Categorieën
Striprecensie Strips

Dan & Larry in ‘Niet doen’

Ik las de Nederlandse versie van Dave Coopers strip Dan & Larry in Niet doen! een paar dagen geleden en moet er nog steeds aan denken. Het is een strip die nasiddert, die je aangrijpt.

Cooper verwerkte gebeurtenissen uit zijn jeugd in een surrealistische, vervreemdende dierenstrip, waarin de personages ondanks hun vreemde voorkomen, zeer inleefbaar zijn. In de aansprekende expressies van het hoofdpersonage, ziet men het vakmanschap van de stripmeester. En omdat we met deze eend meevoelen, komt wat hem overkomt hard aan.

De twaalfjarige eend Dan werkt als inkter voor de zesentwintig jarige stripmaker Larry. Wanneer Larry opeens op Dan kruipt en aan hem zit, weet de arme eend zich even geen raad. De handelingen van de aanrander worden door een oplettende buurtbewoner verstoord. Als Dan later vraagt wat zijn leermeester bezielde, ontkent hij de gehele gebeurtenis.

Het verhaal heeft zijn wortels in de werkelijkheid. Cooper was als groentje de inkter van wijlen Barry Blair. Deze stripmaker en hoofdredacteur van uitgeverij Aircel Comics is bekend door zijn werk Elflord, Dragonring en de erotisch getinte strip Sapphire. Blair had echter een duistere passie voor prepubers, waarvan zijn shotacon-werk getuigt, waarin jonge pubers het lijdend voorwerp zijn van seksuele handelingen. Hoewel Cooper nooit letterlijk heeft gezegd dat hij gemolesteerd is door Blair, noemde hij hun relatie in een interview met The Comics Journal ‘ongepast’. Cooper noemt deze relatie de inspiratiebron voor de strip Dan & Larry. Zoals een oude schoolvriend van de stripmaker in het voorwoord zegt: ‘Nou jongens en meisjes: het is allemaal ontegenzeggelijk waar… voor zover er over iemand een waarheid bestaat.’

Puberen
Eigenlijk is de mate van autobiografie ook niet waar de kracht van deze strip ligt, die zeer waarachtig overkomt. Cooper slaagt er namelijk in om het ontheemde gevoel van er-niet-bij-horen dat pubers ervaren, perfect over te brengen. Dan is letterlijk de vreemde eend in de bijt en voelt nergens aansluiting. Niet bij zijn familie, maar ook niet bij leeftijdsgenoten die hem toch maar pesten. Hij voelt tot zekere hoogte wel een verwantschap met Larry, ondanks diens handtastelijkheden en nukkige, bazige manier van doen.

Dave Cooper – Dan & Larry in ‘Niet doen!’
Uitgeverij Xtra (2010)
ISBN 978-90-77766-46-0

Deze recensie is ook op het stripblog van Zone 5300 gepubliceerd.
(5 sterren)


Categorieën
Strips

De doodsangst van Barbara Stok

Barbara Stok maakt sinds 1995 autobiografische strips en kreeg vorig jaar – als eerste vrouw – de Stripschapprijs voor haar oeuvre. Met het prentenboek Over de levensgenieter die haar angst voor de dood wil verdrijven, gooit ze het over een andere boeg.

Op Manuscripta leest de stripmaakster voor uit haar strips die thematisch verbonden zijn aan haar nieuwe boek dat eind augustus uitkomt. ‘Als mensen willen weten hoe je een strip voordraagt, moeten ze maar komen kijken,’ zegt ze lachend.

Het boek gaat over Stoks zoektocht naar een oplossing voor haar doodsangst. Ze onderzoekt en verwerpt verschillende ideeën over de dood en ze citeert een rijk arsenaal aan denkers, waaronder Joep Dohmen, Spinoza en de Griekse filosoof Epicurus. Ook plukt ze levensbeschouwingen als het boeddhisme en taoïsme. Stok: ‘Ik vond dat allemaal echt fantastisch. Vooral die oude Grieken. Je denkt dat al die filosofen uit de oudheid verschrikkelijk moeilijke teksten hebben geschreven, maar dat zijn ze helemaal niet. De ideeën van toen zijn nu nog toepasbaar.’

Logica
De idee van Marcus Aurelius, dat als je doodgaat je alleen maar het heden verliest, spreekt Stok in het bijzonder aan. ‘Zo had ik er nog nooit over nagedacht. Dan maakt het ook niet uit of je jong of oud overlijdt, want iedereen verliest alleen maar het nu.’
Uiteindelijk vindt de stripmaakster troost in het idee dat we allemaal onderdeel uitmaken van een groter geheel: ‘Als wij met z’n allen één zijn, dan betekent dat als ik jou kwaad doe, dat ik ook het geheel kwaad doe.’

Stok pretendeert overigens niet dat het boek tot nieuwe inzichten leidt: ‘De conclusie in het boek is niet nieuw voor de wereld, maar wel voor mijzelf. Ook het hele denkproces ernaartoe was dat voor mij. Ik weet zeker dat ik niet uniek ben, dus zijn er vast andere mensen die voor het eerst kennis maken met deze ideeën en die interessant zullen vinden. Het leuke aan dit verhaal is dat ik uiteindelijk uitkom bij gedachtes die je een beetje in de zweverige hoek zou plaatsen, maar ik kom erop door logisch te redeneren.’

In haar autobiografische strips geeft Stok met humor en relativering haar visie op de wereld. Omdat humor ontbreekt in Over de levensgenieter, vindt Stok het eng om het boek uit te brengen: ‘Normaal kan ik me verschuilen achter humor, maar dit keer niet. Je biedt de lezer toch een kijkje in je hoofd.’

Doodsangst
De plotselinge dood van Stoks zwager Guus was de aanleiding voor haar zoektocht. ‘Als iemand in je naaste omgeving overlijdt, word je plotseling extra met de dood geconfronteerd. De dood is echter een thema dat mij van jongs af aan heeft geïnteresseerd en ook in mijn strips voorkomt. Ik ben ook altijd bang geweest voor de dood. Zo’n angst die je twee keer per jaar ’s avonds in bed overvalt. Toen Guus was overleden gebeurde me dat een tijd lang elke avond. Ik dacht: “Verdorie, ik wil die angst voor de dood nu wel eens kwijt.” En daar ben ik zelf mee aan de slag gegaan. Gedurende dat proces bedacht ik dat het interessant zou zijn om er een verhaal over te maken.’

Stok wilde experimenteren en los van de stripvorm een verhaal vertellen: ‘Ik wilde tekst en tekeningen losser van elkaar maken. Een strip maken is noeste arbeid waar veel herhaling inzit. Je tekent plaatjes vaak opnieuw omdat het een storyboard wordt. Wat dat betreft is één tekening maken erg leuk.’ Stoks potloodtekeningen werden ingescand en digitaal bewerkt. De tekenlijnen zijn daarom minder dwingend dan wanneer ze deze geïnkt zou hebben. Hierdoor wordt Stoks zoektocht deels uitgedrukt in de lijnvoering: ‘Die is meer schetsmatig. Ik vind dat daar het idee van vergankelijkheid uitspreekt.’

Haar volgende project wordt overigens wel weer een strip, namelijk een biografie van Vincent van Gogh.

Heeft Stok, nu haar experiment uitkomt, eindelijk haar doodsangst weten te bezweren? ‘Ik heb geleerd me er meer mee te verzoenen,’ zegt Stok, ‘maar ik denk niet dat het mogelijk is om er helemaal van af te raken. Misschien als je dertig jaar in een boeddhistisch klooster gaat zitten, maar dat heb ik er niet voor over. Een klein beetje doodsangst is ook wel gezond. Dat betekent ook dat je het hier naar je zin hebt. ‘

Over de levensgenieter die haar angst voor de dood wil verdrijven verschijnt eind augustus bij Nijgh & Van Ditmar.

Op Manuscripta is Barbara Stok zondag in de Flex Bar Kleine Zaal, 17.30-18.15 uur.

Dit artikel stond in de Manuscripta Bijlage van VPRO Gids #34.

Categorieën
Boeken

Het leven in Amsterdam getekend

De Nieuw-Zeelandse illustrator en designer Toby Morris hield een jaar lang een prentendagboek bij over zijn belevenissen en observaties van Amsterdam. Zaterdag 10 juli werd Alledaags gepresenteerd in The American Book Center op het Spui.

Alledaags bevat tekeningen van typische Amsterdamse taferelen, zoals een rolschaatser in g-string op het Rembrandtplein, de gaypride en junks die gestolen fietsen aanbieden, afgewisseld met persoonlijke belevenissen. ‘Ik heb geprobeerd een balans te vinden tussen mijn observaties over Amsterdam en elementen uit mijn privé-leven,’ zegt Morris. ‘Er is nu een wisselwerking tussen beide elementen. De algemenere observaties zijn boeiender omdat je weet wat er in mijn leven speelt, wie ik ben en hoe ik tegen dingen aankijk. Uit de meeste reacties blijkt dat ervaringen relatief universeel zijn. Expats vertellen me dat ze Alledaags zó naar hun familie kunnen sturen omdat hun leven hier overeenkomt met het mijne. Ik hoop dat Nederlanders de scènes herkennen en erom kunnen lachen.’

Morris, die artdirector is bij een reclamebureau, publiceerde de tekeningen eerst op zijn blog xtotl.com en gaf deze later uit in eigen beheer. Op dit moment is Alledaags alleen in locale boekwinkels en online verkrijgbaar. ‘Ik zou wensen dat ik er meer tijd voor had, het promoten van een boek is een fulltime baan.’

Morris begon met het tekenen van zijn ervaringen toen hij in 2008 samen met zijn vriendin door Zuidoost-Azië reisde: ‘Sonya slaapt altijd langer dan ik. Op een gegeven moment heb ik een schetsboek gekocht en ben ik ’s ochtends gaan tekenen tot ze wakker werd. Gewoon om mijn indrukken vast te leggen.’

Net echt
Twee jaar geleden verhuisde het stel naar Amsterdam. Europa heeft Morris altijd geïntrigeerd, dankzij de films die hij zag en de boeken en strips die hij las. ‘Kuifje was van grote invloed toen ik opgroeide. Ik ben altijd een grote fan geweest van de Klare Lijn-stijl van Hergé.’ Amsterdam voelde meteen als bekend terrein: ‘Alsof ik in een boek of een film terechtkwam. Amsterdam leek een filmset. De grachten, de krakkemikkige huisjes en de mensen op de fiets. Dat soort dingen. Het is zo’n prachtige stad, in elke straat die je binnenloopt zie je iets moois.’

Begin 2009 begon hij met Alledaags, als tekenoefening maar ook om zijn ervaringen en de stad beter te begrijpen. Iedere ochtend voor het werk tekende hij in een Moleskine boekje, het eerste wat in hem van de vorige dag inviel. Soms gebruikt Morris referentiefoto’s, maar meestal tekent hij vanuit zijn geheugen. ‘Dat heeft iets heel gaafs,’ vindt Morris. ‘Als ik soms naar foto’s kijk van dingen die ik uit herinnering heb getekend, dan blijkt de tekening vaak anders dan de werkelijkheid. Maar met de tekening vang je op een natuurlijke wijze de elementen die echt indruk hebben gemaakt. Je laat onnodige details weg, je geeft de essentie van iets weer.’

Dit was ook de belangrijkste tip die Theo van den Boogaard aan Morris gaf, toen Morris het atelier van de stripmaker bezocht. ‘Van den Boogaard is heel kritisch. Hij had tien tekeningen uitgekozen en vertelde wat hij er slecht aan vond. Hij gaf me een paar goede tips over compositie en lijnwerk.’ Uiteraard tekende de Nieuw-Zeelander deze gebeurtenis ook op in Alledaags.

Bot en direct
Gevraagd naar de essentie van hoe hij de Nederlanders ziet, denkt Morris lang na, om vervolgens te melden dat hij Hollanders erg direct vindt. ‘Ze zeggen wat ze denken en zijn wat bot. In Nieuw-Zeeland zijn ze soms te beleefd en houden hun mening voor zich, maar mijn Nederlandse vrienden schromen niet om persoonlijke vragen te stellen. Zwarte Piet zou bijvoorbeeld in Nieuw-Zeeland aanstootgevend gevonden worden, daar liggen raciale onderwerpen nog erg gevoelig.’ In Alledaags refereert Morris ook naar de botte service van het Amsterdamse horecapersoneel: ‘We moeten altijd lachen om de klantenservice in Nederland.’

Het boek is opgedragen aan Guy Champney, een vriend en collega van Morris die vorig jaar aan plotseling overleed en ook werkte aan een boek over Amsterdam. Hij was 32 en duikt een paar keer op in Alledaags. De opbrengst gaat in zijn nagedachtenis naar liefdadigheid. Het nieuwe project van Morris heet 200 people I used to Know, waarin hij portretten maakt van mensen die hij heeft leren kennen: van vrienden, collega’s tot oud-klasgenoten.

Dit artikel stond maandag in Het Parool.

Categorieën
Strips

Hartjes en Westervoorde signeren in Lambiek

Maaike Hartjes en Ben Westervoorde komen op vrijdag 9 juli, vanaf 16.00 uur, hun nieuwe stripboek, respectievelijk Donker en Siglo XXV, signeren in Galerie Lambiek.

Leuk detail: Maaike heeft meegeschreven aan Siglo XXV verhaaltjes en Ben heeft Maaike destijds een beetje op sleeptouw genomen in Afrika. In Donker brengt Hartjes brengt met haar eigen kijk op de wereld onderwerpen uit het dagelijkse Zuid-Afrikaanse leven in beeld. Het boekje is een persoonlijk reisverslag in een land vol extremen.

In Siglo XXV verlaten Toby en zijn familie de drukbevolkte aardkloot om te emigreren naar een ruimtestation tussen Saturnus en Uranus. Op dit station wonen aliens uit het hele universum. Toby houdt zijn vrienden op aarde op de hoogte via intergalactic e-mail. Deze ervaringen worden verteld in 1-pagina verhaaltjes.

Galerie Lambiek
Kerkstraat 132
1017 GP Amsterdam

Categorieën
Strips

Ruijters en De Haan signeren in Lambiek

Ben je na het lezen van het interview met Marcel Ruijters nieuwsgierig geworden naar Roadkill, of naar de stripmaker zelf? Kom dan vrijdagmiddag tussen 15 en 18 uur naar stripwinkel Lambiek in Amsterdam. Zone-collega Sandra de Haan signeert er ook.

De Haan signeert haar stripalbum Hokjesdenken, wat eigenlijk haar eerste echte album van  is. Na vijf in eigen beheer uitgebrachte comics in de reeks TeeVee BlablaZee werd
het tijd voor een dikker boek. Hokjesdenken telt 104 pagina’s en bundelt Sandra’s beste strips van 2005 tot 2010. Een deel was al eerder te lezen op www.sandradehaan.nl en in Zone 5300.

Autobiografische scènes en dialogen vormen de hoofdmoot van Hokjesdenken, al betekent dat zeker niet dat alles waar gebeurd is. De werkelijkheid is namelijk
maar één van de ingrediënten die aan de tekentafel in de blender gegooid worden, samen met een scheut fantasie, betweterij, borrelpraat, wishful thinking en absurde wendingen.

Absurd mag je ook het thema van Roadkill noemen, waarin Marcel Ruijters seriemoordenaars en hun auto portretteert. Ik sprak hem hier recent uitgebreid over voor Het Parool. (Al mag je het thema natuurlijk ook grappig, apart of eigenzinnig noemen. Dat laat ik geheel aan je eigen smaak over.)

Wil je vrijdag 18 juni je favoriete seriemoordenaar laten signeren, kom dan langs bij stripwinkel Lambiek in de Kerkstraat 132 te Amsterdam, tussen 15 en 18 signeren de twee Zone-tekenaars hun strips.

Categorieën
Strips

Stripdagen Haarlem 2010: Van Oost-Europa tot Grunberg

Afgelopen weekend vonden de tweejaarlijkse Stripdagen Haarlem plaats. De tiende editie bood een bomvol programma met de Oost-Europese strip als hoofdthema. Arnon Grunberg gaf een lezing over de autobiografische strip.

Wie aan de Stripdagen Haarlem denkt, ziet in de eerste plaats de vele kraampjes op de Grote Markt voor zich, waar small-press uitgevers, beginnend stripmakers en stripwinkels hun waar aanbieden. In de Philharmonie zitten de grote jongens, de uitgevers die tekentalent uit binnen- en buitenland in hun stand boeken laten signeren.

Zaterdagmiddag lopen gezinnen en stripliefhebbers in de hete zon. Paul Banus van de Amsterdamse stripwinkel Henk: ‘We zien vandaag veel ouders met kinderen. Vooral de vaders proberen de stripliefde over te brengen op hun kids en kopen dikke tradepaperbacks voor op vakantie. Superhelden en Flash Gordon zijn favoriet.’

Tussen de bezoekers haal je de stripfanaten er zo uit: ze hebben lijstjes met titels bij zich en zoeken enigszins koortsachtig in de bakken met strips. Maria (43) bladert door een doos die op de grond staat, ze heeft al een flinke stapel X-men en Wolverine comics uitgezocht. Nu haar kinderen groot zijn heeft ze eindelijk weer tijd om strips voor zichzelf te verzamelen.

Stripdagen Haarlem 2010 veel gezinnen
Met pa op stap. Foto: Michael Minneboo

Geen karaoke
De Stripdagen Haarlem zijn vooral ook een feestje voor de stripmakers zelf. Het stripfestijn begon op vrijdagavond met de officiële opening, waar Martijn van Santen de VPRO Debuutprijs kreeg uitgereikt en Vlaming Brecht Evens de nieuwbakken Willy Vandersteenprijs kreeg voor zijn album Ergens waar je niet wilt zijn.

Van Tol tekent Fokke&Sukke cartoons. Op het beeldscherm is iedere pennenstreek goed te volgen.

Later in de avond waren enkele openingen van exposities en borrels. Stripmaker en uitgever Jean-Marc van Tol (Fokke & Sukke) organiseerde een feestje alleen voor stripmakers in Café Studio: ‘Meestal zijn de stripmakers verdeeld over stands en uitgevers, ik wilde een feestje geven waar alle makers samen zijn.’ Opmerkelijk, en wellicht tot opluchting van de Haarlemmers op de Grote Markt, was er geen karaoke-set aanwezig, normaliter vaste prik op stripfeestjes.

Oostblok
Dat het beeldverhaal uit Oost-Europa een centrale positie inneemt kan de bezoeker van de Stripdagen niet ontgaan. Behalve exposities van tekenaars uit het voormalig Oostblok en muzikale optredens, hangen door Haarlem heen de affiches die illustrator Joost Veerkamp in neostalinistische stijl ontwierp. In dezelfde stijl heeft hij een reeks neppostzegels gemaakt. Speciale wachtposten rondom de kerk op de Grote markt, gekleed in Zwitsers uniform, wijzen belangstellenden de juiste kant op.

Er gebeurt zoveel tegelijkertijd op de Stripdagen dat er snoeiharde keuzes gemaakt moeten worden. Gaan we om twee uur naar de uitreiking van een webcomicprijs, naar een optreden van cabaretier Micha Wertheim bij Zone 5300, of blijven we in de Toneelschuur voor de tweede interviewronde op de Illustratie Biënnale?

De veelheid is juist een van de charmes van het evenement, vindt stripmaker Hanco Kolk. ‘Het grote verschil met andere stripfestivals is dat de hele stad meedoet. Je moet de hele tijd heen en weer lopen tussen allerlei locaties die in sfeer van elkaar verschillen. Dat, en de verschillende exposities maken dit tot een zeer veelzijdig festival.’ Rob van Bavel, uitgever van de Eppo en organisator van Stripbeurs Breda, vindt de Stripdagen een geslaagd evenement, maar dat de nadruk te veel op de tentoonstellingen en randactiviteiten ligt, waardoor de stripmakers wat ondergesneeuwd raken.

Grunberg spreekt autobio
Zaterdagmiddag houdt Arnon Grunberg, in een volle zaal in de Stadsbibliotheek, een lezing over de autobiografische strip. Een opmerkelijke keuze, want hoewel Kolk recent een artikel van de auteur verstripte voor Eisner#4, staat Grunberg niet bekend om zijn stripkennis. Desgevraagd geeft de auteur toe dat de uitnodiging van de Stripdagen hem ook verbaasde. ‘Ik sta hier als leek,’ zegt Grunberg. ‘Maar,’ voegt hij toe, ‘een leek die zijn best heeft gedaan zich enigszins te informeren.’

Grunberg door Kolk in Eisner #4.

Grunberg onderzoekt in zijn lezing hoe eerlijk de autobiografische strip kan zijn. De auteur beweert onder andere dat het getekende beeld de bekentenis van de autobiografie verzacht. Woorden maken in zijn optiek meer indruk dan beelden; hij blijft immers een schrijver. Na de lezing ontstaat een levendige discussie tussen Grunberg en zijn toehoorders, een publiek dat bestaat uit stripmakers en uit lezers die je normaliter bij een voordracht van de auteur zou verwachten. In dat opzicht zijn de organisatoren in hun plan geslaagd: door een bekend literair auteur te vragen iets te zeggen over het beeldverhaal, heeft een nieuw publiek kennisgemaakt met het medium.

Dit artikel stond maandag 7 juni in Het Parool.

Categorieën
Strips

Dit weekend is Haarlem Stripstad van Nederland

Dit weekend is Haarlem weer even Stripstad van Nederland. Dat betekent natuurlijk ook speciale aandacht voor de VPRO Debuutprijs. In de refter in het stadhuis van Haarlem is een overzichtstentoonstelling van alle tekenaars die in het verleden de VPRO debuutprijs wonnen. Ook werk van Martijn van Santen, de winnaar van dit jaar, hangt ertussen.

De autobiografische stripmaker Floor de Goede won hem in 2006: ‘De uitreiking was tijdens Strips in Stereo. Er waren toen heel veel mensen in Paradiso. Ik had naast dat alles echt het idee dat het mijn avond was. Ik vond het fantastisch. Ik was er heel blij mee. Het was vette erkenning natuurlijk dat mijn werk goed gevonden werd, ook buiten de striplezers.’

Welke invloed had de debuutprijs op je ontwikkeling als stripmaker?
‘Het was in ieder geval een grote aanmoediging om lekker door te gaan. Al was ik ook doorgegaan als ik niets had gewonnen. Voor zover ik weet heeft het mijn herkenbaarheid niet vergroot, al word ik nu wel iedere keer genoemd als de nieuwe winnaar bekend wordt gemaakt.’

Floor maakte er indertijd de volgende strip over:

Andere gelukkige winnaars wiens werk te zien is in de refter in het stadhuis zijn: Randall.C (2008), Gerolf van de Perre (2004), Benno Vranken (2002), Mark Hendriks (1996), Matthias Giesen (1998) en Marcel Ruijters (1994).

En verder…
Oké, genoeg over de Debuutprijs. Er valt de komende dagen natuurlijk nog veel meer te beleven op stripgebied.
Aanstaande zaterdag staat er in Het Parool een groot interview dat ik met Ruijters hield naar aanleiding van zijn nieuwe boek Roadkill. Later deze week publiceer ik nog een artikel over de Oost-Europese strip, het grote thema van de Stripdagen dit jaar.

Wat er nog meer te doen is op de Stripdagen kun je natuurlijk lezen op hun site, (zie hier het programmaboekje) maar ook Jeroen Mirck, oud(?)-stripjournalist schreef een aardig overzicht met een persoonlijke insteek. Ook is er veel te doen met de Zone 5300, de uitgave van een nieuw nummer met Peter de Wit als gastredacteur en de Summer Sale.

Het korte interview met Floor de Goede stond ook in VPRO Gids #23.

Categorieën
Striprecensie Strips

Jaren van de olifant 2: De Leveling

Ondanks het feit dat de titel Jaren van de olifant 2 luidt, is De Leveling geen direct  vervolg op het album waar Willy Linthout twee Eisner Award-nominaties voor kreeg. De Leveling is een op zichzelf staand stripalbum met hetzelfde personage in de hoofdrol, namelijk Karel Germonprez.

In de twee verhalen waar De Leveling uit bestaat ontmoet Germonprez verpleegster Florentine die hij nog van vroeger kent. Het gehandicapte dochtertje van Florentine is gestorven. Ze heeft net als Germonprez, wiens zoon in de vorige strip zelfmoord heeft gepleegd, veel verdriet te verwerken. Florentine kan zich er dan ook niet toebrengen om de rolstoel van haar dochtertje weg te doen. Daarvan afscheid nemen betekent voor haar accepteren dat Roosje er niet meer is.

Semi-autobiografisch
Het eerste deel van Jaren van de olifant was semi-autobiografisch. De Vlaamse Linthout verloor net als de hoofdpersoon een zoon aan zelfmoord. ‘De gebeurtenissen in Jaren van de olifant zijn weliswaar verzonnen, maar de gevoelens zijn echt,’ vertelde de stripmaker in een interview met ZozoLala. Interessant gegeven van de strip was dat Linthout deze in zijn bekende Urbanus-stijl tekende. Niet een stijl die je direct associeert met zware onderwerpen als zelfmoord en het omgaan met verdriet, hoewel het in het genre van autobiografische strip niet ongebruikelijk is om in een niet-realistische stijl te tekenen. Gerard Leever tekent bijvoorbeeld zijn Gleevers Dagboek ook in een mainstream stijl.

Onafgemaakt
Net als het eerste deel is deze strip niet geïnkt. Toen had Linthout daar een duidelijke reden voor: ‘Sams leven was niet af, dus is de strip over hem dat ook niet.’ Kennelijk is die werkwijze hem bevallen of wenst Linthout de eenheid tussen de verschillende delen te bewaren. Het ongeïnkte tekenwerk maakt tevens in een oogopslag duidelijk dat dit album weer heel anders is dan zijn Urbanus-strips. Maar een artieske of inhoudelijke reden kan ik er niet voor verzinnen.

De groezelige potloodtekeningen bewijzen het verhaal echter geen dienst en hadden naar mijn smaak beter strak geïnkt kunnen worden. Dat past beter bij de friovole tekenstijl die an sich prima aansluit bij de plot, want hoewel het verhaal op het eerste gehoor ernstig klinkt, lardeert de tekenaar de vertelling met humoristische overdrijving. Als Flo’s dochtertje vlak na de bevalling niet blijkt te reageren op haar omgeving en geen geluid maakt, wordt ze aangesloten op onomatopeeënmachine die haar de juiste dosis geluidseffecten toedient. Zo bevat de strip nog meer grappige vondsten die je van de maker van de Urbanus-strips kunt verwachten.

Willy Linthout – Jaren van de olifant 2: De leveling
Catullus, €11.95
ISBN: 9789078753353

*** (3 vd 5)

Deze recensie is ook op het stripblog van Zone 5300 gepubliceerd.

Categorieën
Strips

Autobiografisch strippen: Leuk en herkenbaar

Nederlandse stripmakers zijn eregast op het FICOMIC stripfestival in Barcelona. De autobiografie is in beide striplanden een belangrijk genre.

Nederland is dit jaar eregast op stripfestival FICOMIC in Barcelona dat deze week van 6 tot en met 9 mei plaatsvindt. Op de Nederlandse stand staat het thema autobiografie centraal, in de expositie zijn vier Nederlandse en vier Spaanse tekenaars aan elkaar gekoppeld op basis van overeenkomsten. Peter Pontiac en Miguel Gallardo zijn bijvoorbeeld generatiegenoten en hebben een achtergrond in de undergroundscène. Voor de expositie tekende de ene stripmaker een portret van de ander. Pontiacs grafische roman Kraut (2000) gaat over zijn vader die lid was van de SS. In de jaren zeventig maakte Pontiac al autobiografisch getinte strips over zijn drugsverslaving. Die verschenen in het striptijdschrift Gummi, waar ook Rudolf Kahls verstripte jeugdherinneringen aan naoorlogs Duitsland werden gepubliceerd.

Vanzelfsprekend
Logisch dat in Barcelona voor de autobiografie is gekozen, want het is een belangrijk genre binnen de Nederlandse en Spaanse stripcultuur. Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds BKVB en de drijvende kracht achter de Nederlandse aanwezigheid op FICOMIC, beaamt dat: ‘De autobiografie is zó belangrijk geworden dat je niet eens meer hoeft uit te leggen dat je een strip over jezelf maakt. Jan Kruis maakte in 1970 Jan Jans en de kinderen, waarvoor hij zijn eigen gezin als uitgangspunt nam. Toen was het nog niet evident dat je een strip over jezelf maakte, laat staan dat dit interessant zou zijn voor anderen. Dat is inmiddels helemaal veranderd.’

Pos ziet een verband met de maatschappelijke trend waarin mensen zichzelf blootgeven: ‘De Nederlandse strip volgt de trend van zelf het middelpunt van alle aandacht willen zijn. Er is geen enkele gêne meer. Miljoenen Nederlanders maken nu ook hyves-pagina’s en blogs waardoor je alles over ze weet.’

Floor-de-Goede-autostrip
Flo’s stripje is het met Pos eens.

De Grote Drie
De Nederlandse stripwereld kent een grote verscheidenheid aan autobiografische stripmakers. Gerard Leever maakt sinds 1980 zijn Gleevers Dagboek, Marq van Broekhoven haalt in Marq Denkt jeugdherinneringen op en vertelt wat hem bezighoudt en Floor de Goede trakteert zijn lezer dagelijks op een persoonlijk stripje op zijn site DoYouKnowFlo.nl.

In de jaren negentig begonnen Maaike Hartjes, Gerrie Hondius en Barbara Stok – de Grote Drie wat vrouwenstrips in Nederland betreft – met het maken van eigenzinnige autobiografische strips.
Stok, die een eenvoudige en herkenbare tekenstijl hanteert, won vorig jaar de Stripschapprijs voor haar oeuvre. Als twintiger kwam ze in aanraking met het werk van de godfather van de Amerikaanse undergroundstrips Robert Crumb. De undergroundscène uit de jaren zestig en zeventig en Crumbs autobiografische werk in het bijzonder zijn een belangrijke invloed op Nederlandse stripmakers. ‘Crumb maakte strips voor een volwassen publiek met volwassen thema’s en maatschappijkritiek. Zijn verhalen gaan over echte mensen en dat sprak me erg aan,’ zegt Stok.

Het tekenwerk van Crumbs vrouw Aline, dat kwalitatief minder indrukwekkend is, legde voor Stok de lat wat lager: ‘Zelfs bij zo’n tekenstijl kunnen de verhalen erg goed zijn. Ik vind dat ik leuk teken maar ik ben geen tekenvirtuoos.’ Als hobby ging ze strips maken over de dingen die ze had meegemaakt. Inmiddels zijn we vijf stripalbums verder. In persoonlijke verhalen geeft Stok met humor en relativering haar visie op de wereld: ‘De rode draad in mijn werk is dat ik opzoek ben naar wat ik belangrijk vind in het leven. Ik probeer anders aan te kijken tegen vaststaande waarden.’

Barbara_stok_autobio
Herkenbaarheid verklaart volgens Stok de populariteit van de autobiografie: ‘Het genre lijkt wellicht narcistisch, maar de verhalen gaan vaak ergens over. Ze gaan over herkenbare situaties, ze zijn vaak grappig en ook filosofisch.’ De Goede voegt hier nog aan toe dat het van belang is dat mensen weten dat de verhalen autobiografisch zijn en dat de strippersonages werkelijk bestaan. ‘Hoe langer je de strip leest hoe beter je de personages denkt te kennen. Dan wil je ze blijven volgen.’

Zwaar op de hand
Pos merkt een belangrijk verschil op tussen de Nederlandse autobiografen en hun Spaanse spiegelbeelden: ‘Ik wil niet te veel generaliseren maar Spanjaarden kunnen best wel zwaar op de hand zijn. Het zijn serieuze mensen. Maatschappelijke thema’s zijn populair in Spanje. Gallardo maakte bijvoorbeeld een strip over zijn autistische dochter. Hier is het over het algemeen iets lichter en trivialer.’

Flo door Spaanse stripmaker Ken Niimura

Floor de Goede is zo’n autobiograaf die het luchtig houdt. ‘Het moet wel een beetje grappig blijven,’ zegt Flo. ‘Soms wil ik er wel een beetje drama in verwerken, maar ik vind humor wel belangrijk. Zo moeilijk heb ik het helemaal niet, dus waarom zou ik er een drama van maken?’ Flo’s verhalen zijn een constructie en zijn niet altijd letterlijk gebeurd zoals ze verteld worden: ‘Waarheid is nu eenmaal erg saai.’ Toch zijn ze wel eerlijk. ‘Soms heb ik de neiging om een filosofische gedachte erin te stoppen, maar dat slaat dan eigenlijk nergens op, want zo filosofisch ben ik nou ook weer niet.’

Floor de Goede en Barbara Stok zijn twee van de in totaal vijftig stripmakers die naar Barcelona gaan. Hun ervaringen lezen we later vast terug in stripvorm.

Dit artikel is ook gepubliceerd in Het Parool van donderdag 6 mei.

Categorieën
Striprecensie Strips

Ype + Willem 1: Heel herkenbaar

De eerste bundeling fotostrips van het duo Ype Driessen en Willem Stam heet Heel herkenbaar. Die titel dekt de lading volledig, want niet alleen zien we bekende voorvallen die een relatie met zich mee brengt, ook bekruipt je bij het lezen het gevoel alsof je het allemaal al eerder hebt gezien.

Dat krijg je in een stripland waar de autobiografie – want als zodanig wordt de bundel op het cover aangeprezen – een populair genre is.

Ype Driessen haalt zijn inspiratie dicht bij huis vandaan: we zien hem samen met vriendje Willem vieze boekjes lezen in bed, koud water vakantieavonturen beleven op een waddeneiland en zich druk maken over modeverschijnselen. Daarbij neemt Ype steevast de rol aan van de wat hyperactieve en overgevoelige enthousiasteling die dikwijls ad rem wordt teruggevloten door Willem. Met effectieve expressieve gelaatsuitdrukkingen en slimme visuele vondsten weten Ype + Willem hun grappen te verbeelden, al ontbeert een fotostrip altijd het persoonlijk handschrift van een tekenaar.

Het handschrift van de tekenaar is mijns inziens een belangrijk component bij de stripbeleving. Een striptekenaar gebruikt zijn stijltechnieken, zijn persoonlijke lijnvoering om een wereld tot leven te wekken en met de lezer te communiceren. Dat maakt de dagboekstripjes van bijvoorbeeld Floor de Goede juist zo charmant: zijn cartooneske tekenstijl biedt een licentie om de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. Dat handschrift mis je bij een fotostrip, waar het beeld ‘slechts’ bestaat uit vastgelegde geënsceneerde werkelijkheid.

Ondanks het fotorealistische beeld zal de oplettende lezer zich niet laten beduvelen: de stripmakers gebruiken de werkelijkheid slechts als springplank, de vlucht en afdaling zijn dikwijls een aangedikt verhaal. Misschien dat ik daarom de toevallige ontmoeting met Drs. P het leukste stripje vind. Op het derde plaatje staat Ype trots te poseren naast zijn held. Het is een moment van echtheid in een verder geënsceneerd en vermakelijk universum, waarin de grappen overigens opvallend braaf zijn. Door het ontbreken van een scherp randje is Ype+Willem een prima cadeau voor je schoonmoeder.

(Zie hier de stripmakers aan het woord in de video over de stripdagen. Ze zijn ook geïnterviewd door 8Weekly.)

Ype Driessen – Ype +Willem 1: Heel herkenbaar
(Catullus €9,95)

Een kortere versie van deze recensie is verschenen in Zone 5300#88.

Categorieën
Mike's Webisodes Strips Video

Mike’s Webisodes 3: Stripdagen 2009

In de derde aflevering van Mike’s Webisodes een blik op de Stripdagen in Houten die eind september plaatsvonden. Dat betekent aandacht voor de autobiografische strip: een gesprek met Barbara Stok, winnares van de Stripschapprijs en met het stripduo Ype & Willem. Ook laat Paul Stellingwerf van zich horen. Als bonus analyseren stripkenners Dr. Penseel en Hans B. Potlood de deplorabele staat waarin de stripbeurs in Nederland verkeert.

Geen standaard reportage dus met daarin de hoogtepunten en nieuwswaardigheden van de Stripdagen. Dit evenement was immers al weer een paar weken geleden en dat maakt het oud nieuws. Bovendien leek het me wel eens leuk om een alternatieve blik op de stripbeurs te bieden. Een b-kant als het ware, met een speciale rol voor stripmaker Robert Schuit en de Vlaamse stripmaker Serge Baeken, die u reeds kent van Episode 2.

Voordat de vaste kijker misschien denkt dat die Webisodes alleen maar over strips en stripmakers gaan: Episode 3 zal niet de laatste aflevering over strips zijn. De komende delen is er nog aandacht voor 15 jaar Zone 5300 en de tragische wereld van Cowboy John. Tussendoor reizen we af naar Londen voor een bezoek aan het beroemde kruispunt op Abbey Road. Daarna neem ik een interview op met Arnoud de Jong, beter bekend als Verbal Jam, om over bloggen te praten. Kortom: stay tuned.

Categorieën
Boeken Film

Kevin Smith: My Boring Ass Life

Wil ik echt weten dat Kevin Smith zijn e-mail checkt als hij op de wc zit, hoe vaak hij met zijn vrouw neukt en als hij masturbeert op zijn laptop foto’s van haar bekijkt? Natuurlijk niet. In zijn dagboek My boring-Ass Life is Smith erg openhartig en geeft hij zich letterlijk en figuurlijk bloot. De regisseur van onder andere Clerks (I+II), Chasing Amy en Dogma, geeft een minutieuze beschrijving van het verloop van zijn dagen en laat haast geen detail onvermeld. In contrast met zijn openhartigheid laat hij echter op sommige momenten cruciale informatie weg. Als hij een grote scène moet spelen in de film Catch & Release (Susannah Grant, 2006) die nogal wat van zijn acteertalent vereist, noteert hij op die dag dat hij de scène gedaan heeft zonder ook maar enig detail te geven.

Routine
Als je alle film- en stripzaken van Smiths werk buiten beschouwing laat, beschrijft Smith een heel normaal leven. Of nu ja, normaal voor iemand die in Los Angeles woont: in het gezin Smith wordt praktisch nooit gekookt; Kevins schoonouders en Jason Mewes wonen bij hem in. En zijn werkdag is iets anders dan iemand die van negen tot vijf op kantoor werkt. De herhaling en overeenkomstige beschrijvingen van Smiths dagelijkse routine geven het werk een bijna meditatief karakter. “I wake up, shit and check email…”

Afkicken
Tussen de alledaagse ruis zitten voor de fan van Smiths oeuvre kleine juweeltjes. Als hij schrijft over het tot stand komen van Clerks II, de Q&A’s en over hoe Jason Mewes afkickt van de heroïne – dát zijn de momenten om te koesteren. Wie een tweede Silent Bob Speaks verwacht – een bundeling van de scherpe columns van Smith – komt bedrogen uit. My Boring-Ass Life is alleen voor de echte die hard-fans.

Lees ook de andere artikelen over Kevin Smith op deze site.
Meer recensies over films en boeken vind je hier.