Categorieën
Strips

De doodsangst van Barbara Stok

Barbara Stok maakt sinds 1995 autobiografische strips en kreeg vorig jaar – als eerste vrouw – de Stripschapprijs voor haar oeuvre. Met het prentenboek Over de levensgenieter die haar angst voor de dood wil verdrijven, gooit ze het over een andere boeg.

Op Manuscripta leest de stripmaakster voor uit haar strips die thematisch verbonden zijn aan haar nieuwe boek dat eind augustus uitkomt. ‘Als mensen willen weten hoe je een strip voordraagt, moeten ze maar komen kijken,’ zegt ze lachend.

Het boek gaat over Stoks zoektocht naar een oplossing voor haar doodsangst. Ze onderzoekt en verwerpt verschillende ideeën over de dood en ze citeert een rijk arsenaal aan denkers, waaronder Joep Dohmen, Spinoza en de Griekse filosoof Epicurus. Ook plukt ze levensbeschouwingen als het boeddhisme en taoïsme. Stok: ‘Ik vond dat allemaal echt fantastisch. Vooral die oude Grieken. Je denkt dat al die filosofen uit de oudheid verschrikkelijk moeilijke teksten hebben geschreven, maar dat zijn ze helemaal niet. De ideeën van toen zijn nu nog toepasbaar.’

Logica
De idee van Marcus Aurelius, dat als je doodgaat je alleen maar het heden verliest, spreekt Stok in het bijzonder aan. ‘Zo had ik er nog nooit over nagedacht. Dan maakt het ook niet uit of je jong of oud overlijdt, want iedereen verliest alleen maar het nu.’
Uiteindelijk vindt de stripmaakster troost in het idee dat we allemaal onderdeel uitmaken van een groter geheel: ‘Als wij met z’n allen één zijn, dan betekent dat als ik jou kwaad doe, dat ik ook het geheel kwaad doe.’

Stok pretendeert overigens niet dat het boek tot nieuwe inzichten leidt: ‘De conclusie in het boek is niet nieuw voor de wereld, maar wel voor mijzelf. Ook het hele denkproces ernaartoe was dat voor mij. Ik weet zeker dat ik niet uniek ben, dus zijn er vast andere mensen die voor het eerst kennis maken met deze ideeën en die interessant zullen vinden. Het leuke aan dit verhaal is dat ik uiteindelijk uitkom bij gedachtes die je een beetje in de zweverige hoek zou plaatsen, maar ik kom erop door logisch te redeneren.’

In haar autobiografische strips geeft Stok met humor en relativering haar visie op de wereld. Omdat humor ontbreekt in Over de levensgenieter, vindt Stok het eng om het boek uit te brengen: ‘Normaal kan ik me verschuilen achter humor, maar dit keer niet. Je biedt de lezer toch een kijkje in je hoofd.’

Doodsangst
De plotselinge dood van Stoks zwager Guus was de aanleiding voor haar zoektocht. ‘Als iemand in je naaste omgeving overlijdt, word je plotseling extra met de dood geconfronteerd. De dood is echter een thema dat mij van jongs af aan heeft geïnteresseerd en ook in mijn strips voorkomt. Ik ben ook altijd bang geweest voor de dood. Zo’n angst die je twee keer per jaar ’s avonds in bed overvalt. Toen Guus was overleden gebeurde me dat een tijd lang elke avond. Ik dacht: “Verdorie, ik wil die angst voor de dood nu wel eens kwijt.” En daar ben ik zelf mee aan de slag gegaan. Gedurende dat proces bedacht ik dat het interessant zou zijn om er een verhaal over te maken.’

Stok wilde experimenteren en los van de stripvorm een verhaal vertellen: ‘Ik wilde tekst en tekeningen losser van elkaar maken. Een strip maken is noeste arbeid waar veel herhaling inzit. Je tekent plaatjes vaak opnieuw omdat het een storyboard wordt. Wat dat betreft is één tekening maken erg leuk.’ Stoks potloodtekeningen werden ingescand en digitaal bewerkt. De tekenlijnen zijn daarom minder dwingend dan wanneer ze deze geïnkt zou hebben. Hierdoor wordt Stoks zoektocht deels uitgedrukt in de lijnvoering: ‘Die is meer schetsmatig. Ik vind dat daar het idee van vergankelijkheid uitspreekt.’

Haar volgende project wordt overigens wel weer een strip, namelijk een biografie van Vincent van Gogh.

Heeft Stok, nu haar experiment uitkomt, eindelijk haar doodsangst weten te bezweren? ‘Ik heb geleerd me er meer mee te verzoenen,’ zegt Stok, ‘maar ik denk niet dat het mogelijk is om er helemaal van af te raken. Misschien als je dertig jaar in een boeddhistisch klooster gaat zitten, maar dat heb ik er niet voor over. Een klein beetje doodsangst is ook wel gezond. Dat betekent ook dat je het hier naar je zin hebt. ‘

Over de levensgenieter die haar angst voor de dood wil verdrijven verschijnt eind augustus bij Nijgh & Van Ditmar.

Op Manuscripta is Barbara Stok zondag in de Flex Bar Kleine Zaal, 17.30-18.15 uur.

Dit artikel stond in de Manuscripta Bijlage van VPRO Gids #34.

Categorieën
Mike's notities

Zomerrooster

Eigenlijk hou ik er niet zo van, van die zomerroosters. Minder trams op de juiste tijdstippen, minder personeel in bedrijven. Het lijkt soms wel of heel Nederland slaapt tijdens de zomermaanden.

Je merkt het als blogger ook aan je aantal bezoekers. Dat aantal is in deze periode doorgaans minder omdat een deel van de vaste lezers op vakantie is. Sommige bloggers gaan dan ook minder bloggen. Soms omdat ze zelf op vakantie zijn, soms omdat ze een soort van zomerrooster aanhouden. Dat laatste was niet mijn bedoeling, maar de laatste tijd had ik het druk met een paar artikelen die af moesten, waardoor het bloggen er een beetje bij inschoot.

Ik heb Barbara Stok geïnterviewd voor de VPRO Gids. Voor de Eppo schreef ik achtereenvolgens een artikel over de autobiografische strip, over komische stripduo’s en de making of van de western Ronson Inc. Al die stukken zullen binnenkort in het stripblad verschijnen. Tussendoor gaat het werk voor de VARA ook gewoon door en moeten er nog wat striprecensies gepend worden. Niet dat je mij hoort klagen over het werk, want zoals ik al eerder schreef heb ik het liever druk in de zomer.

Nu ben ik zelf afgelopen weekend samen met mijn lief even in Delft geweest. Een bliksemvakantie om de historische stad eens te verkennen. Over de belevenissen zelf zal ik niet veel bloggen, al plaats ik deze week op mijn fotoblog wel wat foto’s die ik daar heb gemaakt.

Het verblijf in Delft was voor mij een mooie gelegenheid om eens te experimenteren met de Sony Cybershot camera. Deze heeft ook een videofunctie. Daar moet je je niet te veel van voorstellen: video’s van een klein formaat en weinig tot geen functies. Je kunt bijvoorbeeld niet inzoomen zodra je aan het draaien bent. Een soort flip dus eigenlijk.

Toch is het leuk om met dat soort apparaten te spelen en er video’tjes mee te draaien. Op Daily Webhead zal ik twee van die experimenten plaatsen. Heel andere koek dan de webisodes. Eerder kleine momentopnames, net zoals de foto’s op het blog.

Categorieën
Strips

Autobiografisch strippen: Leuk en herkenbaar

Nederlandse stripmakers zijn eregast op het FICOMIC stripfestival in Barcelona. De autobiografie is in beide striplanden een belangrijk genre.

Nederland is dit jaar eregast op stripfestival FICOMIC in Barcelona dat deze week van 6 tot en met 9 mei plaatsvindt. Op de Nederlandse stand staat het thema autobiografie centraal, in de expositie zijn vier Nederlandse en vier Spaanse tekenaars aan elkaar gekoppeld op basis van overeenkomsten. Peter Pontiac en Miguel Gallardo zijn bijvoorbeeld generatiegenoten en hebben een achtergrond in de undergroundscène. Voor de expositie tekende de ene stripmaker een portret van de ander. Pontiacs grafische roman Kraut (2000) gaat over zijn vader die lid was van de SS. In de jaren zeventig maakte Pontiac al autobiografisch getinte strips over zijn drugsverslaving. Die verschenen in het striptijdschrift Gummi, waar ook Rudolf Kahls verstripte jeugdherinneringen aan naoorlogs Duitsland werden gepubliceerd.

Vanzelfsprekend
Logisch dat in Barcelona voor de autobiografie is gekozen, want het is een belangrijk genre binnen de Nederlandse en Spaanse stripcultuur. Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds BKVB en de drijvende kracht achter de Nederlandse aanwezigheid op FICOMIC, beaamt dat: ‘De autobiografie is zó belangrijk geworden dat je niet eens meer hoeft uit te leggen dat je een strip over jezelf maakt. Jan Kruis maakte in 1970 Jan Jans en de kinderen, waarvoor hij zijn eigen gezin als uitgangspunt nam. Toen was het nog niet evident dat je een strip over jezelf maakte, laat staan dat dit interessant zou zijn voor anderen. Dat is inmiddels helemaal veranderd.’

Pos ziet een verband met de maatschappelijke trend waarin mensen zichzelf blootgeven: ‘De Nederlandse strip volgt de trend van zelf het middelpunt van alle aandacht willen zijn. Er is geen enkele gêne meer. Miljoenen Nederlanders maken nu ook hyves-pagina’s en blogs waardoor je alles over ze weet.’

Floor-de-Goede-autostrip
Flo’s stripje is het met Pos eens.

De Grote Drie
De Nederlandse stripwereld kent een grote verscheidenheid aan autobiografische stripmakers. Gerard Leever maakt sinds 1980 zijn Gleevers Dagboek, Marq van Broekhoven haalt in Marq Denkt jeugdherinneringen op en vertelt wat hem bezighoudt en Floor de Goede trakteert zijn lezer dagelijks op een persoonlijk stripje op zijn site DoYouKnowFlo.nl.

In de jaren negentig begonnen Maaike Hartjes, Gerrie Hondius en Barbara Stok – de Grote Drie wat vrouwenstrips in Nederland betreft – met het maken van eigenzinnige autobiografische strips.
Stok, die een eenvoudige en herkenbare tekenstijl hanteert, won vorig jaar de Stripschapprijs voor haar oeuvre. Als twintiger kwam ze in aanraking met het werk van de godfather van de Amerikaanse undergroundstrips Robert Crumb. De undergroundscène uit de jaren zestig en zeventig en Crumbs autobiografische werk in het bijzonder zijn een belangrijke invloed op Nederlandse stripmakers. ‘Crumb maakte strips voor een volwassen publiek met volwassen thema’s en maatschappijkritiek. Zijn verhalen gaan over echte mensen en dat sprak me erg aan,’ zegt Stok.

Het tekenwerk van Crumbs vrouw Aline, dat kwalitatief minder indrukwekkend is, legde voor Stok de lat wat lager: ‘Zelfs bij zo’n tekenstijl kunnen de verhalen erg goed zijn. Ik vind dat ik leuk teken maar ik ben geen tekenvirtuoos.’ Als hobby ging ze strips maken over de dingen die ze had meegemaakt. Inmiddels zijn we vijf stripalbums verder. In persoonlijke verhalen geeft Stok met humor en relativering haar visie op de wereld: ‘De rode draad in mijn werk is dat ik opzoek ben naar wat ik belangrijk vind in het leven. Ik probeer anders aan te kijken tegen vaststaande waarden.’

Barbara_stok_autobio
Herkenbaarheid verklaart volgens Stok de populariteit van de autobiografie: ‘Het genre lijkt wellicht narcistisch, maar de verhalen gaan vaak ergens over. Ze gaan over herkenbare situaties, ze zijn vaak grappig en ook filosofisch.’ De Goede voegt hier nog aan toe dat het van belang is dat mensen weten dat de verhalen autobiografisch zijn en dat de strippersonages werkelijk bestaan. ‘Hoe langer je de strip leest hoe beter je de personages denkt te kennen. Dan wil je ze blijven volgen.’

Zwaar op de hand
Pos merkt een belangrijk verschil op tussen de Nederlandse autobiografen en hun Spaanse spiegelbeelden: ‘Ik wil niet te veel generaliseren maar Spanjaarden kunnen best wel zwaar op de hand zijn. Het zijn serieuze mensen. Maatschappelijke thema’s zijn populair in Spanje. Gallardo maakte bijvoorbeeld een strip over zijn autistische dochter. Hier is het over het algemeen iets lichter en trivialer.’

Flo door Spaanse stripmaker Ken Niimura

Floor de Goede is zo’n autobiograaf die het luchtig houdt. ‘Het moet wel een beetje grappig blijven,’ zegt Flo. ‘Soms wil ik er wel een beetje drama in verwerken, maar ik vind humor wel belangrijk. Zo moeilijk heb ik het helemaal niet, dus waarom zou ik er een drama van maken?’ Flo’s verhalen zijn een constructie en zijn niet altijd letterlijk gebeurd zoals ze verteld worden: ‘Waarheid is nu eenmaal erg saai.’ Toch zijn ze wel eerlijk. ‘Soms heb ik de neiging om een filosofische gedachte erin te stoppen, maar dat slaat dan eigenlijk nergens op, want zo filosofisch ben ik nou ook weer niet.’

Floor de Goede en Barbara Stok zijn twee van de in totaal vijftig stripmakers die naar Barcelona gaan. Hun ervaringen lezen we later vast terug in stripvorm.

Dit artikel is ook gepubliceerd in Het Parool van donderdag 6 mei.

Categorieën
Mike's Webisodes Strips Video

Mike’s Webisodes 3: Stripdagen 2009

In de derde aflevering van Mike’s Webisodes een blik op de Stripdagen in Houten die eind september plaatsvonden. Dat betekent aandacht voor de autobiografische strip: een gesprek met Barbara Stok, winnares van de Stripschapprijs en met het stripduo Ype & Willem. Ook laat Paul Stellingwerf van zich horen. Als bonus analyseren stripkenners Dr. Penseel en Hans B. Potlood de deplorabele staat waarin de stripbeurs in Nederland verkeert.

Geen standaard reportage dus met daarin de hoogtepunten en nieuwswaardigheden van de Stripdagen. Dit evenement was immers al weer een paar weken geleden en dat maakt het oud nieuws. Bovendien leek het me wel eens leuk om een alternatieve blik op de stripbeurs te bieden. Een b-kant als het ware, met een speciale rol voor stripmaker Robert Schuit en de Vlaamse stripmaker Serge Baeken, die u reeds kent van Episode 2.

Voordat de vaste kijker misschien denkt dat die Webisodes alleen maar over strips en stripmakers gaan: Episode 3 zal niet de laatste aflevering over strips zijn. De komende delen is er nog aandacht voor 15 jaar Zone 5300 en de tragische wereld van Cowboy John. Tussendoor reizen we af naar Londen voor een bezoek aan het beroemde kruispunt op Abbey Road. Daarna neem ik een interview op met Arnoud de Jong, beter bekend als Verbal Jam, om over bloggen te praten. Kortom: stay tuned.

Categorieën
Strips

Barbara Stok wint Stripschapprijs

De Groningse stripmaker Barbara Stok krijgt dit jaar tijdens de Stripdagen in Houten de Stripschapprijs uitgereikt voor haar gehele oeuvre.Stok tekent al sinds 1998 aan haar autobiografische oeuvre. ‘Het werk van Stok onderscheidt zich van andere autobiografische strips door het gebruik van dit genre voor langere verhalen met een persoonlijke dimensie,’ aldus het Stripschap dat dit jaar voor de 36ste maal de prijs toekent. Recent verscheen van Stok Dan maak je maar zin, waarin de stripmaker de twijfels van een dertiger beschrijft die na de dood van haar zwager tussen alle modegrillen en moderne trends op zoek gaat naar de zin van het bestaan. Eerste vrouw

De Stripschapprijs wordt sinds 1974 op voordracht van een onafhankelijke commissie toegekend aan een stripmaker die zich buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt voor het (Nederlandse) beeldverhaal. Saillant detail: Stok is de eerste vrouw die deze oeuvreprijs krijgt. ‘Zij krijgt deze prijs niet vanwege haar geslacht, maar omdat zij een stripauteur is zonder weerga, met een nog altijd groeiend oeuvre van topkwaliteit’, benadrukt de jury in haar rapport. Enkele eerdere winnaars van de Stripschapprijs zijn Erik Kriek (2008), Hanco Kolk (1996) en Marten Toonder (1982).Zaterdag 26 september wordt de prijs uitgereikt tijdens De Stripdagen in Houten.Lees ook:
Marten Toonder Prijs aangekondigd

Categorieën
Strips

Interview met de stripintendant

De Nederlandse stripwereld heeft zijn eerste intendant. Hoe gaat Gert Jan Pos de strip een extra impuls geven?

Vorig jaar luidden stripmakers Hanco Kolk en Jean-Marc van Tol de noodklok in een ingezonden brief in NRC Handelsblad en gingen op bezoek bij minister Plasterk (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). De Nederlandse strip verkeert in een neerwaartse spiraal: de ontwikkeling van nieuw talent stagneert door gebrek aan serieuze opleidingen, boekwinkels plaatsen het beeldverhaal in het verdomhoekje en de strip kampt met een groot imagoprobleem. Er werd actie ondernomen: in september begint ArtEZ Art & Design in Zwolle met de opleiding Comic design, er kwam een beroepsvereniging voor stripmakers. En sinds 1 mei heeft Nederland zijn eerste stripintendant.

Illustratie: Peter van Dongen.

Gert Jan Pos is door het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (bkvb) als stripintendant aangesteld als reactie op de zorgen uit de sector. Pos, reeds jaren stripjournalist, vertaler en lobbyist, moet de Nederlandse stripcultuur een extra impuls gaan geven. ‘Het is mijn taak om het imago van strips te verbeteren en het beeldverhaal zichtbaarder te maken,’ legt hij uit. ‘En ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen strips gaan lezen.’ De komende twee jaar zal Pos in overleg met de branche onderzoeken wat de knelpunten zijn en op basis daarvan concrete projectvoorstellen doen om de Nederlandse stripwereld te stimuleren. Van het Fonds bkvb, dat al jaren subsidies verstrekt aan stripprojecten, krijgt Pos vijf ton om zijn plannen uit te voeren.

Gaat het echt zo slecht met de sector?
‘De teloorgang van de strip werd gevreesd. Dat pessimisme deel ik niet helemaal. Er is immers geen gebrek aan talent, maar goede tekenaars krijgen wel steeds minder stimulans omdat ze niet van hun werk kunnen rondkomen. Zelfs een gevestigde naam als Dick Matena moet hard werken om de kost te verdienen,’ zegt Pos. Stripmakers in Nederland hebben een economisch zwakke positie: er worden te weinig albums verkocht en de vraag naar origineel werk is klein. ‘Mensen verzamelen eerder oude boeken dan originele stripplaten.

Professionalisering is het sleutelwoord volgens Pos. ‘Uitgevers moeten op zoek naar hun lezer. Ze brengen nu boeken uit zonder dat ze bedenken wie het publiek daarvoor is.’ Ook zouden uitgevers meer met elkaar moeten samenwerken om de kosten te drukken. ‘Deelnemen aan boekenbeurzen kost voor een individuele uitgever te veel geld. Eén vertegenwoordiger die voor een uitgeefcollectief de boer op gaat zou bijvoorbeeld een oplossing kunnen zijn.’ Daarbij is de distributie van de albums een probleem en zijn de tarieven van het Centraal Boekhuis, dat de opslag en distributie van boeken in Nederland en Vlaanderen verzorgt, te hoog. Ook de stripmakers moeten professionaliseren. Strip maken moet een serieus vak worden dat op kunstacademies geleerd wordt. ‘Eén opleiding in Zwolle is natuurlijk niet genoeg. Daarbij moet ook goed naar het curriculum worden gekeken.’

Pos ziet stripmakers als ondernemers en denkt daarom ook aan workshops waarin ze de zakelijke kant leren. Recent is de Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers (bns) opgericht, dat lijkt een stap in de goede richting, maar deze organisatie moet van Pos ook beter zijn best gaan doen. ‘Ik ben bij ze langs geweest na de oprichtingsvergadering, maar toen wisten ze nóg niet wie de voorzitter was. Ook wat er allemaal besproken was, konden ze me niet precies zeggen en er valt zo ontzettend veel te doen! Niet treuzelen, maar actie ondernemen.’

Ambassadeur
Behalve professionalisering moeten er ook meer strips gekocht en gelezen worden. In het betoog van Pos komt geregeld naar voren dat je jong moet beginnen met het lezen van strips om zo een leestraditie op te bouwen. ‘Als je nog nooit een strip hebt gelezen, stap je niet zomaar in een graphic novel als Kiki de Montparnasse van Catel en Bocquet. Je begint met Suske en Wiske en als je ouder bent lees je Rampokan, een strip van Peter van Dongen over de politionele acties in Nederlands-Indië.’ De afzetmarkt kan ook groter, vindt Pos.Op dit moment is de Nederlandse strip, op een paar titels na, onbekend in het buitenland. Samen met Joost Pollmann heeft Pos ervoor gezorgd dat Nederland volgend jaar eregast is op het stripfestival Ficomic in Barcelona. ‘Er komen vijf thematische tentoonstellingen, waarbij we een wisselwerking willen tussen Spaanse en Nederlandse strips.’ Het eregastschap is een mooi moment om Spaanse uitgevers warm te maken voor het idee om Nederlandse strips uit te gaan geven. ‘Stel je voor: Barbara Stok in het Spaans. Dat zou toch fantastisch zijn?’

Het werk van de intendant als ambassadeur van het beeldverhaal is deels een kwestie van contacten leggen met de juiste mensen in de (internationale) stripwereld en hen te enthousiasmeren. Daarnaast heeft Pos al enkele concrete plannen om de stripwereld te stimuleren.‘Je moet met sprekende projecten komen om het beeldverhaal zichtbaar te maken en de aandacht van de media te trekken. Er is in de media genoeg belangstelling voor strips; daar moet je gebruik van maken.’

Zo wordt er een nieuwe oeuvreprijs in het leven geroepen die ieder jaar aan het begin van het boekenseizoen in maart wordt uitgereikt aan een Nederlandse stripmaker die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de stripcultuur: in 2010 zal minister Plasterk de eerste Marten Toonder Prijs (een bedrag van 25.000 euro) uitreiken.

Een ander plan dat Pos heeft is het ontsluiten van het striperfgoed: klassiekers als Bulletje en Bonestaak, Bommel en Erik de Noorman moeten online toegankelijk zijn via de Koninklijke Bibliotheek of de digitale bibliotheek. Daarnaast wil Pos een boek uitgeven waarin vijftig hoogtepunten uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur verstript worden. Iedere geselecteerde stripmaker krijgt dan één pagina om een klassieker te verstrippen. Het boek zal tevens als staalkaart van Nederlands tekentalent dienen.

Volwassen
De link tussen literatuur en het beeldverhaal wordt de laatste tijd vaker gelegd door de opkomst van de graphic novel, de strip met volwassen pretenties. Volgens Pos is de graphic novel niet de redding van de Nederlandse strip, noch moeten we te veel waarde hechten aan deze term: ‘Vroeger noemden ze op een gegeven moment punk new wave terwijl het nagenoeg dezelfde klereherrie was. We moeten ook niet te zwaar tillen aan de strip, het moet niet te pretentieus worden. Strips hebben altijd iets van spot, er wordt de draak met iets gestoken. Zo’n relativerende spiegel is precies wat de samenleving nodig heeft. Natuurlijk kunnen historische strips als Maus ook educatief zijn, maar ik zit toch altijd ook op de grap te wachten.’Pos doet het werk niet alleen. Hij krijgt advies en informatie van een stuurgroep die bestaat uit stripmakers Jean-Marc van Tol en Joost Swarte, marketingmanager Elsbeth Louis en Ann Jossart, promotor van een Vlaamse stripverspreider. ‘Ik overleg met iedereen die iets met strips te maken heeft. Journalisten, uitgevers en stripwinkels als Lambiek in Amsterdam en Mekaniek in Antwerpen. De Nederlandse stripwereld houdt immers niet op bij de grens.’

Hoeveel macht heeft de intendant?
‘Ik heb informatie en dat is macht. Weten wat er speelt en daardoor weten wie je bij elkaar moet brengen. Ik wil laten zien dat strips de moeite waard zijn en dwarsverbanden leggen tussen verschillende disciplines: strips, grafische vormgeving en illustratie. Stripmakers moeten niet alleen op stripbeurzen rondhangen, maar ook buiten hun gezicht laten zien.

Wanneer ben je tevreden als je over twee, mogelijk drie jaar klaar bent?
‘Als er meer strips worden gelezen en de sector levensvatbaarder is. Dat zijn natuurlijk heel grote ambities, maar er moeten wel een paar leuke dingen zijn neergezet. Bijvoorbeeld dat Nederlandse strips in het Frans, Spaans en Duits zijn vertaald. We moeten het allemaal nog gaan zien. “Wordt vervolgd” dus. Dat hoort immers ook bij strips.’

Leestips van de stripintendant
Vijf boeken die je niet mag laten liggen:

Barbara Stok: Dan maak je maar zin (Nijgh & Van Ditmar). Spiksplinternieuwe autobiografische overpeinzingen.

Hanco Kolk: Meccano: de ruwe gids (De Harmonie). Ongeëvenaard grafisch hoogtepunt in de Nederlandse strip.

Peter van Dongen: Rampokan (Oog & Blik/De Harmonie). Verbeelding van de politionele acties in Nederlands-Indië.

Marcel Ruijters: Inferno (Oog & Blik). Stripinterpretatie van het eerste boek van Dantes Goddelijke komedie.

Paul Bodoni: Terra Harmonica (Oog & Blik). Vertelling in zestig platen, duister en bijna uitverkocht.

Dit stuk is gepubliceerd in VPRO Gids #22 (2009).

Lees ook:

 

Categorieën
Striprecensie Strips

Striprecensie: Zo lief ben je nou ook weer niet!

De autobiografische strips van Maaike Hartjes zijn op het eerste gezicht simpel getekende, oppervlakkige verhaaltjes over dagelijkse zaken. En dat zijn ze op het tweede gezicht bijna ook.Bijna, want ook al zijn de harkpoppetjes-achtige figuren simpel qua vorm, op grafisch vlak drukt Hartjes zich veelzijdig uit. Hartjes varieert tussen open en gesloten kaders en wisselt iedere strip van kaderformaat. Ze monteert haar strips tot op het plaatje nauwkeurig en laat zich niet beperken tot een vast stramien van een bepaald aantal plaatjes of stroken. Daarmee geeft ze iedere pagina (en stripje) een eigen karakter. Ze voegt waar gepast fotomateriaal toe. Bijvoorbeeld in het stripje over de zangeres Peaches, of wanneer ze schijnbaar geen zin heeft om Jos Brink natuurgetrouw neer te pennen. Ze maakt optimaal gebruik van het harde contrast tussen zwart-wit vlakken. Zo geeft Hartjes haar strips op de meest heldere wijze vorm. Haar tekeningen zijn daarom ook niet simpel, als wel zeer eenduidig. Zoals Maaike zelf op haar website schrijft, komen de meeste stripjes voort uit haar eigen leven. Net als het werk van stripmakers Barbara Stok en Floor de Goede. Flo vervult overigens geregeld een gastrol in het werk van Hartjes. Evenals haar vriendje Mark met wie Maaike ook in de echte wereld samenwoont. De meeste strips gaan dan ook over hun relatie en algemene zaken die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. Jammer genoeg geeft Hartjes deze herkenbare situaties geen verrassende wending, waardoor haar werk voorspelbaar blijft. De gezapige stripjes hebben iets onschuldigs – ze worden niet voor niets in de Viva afgedrukt. De titel van de bundel mag dan Zo lief ben je nou ook weer niet! zijn, haar werk is mij net iets te liefelijk. Zo lief ben je nou ook weer niet! is daarom een prima cadeautje voor een vriendin. Wie een stripverhaal zoekt dat meer om het lijf heeft, kan de bundel in de schappen laten liggen. Tenzij het hem/haar om de tekeningen te doen is. Zo lief ben je nou ook weer niet!(Maaike Hartjes) Oog & Blik, De Harmonie 2007. ISBN 978-90-5492-189.9
Voor meer nieuws en recensies over strips surf naar Comicbase.