken we inmiddels al van 12½) is een hele tijd. Ik heb in mijn appartementje liefdes beleefd en verbroken, uren zitten studeren en een vuistdikke scriptie geschreven, diverse verhalen, scripts en blogjes gepend, ruzies gemaakt en weer bijgelegd, mooie filmschatten ontdekt, zomers lang op het schuurdak zitten dromen, ontelbare liters koffie gedronken, meters boeken en strips verslonden. En ik ben er natuurlijk ouder geworden.De laatste tijd voelde het pand echter niet meer als een thuis. Sterker nog, ik was er nog zelden en zat meestal bij lief in Amsterdam. Thuis deed ik de was en werkte ik aan projecten. Geregeld waren er nare opstootjes in de gangen en rondom het complex. Details zal ik de lezer besparen, maar toen een paar maanden geleden een Marokkaanse knokploeg probeerde een deur van de buren in te trappen, leek het mij geen onaardig idee om elders te gaan wonen. Ook voelde ik ook steeds minder binding met de andere bewoners in het pand. En met hun muzieksmaak die duidelijk door de muren was te horen evenmin. Ik zal het gehorige pand in het centrum niet missen.Een mens moet ook niet te lang op dezelfde plek blijven hangen. Herinneringen stapelen zich op en voordat je het weet woon je in het decor van vergaande gebeurtenissen en raakt je blik op de toekomst troebel door al die oude scènes op je netvlies. Een nieuwe start betekent een nieuwe plek. Ik was dat VOC-dorp aan het IJsselmeer ook meer dan zat. Alle paden, lanen en wegen aldaar heb ik reeds een miljoen keer bewandeld.Tijd om ergens anders voetsporen te gaan maken. Samen wandelen is ook zoveel leuker dan soloreizen.Wordt vervolgd…
Lees ook:

Categorieën
Mike's notities

Vijf dagen in flashback

Het was een opmerkenswaardige week, met vage projecties, een literaire ‘ontdekking’, goede maaltijden en dansende schijnsims.
Maandag zat ik in de bioscoopzaal van Warner Bros waar ik de film X-Men Origins: Wolverine zag. Stiekem had ik best naar dit soloavontuur van Wolverine uitgekeken, want van alle X-Men is Logan mij het dierbaarst. Ik mag die opvliegende en getormenteerde rauwdouwer wel en heb dan ook erg genoten van Hugh Jackmans vertolking in de X-Men films. Jackman ging in de afgelopen weken de wereld over om de film, die hij ook produceerde, te promoten. Zijn lotgevallen waren te volgen op twitter. Ongetwijfeld begon de Australische acteur een account op dit hippe netwerk om de film extra onder de aandacht te brengen.Vage film
Maar wat een teleurstelling trof mij in de zaal van Warner. Geen diepgaand relaas over het verleden van Wolverine, maar een haastig en oppervlakkig verhaal dat schetsmatig de geschiedenis van deze X-Man aanstipte. Daarbij was de projectie tijdens de persvoorstelling meermalen onscherp. Dat mag de mening van een recensent natuurlijk niet vertekenen, maar het leidde wel af. Opvallend ook hoe de vertaler niet de moeite had genomen om zich in het bronmateriaal te verdiepen. Zo werd steevast het woordje ‘bub’, wat Logan altijd gebruikt in de strips, vertaald met ‘Bob’. Ook jammer dat Jackman niet zijn pruikje op had. De manen die het gelaat van Logan zo kenmerken zijn vervangen voor een nonchalante coupe. Het is betreurenswaardig dat de film zo kon mislukken ondanks alle goede bedoelingen van mensen als Jackman – dat hij het goed kan vinden met het personage mag na vier films duidelijk zijn. Ik koester een stille hoop dat hij zich met een volgende en boeiende aflevering revancheert.
Dinsdagochtend stond ik op met een zwaar gemoed: er moest nog een recensie over Wolverine aan het web worden toevertrouwd. De ochtend ging dan ook op aan het woordelijk uitdrukken van mijn particuliere mening. Eenmaal aan het schrijven, kwamen de woorden als vanzelf.
In de avond kreeg ik alvast een voorschot op mijn verjaardag, toen mijn ouders in Amsterdam waren en we met z’n vieren een naburig restaurant bezochten om bij te praten, te klinken en van een niet zo’n eenvoudige doch voedzame maaltijd te genieten.De houdgreep
Woensdag deed ik een interessante ontdekking in de boekenkast van L. Daarin stond een boek half uit de rij, alsof hij me stond op te wachten. Een zwoel kijkende jonge vrouw op het omslag maakte mij nieuwsgierig. De houdgreep van Joost Zwagerman, waar de auteur in 1986 mee debuteerde, gaat over Adriënne en Ingmar die samen hun eerste liefde beleven. Fijn dat Zwagerman ons daar ooit deelgenoot van maakte en deze liefde beschreef zoals alleen hij dat kan. Mooi verwoord, inleefbaar en levendig.Wat heerlijk om na zo’n lange tijd weer eens de zinnen te verzetten met een goed literair werk; om te proeven van de Nederlandse taal waarin de geestesbeelden van een ander op vakkundige wijze worden uitgedrukt.Prinsheerlijk
In de avond maakte Amsterdam zich op voor Koninginnedag. De stad gonsde van verwachting. Donderdag begon met de geur van versgebakken appeltaart die mijn neusgaten streelde. Ik kreeg niet veel mee van de dag van Bea, en bracht mijn verjaardag deels door op het balkon, las wat strips en dommelde halverwege de dag weg in een oppervlakkige, surrealistische ervaring en werd pas weer wakker bij het nieuws dat er een aanslag op het Koningshuis was gepoogd. Een nare gebeurtenis die mooi in woorden werd gevat door Nico Dijkshoorn:
(Wat kan ik daar nog over zeggen, wat al niet uitentreuren is gedaan? Treurige gebeurtenis die door de media in overdosis is herhaald. Telkens maar weer dezelfde beelden, alsof dat het begrip voor wat we zien vergroot. Alsof dat iets verandert aan wat er gebeurd is. Volgende week weer een nieuwe ramp en gaan we weer door met de dagelijkse beslommeringen.)
Die avond at ik samen met L in een restaurant waar tot mijn genoegen oude hits van Prince werden gedraaid. Het was een verfrissende herinnering aan oud plezier; ik verbaasde mezelf dat ik nog zoveel songteksten kon herinneren en betreurde het feit dat de vlam van deze geniale muzikant al jaren op een laag pitje brandde.Vrijdagmiddag balanceerde ik onwennig op een wippende stoel op het terras van De Molengang, waar de mannelijke bediening traag en allesbehalve klantvriendelijk was en waar ik samen met de Schone Schrijfster over het schrijven van fictie converseerde tot het tijd was om nog even Lambiek in de Kerkstraat te bezoeken, te bedrinken en te bedanken voor de gastvrijheid.Funky in het Frans
Vrijdagavond was ik met L en Jeroen in De Nieuwe Anita om de Jet Set Party bij te wonen en ons te verbazen over de funky Franse deuntjes van DJ Natasha en de uit Frankrijk ingevlogen deejay/remixer Minimatic. Terwijl Jeroen zijn toekomst in Tarottaal kreeg uitgelegd, keken L en ik naar de dansende jongens en meisjes op het feest. Anachronistische bewegingen, swingende heupen die niet zouden misstaan in een tienerfilm uit de jaren zestig. Hier en daar een houterige kantoorclerk die zijn best deed te mengen met de menigte. Van boven gezien deden deze ritmisch voortbewegende lijven me nog het meeste denken aan die van geautomatiseerd bewegende Sims.
Doch, dat de dames en heren hun dagelijkse zorgen even wegswingden op eigenaardige Franse muziek leek mij een toepasselijke daad aan het einde van deze markante week en een prachtig begin van de nieuwe maand.

Categorieën
Mike's notities Video

Voorwaarts

‘No matter. Try again. Fail again. Fail better.’
-Samuel Beckett

De laatste tijd heb ik het gevoel dat ik eindelijk op weg ben. Op weg naar wat ik wil, wat ik moet. Moet? Ja, móet. Een niet te bedwingen drang in mij die ik lang heb genegeerd. Te lang eigenlijk.
Vorig jaar brandde de drang diep in me, hield me ’s nachts wakker en deed me wegdromen op de meest dooie momenten van de dag. En die waren er genoeg op de plek waar ik niet hoorde, maar toch iedere dag weer verscheen.Dus vertrokken, in alle haast en bruggen verbrandend. Voor mezelf begonnen, los van zekerheid. Al zoekende vinden: terloops ergens op stuiten, soms doelgericht en toch missen. Zo hoort het.
Ik ben begonnen met de eerste stapjes. Babysteps. Prima, ik ga vooruit. Wie zich haast haalt de eindstreep sneller of vliegt halverwege de race uit de bocht. En dan is het bekeken.
Toch, de tijd dringt. Er is haast bij. Je zou het haast denken.
Vandaag niet. Vandaag verkeer ik in de luwte. Vandaag kijk ik in de spiegel en snap ik wie ik zie. Misschien voor de eerste keer besef ik dat hij op mij begint te lijken. En dat geeft een comfortabel gevoel.

Een mooi streven.

American Pie van Don McLean. Een van de beste popsongs ooit gemaakt. Blijft een prachtige inspiratiebron.

Lees ook:

  1. Nog niet dood

 

 

Categorieën
Fotoblog Mike's notities

New York notities #3

PlaatjespraatjesOp de eerste verdieping van ons hotel, het Gershwin in Manhattan, is een klein keukentje met een cola-automaat. Door de deuropening starend lijkt het tafereel veel op een fotorealistisch schilderij. Het is er ook altijd muisstil. Nooit iemand gezien.
In de lobby bij de liften speelt constant deze voorstelling van iemand die schijnbaar via de liftkabels omhoog klimt. Gerswhin is een artyfarty hotel waar veel schilderijen en foto’s van beroemde kunstenaars hangen. Ik vond het een pittoreske hotelletje. Parkje vlakbij Tudor City. Opvallend bordje vind ik dit. Net als al die bordjes in toiletten van restaurants en cafés: ‘employees must wash hands.’ Dat je mensen daar nog op moet wijzen… brrrr.
Hij is echt, maar had net zo goed een rekwisiet van een film of televisieserie kunnen zijn. Wie door New York wandelt waant zich in een filmdecor.Typisch Hollands gebruiksvoorwerp in New York. Misschien achtergelaten door een van de Nederlandse stichters van de stad. Hoewel, te nieuw model.

Pleintje in The Village.

Categorieën
Film Fotoblog Mike's notities

New York notities #2

Sinds die scène in de film Ghostbusters (Ivan Reitman, 1984) is het altijd al een wens van me geweest om de New York Public Library te bezoeken. Niet dat ik er iets spookachtigs verwacht natuurlijk, maar de plek bewandelen waar Peter Venkman en zijn collega’s hun eerste ontmoeting met het hiernamaals beleefden lijkt me toch bijzonder. De dag dat we het gebouw bezoeken, zijn we iets te vroeg. De bibliotheek gaat pas om 11 uur open. Voor New Yorkers is 11 uur vroeg genoeg om te lezen. We hebben dus genoeg tijd om de leeuwen te fotograferen die dit instituut der kennis bewaken.Even later gaan we het gebouw binnen. De bibliotheek bevat prachtige leeszalen vol gedrukte kennis. Tussen alle lezende New Yorkers had ik moeite om niet heel hard ‘Hey, has anyone seen a ghost?’ te roepen. Gelukkig kon ik me inhouden. Ik ben immers Bill Murray niet. Bovendien werd deze zin door Pete Venkman in een heel andere scène uitgesproken.

Doodeng en doodleuk vond ik Ghostbusters de eerste keer dat ik de film zag. Ik was een jaar of zeven denk ik. Als de bibliotheekmedewerker aan het begin van de film door de zaal met boeken loopt, begint ze langzaam te vermoeden dat er iets niet pluis is. Rondzwevende boeken en later een heel kaartenregister dat de lucht in vliegt zijn daar duidelijke aanwijzingen voor. Dan schijnt er een spookachtig wit licht op de bibliothecaresse. Ze ziet een verschijning en slaakt een ijzige angstkreet! Het is een wonder dat ik na het zien van deze scène ooit nog een bibliotheek in durfde.Nu ik door de muisstille zalen van de New York Public Library loop, is een dergelijke doodsangst moeilijk voor te stellen. Maar ja, je weet nooit wat er in de kelders van het gebouw schuilgaat…
Columbia University
Enkele dagen later bezoek ik in mijn eentje een plek die ook op de achtergrond van Ghostbusters een rol speelt: de campus van de Columbia University. Hier op de trap zitten Pete en Ray zich te bezatten. Ze zijn zojuist door het universiteitsbestuur ontslagen. Venkman ziet hierin echter een gouden kans: ze moeten voor zichzelf gaan beginnen. Overigens studeerde Peter Parker hier ook in de Spider-Man-films van Sam Raimi. In Spider-Man 2 krijgt Parker hier menig tas tegen zijn hoofd als hij zijn spullen van de grond afraapt. Ook krijgt hij een berisping van Dr. Curt Connors naar zijn hoofd geslingerd wanneer hij voor de zoveelste keer te laat komt opdagen voor college. Het werk van een superheld is nu eenmaal moeilijk te coördineren met het studentenleven.
Wie op de campus van Columbia vertoeft snapt waarom dit een geliefde filmlocatie is. De classicistische gebouwen zijn imposant. Tegelijkertijd straalt het geheel een rustige sfeer uit. De campus van de New York University is een stuk minder schilderachtig dan die van Columbia – het sociale gebeuren speelt zich daar vooral af op Washington Square Park, maar voelt veel minder als een eenheid dan dit centrum der kennisuitwisseling.

Vleugje nostalgie
Een mild windje is het staartje van een regenbui eerder die middag. Ik ga op de trap voor de universiteitsbibliotheek zitten. Ik observeer de paar studenten die op de campus zijn. Het merendeel loopt van het ene naar het andere gebouw. Het is zondag dus erg rustig. Nergens zie ik een leuk tentje om wat koffie te drinken. Daar had ik wel op gehoopt, want dit zijn doorgaans de beste plekken om wat van de studentensfeer mee te krijgen.Ik rondde mijn studie af in de zomer van 2003 en ofschoon ik daarna nog een jaar heb lesgegeven op de universiteit, is het alweer vijf jaar geleden sinds ik het studieleven achter me liet. Soms mis ik het wel. Het discussiëren over theorieën, samen boeiende nieuwe films ontdekken, kennis gevoerd krijgen, kennis opdoen in dat ene verrassende boek dat door zijn vreemdsoortige cover opvalt in de boekenkast en natuurlijk heel veel gezellig toeven in het studentencafé. Ik mis het soms. Net als de zeeën van tijd die je tussen het studeren door lijkt te hebben…

Ach, wat zeur ik nou. Ik deel als freelancer nu ook mijn eigen tijd in, kennis doe ik nog steeds dagelijks op via het web en ik sla zelfs nog wel eens een boek open. Toch voel ik mij wat weemoedig wanneer ik op de campus van Columbia rondloop. Dat komt vooral omdat ik bezichtiger ben van een wereld waar ik geen deel van uit maak. Dit is niet mijn wereld, dit is niet mijn universiteit. Sterker nog: dit is niet eens mijn stad. Stranger in a strange, but familiair land…

Wordt vervolgd…Lees ook:

Categorieën
Fotoblog Mike's notities

New York notities #1

Het is alweer bijna een maand geleden dat ik samen met Linda New York bezocht. De drukte van het dagelijks leven maakt dat ik er nog niet aan toekwam om een reisverslag te posten. Daarom zo nu en dan wat aantekeningen uit mijn notitieboekje die ik optekende tijdens mijn ontdekkingstocht door The Big Apple.Naar de grote Appel
We vliegen via Philadelphia met US Airlines. Bij het instappen en later bij het opstappen verkeer ik in een euforische stemming. Alsof het kind binnenin weer is ontwaakt. Nou ja kind, eerder de nerdy tiener die blij is dat hij de stad van zijn helden gaat opzoeken: John Lennon, Spider-Man en andere popiconen die zo veelbetekenend zijn geweest voor mijn jeugd en waar ik maar geen afscheid van wil nemen. En waarom zou ik ook? Het koesteren van mijn jeugddromen maakt dat ik even vergeet dat het leven eindig is, dat alles slechts een momentopname is die snel in de tijd zal vervagen.New York we komen eraan!

Als wittebroodsweken
De eerste dag in New York vergaap ik mij letterlijk aan de architectuur van Manhattan en ben ik in de ban van de energie die door de stad zindert. Ik voel me thuis in deze betonnen jungle. Sterker nog, het liefste ga ik hier wonen en werken, bedenk ik mij al snel. Terwijl we de stad ontdekken fantaseren Linda en ik hoe het zou zijn om hier een apartementje te betrekken. Daar ik al eens een jaar in de Verenigde Staten heb doorgebracht met als doel mezelf uiteindelijk te naturaliseren, wakkert er diep in mij een oude droom aan.

Een paar dagen later denk ik daar alweer anders over. In de dagen dat ik in New York ben doorloop ik wat in wezen het klassieke patroon van een relatie genoemd kan worden. In de eerste fase is alles spannend en nieuw wat ze doet. Ik bewonder al haar vreemde en bijzondere eigenschappen. In de tweede fase worden die bijzondere dingen normaal en welbekend. Een negatieve ervaring hier en daar maakt dat ik mijn mening bijstel. (Zo gaat in Manhattan alles sneller dan bij ons. Het voordeel is dat lange rijen in de lunchroom snel worden weggewerkt, het nadeel is dat het personeel soms weinig geduld heeft met de toerist die alles nog even moet uitzoeken. Zo krijg ik op de tweede ochtend toegesnauwd dat ik een bepaald broodje niet mag bestellen omdat het op de lunchkaart staat. De jongen wijst een bord aan met alleen ontbijt broodjes, terwijl ik even later iemand anders mijn broodje zie bestellen en hij deze ook gewoon krijgt.)

Een paar dagen later teken ik de volgende overpeinzing op in mijn notitieboekje:
De eerste crush op Manhattan is wel een beetje over. Plannen om hier te gaan wonen schuif ik daarom diep weg in mijn onderbewuste. Want wat moet ik hier dan gaan doen? In dienst van Marvel stripalbums gaan promoten in een Spider-Man-pak? Dat betekent eerst een jaar zweten in de sportschool om vervolgens iedere dag geschopt te worden door irritante koters. Nee, bedankt. Een optie zou kunnen zijn dat ik voor een Nederlandse publicatie over New York ga schrijven en daarnaast als vuilnisman of receptionist in een hotel de kost bijverdien. Uiteindelijk ben ik na de vakantie blij dat ik de stad weer kan verlaten. Afgemat van de indrukken en de vele kilometers die ik in een paar dagen heb afgelegd. Om na het afscheid weer vurig naar haar te verlangen, vol met nostalgische gevoelens en een koffer vol inspiratie.

Wordt vervolgd…

Lees ook:

Categorieën
Mike's notities

Booker T. & The MG’s in de Melkweg: Funky krasse knarren

Donderdagavond 19 maart speelde Booker T. & The MG’s in de Melkweg te Amsterdam. De krasse knarren van de funk speelden het dak eraf. Booker T. & the MG’s is een instrumentale soulband, vooral populair in de zestiger en zeventiger jaren. Booker T. Jones, Steve Cropper , Lewie Steinberg en wijlen Al Jackson Jr. waren van oorsprong sessiemuzikanten voor het Stax platenlabel. Ze zijn te horen op meer dan 500 platen, waaronder albums van Otis Redding en Sam & Dave. In 1965 verliet Steinberg de band en kwam Donald ‘Duck’ Dunn erbij. Dunn en Cropper speelden later ook met The Blues Brothers samen, maar dat even terzijde. In de huidige opstelling speelt drummer Steve Potts mee. Hij is de neef van Al Jackson die in 1975 vermoord werd.
De bekendste hit van Booker T & The MG’s is het nummer ‘Melting Pot’, wat ze gisteravond natuurlijk trouw speelden. Een optreden dat met luid gejuich ontvangen werd in de zaal The Max.
Ik was een van de gefortuneerden die het uitverkochte concert kon bijwonen. Leuk aan Booker T. & The M.G.’s is dat ze een heel divers publiek aantrekken: jong en oud stonden mee te swingen op de overbekende deuntjes die de band speelde. En ze hadden er zelf zichtbaar ook zin in. Krasse knarren die nog steeds strakke funk en soul in je lijf weten te pompen. Het applaus na het concert duurde dan ook ruim tien minuten. Nederlanders willen immers altijd meer, hoe goed of slecht de show ook was.

Maar
Booker T. en zijn MG’s
kwamen
niet
meer
het
podium
op.

Het was al een prima show geweest, waarom nog een toegift geven?Online vond ik een registratie van de hit ‘Green Unions’, gespeeld tijdens dit concert:

Hoe ik Booker T. ontdekte…
Ik hou erg van de muziek van Booker T. & The MG’s. Mijn liefde voor het hammondorgel is met deze band begonnen daar Booker T. Jones himself erop speelt. Stop alle synthesizers maar in je hol, als je soul uit een stel toetsen moet duwen, dan moet je op een hammondorgel spelen. Punt.

Vroeger had mijn vader een cassettetape waar ze op stonden. Of eigenlijk, een tape waarop in mijn ogen een groovy band op stond zonder dat ik wist wie het waren. (Dankzij de film Austin Powers, was het woord ‘groovy’ toen weer in de mode – weet je nog?) Ook The Shadows stonden op dat tapeje dat ergens in de jaren zeventig opgenomen moet zijn. Omdat ik dat bandje zo goed vond heb ik het ooit van hem gekregen. Toen ik op de kunstacademie zat draaide ik het wel eens. Ik word namelijk erg vrolijk van de instrumentale liedjes van Booker T. – een paar tracks van deze band en je hebt geen prozac meer nodig. Eén nummer trok mij in het bijzonder aan. Ik kreeg dankzij het nummer allerlei verhaalideeën (ik raak wel vaker geïnspireerd door muziek) en een ervan werkte ik uit tot een korte film – een detectiveverhaal dat De Schilder heette.Ik wilde het betreffende nummer graag in de film verwerken, maar had geen idee van wie het was. Ik had echter een cd-versie van het liedje nodig, want de tape klonk niet goed genoeg meer. Een maandenlange speurtocht volgde. Mijn vader wist niet meer welk tapeje ik bedoelde. Samen met mijn toenmalige buurman zocht ik zijn uitgebreide muziekcollectie, maar dat mocht niet baten. Als er toen YouTube had bestaan, was het een koud kunstje geweest om de band te achterhalen. Uiteindelijk bleek de oplossing dichterbij dan verwacht. Nog eens goed naar het cassettedoosje kijkend, bleek dat er tussen een stel doorgekraste namen in vage letters ‘The Shadows & Booker T.’ stond geschreven. Ik besloot dit spoor te volgen en liet in de platenzaak een verzamelalbum van Booker T. voor me draaien. En verdomd, het nummer, dat ‘Melting Pot‘ bleek te zijn, stond erop. Mysterie opgelost. Daar moest ik gisteravond even aandenken toen de vier muzikanten met zichtbaar veel plezier hun set deden.

Categorieën
Fotoblog Mike's notities

Avonturen in Antwerpen (3): Geheugenplaatjes

Wat blijft erover van onze avonturen en de dagelijkse gebeurtenissen? Herinneren we ons wat er is gebeurd, wellicht ietwat gekleurd, uitvergroot en dus gedramatiseerd? Of herinneren we ons op het laatst alleen nog maar de foto’s die we van de gebeurtenissen hebben genomen?

Onder de Schelde.

New Burton.

Een musical over Edward Scissorhands. Heiligschennis! Kijk gewoon de film zou ik zeggen.

Heilige boontjes in kathedraalcafé Het Elfde Gebod.


Wat herinner ik me over een paar jaar nog van mijn weekend in Antwerpen. Het voorval in de Karoakebar? Het bezoek aan het ModeMuseum, de koude douche, het tapijt vol vlekken? Deze blogposts zullen als geheugensteun fungeren en herinneringen oproepen. (Als de site dan nog online staat tenminste…)


Zondagavond zitten we in een overvolle trein terug naar Amsterdam. We gaan in de Eerste Klas zitten, omdat we geen zin hebben om ruim twee uur te gaan staan. Moet de NS maar eens inzien dat de eerste klas archaïsch is en dat het tijd wordt dat ze genoeg stoelen voor iedere betalende reiziger regelen. Ik lees de eerste bladzijden van de graphic novel Freddie & Me. L. begint in Maus.Lees ook:

Categorieën
Mike's notities

Avonturen in Antwerpen (2): No karaoke

Zaterdagavond staan L. en ik voor de Bonaparte. Dé karaokebar van Antwerpen. Hoewel de Grote Markt er meerdere telt, schijnt dit de meest bekende te zijn. In mij huist een diep verlangen om eens een karaokebar te bezoeken. Dit vreemde verlangen begon enkele jaren geleden toen ik Antwerpen met vriend P. bezocht. We slenterden toen wat door de stad en stuitten op zo’n zinggelegenheid. We hielden halt voor de deur.Een groep jonge, aantrekkelijke meiden liep langs. De meisjes giechelden dat ze altijd al eens karaoke wilden doen. Nu waren P. en ik allebei vrijgezel op dat moment, dus ik dacht dat we met het bezoeken van de bar meerdere vliegen in een klap konden slaan. Ik kon niet wachten tot ik een paar aangeschoten zakenmannen zou horen kraaien. En als we tegelijkertijd kennis konden maken met wat vrouwelijk schoon, wat was daar op tegen? Maar nee, P. was niet te vermurwen. Hij brandde nog liever in de hel dan ooit een karaokebar te betreden.Blije Japanners
Toen L. opperde naar Antwerpen te gaan, zag de potentiële karaokeliefhebber in mij zijn kans. Ik denk dat ze kleine podiumpjes hebben waarop mensen in de spotlight een liedje ten gehore brengen, zoals ik eerder heb gezien in films en Amerikaanse tv-series. Ik verwacht groepjes blije Japanners die met een dik accent Amerikaanse hits zingen. Hier en daar een romantische ziel die met een valse noot de liefde aan zijn vriendin verklaart. Dat soort zaken.Hoewel L. zacht gezegd niet heel enthousiast werd van het woord karaoke, weet ik haar toch over te halen om een kijkje te nemen. Die avond lopen we rond een uurtje of tien de Grote Markt op. Vol verwachting klopt mijn hart. Daar is de Bonaparte. Après-ski
De deur zwaait open en een stel tieners huppelt naar buiten. Het geluid vanuit de bar is duidelijk te horen. Alle aanwezigen zingen mee met ‘Een Eigen Huis’ van René Froger. We stappen angstvallig het vertrek binnen. De liedtekst is vanaf televisies te lezen, de gehele groep aanwezigen staat te schreeuwen naar de beeldbuis. Achter de bar wordt flink getapt. ‘Shit,’ denk ik, ‘het lijkt wel een après-skitent.’ Een infantiele vertoning is het. Daar wil ik geen deel van uitmaken. L. en ik lopen dan ook heel snel weer naar buiten. Van mijn karaokedrift ben ik volledig genezen. Daar was slechts een bezoek van drie minuten voor nodig.
Lees ook:

Categorieën
Fotoblog Mike's notities

Avonturen in Antwerpen (1): Veel façades en facetten

L. en ik vinden allebei dat we een paar dagen vakantie hebben verdiend. Op naar Antwerpen met de trein van tien voor vijf. Onderweg lees ik Maus van Art Spiegelman en eet ik een broodje brie.

Antwerpen CS.

Het is niet mijn eerste keer in Antwerpen, toch zie ik bij ieder bezoek weer een ander facet van deze Vlaamse prachtstad. Van de tot nu toe bezochte Belgische steden – waaronder Brussel, Gent en Brugge – zou ik er geen bezwaar tegen hebben hier een woning te betrekken, mocht dat ooit te combineren zijn met mijn carrière. Sowieso staat België veel vriendelijker tegenover het beeldverhaal dan Nederland. Zo telt Antwerpen zes beschilderde stripmuren en vindt tweejaarlijks de beurs Strip Turnhout plaats waar ik vorig jaar was met Nieuw Gehoer. Een positiever ontvangst kwam zelden voor.

Detail van een van de stripmuren.

Schril contrast
We komen iets na zevenen aan op centraal station en besluiten naar het hotel te lopen. Van de Frankrijk Lei, naar de Britse tot de Amerika Lei. Daar staat het Hotel Rubenshof te wachten. De hal en receptieruimte van het hotel zijn indrukwekkend. In neo-art nouveau stijl. Maar de receptieruimte is een façade. Achter de deuren van de kamers gaat een sjofele inrichting schuil die nog het meest doen denken aan het interieurdesign van het voormalig Oostblok. Het tapijt zit vol vlekken, de muren zijn okergeel gekleurd en het geheel maakt een onafgemaakte indruk. Geeft niets, we gaan toch meteen de stad in. De paffende paffer
Het valt me meteen op dat er flink gepaft wordt in de cafés. Een ober legt mij uit dat er gerookt wordt in de tenten waar er niet gegeten wordt. Na een paar maanden rookverbod is het even wennen om weer in andermans kankerzucht te zitten. L. en ik mijden de komende twee dagen dat soort drinkgelegenheden dan ook zoveel mogelijk. Die avond nuttig ik een voortreffelijke lasagne in Canal; L. smult van de tapas. Koud hè?
De volgende ochtend begint met de nare ontdekking dat de douche alleen koud water biedt. Bij nader bibberend onderzoek blijkt dat de thermostaatkraan niet goed werkt. Als deze geheel open wordt gezet, geeft de douchekop sporadisch een zuchtje lauw water. De hotelmanager vindt het vervelend om te horen en zal proberen er iets aan te doen. Een andere kamer is helaas niet beschikbaar. Als we die avond weer terugkomen in de kamer ligt er een doosje zeebanket voor ons op bed. En een briefje met excuses. Er is niets aan te doen totdat de loodgieter maandag zijn gezicht laat zien. Er ziet niets anders op dan bibberend te douchen. Deconstructivisme in het ModeMuseum
Op zaterdag bezoeken we in het Modemuseum. Bij binnenkomst worden we aangesproken door een promotieteam van Nescafé. De twee dames en heer zijn gekleed in strakke zwarte t-shirts waarop Nescafé in witte letters staat geschreven. Het drietal lijkt net een stel modebewuste modellen. Niet geheel ontoepasselijk in een modemuseum. Ze bieden ons een kopje koffie aan. Het bezoek begint dus al goed, al geven mijn smaakpapillen de voorkeur aan cappuccino. Met de koffie in de slokdarm begeven we ons naar het eigenlijke doel van het museumbezoek: de expositie over Maison Martin Margiela. Kenmerkend aan deze modekunstenaar is dat hij nooit in de openbaarheid verschijnt en weigert interviews te geven. Een paar designs in de tentoonstelling spreken me aan. Hij heeft een collectie gemaakt op basis van kleertjes voor Barbie- en Kenpoppen. De uitvergrootte, scheefzittende jasjes werken op de lachspieren. Een serie silhouetten steken mooi strak af tegen de witte achtergrond. Het deconstructivisme wat de maker aanhangt spreekt mij in het bijzonder aan. Een gedachtegoed dat ook terug te vinden is in filmtheorie. Maison Martin Margiela past dit toe door de constructie van kledingontwerpen bloot te leggen. Margiela toont de binnenkant van een kledingstuk, legt de constructie ervan bloot en focust op datgene wat de mode doorgaans angstvallig verborgen wil houden. Mij zie je er niet in lopen, maar het idee erachter is wel prikkelend. Ik ben zo’n type dat graag wil weten hoe iets in elkaar steekt.

Antwerpen. Foto: L.

De sporen van het verleden
Tot slot bekijk ik nog eens de tweedehands kleding die Margiela heeft overgespoten met zilververf. Tijdens modeshows breekt de verf, waardoor de onderlaag langzaam te voorschijn komt. Daarmee wil hij aangeven dat we het verleden niet verborgen kunnen houden. Hij heeft een punt: als ik later door het centrum van Antwerpen loop, denk ik automatisch terug aan de keren dat ik er eerder was. Specifieke voorvallen schieten me te binnen terwijl ik tegelijkertijd nieuwe herinneringen aanmaak.Wordt vervolgd…

Categorieën
Fotoblog

Een dagje spijbelen…

Ik werd wakker in Amsterdam. Niet in mijn eigen bed, maar toch voelde het vertrouwd.De avond ervoor had ik met N. tot laat gebreinstormd over een filmscript. Een intensieve sessie, zoals dat hoort bij het schrijven van scripts. Op de dag dat de constructie van een verhaal makkelijk gaat, doen we vast iets fout. Amsterdam werd helder verlicht door de najaarszon; de ochtend voelde aan als een frisse belofte waar ik van wilde proeven. Tijd om te spijbelen. Werken kan altijd later nog. Bovendien had ik dagen achter Mackie gewerkt, gegeten en – nu ja dichterlijk overdreven – geslapen. (Het resultaat kun je hier aanschouwen.) Tijd om de benen te strekken en mijn hoofd door de najaarsbries leeg te laten blazen.

(Klik op de foto voor grotere versie.)

Grachten langs, bruggetjes over. Menig straatje in de Damstad mocht wat mij betreft zo worden ingelijst. Hangt u maar op – straatkunst. Onderwijl werd hier en daar hard gewerkt. Mannen van de gemeente maakten menig kruin een kopje kleiner:

(Klik op de foto voor grotere versie.)

Mijn omzwervingen brachten me in stripwinkel Lambiek alwaar ik ontvangen werd met een gastvrije kop koffie. Boris en Klaas waren te spreken over de 24 Hour Comic-video die de week ervoor in de winkel was gedraaid. Inmiddels was de galerieruimte weer geheel opgeruimd. Er was geen enkel bewijs van de stripmarathon meer te zien.Buiten was het roemoerig: vrachtwagens die zich door een te smalle straat trachtten te persen. Najaarstoeristen met rugtassen vol verwachtingen, digitale foto’s en vuile sokken. Via de Leidse straat, ’t Spui en de ABC naar het CS. In de trein las ik een pas gekochte strip. Even in mijn eigen wereld, verstopt voor de realiteit. Thuis wachtten oude rekeningen, een to-do-lijstje, de afwas en een nog te monteren video. Maar eerst koffie en een aflevering van de serie Californication kijken. Nog even genieten. Als je spijbelt, moet je het immers goed doen.