Categories
Boeken Mike's notities

Schrijfblog: Schrijvers zijn asociaal

Terwijl ik de Schone Schrijfster door de lens van mijn camera aankeek en haar scherp stelde, zat zij op de bank in de woonkamer. Zo schreef ze altijd: zij op de bank, de laptop op de salontafel voor haar. Haar debuutroman Bemint eert gij begint was op die plek ook tot stand gekomen. Ik interviewde de Schone Schrijfster over haar nieuwe romanvoor een korte teaservideo op het web. (De video komt binnenkort online, red.)Ze vertelde dat een schrijver zich eigenlijk asociaal moet gedragen om aan het werk te kunnen. ‘Als ik een afspraak heb later op de dag, kom ik daarvoor nooit aan schrijven toe. Ik moet me volledig kunnen concentreren op de tekst. Daar mag niets tussenkomen. Heel slecht voor je sociale leven,’ zei ze. Daarom werkte ze vooral ‘s nachts, in de rust en bescherming van de duisternis. Bouwstenen
Logisch dat er bijna niets meer dan korte blogteksten en artikelen uit mijn vingers waren gekomen in de afgelopen jaren. Sinds ik een 9 tot 5-functie vervulde als webredacteur, waren alle grote schrijfplannen blijven liggen. Recent besloot ik daar verandering in te brengen, door Project Manic uit de la te halen. (Zie het eerdere schrijfblog). Toch werkt het voor mij beter om een paar maanden aan een project te kunnen werken en mezelf figuurlijk onder te dompelen in de verhaalwereld die ik beschrijf. De dagelijkse wereld zit de fictie maar in de weg en biedt tegelijkertijd de bouwstenen voor die verhalen. Een paradoxale situatie, ware het niet dat je afzonderen van de wereld het juiste perspectief kan bieden om die bouwstenen op de goede plaats te krijgen en in de juiste vorm te gieten. Schrijvende kroegtijger
Dat geldt overigens niet voor alle schrijvers. Ilja Pfeiffer schrijft bijvoorbeeld in zijn stamkroeg. Daarbij werkt hij aan verschillende teksten tegelijk. Maar goed, hij is dan ook dichter, romancier, essayist, criticus en polemist. Soms vind ik het ook prettig om juist de drukte op te zoeken in een café of eetgelegenheid. Doordat het daar zo rumoerig is, word ik gedwongen mij extra te concentreren op de tekst. Dat kan soms heel goed uitpakken. Al ben ik het meest productief in afzondering, net als de Schone Schrijfster. Veel schrijvers schuilen overigens om aan hun oeuvre te werken. Afzondering gecombineerd met een gedisciplineerd leven. Schrijver Ian Fleming schreef zijn James Bond-boeken altijd volgens een vast stramien: in na het ontbijt schreef hij een paar uur, daarna ging hij snorkelen, lunchen en slapen. Na het middagdutje zat hij achter zijn typemachine tot het diner. Terwijl Fleming bezig was met de eerste versie las hij nooit iets terug. Dat deed hij pas als hij de laatste punt van die versie op papier had gezet. Fleming schreef wel in afzondering: in zijn vakantiehuis Goldeneye op Jamaica, om het koude Engelse winterweer te vermijden. Ieder zijn eigen plek om te schrijven. Ieder zijn eigen plek om te publiceren. In officiële uitgaven, smallpress of interpret. Maar voor het zover is, moeten er heel wat woorden op papier worden gezet. Laat ik de agenda daarom de komende tijd maar zo leeg mogelijk houden.

Vraag: Waar schrijf jij het liefst?
Lees ook het interview met Ilja Pfeiffer over zijn avonturen als vrouw op Second Life.

Meer Schone Schrijfster.

Categories
Boeken Strips

Recensie: Comics Creators on Spider-Man

Comics Creators on Spider-Man kwam in 2004 al uit bij Titan Books. Ik kreeg het boek pas recent onder ogen en vind dat dit inspirerende werkje als nog een recensie verdient. The Fantastic Four mag dan het eerste superhelden-team uit de pen van Stan Lee zijn waarmee The Marvel Age of Comics in de jaren zestig werd ingeluid, het boegbeeld van de uitgeverij en de meest originele creatie van Lee blijft toch de jonge tiener die dankzij de noodlottige beet van een radioactieve spin al sinds 1962 de harten van menig lezer én stripmaker heeft sneller doen kloppen. Ik heb het natuurlijk over het personage Peter Parker die als Spider-Man zijn grote krachten op een verantwoordelijke wijze ten goede van de mensheid probeert te benutten. In ieder geval sinds zijn geliefde oom Ben werd vermoord door een inbreker die Peter — te druk met zijn eigen ego — een paar weken ervoor had laten gaan. Achter de schermen
De stripserie The Amazing Spider-Man wordt sinds 1963 uitgegeven door Marvel Comics. Voor deze serie schrijven en/of tekenen is het summum voor veel Amerikaanse comictekenaars. Voor Comics Creators On Spider-Man interviewde Tom DeFalco de bekentste makers over hun werk aan Spider-Man. DeFalco is geen onbekende in de stripwereld: hij was ooit hoofdredacteur bij Marvel en schreef ook Spider-Man-comics. Op dit moment is Spider-Girl een van zijn projecten. DeFalco sprak met vakbroeders als Stan Lee, Marv Wolfman, Gerry Conway, Roger Stern, John Romita Sr., J.M. De Matteis en Brian Michael Bendis over hoe het er bij Marvel Comics aan toe gaat, hoe de schrijvers en tekenaars te werk gaan en hoe de stripmakers tegen de muurkruiper aankijken. Groot gemis aan deze collectie van geïnterviewden is het onbreken van John Romita Jr. en J. Michael Straczynski — het succesvolle team dat tot voorkort aan Amazing Spider-Man werkte. Romita werd eerder aan de tand gevoeld in het boek Artists on Comics Art terwijl Straczynski door de drukte geen tijd had voor een gesprek.
Leuke anekdotes
Door de interviewvorm van vraag en antwoord heeft het boek een anekdotisch karakter. De ene maker vult vaak de andere aan. Zo claimt Stan Lee niet meer precies te weten waarom Steve Ditko, de eerste tekenaar van Spidey, stopte met het tekenen van Spider-Man. John Romita Sr. weet echter te vertellen dat de twee ruzie hadden over de identiteit van de Green Goblin. Ditko wilde dat de goblin in werkelijkheid een onbelangrijk personage was, terwijl Lee ervan overtuigd was dat het Norman Osborn, een bekende van Peter Parker, moest zijn. Dat vond hij veel dramatischer. (Het feit dat regisseur Sam Raimi altijd een persoonlijke band tussen het webhoofd en zijn vijanden probeert te forceren om de films dramatischer te maken, onderstreept Lee’s standpunt.) Kloonsaga
Comics Creators On Spider-Man bevat origineel artwork van de tekenaars en kaderteksten met extra informatie. De kaders bieden een mooie staalkaart van Spider-Mans wereld, geschiedenis en uitgeefverleden. Daarmee komen ook de misstappen die Marvel heeft gemaakt aan de oppervlakte. Het recente uitwissen van Peter Parkers huwelijk is slechts één in een reeks van ‘fouten’. In de jaren negentig werd Spidey’s geschiedenis omgegooid toen bleek dat hij eigenlijk een kloon was van de echte Peter Parker. Uit de verschillende anekdotes blijkt dat deze zogenaamde ‘Kloonaga’ oorspronkelijk maar een half jaar zou duren. De grote lijnen werden tijdens vergaderingen uitgedacht. Toen het verhaal de comicverkoop deed stijgen, werd de plot drie en een halfjaar lang uitgesmeerd. Uiteindelijk bleek Peter Parker natuurlijk helemaal geen kloon te zijn, maar toen was het project al volledig ontspoord. Dat krijg je ervan als makers zich te veel laten leiden door marketeers. Marvel plot
Strips schrijven bij Marvel moet een heerlijke baan zijn. In zijn hoogtijdagen schreef Lee verschillende stripboeken per maand. Hiervoor ontwikkelde hij een heel terloopse manier van plotten die bekend staat als ‘Marvel Plot’. Lee vertelde de tekenaar in grote lijnen wat de plot zou zijn. John Romita Sr. vertelt dat hij tijdens zijn gesprekken met Lee aantekeningen maakte op basis waarvan hij aan de slag ging met tekenen. Als Romita klaar was kreeg Lee de potloodpagina’s onder ogen en schreef hij hiervoor de dialoog. Met de Marvel-manier van plotten bepaalt de tekenaar dus hoeveel plaatjes en pagina’s hij aan een scène besteedt. Met deze manier van werken is hij verantwoordelijk voor het verhaalritme van de comic en niet de auteur.
Solliciteren in de stripwereld
DeFalco vraagt zijn collega’s ook naar hoe ze in de comicsindustrie terecht zijn gekomen. Veel makers begonnen bij DC Comics omdat daar elke donderdag een rondleiding werd gegeven. Aspirant-tekenaars en -schrijvers volgden deze toer wekelijks om zo in contact te komen met de redacteuren bij DC. Anderen stuurden herhaaldelijk werk naar de redacteuren of spraken ze aan op stripbeurzen. Mocht je aspiraties in die hoek hebben: gewoon de deur platlopen dus. Deze schrijver heeft de hoop om ooit een goede striptekenaar te worden al eeuwen geleden opgegeven, maar kan daarom des te meer genieten van de enthousiasmerende anekdotes en inzichten uit het boek van Tom DeFalco. Door de verhalen krijg ik zin om de oude Stan Lee comics weer uit de kast te pakken én om zelf een poging te wagen een goed (strip)plot te gaan pennen. Linkjes!

Categories
Boeken Film

Kevin Smith: My Boring Ass Life

Wil ik echt weten dat Kevin Smith zijn e-mail checkt als hij op de wc zit, hoe vaak hij met zijn vrouw neukt en als hij masturbeert op zijn laptop foto’s van haar bekijkt? Natuurlijk niet. In zijn dagboek My boring-Ass Life is Smith erg openhartig en geeft hij zich letterlijk en figuurlijk bloot. De regisseur van onder andere Clerks (I+II), Chasing Amy en Dogma, geeft een minutieuze beschrijving van het verloop van zijn dagen en laat haast geen detail onvermeld. In contrast met zijn openhartigheid laat hij echter op sommige momenten cruciale informatie weg. Als hij een grote scène moet spelen in de film Catch & Release (Susannah Grant, 2006) die nogal wat van zijn acteertalent vereist, noteert hij op die dag dat hij de scène gedaan heeft zonder ook maar enig detail te geven.

Routine
Als je alle film- en stripzaken van Smiths werk buiten beschouwing laat, beschrijft Smith een heel normaal leven. Of nu ja, normaal voor iemand die in Los Angeles woont: in het gezin Smith wordt praktisch nooit gekookt; Kevins schoonouders en Jason Mewes wonen bij hem in. En zijn werkdag is iets anders dan iemand die van negen tot vijf op kantoor werkt. De herhaling en overeenkomstige beschrijvingen van Smiths dagelijkse routine geven het werk een bijna meditatief karakter. “I wake up, shit and check email…”

Afkicken
Tussen de alledaagse ruis zitten voor de fan van Smiths oeuvre kleine juweeltjes. Als hij schrijft over het tot stand komen van Clerks II, de Q&A’s en over hoe Jason Mewes afkickt van de heroïne – dát zijn de momenten om te koesteren. Wie een tweede Silent Bob Speaks verwacht – een bundeling van de scherpe columns van Smith – komt bedrogen uit. My Boring-Ass Life is alleen voor de echte die hard-fans.

Lees ook de andere artikelen over Kevin Smith op deze site.
Meer recensies over films en boeken vind je hier.

Categories
Boeken Mike's notities

Extra lang

Het einde van het jaar is in zicht en dus werd het tijd om wat atv op te maken. Die kun je namelijk niet meenemen naar het komende werkjaar. En vrije tijd weggeven is natuurlijk zonde. Dus dit weekend vrijdag en maandag vrij.

Nog een keer Edie om het af te leren… (en omdat ze een stuk knapper was dan Warhol).

Collega’s vragen altijd bij een lang weekend waar je naartoe gaat. Kennelijk moet je dan meteen maar een weekendje Rome of Parijs pakken. Overigens geen slecht idee, maar ik kies er liever voor om wat vrienden te bezoeken. Gisteren dan ook twee caféafspraken gehad. In de ochtend de Schone Schrijfster aan tafel, die even een rustpauze kon gebruiken van haar vele schrijfwerk. Ze is met een tweede roman bezig – een groot karwei dat niet alleen veel aandacht eist, maar net zoveel discipline. In de middag sprak ik met vriendin N. die recent een eigen bedrijf als mediator is gestart. Mediation is een van de opkomende beroepen, daar de opleidingen hiervoor als paddenstoelen uit de grond schieten. Kennelijk kunnen mensen wel een intermediair gebruiken bij geschillen. Er valt dan ook een hoop te bakkeleien in het dagelijks leven. Vriend Paul is uitgenodigd om werk op te hangen voor de expositie ‘Cartoons at work’ in Atelier Open. Hij zal naast Peter de Wit komen te hangen. Geen slecht gezelschap. We hebben vrijdagmiddag wat van zijn cartoons voor intermediairforward.nl afgeleverd en een praatje gemaakt met de opgewekte eigenaar van de galerie. Tot slot nog even een korte odyssee langs de door ons vaak bezochte winkels in Amsterdam. Wat vrouwen over het algemeen hebben met het kopen van schoenen, heb ik met de aanschaf van boeken, cd’s en dvd’s. Ik kocht het boek POPism van Andy Warhol en Pat Hackett – Warhols memoires over de New Yorkse kunstscène in de jaren zestig. Op de voorkant is een foto van de kunstenaar en Edie Sedgwick te zien tijdens een gezellig onderonsje. Bij Fame vond ik tot mijn grote blijdschap een dvd van de film The Player. The Player (Robert Altman, 1992) is jarenlang niet in deze contreien te koop geweest en staat al jaren op mijn verlanglijstje. Meteen maar even Sideways meegepikt, die iets lager op het lijstje stond. Vanmorgen stond de postbode voor de deur. Het nieuwe schrijfwerkje van Kevin Smith dat ik online had besteld was binnengekomen: My Boring-ass life. 470 pagina’s vol potentiële hilariteiten uit de pen van regisseur Smith. Kortom: Forget Paris. Ik heb genoeg te doen dit weekend.

Categories
Boeken Film

Andy Kaufman: via, via

Ik had nog nooit van Andy Kaufman gehoord tot ik de film Man on the Moon zag. Bij ons thuis werd regelmatig naar de sitcom Taxi gekeken, maar ik was toen nog te jong om me daar nog iets van te kunnen herinneren. Latka Graves, het buitenlandse personage dat Kaufman in deze comedy speelde, was volledig langs me heen gegaan.Kaufman wist zijn publiek vaak op de hak te nemen, was een van de eerste en beste Elvis-imitators ooit en creëerde naast Latka de onvergetelijke Tony Clifton – een onbeschofte en uitgerangeerde Las Vegas-zanger. De slechtste zanger in zijn soort.

Kaufman als Tony Clifton

De film
Mijn eerste kennismaking met een van de meest originele performers van de eenentwintigste eeuw verliep dus via zijn imitator Jim Carrey. Man on the Moon (1999) is een fantastische film, waarin een indruk wordt gegeven van het leven van Kaufman en diens genialiteit. Biopics zijn vaak voorspelbare en droge kost, maar Man on the Moon is een pareltje in het genre. De bijzondere film van veteraanregisseur Milos Forman lijkt met respect en liefde te zijn gemaakt en zo nu en dan de stijl van Kaufman te evenaren. Zoals de beginscène die met de aftiteling begint en waarin Jim Carrey als Kaufman direct het publiek aanspreekt. Carrey zet een minutieuze imitatie van Kaufman neer. Slagroom op de taart is de soundtrack van REM. Ze maakten niet alleen het nummer gelijk aan de filmtitel en ‘The Great Beyond’, maar schreven ook de musical score.
Het boek
Toen ik enkele maanden geleden met een groepje stripmakers in Kampen zat te tafelen, begon JP te vertellen dat hij een boek over Kaufman aan het lezen was. Vol enthousiasme vertelde hij over dit geniaal geschreven relaas van Kaufmans beste vriend Bob Zmuda. Zmuda was de schrijver en producent van Kaufmans optredens en shows. Twee weken later vond ik het boek, voor een prijs lager dan dat van een biertje, in de uitverkoop. Toeval bestaat niet.Zmuda’s boek Andy Kaufman Revealed! zit vol met sappige anekdotes over Andy Kaufman’s voorliefde voor prostituees, zijn dwangneuroses en zijn zoektocht om het publiek iets nieuws voor te schotelen. Hij wilde de mensen niet per se aan het lachen maken, maar wel iets bij ze te weeg brengen. Veel ‘optredens’ van Kaufman en Zmuda werden opgevoerd buiten het podium. Wanneer ze bijvoorbeeld in een vliegtuig zaten, speelde Zmuda een man met panische vliegangst, terwijl Kaufman in vermomming allerlei verschrikkelijke crashverhalen vertelde aan de steeds witter wegtrekkende man. Het geschokte publiek waren de nietsvermoedende medepassagiers.

Kaufman als Elvis

Zmuda schrijft het zo op dat je als lezer wordt meegenomen in de sketch, alsof je het voor je ogen ziet gebeuren. Hij slaagt er daardoor in dat de lezer ook gekaufmanized wordt. Net als het publiek indertijd word je in de maling genomen, totdat Zmuda uitlegt hoe de vork echt in de steel zit.Een kleine kanttekening is wel op zijn plaats. Zoals vaak het geval is bij dit soort boeken, waarbij de auteur over een vriend vertelt, zegt Zmuda ook genoeg over zichzelf. Een noodzakelijk kwaad om de scènes met Kaufman context te geven. Noodzakelijk, maar zeker geen straf aangezien Zmuda zelf ook een paar interessante gebeurtenissen op zijn naam heeft staan. Zoals bijvoorbeeld de korte periode dat hij werkzaam was voor Mr. X – een exentrieke scriptschrijver die conflicten uitlokte voor inspiratie. Zien we in Man on the Moon een interpretatie van Kaufman door Jim Carrey, in het boek beleven we Kaufman door de ogen van Zmuda. Te samen bieden de twee producties een aardig (subjectief) beeld van Andy Kaufman.

Carrey als Kaufman

De dood
Ik zit nu al een week met een brede grijns op mijn gezicht in de trein te lezen in Zmuda’s epistel. Helaas ben ik nu bij het laatste stuk van het boek en het leven van Kaufman aanbeland. Zmuda heeft zojuist beschreven dat Andy longkanker kreeg met de prognose nog maar een paar maanden te leven te hebben. Ik aarzel om door te lezen. Door Man on the Moon weet ik wat er komen gaat: Andy op zoek naar alternatieve geneeswijzen om de dood voor te blijven, todat hij uiteindelijk de strijd verliest. Maar ik wil nog niet dat Andy sterft.
Voordat Kaufman wist dat hij ziek was, leek het hem een fantastische grap om zijn eigen dood te faken en na tien jaar schuilen opeens weer op te duiken. Was het maar waar. Kaufman ‘stierf’ in 1984, ruim 23 jaar geleden. De grap duurt nou wel erg lang, Andy…

Categories
Boeken

Een persoonlijke impressie van Manuscripta

Zondag vond de eerste dag van Manuscripta plaats. De opening van het boekenseizoen waar uitgevers hun catalogi presenteerden, er interviews op podia plaats hadden en vooral veel schrijvers uit eigen werk voorlazen. Voor mij was het vooral een dag van goede voornemens.
Er was veel te doen op het terrein van de Westergasfabriek. Ik had van tevoren een selectie had gemaakt van het programma, maar was deze eigenlijk vergeten zodra ik vijf minuten over het terrein had gelopen. ‘Ik zie wel wat er komt’, besloot ik en liet het toeval zijn werk doen. Samen met M., een vriendin die lesgeeft op de basisschool en voor de Kinderboekenweek aanwezig was, liep ik van gebouw naar gebouw, van stand naar stand. Terwijl ik met verschillende vertegenwoordigers van de uitgeverijen praatte en de stapels verse literatuur op de stands zag liggen, besefte ik hoe weinig Nederlandse literatuur ik tegenwoordig lees. Ik lees tijdens het forensen kilo’s papier. Meestal zijn dit boeken over film, popmuziek of Engelse literatuur. Misschien dat ik daar toch eens verandering in moet brengen. Een suggestie voor een boek kreeg ik van een van de schrijvers zelf. In een soort van fietstreintje kwam ik tegenover Christine Otten te zitten die in vijf minuten haar nieuwe roman pitste. Als Casablanca heet het – verwijzend naar de klassieke film van Michael Curtiz uit 1942. Over de jonge Nederlandse journaliste Laura Achenbach die in New York is tijdens de aanslagen op het World Trade Centre. Na deze gebeurtenis ontmoet ze Charles Perry, ex-black panther en manager van het beroemde Apollo Theatre in Harlem. Hij neemt haar mee naar zijn familie in Detroit, ooit het mekka van de soulmuziek, nu een harde, gevaarlijke en vervallen industriestad. ‘Een boek over liefde, jezelf vinden en soul muziek’, vertelde Otten. Het verhaal is geïnspireerd door haar eigen avonturen in de States rondom 11 september 2001. In vijf minuten wist ze me te interesseren voor het boek dat in januari volgend jaar uit komt. Na dit tochtje en de lunch, kroop ik de zaal van het Ketelhuis in waar de Sneak Preview gedraaid werd. Ik verwachtte half de nieuwe flick van Eddy Terstall, en verwachtte een nieuwe seksuele episode uit de Jordaan, maar kreeg Neerlands nieuwste romcom Alles is liefde van Joram Lürsen voorgeschoteld. (Daarover een andere post meer.)Eenmaal weer buiten, liep er een meisje op mij af die vroeg wie mijn held was. Ze werkte voor het Rijksmuseum die samen met de Nieuwe Kerk de tentoonstelling Held heeft geïnitieerd. Ik moest haar bekennen dat ik dit niet zo snel wist. Ik kon natuurlijk met een politiekcorrecte naam op de proppen komen: Gandhi, Boeddha, Nelson Mandela of Marten Toonder. Maar ik besloot een andere weg in te slaan. Het werd dus Kevin Smith. Mijke zette mij voor een camera en begon met opnemen voor de website van de tentoonstelling. Normaliter sta ik daar liever achter de camera, maar ja, je kunt jezelf op zo’n moment natuurlijk niet laten kennen. Bovendien praat ik graag over Kevin Smith. Mijn held omdat hij een goed voorbeeld is van iemand die zijn eigen leven heeft gefictionaliseerd in een paar heel goede films. Iemand die in zijn filmkunsten geloofde en met een miniscuul budget een van de meest interessante films van de jaren negentig wist te draaien en en passant generatie-X raak typeerde. (Clerks wel te verstaan.) Toen mijn verklaring op tape stond, nam ik mezelf voor de tentoonstelling binnenkort toch eens te bezoeken. Stripliefhebber als ik ben, bleef ik de rest van de middag vooral in de striphoek hangen. Terwijl ik converseerde met de Illustere Merel B., JP Arends, Edith Kuyvenhoven en de Schone Schrijfster, stond stripmaker Nix stripcollege te geven op het podium achter ons. Niet verrassend wellicht dat de dag werd afgesloten aan een tafel met drank en conversatie. (Zoals in Kampen, zoals in Rijkswijk, zoals het hoort.)Vriendin M. had maar liefst 250 euro aan boeken gewonnen. Aan het einde van de dag liep ik met deze gewichtige doos vol hersenspinsels samen met haar naar het openbaar vervoer. De oogst van de dag – behalve enkele recensie-exemplaren – bestond toch vooral uit een tas vol indrukken (lees: flyers en folders) van wat ons het komende jaar op literair gebied te wachten staat. En een hart vol goede voornemens op het vlak van lezen en musea.

Categories
Boeken Media

Op verkenning in Second Life

Een gesprek met Ilja Pfeijffer:’Het is interessant om te zien wat er gebeurt als mensen zonder beperkingen hun fantasieën kunnen waarmaken.’Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is dichter, romancier, essayist, criticus en polemist. Voor nrc.next schreef hij veertien dagen lang reportages over zijn avonturen in Second Life. Deze teksten werden aangevuld met nieuwe verhalen en gebundeld in het boekje Second Life: Verhalen en reportages uit een tweede leven dat recent verscheen bij De Arbeiderspers. Driekwart jaar geleden las Pfeijffer een artikel over Second Life. Nieuwsgierig maakte hij een avatar aan, (je verschijningsvorm in de virtuele wereld, meestal een menselijk figuur) en ging als de fraaigevormde Lilith Lunardi op verkenning. Pfeijffer kreeg het idee voor een reeks reportages nadat hij een tijdje actief was in de virtuele wereld. ‘Driedimensionale virtuele werelden hebben mij altijd gefascineerd, al heb ik nooit games gespeeld zoals World of Warcraft’, zegt Pfeijffer. ‘Second Life is een soort van online 3D-game, zonder spelelement. Daarbij wordt deze virtuele wereld niet door een stelletje whizzkids in elkaar gezet, maar door de bezoekers zelf vormgegeven.’Schemergebied
‘Second Life is een heel interessante proeftuin, een schemergebied tussen fictie en non-fictie. Het is interessant om te zien wat er gebeurt als mensen zonder beperkingen hun fantasieën kunnen waarmaken. Second Life gaat over fantasieën. De vraag van identiteit en authenticiteit is trouwens altijd een belangrijk thema geweest in mijn werk.’ In de media wordt Second Life vooral afgeschilderd als een vrijplaats voor virtuele seks, paaldansen en schaars geklede avatars.
‘Het beeld van Second Life in de media is wel wat vertekend. Alles wat met seks te maken heeft krijgt aandacht. Dat soort dingen gebeuren er ook allemaal wel, maar het is niet zo dat het daar om draait. Er zijn heel veel mensen actief op Second Life die geen boodschap hebben aan virtuele seks. Sociale interactie is de drijfveer van Second Life, daarmee lijkt het veel op je eerste leven: je kunt er iemand worden en vrienden maken. Vooral dat laatste is voor de meeste mensen het belangrijkste motief om in Second Life te zijn. Je kunt op een prettige en laagdrempelige manier kennismaken. Je hoeft geen gêne te overwinnen.’Pfeijffer schrijft in zijn boek ook over de verschillende ontmoetingen in Second Life. Over een van zijn beste vrienden Wim, over ideaalgetekende dames met illustere namen als Vogue Foulon en Beatrice Boisblanc. ‘Ik heb mijn online vrienden nooit in First Life ontmoet, maar dat was ook de opzet. Ik wilde die werelden gescheiden houden. Één vriend weet inmiddels wie ik in werkelijkheid ben, die ga ik wellicht in het echt ontmoeten.’Rolstoel
‘Sommige mensen kunnen in Second Life meer dan in First Life. Er was een terminaal ziek meisje dat in een ziekenhuis aan een bed gekluisterd zat. In Second Life kon ze toch een normaal leven leiden.’ Pfeijffer verhaalt in zijn boek een ontmoeting met Elke die in de virtuele wereld, net als in het echte leven, in een rolstoel zit. Twee jaar geleden kreeg ze een ongeluk met een vrachtwagen. Elke legt haar situatie uit: ‘Mijn eerste maand hier heb ik wel benen gehad. Ik had de langste benen van heel Second Life. Ik kon dansen en rennen, neuken en dansen. (…) Maar er klopte iets niet. Ik had het idee dat ik in Second Life niet mezelf was.’
Pfeijffer weet op deze momenten door te dringen tot de mens achter de avatar en de virtuele façade te ontsluieren. Virtueel doorleven
Leven en dood gaan hand in hand in Second Life. Tussen alle paradijselijke decorstukken in, kun je zomaar een virtueel graf vinden. Zoals het Lydia Rose Memorial Park, dat de vader van Lydia bouwde om zijn dochter te herdenken die op drie jarige leeftijd overleed aan een genetische aandoening. De dood bestaat natuurlijk niet echt in Second Life: avatars kunnen immers niet sterven.
Mensen worden zelfs als avatars weer tot leven gewekt:
‘Ik vond het feest ter ere van (muzikant, red.) Bert van der Grift, die toen een jaar dood was, de meest indrukwekkende gebeurtenis tijdens mijn tijd in Second Life’, zegt Pfeijffer. ‘Zoals ik ook in het boek heb gezet was dit de eerste keer dat ik een Second Life-feestje in mijn agenda heb genoteerd. L.B. Blum (het pseudoniem van producer, dj en webdesigner Ernest Petrus, red.) had het feest ter ere van zijn compagnon georganiseerd dat tegelijkertijd in Second Life en in Ekko in Utrecht plaatsvond. Blum creëerde in Second Life een dansclub en maakte zelfs een virtuele versie van Bert. Daarmee had hij zijn vriend weer tot leven gewekt. Dat was zeer ontroerend. Hij danste zelfs als Bert. Second Life biedt een meerwaarde en voegt veel emotie toe.’ Manwijven
De vrouwelijke avatars kennen over het algemeen ideale vormen zoals hun tegenhangers in Playboy. Veel vrouwelijke avatars worden echter achter het toetsenbord bediend door mannen in de echte wereld. Pfeijffer koos er ook voor om vrouw te zijn in Second Life.
‘Ik weet in het echt wel wie ik ben, daarom wilde ik iets anders. Na een tijdje word je ook daadwerkelijk het personage. Als ik inlog als Lilith, ga ik op een andere manier praten.’ Over Wim schrijft Pfeijffer: ‘Toch blijf je altijd de beste vriend van Lilith Lunardi. Omdat je lief bent. En als man zou ik zulke woorden nooit over mijn lippen krijgen.’Het leven van een mooie vrouw in Second Life heeft veel gemeen met real life: ‘Als vrouw in Second Life heb ik veel geleerd over hoe mannen zijn – dat was erg confronterend. Je hoeft als vrouw maar een kort rokje aan te trekken en je hebt aandacht. En ze zijn ook zo opdringerig die mannen. Ik denk niet dat ik er uiteindelijk een ander mens van ben geworden, al leer je er natuurlijk wel wat van. Maar wat precies is moeilijk in te schatten.’ Dichterlijke vrijheid
Second Life: Verhalen en reportages uit een tweede leven, is een levendig geschreven verkenning van de virtuele wereld geworden. De doorgewinterde Second Lifer (in Nederland zijn ongeveer 17.000 mensen actief in Second Life), zal weinig nieuws in het boekje ontdekken. Voor beginners bieden de reportages echter een prettige kennismaking. Pfeijffer vertelt over zijn ontmoetingen in Second Life, virtuele seks, politiek, kunst, misdaad en de aanwezigheid van grote bedrijven als ABN-Amro die een poging doen verdwaalde avatars te informeren over hun producten. Overigens kun je niet spreken van een afgerond verhaal. Het is een episodische verkenningstocht waarin de avonturen van Lilith centraal staan. ‘Alles in het boekje is non-fictie en wat ik geschreven heb staat dicht bij de werkelijkheid. Hier en daar heb ik wat namen veranderd, enkele personen samengevoegd’, zegt Pfeijffer. Sommige dialogen lijken te mooi om waar te zijn. ‘Een gesprek dat tien minuten heeft geduurd vat ik samen in vier zinnen.’ In het laatste hoofdstuk suggereert Pfeijffer de verkoop van zijn avatar Lilith. Maar of dit ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden?
‘Of ik Lilith ook echt heb verkocht, laat ik in het midden. Wat ik fascinerend vond is dat populariteit en status op een bepaalde manier meetbaar zijn. Mensen hebben daar zelfs geld voor over. Het verkoop van avatars is overigens niet ongewoon in de virtuele wereld. In World of Warcraft worden heel vaak avatars doorverkocht. Je koopt namelijk ook de prestaties van het personages.’ Overigens is Pfeijffer nog steeds actief op Second Life, al is hij er een stuk minder nu hij er geen reportages meer over schrijft. ‘Af en toe neem ik een kijkje; ben benieuwd hoe het met mijn vrienden gaat.’
Mocht je binnenkort dus Lilith Lunardi tegen het lijf lopen, dan zou dit best wel eens Ilja Pfeijffer kunnen zijn die research doet voor een nieuwe reportage. Je bent gewaarschuwd. Dit artikel is ook verschenen op IntermediairForward.nl.

Categories
Boeken Film

A case of High Fidelity

Eindelijk heb ik het klassieke boek High Fidelity in huis en kan ik de woorden van Nick Hornby tot me nemen.

De film vond ik een van de beste films over break-ups en popmuziek; de filmbeelden lijken echter de leeservaring te overheersen. Het boek van Hornby is een feest van herkenning, want ik heb de film van Stephen Frears meerdere malen gezien. Hele scènes en dialoog zijn woord voor woord uit het boek overgenomen. Daarmee is de film getrouw aan het bronmateriaal. Ook al is de setting in de flick Chicago en niet Londen. Mijn enthousiasme neemt met iedere bladzijde toe. Maar terwijl ik bekende scènes teruglees, kan ik me niet aan het feit ontrekken dat ik tijdens het lezen de film voor me zie. Wanneer Rob, Barry en Dick vol bewondering naar Marie LaSalle kijken die haar nummers op het podium zingt, zie ik niet Marie maar Lisa Bonet voor me die de rol speelt in Stephen Frears’ film. Rob, Barry en Dick zijn ook John Cusack, Jack Black en Todd Louiso. Het maakt dus niet uit hoe Hornby ze heeft omschreven, het is Frears’ visie die zich aan mijn geestesoog opdringt. (Zelfs bij scènes die niet in de film voorkomen.)

Hornby beschrijft Marie LaSalle als volgt: ‘Marie is pretty, in that nearly cross-eyed American way – she looks like a slightly plumper, post-Partridge Family, pre-LA Law Susan Dey’(links). Ze ziet er dus eigenlijk helemaal niet uit als Lisa Bonet (rechts). Niet dat ik het erg vind om Bonet voor me te zien overigens. Geen echt hoogstaande actrice, maar een mooie en sympathieke vrouw.

Mensen klagen vaak dat ze liever eerst het boek lezen voordat ze de verfilming zien, want dan kunnen ze het verhaal vormen in hun hoofd. Een plaatje zegt meer dan duizend woorden, en maakt bovendien alles 100% concreet. Dat mag dan waar zijn, ik heb er in het geval van High Fidelity geen problemen mee. Ik leg het boek naast me neer en bedenk me dat het eigenlijk niet uitmaakt dat ik in mijn hoofd iets anders construeer dan Hornby ooit heeft geschreven. Wat ik zie is het verlengde van zijn visie, vermengd met de elementen die de filmregisseur heeft toegevoegd. Het ervaren van een boek is altijd een collaboratie tussen auteur en lezer. Die neemt het geschrevene en maakt er zijn eigen ding van. Daar is nu alleen de filmtekst bijgekomen, wat het materiaal – wat mij betreft – alleen maar rijker maakt.

Zie ook: Tenacious D in The Pick of Destiny.

Categories
Boeken Mike's notities

Het alternatief

In het boek Zen en keuzes maken van Rients R.R. Ritskes staat het volgende:

‘Er is wezenlijk geen fout of goed. Wat nu goed lijkt, blijkt later fout en omgekeerd. Bij het maken van keuzen kunnen we het eigenlijk alleen maar goed doen. Of wat we kiezen ook goed uitpakt, wordt vooral bepaald door hoe we onze keuze vormgeven en wat we leren van de ervaringen die door die keuze op onze weg komen.’

In het leven staan we om de haverklap voor een nieuwe beslissing. Sommige ervan kunnen best lastig zijn. En dan heb ik het niet alleen maar over de vraag welke studie je gaat doen, wat je later wilt worden of waar je gaat wonen. Al zijn dat natuurlijk allemaal levensbepalende kwesties.

In sommige theorieën gaat men ervan uit dat iedere keer als we een keuze maken, er een afsplitsing plaatsvindt tussen deze realiteit en een andere. Deze splitsing creëert een nieuw paralleluniversum waarin het alternatief van onze keuze beleefd wordt. Leuk bedacht, maar aangezien we – tot nu toe – niet de mogelijkheid hebben om van het ene universum naar het andere te reizen, zitten we hier ‘vast’ met de keuze die we hebben gemaakt.

In films waarin dit thema wordt behandeld, zijn de zaken vaak zwart-wit. Er is een goede keuze met een goede afloop en er is een slechte keuze met een slechte afloop. In de werkelijkheid zijn de zaken lang niet zo duidelijk. In veel gevallen is niet te voorspellen wat precies de uitkomst zal zijn van de keuze die je maakt. Je kunt fantaseren over wat er zou gebeuren als je het ene had gedaan, maar dat heeft niet veel zin. Het leven is dermate complex dat je in je fantasie nooit rekening kunt houden met alle onverwachte factoren die kunnen opdoemen en de uitkomst beïnvloeden.

Aangezien je nooit beschikt over deze informatie en dus het voorspellen van de uitkomst van je keuze vrijwel onmogelijk is, kun je eigenlijk niet spreken van goede en slechte keuzen. Ieder alternatief heeft immers zijn voor- en nadelen die overigens weer leiden tot nieuwe keuzemogelijkheden. Ritskes heeft dus toch gelijk.

Het kan natuurlijk altijd dat een keuze achteraf niet zo verstandig bleek als dat ze leek. Daar kun je dan lang en kort over nadenken. Maar ‘No use crying over spilled milk’, lijkt me. Uiteindelijk valt er altijd wat te leren van de keuze die is gemaakt. Maar da’s pas achteraf, als je weet wat de gevolgen zijn van de beslissing.

Hoewel deze gedachte een troostende werking kan hebben op degene die twijfelt, biedt het geen oplossing voor het probleem als je niet weet wat je moet kiezen. Je kunt je alleen berusten in het feit dat er in principe geen goede en foute keuze bestaat.