Gothic meisje met een zonnebank

August 17th, 2007

Vrijdagavond, 10 uur. In de kerkstraat voor stripwinkel Lambiek staat een gothic meisje, met haar rechterhand houdt ze een zonnebank vast. Niemand zal de ironie ontgaan: goths staan immers niet bekend om hun zonaanbidding. Ze was een als een moderne Vampira of een ruigere versie van Morticia Addams: lang gitzwart haar, gecomplimenteerd met diepbruine ogen. Haar witte blanke huid leek nog net iets bleker in het licht van de lantaarnpaal; haar bordeauxrode lippen staken daarbij mooi af. Naast haar slanke lijf stond de afgedankte zonnebank die haar metgezel had aangeschaft op de Lamelos-veiling. (Een plezierige gebeurtenis waarin de geveilde spullen niet onderdeden voor de zoldercollectie die op Koninginnedag wordt aangeboden. De opbrengst ging in een grote geldpot waarvan meer bier werd gekocht.) Achter de strakke look ging een aardige meid met een Arnhemse tongval schuil. Niks emo of recalcitrant – gewoon stilistisch verantwoord. Schijn bedriegt. De gothic-look belooft mysterie, maar wie met de dames in kwestie praat, merkt al heel snel dat het ondanks hun theatrale verschijning gewone meisjes zijn. De make-up verhult vaak hun leeftijd, dus totdat je er expliciet naar vraagt, kan de draagster ervan tussen de veertien en de dertig zijn.Ergens schuilt er diep van binnen ook wel een gothic dude in mij, wat ongetwijfeld te wijten is aan een overdosis Tim Burton-films, het lezen van Edgar Allan Poe en een voorliefde voor vampierverhalen. Al zijn dat wellicht niet direct de associaties die de gemiddelde goth bij zijn stilistische voorkeur heeft.Waarschijnlijk weet de gemiddelde moderne Vampira niet waaruit dit archetype is samengesteld. De Finse actrice Maila Nurmi speelde Vampira – een hostess die in de jaren vijftig op de lokale televisie van Los Angeles oude horrorfilms introduceerde. Nurmi verklaarde in 1993 aan Gavin Baddeley dat haar creatie een mix was van verschillende personages: ‘The Dragon Lady in [the comic strip] Terry and the Pirates inspired it. A lot of the inspiration came from Disney as well – the Evil Queen in Snow White, for example. Then there was Theda Bara and Norma Desmond in Sunset Boulevard – all this seeped into me, melded and came out as Vampira.’ (Bron: Goth Chic, 2002) (Vampira speelde overigens ook een rol in Plan 9 From Outer Space, van B-filmregisseur Ed Wood.)
Hoe eclectisch het Vampira-personage ook mag zijn, ze is samen met Morticia Addams wel het gothic archetype dat we tegenwoordig kennen en waar er vele exemplaren van rondlopen. Sommige verschijningen kunnen echter verrassend leuk uit de hoek komen, zoals het gothic meisje met de zonnebank. Lees ook (of niet): Stripbeurs Rijswijk: Goths & Cultuurfetisjisten en Bloeddorst-borrel in Lambiek.

Elvis 2007

August 15th, 2007

Elvis is deze week dertig jaar dood. Ik ben dit jaar dertig geworden. Deze toevallige overeenkomst is echter niet de reden waarom ik een band voel met het werk van deze Amerikaanse chansonnier. Toen ik vorig jaar de tekst De Elvis Paradox publiceerde op een Elvis-forum, vielen de diehardfans die op dit forum huishielden als bosjes over me heen. Heiligschennis vond men de tekst die eigenlijk lovend bedoeld was. Elvis roept bij sommige mensen heftige emoties op en het is eigenlijk jammer dat veel mensen hem eigenlijk alleen kennen dankzij imitators of overdreven fanatieke liefhebbers die hem eerder als een heilige beschouwen dan als een feilbaar mens. (Iets wat de zelfbetitelde King of Pop deelt met de King of Rock-’n-roll.) Ik probeerde in de tekst een realistisch beeld te schetsen van Elvis, maar vooral mijn bewondering uit te spreken voor Elvis in zijn nadagen. Hoewel hij toen last had van overgewicht en zijn glorietijd volgens sommigen ver achter hem lagen, vind ik juist dat er mooi drama schuilt in de King die gutsend van het zweet met zichtbare moeite een zuivere toon weet te produceren. Jonge god
De meeste van ons herinneren hem natuurlijk het liefste als de jonge god die hij eerst was: de man die met sensuele heupbewegingen, of zelfs door slechts zijn bovenlip te krullen, menig vrouwen hart in beroering bracht. Ik hou van zijn vroegere werk en sla het liefste de kleffe soundtrackalbums over. In 1968 maakte hij zijn comeback in een televisiespecial. Het is deze periode, waarin hij onder andere het album From Elvis in Memphis uitbracht, dat Elvis zijn muzikale tweede jeugd beleefde. Daarna ging hij naar Las Vegas en toerde hij door het Amerikaanse land. Het beste in de kast
Bij ons thuis werd van alles gedraaid, maar het repertoire van Elvis werd regelmatig op de draaitafel neergelegd. Als kind was ik dus ‘fan’ – voor zover kinderen echt in zaken van smaak kunnen kiezen. Jarenlang heb ik dat diep in me weggestopt, denkende dat Elvis eigenlijk niet meer kón en uit de tijd was.Tot vijf jaar geleden. Elvis was toen 25 jaar dood en daarom voor een paar weken alom aanwezig in de media. Ik kocht een dubbellaar omdat ik toch wel het beste van de zanger uit Memphis in mijn cd-kast wilde hebben. Die week was ik alleen thuis (toenmalig vriendinnetje was er niet) en zette ik de cd op. Het was in het bijzonder de tweede cd die me raakte: het latere werk waarin de zuivere en warme stem van Elvis centraal staat. Zelfs bij de melodramatische nummers (of juist bij die nummers) bleek waarom hij een goede zanger was. Elvis wist alles te zingen alsof hij het meende – en daarmee was hij in zijn ‘nadagen’ eigenlijk een overtuigende chansonnier, in plaats van een rock-‘n’-rollheld.Die avond zat ik te luisteren in het donker, naar een stem die al 25 jaar het leven had gelaten en toch zó vol leven klonk. Op sommige momenten voelde ik de rillingen over mijn lijf gaan. Sindsdien draai ik weer regelmatig een Elvis-cd. Puur om te genieten.Lees ook (of niet): De Elvis-paradox en Een muzikale schatkamer.

Ellen in Concerto

August 12th, 2007

De afdeling pop/rock van platenwinkel Concerto was zondagmiddag het podium van Ellen ten Damme. Ter promotie van haar nieuwe cd Impossible Girl doet Ten Damme deze maand enkele cd-winkels aan. In Amsterdam was de sfeer tijdens de dertig minuten durende set ongedwongen; de kleine ruimte van Concerto bood een intieme sfeer. Ondanks deze atypische setting – tussen de cd-bakken en tafels vol aanbiedingen – wist de zangeres/actrice een vermakelijke performance te geven. De band speelde nummers van het nieuwe album: het mooie ingetogen Happy, de titelsong van de cd en Old Jeans. Tijdens het wat oudere Plattgefickt (een variatie op Plattgeliebt waar ze samen met Udo Lindenberg mee optreedt) kroelde Ellen energiek over de vloer. Terwijl ze daarna weer ingetogen maar met veel pathos het nummer Durf jij, dat ze samen met Ilja Pfeiffer heeft geschreven, vertolkte. In een halfuur toonde Ellen dus meerdere kanten van haar artisticiteit: van theatraal podiumbeest tot ingetogen chansonnière. Na afloop signeerde ze cd’s. Ik beleefde even kort een High Fidelity-moment toen ze routineus mijn booklet signeerde en we een gesprekje voerden over de pas uitgekomen documentaire over Ellen en haar strijd met kanker. Wat mij betreft mag er snel een concertregistratie van deze veelzijdige zangeres uitkomen.Lees ook (of niet): Het optreden van Ten Damme.

Ellen signeert. Foto: de illustere Merel B.

Het laatste woord

August 10th, 2007

Sommige mensen vinden het een macaber onderwerp, maar laatst kwam ineens mijn grafschrift in me op. ‘Vanaf nu, elke dag rust.’ Leek me wel passend. Misschien dat het nog iemand bij een terloopse lezing tot lachen aanzet.Doodgaan doen we allemaal en ik ga ervan uit, voor het gemak, dat het daarna over is. Ieder ander mag daar anders over denken, maar totdat het tegendeel op geloofwaardige wijze aan me wordt gepresenteerd (God, reïncarnatie, the Matrix), hou ik me aan deze levensinstelling. Op een dag komt er een einde aan al het gezeur en gezever, en hoef je niet langer moeilijke beslissingen te nemen, word je niet langer pijn aangedaan en – dat is nog het beste – is je angst voor de dood voorgoed genezen. Goed – alle mooie kanten van het leven gaan dan ook aan je voorbij, maar ja, je kunt niet alles hebben. Beter om daar nu gewoon van te genieten.Ik hoef dan ook geen 80 te worden – liever kwaliteit dan kwantiteit. (Veel films duren bijvoorbeeld ook veel te lang tegenwoordig: maar daar een andere post meer over.) Om de schurk uit de eerste Highlander-film te citeren: ‘I’ve got something to say: it’s better to burnout than to fade away.’ Nuff said lijkt me.

Buffy the Vampire Slayer: Trendy bloedzuigers

August 7th, 2007

In de hoogtijdagen van de cultserie Buffy the Vampire Slayer schreef ik samen met een studiegenoot een artikel voor het filmblad Skrien over mijn favoriete cheerleadende vampierenvechter. Wat mij betreft is Buffy een van de beste televisieserie sinds jaren geweest. (De dvd’s van de serie zijn tegenwoordig voor een leuk prijsje te koop – al laat de beeldkwaliteit daarvan helaas erg te wensen over.) Daarom deze nostalgische ‘herpublicatie’ van het betreffende artikel. Bite me! Trendy bloedzuigers in Buffy the Vampire Slayer “I’m the Slayer. Slay-er. Chosen one? She who hangs out a lot in cemeteries? Ask around. Look it up: ‘Slayer comma The.”Gekleed volgens de laatste mode en ruim een kop kleiner dan de vampieren die ze tegenover zich krijgt, bindt Buffy the Vampire Slayer iedere week de strijd aan tegen het kwaad. Ze wisselt klappen af met oneliners en is daardoor tegelijkertijd een lustobject, geëmancipeerde vrouw en comédienne. Het is precies deze combinatie die de serie zo’n succes maakt. Buffy Summers (Sarah Michelle Gellar) leidt een dubbelleven: overdag hangt ze in de collegebanken en ‘s avond maakt ze jacht op vampieren. Zij is de Vampire Slayer: iedere generatie wordt een meisje verkozen om tegen vampieren en demonen te vechten en om de wereld van de Apocalyps te behoeden. Buffy wordt bijgestaan door haar Watcher, Giles (Anthony Stewart Head) en haar vrienden. De Watcher traint haar en bezit een grote collectie literatuur waar de meest uiteenlopende demonen/vampieren opgezocht kunnen worden. Haar vrienden, Willow (Alyson Hannigan) en Xander (Nicholas Brendon), assisteren in de research, verzorgen de donuts en moeten vaak gered worden als ze Buffy ‘helpen’ met de jacht. Buffy The Vampire Slayer is een typisch voorbeeld van een recente Amerikaanse tienerserie en past in het rijtje van Charmed, Angel en Dawson’s Creek. In deze series staan de dagelijkse problemen van het tienerleven centraal: een periode die gekenmerkt wordt door verandering, onzekerheid, vriendschap, liefde, ontluikende seks en het anderszijn. Deze thema’s worden in Buffy uitvergroot en via metaforen aan de kaak gesteld door bovennatuurlijke elementen, zoals vampieren, demonen en andere wezens.Zo blijkt de (te) perfecte nieuwe vriend van Buffy’s moeder een doorgedraaide robot te zijn waar ze het tegen moet opnemen. In het begin wil niemand geloven dat hij kwaadwillend is, omdat ze denken dat Buffy dit zich inbeeldt: welk kind wantrouwt immers niet de nieuwe partner van zijn ouder? Een ander voorbeeld van het bovennatuurlijke is de outcast Jonathan die iedereen door een toverspreuk laat denken een soort James Bond te zijn. Hij is altijd het buitenbeentje geweest en probeert met allerlei mogelijke middelen geaccepteerd te worden. Iedere aflevering staat er een ander probleem centraal en door de metaforen zijn deze goed herkenbaar.Buffy’s kracht
De kracht van de serie komt voort uit een combinatie van factoren. De serie vormt een mix van verschillende televisie- en filmgenres. Daarmee is het een typisch product van deze (postmoderne) tijd. Naast de tienerelementen, wordt er op speelse wijze omgesprongen met kenmerken van de horrorfilm, actieseries en detectives: de graven, de zombies en vampieren dragen bij aan de horrorsfeer die de serie uitstraalt; de actiescènes kennen een goede choreografie en iedere aflevering moet er een mysterie opgelost worden. Alles wordt gebracht met een flinke dosis humor. In de aflevering ‘Never Kill a Boy on the First Date’ bijvoorbeeld, zegt Buffy als ze een vampier doodt: ‘We haven’t been properly introduced. I’m Buffy, and you’re history.’ De serie neemt zichzelf wel serieus, maar is zich ook bewust van de conventies waarmee ze speelt. Verder kent de serie doorlopende en goede verhaallijnen. Dit komt deels doordat de bedenker en creatief-leider van Buffy, Joss Whedon, een duidelijk idee heeft van wat hij wil met de serie en de personages. Hierdoor bevatten zelfs de opzichzelfstaande afleveringen elementen die de grote ontwikkelingen voortstuwen. Zo ontwikkelen de personages zich steeds op een geloofwaardige manier. De verhoudingen tussen de personages veranderen en er vinden ingrijpende persoonlijke ontwikkelingen plaats. Willow ontwikkelt zich van een schuchtere computer-nerd tot een sterke, aantrekkelijke en krachtige heks. Xander neemt langzaam steeds meer verantwoordelijkheid op zich en verandert van onbezorgde tiener in een jong volwassen met een vaste baan.De personages in Buffy zijn archetypes en daardoor heel herkenbaar. Toch bieden ze meer dan alleen de standaard typeringen die we kennen uit bijvoorbeeld sitcoms. In sommige opzichten heeft Buffy nog veel weg van de leeghoofdige cheerleader die ze eerst was: ze maakt zich zorgen over haar uiterlijk, kleding, populariteit en vriendjes. Anderzijds kampt ze met de zware verantwoordelijkheid van het slayer-zijn, haar gemengde gevoelens hierover en de onzekere toekomst die ze tegemoet gaat. Deze uitersten maken haar tot een complex personage. Familiebanden
De band tussen de personages is hecht en doet denken aan een familie. Daarbij vervult de Watcher de vaderrol. Hij ontfermt zich over zijn kroost: Buffy, Willow en Xander. Deze familie verschilt echter van ‘normale’ families, doordat nieuwe leden allemaal een bovennatuurlijk element in zich dragen. Zo is de vriendin van Xander een voormalige wraakdemon, de vriendin van Willow een heks en blijkt Buffy’s zusje een sleutel tot een andere dimensie te zijn. De dialogen tussen de personages zijn snel en humoristisch. Ze spreken in de taal en slang van nu. Buffy is popcultuur: we zien hedendaagse thema’s terug in de serie, de soundtrack wordt hier en daar aangevuld met (alternatieve) popmuziek en zelfs de vampieren gaan met hun tijd mee. Een thema als bijvoorbeeld biseksualiteit wordt niet geschuwd. Zo krijgt Willow een relatie met een studiegenote. Dit is zowel voor haar als haar vrienden verassend. Buffy is het schoolvoorbeeld van de postfeministische en zelfstandige vrouw die de traditionele mannelijke heldenrol op zich neemt. Ze vecht zonder haar vrouwelijkheid te verliezen. Daarmee verbeeldt de serie overheersende sociale tendensen die we ook terugzien in series als Charmed, Dark Angel en La Femme Nikita. Wat Buffy met Charmed en een serie als The X-Files deelt, zijn de bovennatuurlijke elementen die sterk naar voren komen. Hiermee voldoen ze aan de vraag naar magische/fantasievolle narratieven in deze tijd. Dit verklaart voor een deel het succes van deze series. Juist omdat ze zo goed aansluiten bij de tijdsgeest van nu en een verbeelding zijn van de popcultuur, is het nog maar de vraag of ze over tien jaar niet heel gedateerd over komen.Vampire Cult
De serie kent een grote cult-following. Naast de officiële Buffy site zijn er vele websites gewijd aan de Slayer. Messageboards, forums en chatsessies maken een actieve fanparticipatie mogelijk. Op deze virtuele ontmoetingsplaatsen wisselen fans ideeën uit, praten ze over plotlijnen, personages en het verdere verloop van de serie of kunnen ze de identiteit van een van de karakters aannemen in role-playing games. Daarbij is het mogelijk om verschillende soorten merchandise aan te schaffen als: t-shirts, strips, posters, tijdschriften, poppetjes, boeken, dvd’s en video’s. Hiermee verschilt de serie eigenlijk niet van andere Amerikaanse hitseries.Buffy onderscheidt zich wel van een andere series door de hoge productiewaarden. De serie heeft een filmische stijl en wordt gedraaid op 35mm film, wat het beeld een extra diepte geeft. Daarnaast worden de scènes minutieus voorbereid en neemt men de tijd om alles er zo goed mogelijk op te krijgen. Een zeldzaam gegeven in televisieland. De jonge groep acteurs speelt overtuigend en behoort tot de generatie spelers die praktisch voor de camera zijn opgegroeid. De herkenbare thematiek en personages, humor en hoge productiewaarden maken van Buffy the Vampire Slayer een van de meest interessante series van dit moment. Michael Minneboo & Irene Boll Lees ook (of niet): Hey Buffy!

Column: Natte vingerwerk

August 4th, 2007

Soms lijkt het leven net een telsell-commercial.Al een week of twee loop ik met een of ander halfgaar virus onder de leden. Geen idee wat het is, maar er last van heb ik wel. Kilo’s fruit, een – voor mijn doen – opvallend gezond dieet en veel rust mochten geen soelaas bieden. Mijn huisarts had me telefonisch een homeopathisch middel voorgeschreven, dus ging ik vol goede hoop naar het Zorgcentrum bij mij om de hoek. Het medicijn hadden ze echter niet op voorraad. Gelukkig hadden ze wel een hoop andere goedjes die ik zou kunnen slikken om beter te worden, verzekerde de verkoopster mij. In de winkel werd een nieuwe diagnose als volgt gesteld. Ik moest de duim en wijsvinger van mijn rechterhand met kracht tegen elkaar aandrukken. De verkoopster legde in mijn linkerhand een verpakt medicijn en begon aan mijn duim en wijsvinger te trekken. Wanneer het haar lukte mijn duim en wijsvinger van elkaar te scheiden, betekende dit dat mijn lichaam aangaf dat ik het betreffende medicijn niet nodig had: mijn lijf had er geen behoefte aan. Wanneer mijn vingers stijf op elkaar bleven, betekende dit dat ik het medicijn wél nodig had om beter te worden. Toen dit bij een weerstandversterkend middel het geval was, riep de verkoopster hardop de dosering; corresponderend met de uitkomst van de vingeroefening werd ook deze moeiteloos vastgesteld. Dit was het middel wat me zeker beter zou maken. Of ik even 45 euro wilde neertellen – effect gegarandeerd. Ook een collega van de verkoopster, een aantrekkelijke jongedame die er allesbehalve ziek uitzag, vertelde me met een stralend gezicht dat ze toevallig die ochtend hetzelfde middel had ingenomen toen ze zich niet zo lekker voelde. En kijk nu, ze voelde zich weer helemaal top. En dat slechts in een paar uur. Nu had ik last van koorts en voelde het misschien daardoor alsof ik in een foute telsell-commercial was beland. Noem me sceptisch, maar ik vind het moeilijk te geloven dat de bovenbeschreven vingeroefening op vakkundige wijze kan aangeven wat je lijf wel of niet nodig heeft. Natuurlijk geeft het lichaam een hoop aan en kan het geen kwaad om goed naar ons eigen biosysteem te luisteren, maar het moet wel reëel blijven: anders kun je net zo goed een Biostabiel om je nek hangen. Toen ik even later de winkel verdwaasd verliet, had ik dan ook niets gekocht. Toch maar gewoon fruit eten en goed uitrusten bedacht ik me.

Superhelden 101: De wereld van de superheld

August 2nd, 2007

Een elementaire kijk naar de wereld van de superheld. Over verschillende universums, New York als locatie, magische wetenschap en de strijd met de tijd.‘The costumed superheroes generate their own particular world – a world which starts at the point where our own familiar world leaves off. All the additions to the familiar world are extraordinary ones: invasions from space, mutations, master criminals, the supernatural. It’s our own world made stranger and more robust to fit the stature of the larger-than-life hero,’ aldus Reynolds. (Reynolds 1992: 37.) De wereld van de superheld is dus niet volledig gelijk aan die van ons.

New York, New York

Marvel & DC
Binnen het superheldengenre kennen we grofweg twee werelden: die van Marvel Comics en die van DC Comics, de twee grootste uitgeverijen. Er zijn ook andere kleinere uitgeverijen die superheldenverhalen publiceren, zoals Image comics en Dark Horse, maar die spelen een marginale rol – zeker als het om stripverfilmingen gaat. Het Marvel Universum heeft zijn eigen regels en personages, net als dat van DC. Slechts bij uitzondering vechten helden uit het Marvel Universum aan de zijde van collega’s uit de DC wereld, in zogenaamde cross-over verhalen. Dit heeft alles te maken met de copyrights over de personages. Binnen een universum komen de verschillende helden en schurken elkaar wel vaak tegen. Zo kan Spiderman in aanraking komen met de held Daredevil omdat ze beiden tot het Marvel Universum behoren. Locatie NY
Het merendeel van de superheldenverhalen is gesitueerd in New York of in een stad die The Big Apple moet voorstellen. In het universum van DC Comics wordt New York altijd anders genoemd: zo is Superman de beschermheer van Metropolis, Batman van Gotham City en rent The Flash zijn rondjes in de straten van Central City. Een interessant verschil is bij DC Comics soms een alternatieve versie van New York wordt afgebeeld, zoals bijvoorbeeld een gotische versie in Batman, terwijl het Marvel Universum New York wordt afgebeeld zoals ze is. (Overigens heeft Gotham City er lang niet altijd gotisch uit gezien. In de beginjaren van Batman werd de stad zelfs gewoon nog New York genoemd.)Ook heeft N.Y. geen andere naam bij Marvel. Dit geeft de verhalen een extra effect omdat fictie plaatsvindt op een locatie die bestaat in de realiteit. Hierdoor wordt suspense opgewekt: een superschurk als Doctor Doom of Magneto is immers veel bedreigender tegen een herkenbare realistische achtergrond.De vraag waarom New York het decor is voor veel superheldenverhalen is makkelijk te beantwoorden. New York is een stad die tot de verbeelding spreekt. Reynolds omschrijft dit als volgt:

New York draws together an impressive wealth of signs, all of which the comic-reader (of the 1940s or the 1990s) is adept at deciphering. It is a city which signifies all cities, and, more specifically, all modern cities, since the city itself is one of the signs of modernity. […] New York is a sign in fictional discourse for the imminence of […] possibilities – simultaneously a forest of urban signs and an endlessly wiped slate on which unlimited designs can be inscribed […]. (Reynolds 1992: 19)

Realiteit
Superheldenverhalen zijn meer geaard in de realiteit dan men op het eerste gezicht zou denken. De meeste verhalen gaan over alledaagse zaken, terwijl de superactie daar om heen speelt. Dit idee is komt goed naar voren in de Spiderman-comics, waarin het normale leven van Peter Parker een prominente plaats heeft en onlosmakelijk verbonden is met de avonturen van Spiderman zelf. Het alledaagse biedt een contrast met de buitengewone held: zo wordt de superheld soms bedreigd door een normale misdadiger met een pistool of mes.‘This is a note that most superhero stories strike from time to time, lest the contrast between super-powered hero and the average individual becomes lost – and the sense of wonder blunted by showing nothing but superpowered [sic] characters slugging it out with each other.’ (Reynolds 1992: 14) Dit geldt overigens niet voor een held als Batman: omdat hij geen superkrachten heeft, is hij wat betreft zijn kracht ongeveer gelijk aan gewone misdadigers. Magische wetenschap
In de wereld van de superheld speelt wetenschap een belangrijke rol. Zo krijgen veel superhelden en -schurken hun krachten door middel van een ongeluk met radioactiviteit/straling of via een wondermiddel. Deze wetenschap heeft echter veel weg van magie omdat deze eerder mystiek is dan plausibel: ‘The stories are mythical and use science and magic indiscriminately to create a sense of wonder’. (Reynolds 1992: 16, 53-54)We kennen dit gegeven uit onder andere Gothic-horrorverhalen als Frankenstein, waarin de wetenschapper Dr. Frankenstein uit delen van dode lichamen een levend wezen weet te scheppen. Een beter voorbeeld is wellicht het verhaal The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde, van Robert Louis Stevenson. In dit verhaal verandert een wetenschapper door zijn experimenten in een monsterlijk alter ego. Dit gegeven is onder andere terug te vinden in het verhaal van de Green Goblin, de Lizard en natuurlijk de Hulk.Interessant is dat het ontstaan van mutanten een natuurlijke oorsprong kent: bij deze mensen zijn de speciale krachten aangeboren. Mutanten worden daarom gezien als de volgende stap in de evolutie van de mens. (In de televisieserie Heroes wordt van een vergelijkbare theorie uitgegaan om de speciale krachten van de personages te verklaren.) Hoewel evolutionaire mutaties een natuur¬verschijnsel zijn, werd het grote publiek in de jaren vijftig en zestig bekend met de nare mutaties die het gevolg kunnen zijn van atoomstraling. Deze angst voor straling en de atoombom (met andere woorden de angst voor wetenschap) werd geuit in de popcultuur van die tijd. Dit is terug te vinden in de verhalen rond de gemuteerde dinosauriër Godzilla en in de superheldencomics. Omdat radioactiviteit een hot item was in de jaren zestig, hebben veel van de superhelden en -schurken hun krachten hieraan te danken. (Sanderson 1996: 210) De effecten van radioactiviteit zijn echter puur fantasie – voor zover ik weet is er immers nog nooit iemand in de Hulk veranderd na een overdosis gammastraling.

Magische wetenschap: ‘The power of the sun in the palm of my hands’.

Continuïteit
Ieder superheldenuniversum kent een eigen continuïteit. Dit kan in de loop der jaren nogal ingewikkeld worden door de grote hoeveelheid series, verhalen en ontwikkelingen die plaatsvinden. De echte comicfan is zich bewust van de continuïteit in de verhalen en de opgebouwde achtergrond van de personages; het is een belangrijke factor in de intertekstuele samenhang binnen het universum. Reynolds onderscheidt drie niveaus van continuïteit: (Reynolds 1992: 38-43)1. Serial continuity: deze soort continuïteit kennen we uit soaps, waarin alle voorgaande afleveringen de achtergrond vormen voor huidige ontwikkelingen. Dit geeft vaak een probleem voor comicschrijvers, vooral als die achtergrond uit vele jaren geschiedenis bestaat. 2. Hierarchical continuity: hier draait het om de onderlinge verhoudingen tussen de superhelden en –schurken: het gaat om de hiërarchie naar kracht. Als superschurk B verslagen wordt door held A en superschurk B held C verslaat, dan is held A sterker dan held C en staat deze hoger in de hiërarchie. Persoonlijk vind ik dit de minst interessante vorm van continuïteit, omdat het winnen van een strijd niet alleen afhankelijk is van de kracht van een personage, maar ook van diens karakter en slimheid. 3. Structural continuity: serial continuity (die zich ontwikkelt over tijd) en hierarchical continuity (de stand van zaken op een bepaald moment) vormen tezamen de structural continuity. Deze vorm van continuïteit bevat niet alleen alles wat er ooit in het universum gebeurd is of gesuggereerd wordt, maar bestaat ook uit elementen uit de echte wereld: ‘Structural continuity also embraces those elements of the real world which are contained within the fictional universe of the superheroes, and (for the truly committed) actions which are not recorded in any specific text, but inescapably implied by continuity.’ (Reynolds 1992: 41) Reynolds geeft als voorbeeld de grootvader van Superman: hoewel dit personage nog niet is voorgekomen, moeten we er wel vanuit gaan dat de man heeft bestaan en dat hij ieder moment in een verhaallijn kan opduiken. Vanaf dat moment is dit personage een concreet element in de continuïteit. De structural continuity die vele jaren voortduurt, geeft problemen wat betreft de tijdsverloop binnen de verhalen en de ‘echte’ wereld. Hoewel Spiderman in 1962 het licht zag en tiener was, is hij nu, ruim vijfenveertig jaar later, slechts een paar jaar ouder geworden. Batman zou nu bijna negentig jaar oud zijn in onze tijdstelling. Door dit probleem te omzeilen worden de lichamen van de helden losgemaakt van de tijd. Zo blijft Spiderman rond de twintig hangen en zal Batman nooit echt ouder worden. Overigens doorloopt Spiderman wel verschillende fasen in zijn leven die duidelijk in een bepaalde leeftijd zijn te plaatsen. Zo is hij al van de middelbare school overgegaan naar de universiteit. Om de zoveel tijd wordt het personage echter iets verjongd, zodat hij een jong publiek blijft aanspreken.Wanneer er wel een verhaal verteld wordt van een oudere Batman, dan wordt dit verhaal gepresenteerd als alternatief toekomstbeeld, dat losstaat van de huidige continuïteit:

Clearly, intertextual and metatextual continuity create a subsidiary world in which the process of time can be kept under control. While this process does not exactly abolish history from superhero comics, it does divorce the superheroes lives from a historical context.

Toch zijn de verwijzingen naar de tijd van productie in de verhalen terug te vinden. Een redelijk recent voorbeeld hiervan is de aanslag op 11 september 2001, waarnaar verwezen wordt in The Amazing Spider-Man (Vol. 2) # 36. Ook zijn bepaalde thema’s die populair zijn altijd terug te vinden in de comics. Zo had Marvel in de jaren zeventig een verhaallijn waarin Harry Osborn verslaafd was aan de drugs en had een nichtje van Peter Parker eind jaren tachtig last van eetstoornissen.
Michael Minneboo
Samenvatting Superhelden 101
Het superheldengenre, dat begon met de creatie van de held Superman, bevat de volgende typerende elementen:De superheld: de bekendste superhelden zijn te zien als culturele iconen, ze genieten een algemene bekendheid bij een groot publiek. Superhelden zijn zowel outsiders als insiders. Ze zijn outsiders omdat ze door hun speciale krachten buiten de maatschappij staan; sommigen van hen zijn zelfs vergelijkbaar met goden. Anderzijds zijn ze ook insiders omdat ze deel uitmaken van de maatschappij en de Amerikaanse ideologie uitdragen. Volgens Adatto is de superheld een variatie op de maverick hero, met deze uitzondering dat deze niet rebelleert tegen de methoden en de praktijken die hij dient. Al moet de held soms wel de wet overtreden om gerechtigheid te doen geschieden.Het alter ego: volgens Taormina kan het alter ego van de superheld meerdere functies hebben, zoals het beschermen van naasten en een toegang bieden tot een normaal leven. De geheime identiteit eist vaak offers in de privé-sfeer. De kans op ontmaskering biedt stof voor suspense.Het Kostuum: dit is een het teken van een individuele identiteit (het uiterlijk van het alter ego) en heeft daarnaast de functie van een uniform, waarmee superwezens zich onderscheiden van normale stervelingen. De belangrijke superhelden veranderen zelden van kostuum, al kan het pak wel wat aangepast worden om aan de eisen van de mode te voldoen. Daarnaast kan een kostuum een fetisjerende functie hebben en een bron zijn van seksuele kracht.
Het verlies van naasten en alternatieve familie: een vast thema in het superheldengenre is het verlies van naasten – meestal speelt het verlies van de ouders een centrale rol in de wording van de held. Dit hangt samen met het thema van de alternatieve familie: veel superhelden kennen alternatieve vaderfiguren en een alternatieve familie in het superheldenteam.De schurk: de superschurk is de tegenhanger van de held – hij/zij is een psychotische kracht die chaos brengt. De schurk staat symbool voor de scheiding tussen kennis en geweten, doordat hij wetenschappelijke kennis aanwendt om macht te verwerven. De overwinning op het kwaad is overigens slechts van tijdelijk aard: wanneer de superschurk niet terugkeert, staat er een nieuwe klaar om het leven van de held moeilijk te maken. In tegenstelling tot wat Reynolds beweert, wordt in de comics misdaad wel sociologisch gemotiveerd: de achtergrond van de superschurk kan een rol spelen in diens zucht naar macht.De wereld van de superheld: deze wereld lijkt op die van ons, maar biedt plaats aan personages en situaties die larger than life zijn. In bijna alle superheldenverhalen staat New York model voor de setting. In de wereld van de superheld speelt wetenschap een belangrijke rol – het biedt een verklaring voor de verwerving van de superkrachten. Vaak is er echter sprake van een magische wetenschap, die eerder mystiek is dan plausibel. De verschillende universa waarin superhelden voorkomen, kennen drie vormen van continuïteit. Vooral de structural continuity is in dit opzicht interessant omdat deze problemen geeft wat betreft het tijdsverloop in de verhalen. Het lichaam van de superheld mag dan min of meer losstaan van de tijd, de verhalen echter niet: ze reflecteren altijd populaire thema’s van de tijd waarin ze geproduceerd zijn. In sommige gevallen komen zelfs historische gebeurtenissen in de verhalen voor. Bovenstaande tekst is een bewerking van de doctoraalscriptie Superhelden in actie: Comics op celluloid. Geschreven door Michael Minneboo, major filmstudies Vakgroep Film- en televisiewetenschappen, Universiteit van Amsterdam.Literatuur
Adatto, Kiku. Picture Perfect. The Art and Artifice of Public Image Making. New York: Basic Books, 1993.

Brooker, Will. Batman Unmasked. Analyzing a Cultural Icon. London: Continuum, 2000.

McCloud, Scott. Understanding Comics. The Invisible Art. 2e druk. New York: Paradox Press, 2000(a).

Persmap. Spider-Man. Production Information. Amsterdam: Columbia Tristar Films, 2002.

Persmap. The Hulk. Amsterdam: Universal Pictures, 2003.

Reynolds, Richard. Superheroes. A Modern Mythology. London: B.T. Batsford, 1992.

Sassienie, Paul. The Comic Book. The One Essential Guide for Comic Book Fans Everywhere. London: Ebury, 1994.

Taormina, Agatha. The Hero, the Double, and the Outsider. Images of Three Archetypes in Science Fiction. Diss. Carnegie-Mellon University, 1980. Ann Arbor: University microfilms international, 1982.

Gerelateerde artikelen
Batman op de divan

De charme van Spider-Man

Waarom Batman en de Joker niet zonder elkaar kunnen

The Hulk returns

July 31st, 2007

De camera’s zijn aan het draaien op de set van de nieuwe Hulk-film. Edward Norton speelt dit keer Bruce Banner. Ik ben benieuwd hoe de groene reus eruit gaat zien.Persbericht: “Toronto, Ontario, July 27, 2007 – Principal photography has begun on THE INCREDIBLE HULK, starring Edward Norton (The Illusionist, American History X), Liv Tyler (Jersey Girl, Reign Over Me), Tim Roth (Reservoir Dogs, Pulp Fiction) and Academy Award® winner William Hurt (A History of Violence, Mr. Brooks) and directed by Louis Leterrier (Transporter 2, Unleashed). The explosive, action-packed adventure in one of the all-time most popular Super Hero sagas unfolds with a cure in reach for the world’s most primal force of fury.In THE INCREDIBLE HULK, we find scientist Bruce Banner (Edward Norton) living in the shadows, scouring the planet for an antidote. But the warmongers who dream of abusing his powers won’t leave him alone, nor will his need to be with the only woman he has ever loved, Betty Ross (Liv Tyler).Upon returning to civilization, our brilliant doctor is ruthlessly pursued by the Abomination (Tim Roth)—a nightmarish beast of pure adrenaline and aggression whose powers match The Hulk’s own. A fight of comic-book proportions ensues, as Banner must call upon the hero within to rescue New York City from total destruction. And on June 13, 2008…one scientist must make an agonizing final choice—accept a peaceful life as Bruce Banner or the creature he could permanently become: THE INCREDIBLE HULK.Hurt portrays General Thaddeus “Thunderbolt” Ross, the military officer—and father of Betty Ross — who has dedicated his life to bringing down both Bruce Banner and his alter ego, The Incredible Hulk.”Nieuwe aanpak?
Norton als Banner is iets waar ik zeer enthousiast van word. Ook al vond ik dat Eric Banna een prima Banner neerzette vol onderdrukte emoties. Ang Lee maakte van de eerste Hulk-film een verhaal vol met jeugdtrauma’s en zette misschien iets te zwaar in op het psychologische vlak. Aan de andere kant is zijn Hulk (2003) wel een eigenzinnige stripverfilming geworden, waarin een wat meer duistere aanpak van het stripmateriaal centraal staat zonder dat het oorspronkelijke medium uit het oog wordt verloren. De klassieke scéne waarin de Hulk het opneemt tegen het leger duurt lang, maar verveelt geen moment. De brute kracht van de Hulk wordt er mooi in gedemonstreerd. Ben benieuwd naar de benadering van regisseur Louis Leterrier. Nog even afwachten dus…

Bond wie?

July 29th, 2007

Het is een vraag die geregeld op feestjes, bedrijfsborrels of andere sociale gelegenheden de kop op steekt: wie vind jij de beste James Bond? Toen ik laatst op een terrasje genoot van een goede cappuccino en een conversatie met de illustere Merel B., kwam bij toeval dit onderwerp ter sprake. Het toeval, of uitstekende overeenkomstige smaak – het is natuurlijk maar net hoe je het bekijkt – wilde dat Merel B. en ik allebei Timothy Dalton verkiezen boven Roger Moore, Pierce Brosnan of zelfs Sean Connery. Dalton speelde slechts twee keer James Bond, maar dat deed hij in een paar van de beste films uit de serie: The Living Daylights (1987) en Licence to Kill (1989).Dalton zet een meer realistische Bond neer. Met Moore was de filmreeks verzand in foute slapstick vermengd met camp. Iets wat prima werkte voor de jaren zeventig overigens. Tegen de tijd dat Moore meer terug naar de roots van de geheim agent ging met For Your Eyes Only (1981), was hij eigenlijk al wat aan de oude kant. In A View to a Kill was hij zeker te oud om nog met jonge blonde meisjes in bed te rollebollen. Daarentegen vat de film prima de toon van de jaren tachtig, met dank aan de titelsong van Duran Duran. Dankzij de aanwezigheid van Grace Jones en Christopher Walken mag A View to a Kill een van de beste Bonds met Moore genoemd worden. Keihard
Maar goed, Dalton dus. In Licence to Kill zien we een keiharde Bond die wraakbelust op jacht gaat naar de drugsbaron Sanchez (Robert Davi). Sanchez heeft de vrouw van Felix Leiter vermoord op hun huwelijksnacht en Leiters been aan haaien gevoed. Genoeg voor Bond om zijn baan te riskeren en als een losgeslagen agent in de organisatie van Sanchez te infiltreren om deze kapot te maken. De Bond van Dalton spreekt weinig en vaak in cynische oneliners. Wanneer hij de moordenaar van hulpje Sharky met een harpoen doorboort, zegt hij: ‘Met de complimenten van Sharky!’Bond baalt in principe van zijn baan. Als geheim agent is hij niet meer als een doeltreffend bot wapen tegen de misdaad, in dienst van Hare Majesteit. Dalton omschreef Bonds houding als volgt:

‘The interesting thing about the Bond of the Fleming books, which I think Sean Connery got hold of extraordinarily well in spirit, is that he is in a way a writer’s paradox. Fleming could write about a man who was ruthless and hard, a thorough professional, absolutely capable of carrying out his assignment but at the same time he could, through his writing, give this complex character an awareness, sensibility, cynicism and what he referred to as “accidie, this distaste with the nastiness of his job.’ (Dalton geciteerd in The Making of Licence to Kill, Sally Hibbin, Hamlyn 1989).

Bond tussen ‘the usual suspects’.

Daltons Bond geeft dan ook zijn werk op om een persoonlijke wraak uit te vechten. Dit feit maakt hem des te menselijker. In tegenstelling tot de bijna kogelvrije Moore en onfeilbare Brosnan, is Daltons Bond kwetsbaar. De wereld van Licence to Kill is hard en doet daardoor realistisch aan – een opmaat gemaakt verhaal voor Daltons meer realistische weergave van Bond. Wanneer Bond zich aan het einde van de film gewroken heeft, komen voor het eerst de emoties van verlies boven. We zien een bebloede Dalton rouwen om het lot van zijn vriend en diens bruid. Emotie hebben we weinig gezien bij andere Bonds, behalve dan bij George Lazenby, maar dat is een verhaal apart. Connery
Eigenlijk is een voorkeur uitspreken voor iemand anders dan Sean Connery net zoiets als vloeken in de kerk, want vaak wordt het argument aangedragen dat Connery toch altijd de eerste James Bond was en daarom alleen de ware. Dit klopt echter niet helemaal. Nog voor de filmreeks van start ging, werd in 1954 Amerika een televisiefilm geproduceerd van Casino Royale, het eerste Bond-boek van Ian Fleming. De rollen werden echter omgedraaid: James Bond was een Amerikaanse geheim agent terwijl vriend Felix Leiter Engels was. Jimmy Bond werd gespeeld door Barry Nelson. Los daarvan (want bovenstaande is natuurlijk een beetje flauw argument) moet ik toegeven dat Connery hoog scoort in mijn lijstje van favoriete Bonds: Connery zette een sexy, humorvolle en gevaarlijke Bond neer die perfect paste in de jaren zestig. Het was echter Dalton wie ik voor het eerst op het grote scherm zag als Bond, en die eind jaren tachtig, de juiste Bond voor die tijd neerzette. En een drugsbaron als vijand was ook geen onlogische keuze aan het einde van de Koude Oorlog. Smaak
Eigenlijk is voor iedere acteur die ooit Bond speelde wel iets te zeggen – ze vertolkten de Bond van hun tijd. Een voorkeur uitspreken voor een bepaalde vertolking is net zoiets als je uitspreken over je muzieksmaak, kledingvoorkeur of haardracht. Het zegt iets over wie je bent en hoe je jezelf wil profileren. Met het juiste antwoord maak je vrienden, met een fout antwoord krijg je een scheve blik. Maar eigenlijk is er geen fout antwoord. Bond is een kwestie van smaak, en over Bond valt flink te twisten.

Lees ook: Recensie Casino Royale en Bond mag met pensioen.

Een muzikale schatkamer

July 26th, 2007

Wanneer ze het ouderlijke huis verlaat om Amerika (en zichzelf) te ontdekken met haar vriendje, laat Anita Miller haar indrukwekkende platencollectie achter bij haar broertje William. Als ze afscheid nemen, legt Anita haar handen op zijn schouders, buigt ze iets voorover en zegt ze hem met een oprechte blik: ‘One day you’ll be cool.’ Dan fluistert ze in zijn oor: ‘Look under your bed. It’ll set you free’. Ze rijdt weg met haar vriendje; haar beduusde broertje en bedroefde moeder worden steeds kleiner op de achtergrond. Die avond haalt William een grote leren tas onder zijn bed vandaan, gevuld met juweeltjes uit de popmuziek: Creams Wheels of Fire, Bob Dylans Blonde on Blonde, Get Yer Ya Ya’s Out van The Rolling Stones, Pet Sounds van The Beach Boys, Abraxas van Santana, Jethro Tulls Stand Up, The Mother’s of Inventions We’re Only In It For The Money, Led Zeppelin II, Tommy…. Vanaf dit moment zal Williams leven nooit meer hetzelfde zijn… Met het luisteren van deze albums begint hij aan een reis die hem brengt tot in het kantoor van Rolling Stone Magazine. Een reis waarin hij toert met de band Stillwater en waarin hij voor het eerst zijn hart verliest aan het engelachtige meisje Penny Lane. Bovenstaande is een beschrijving van een scène uit de film Almost Famous van regisseur Cameron Crowe, die zijn ervaringen als jonge journalist van Rolling Stone Magazine gebruikte als basis voor deze autobiografische fictie. Een heerlijke film over de liefde voor popmuziek in de magische jaren zeventig, volwassen worden en de mythe van Amerika. Toen ik de soundtrack van de film luisterde, maakte ik kennis met een paar nieuwe bands – The Allman Brothers, Led Zeppelin en Cat Stevens – daarmee vervulde Almost Famous voor mij dezelfde functie als Anita voor haar broertje William.Zolder
Hoewel ik geen oudere zus heb die mij kon wijzen op de grote muzikale schatkist die het verleden bevat, maakte ik op mijn dertiende wel iets soortgelijks mee. Het was een warme zaterdagmiddag toen ik de taak had gekregen om de zolder op te ruimen. Ik begaf me tussen de oude spullen van mijn familie – stapels dozen ruikend naar oude sokken, in een benauwde ruimte waar stof en spinrag heersten. Daartussen vond ik onverwachts een doos met lp’s. De guitig kijkende discodansers op de voorste albumhoezen deden m’n ruggengraat trillen van afgrijnzen. Daarachter stonden echter Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band en Abbey Road. Gevolgd door een collectie met soul klassiekers, Tommy van The Who en wat platen van de Rolling Stones. (Overigens stond er naast disco ook een hoop andere meuk, waarvan ik de namen niet zou herhalen, zelfs al kon ik ze herinneren). Groeven vol muziek
Ik had in die tijd nog een platenspeler en draaide de gevonden schijfjes vinyl een voor een. Altijd een magisch moment als de naald de groef vindt en tussen het krakende stof door de eerste klanken klinken. Ik kon vroeger uren staren naar het voortglijdende vinyl en de naald die zich met gepaste snelheid naar het centrum van de plaat bewoog. Het was niet zo dat ik toen The Beatles voor het eerst hoorde. Bij ons thuis werd er voor het begin van Sky Radio regelmatig goede muziek gedraaid, dus ik was oppervlakkig bekend met het werk van The Fab Four, maar ook Elvis Presley, Otis Redding, George Michael, Booker T. and the MG’s – om maar een kleine selectie te noemen. Op het moment dat ik zelf muziek begon te draaien, kreeg het een geheel nieuwe – persoonlijke – betekenis. Alsof er een spannende wereld werd ontsloten. Mijn reis was pas begonnen…

Lees ook (of niet): A Case of High Fidelity, The Beatles: Love,
Freddie and me en Grote verwachtingen.

Gezocht

July 24th, 2007

Graffitischrijver zoekt spellingchecker.

Laatste dagen in Twin Peaks

July 22nd, 2007

Eind goed, al goed? Niet in de wereld van David Lynch. In de slotaflevering van de serie Twin Peaks (aflevering 29 om precies te zijn, Diane) zien we hoe agent Cooper de strijd aan gaat tegen het kwaad in de Zwarte Loge. Wie een gewelddadig en actievol handgemeen als einde had verwacht wordt verrast. In de climax van de serie zien we Cooper vreemde conversaties voeren, van de ene ruimte naar de andere ruimte lopen en uiteindelijk met zichzelf op de vuist gaan – al gebeurt dit laatste in het donker waardoor we niet echt iets kunnen zien.Uiteindelijk komt Cooper weer tevoorschijn in het bos, waar sheriff Truman en deputy Andy op hem zitten te wachten. (De arm der wet is wederom machteloos tegen de kwade krachten in het bos.) Cooper is gewond, maar lijkt verder ongeschonden uit de strijd te zijn gekomen. Schijnbaar, want al snel blijkt dat hij het heeft verloren van BOB. Wanneer Cooper in de laatste scène zijn hoofd tegen de spiegel in de badkamer stoot en met een psychopathische grijns de vraag ‘How’s Annie?’ blijft herhalen, is duidelijk dat het kwade in hem gewonnen heeft.Dubbelganger
Hoewel, dat laatste is niet met honderd procent zekerheid te stellen. Aangezien Cooper zijn slechte dubbelganger is tegengekomen in de Loge, is het ook aannemelijk dat niet hij, maar zijn slechte spiegelbeeld de Loge heeft verlaten. Dat betekent dat de goede Cooper de komende 25 jaar zit opgesloten in de Loge. (De Zwarte en Witte Loges gaan slechts een keer per kwart eeuw open.) Maar hoe je het ook bekijkt: het kwaad wint in Twin Peaks.

Bad Cooper?

En dat is iets wat je niet zo snel verwacht van een televisieserie. Van kinds af aan wordt ons al bijgebracht dat het goede over het kwade wint. Duizenden Hollywood-films eindigen immers op die manier. John McClane, Dirty Harry, Angel, Buffy, Spiderman, Jack Bauer: ze bewijzen iedere keer opnieuw dat het goede uiteindelijk altijd wint. En dat terwijl in de echte wereld de uitkomst van de strijd tussen goed & kwaad lang niet altijd duidelijk in het voordeel van Het Goede wordt beslist. Final days
Lynch laat graag die andere kant van het verhaal zien. Twin Peaks: Fire Walk with Me, de prequel van de televisieserie Twin Peaks, beschrijft de laatste dagen van Laura Palmer. Deze all american cheerleader is ver heen: met haar neus vol coke geeft ze zich ’s avonds over aan allerlei seksuele perversiteiten. Toch kunnen we dat het meisje niet kwalijk nemen, want ze wordt al sinds haar twaalfde verkracht door haar vader Leland Palmer. Leland is op zijn beurt weer bezeten door BOB – de personificatie van het kwaad in ons allemaal. Uiteindelijk gaat Twin Peaks over incest, vernietigde onschuld en de strijd tegen BOB. Beschermengel
De films van Lynch eindigen, hoe kan het ook anders, vaak ambigue. Toch gloort er tegelijkertijd hoop aan de horizon: in Twin Peaks: Fire Walk with Me, wordt Laura Palmer aan het einde van de film vermoord door haar vader. Een onvermijdelijke uitkomst van het verhaal. De wereld van Lynch kent echter ook enkele beschermengelen. Laura ziet de hare als ze zit opgesloten in de Zwarte Loge. Er verschijnt een engel – het teken van hoop – alsof het uiteindelijk toch goed met Laura zal komen. Sailor (Nicholas Cage) krijgt bezoek van De Goede Fee aan het einde van Wild at Heart. Ze maakt hem duidelijk dat hij zijn liefde voor Lula (Laura Dern) niet mag opgeven. Uiteindelijk komt het gepassioneerde stel weer samen – liefde overwint alles.

De Goede Fee in Wild at Heart lijkt verdomd veel op Laura Palmer.

En is Cooper hopeloos verloren? Dat moet over 25 jaar blijken, als de goede Cooper een kans krijgt om de Zwarte Loge te verlaten.Lees ook (of niet): Verlangen naar Twin Peaks, Terug naar Twin Peaks, Verslaafd aan Twin Peaks en Dood in Twin Peaks.