Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for March, 2010

Marvel Reading Circle: Meekijken tijdens de redactievergadering

Wednesday, March 31st, 2010

Het is niet ongewoon voor een redactie om samen te komen en een kritische blik te werpen op het voorgaande nummer van het maand- of weekblad waar ze aan werkt. De Amerikaanse stripuitgeverij Marvel Comics gooit daar echter nog een schepje bovenop en maakt video’s van deze vergaderingen. Een leuk kijkje op de redactietafel en natuurlijk goede promotie voor hun strips.

Tot nu toe zijn er twee afleveringen gepubliceerd van Marvel Reading Circle. In de eerste aflevering werd Amazing Spider-Man #620 besproken. In deze video horen we vooral veel lof voor het verhaal en het tekenwerk.

Stripvrouwen
De tweede aflevering is daarom wat interessanter om te behandelen: hierin bespreekt de redactie van Marvel Girl Comics #1: een anthologie met korte verhalen, in verschillende stijlen getekend, gericht op het vrouwensegment. Het deel van de lezersmarkt dat traditioneel gezien achterblijft op het mannenpubliek.

Editor Jeanine Schaefer legt in de video uit dat ze deze strip hebben gemaakt om te laten zien welke (superhelden)verhalen vrouwen zouden willen vertellen. Het was ook een mooie kans om de vrouwen die bij Marvel werken eens samen te laten werken. Girl Comics is dus een strip door vrouwen, voor vrouwen.

In Marvel Reading Circle komen interessante kwesties aan de orde, zoals hoe de volgorde van de verhalen wordt bepaald en hoe redacteuren verschillend tegen een stripverhaal aan kunnen kijken. Terwijl de een de tekenstijl vindt afleiden van het verhaal, vindt de ander de combinatie juist heel goed werken.

Promotiemateriaal
Wat de video’s leuk maakt is het feit dat de kijker meteen de strip of de bladzijde te zien krijgt die besproken wordt. Je krijgt als kijker en potentiële lezer van de strip een aardig idee wat je kunt verwachten als je het boek aanschaft. In dat opzicht is zo’n video goede promotie voor het product. De kans is groot dat als je in de stripwinkel staat de strip toch even inziet uit nieuwsgierigheid of zelfs meteen koopt omdat je het verhaal erachter kent.

Verder zijn de video’s gewoon goed verzorgd, met bumpertjes, logo’s en een herkenbare tune.

Michael Minneboo is journalist en audiovisueel programmamaker en maakt met veel plezier ook dit soort inhoudelijke promovideo’s. Hoofdredacteuren en medewerkers van de marketingafdeling van tijdschriften kunnen contact opnemen voor een kennismakingsgesprek. Daarin zullen we de voor hen relevante mogelijkheden van video bespreken.

Een avond met John Lennon liedjes

Tuesday, March 30th, 2010

Maandagavond vond de Nowhere Boy – A night with John Lennon avond plaats in de Melkweg te Amsterdam. Nederlandse artiesten als Beatrice van der Poel, Daniël Boissevain, Marcel de Groot en Tim Knol zongen een liedje van Lennon. Popprofessor Leo Blokhuis praatte de vertolkingen aan elkaar.

De avond was georganiseerd door Het Parool en A-film, de distributeur van de film Nowhere Boy over de jonge dagen van Lennon, geregisseerd door de Engelse regisseur Sam Taylor Wood. Helaas kon ik niet bij de filmvertoningen zijn, die waren uitverkocht voordat de inkt op de kaartjes droog was. Ik was wel bij de optredens, in een afgeladen Grote Zaal in de Melkweg. En ik heb genoten.

Sinds ik The Beatles als 12-jarige ontdekte op de zolderkamer heb ik al een zwak voor de rebelste Beatle en de liefde en bewondering nam in de afgelopen jaren alleen maar toe. Toen ik vorig jaar maart in New York was heb ik dan ook Het Dakota Building bezocht en Strawberry fields in Central Park, een eerbetoon aan Lennon die jarenlang in New York woonde.


Wat de optredens maandagavond vooral duidelijk maakten is hoe krachtig Lennons composities zijn en hoe sprekend zijn teksten. Ook nu nog. Of moet ik zeggen juist nu nog, want de boodschap van Vrede in de wereld, maar ook de meer persoonlijke verhalen die in zijn liedjes zitten, zijn nu nog net zo relevant als toen. Dat vond het publiek dat de meeste teksten uit volle borst meezong, ook.

Jammer dus dat de artiesten, die allen twee liedjes ten gehore brachten, vaak moesten spieken van een blaadje. En dan nog kwamen de teksten er niet altijd foutloos uit. Ja, ja, noem mij een purist. Het stond gewoon slordig, onvoorbereid.

En dat terwijl de vertolkingen van sommige artiesten indrukwekkend waren. Tim Knol stal ieders hart met zijn vertolkingen van ‘Love’ en in de tweede set ‘Jealous Guy’. De jonge muzikant uit Hoorn met het aparte zachte stemgeluid kreeg de hele zaal stil. Kees Prins was een leuke verrassing met ‘A Hard Days Night’ en ‘Nowhere Man’.

Henk Hofstede waagde zich aan ‘Strawberry Fields’ en ‘I am the Walrus’. Het was apart om deze studionummers live te horen. Dat gold ook voor ‘Tomorrow Never Knows’ uitgevoerd door Leona – een gewaagd stukje waarbij de redelijk in de buurt wist te komen van Beatle-soundtrack, inclusief achterstevoren klinkende gitaar.

Overigens meneer Hofstede, John zong aan het einde van ‘Strawberry Fields’ “cranberry sauce”, niet “I buried Paul” wat u maandag zo ludiek aan het einde van het liedje zong. Ken uw klassiekers.

Het ging nog even mis toen Annet Malherbe te hard op de bel sloeg en deze op het podium tuimelde, een fles water omstootte en het publiek nat spatte. Niet dat dit echt de pret drukte. Rock-‘n-roll in de polder, weet je wel.

De avond werd afgesloten met ‘The Ballad of John and Yoko’ en dat was tot mijn opluchting het enige wat van Yoko hoorde. Gelukkig haalde niemand het in zijn hoofd om een imitatie Yoko neer te zetten, want hoeveel ik Lennon ook bewonder en van zijn muziek kan genieten, het feit dat hij zijn vrouw liet mee blèren op sommige tracks mag toch zeker als een dwaling worden gezien. Ach, imperfectie is wat helden menselijk maakt. En Lennon blijft een held. Ook dertig jaar na zijn voortijdige dood.

Deze tekst staat ook op het muziekblog van Zone 5300.

Zelf stripmaker worden

Monday, March 29th, 2010

Sinds september 2009 bestaat er in Nederland de eerste hbo-opleiding voor stripmakers. Wat leren de aankomende stripmakers?

Op Artez hogeschool voor de kunsten te Zwolle kunnen studenten Stories & Design zich specialiseren in Comic Design om opgeleid te worden tot professioneel stripmaker. Raymond Hendriks, politiek cartoonist onder de naam Trik en docent op ArtEZ legt dat als volgt uit: ‘Ze moeten een zelfstandige stripmaker zijn met een eigen stijl die op professioneel niveau kan werken. Ze moeten in opdracht kunnen werken en tegelijkertijd zelf een stripboek kunnen maken.’ Stripmaker en collega-docent Hanco Kolk legt de lat net iets hoger: ‘De bedoeling is dat de student over vier jaar hier weggaat als een striptekenaar die in het bezit is van een contract voor een boek of publiceert in een tijdschrift.’

‘Vroeger waren strips taboe op kunstacademies. Toen de mannen van stripcollectief Lamelos hier studeerden (toen nog de kunstacademie in Kampen – red.) mochten ze vier jaar lang geen strips maken. Nu zeggen wij juist: “Ga nu maar wél strips tekenen.” Dat is compleet nieuw op een kunstacademie,’ aldus Hendriks.

In landen als België en Frankrijk zijn opleidingen tot stripmaker al ingeburgerd en leveren vernieuwde en succesvolle auteurs af. De Nederlandse stripwereld loopt achter als het om vernieuwende stemmen gaat, vindt Kolk: ‘Er zijn een aantal factoren die daar een rol in spelen, maar één daarvan was zeker het gebrek aan een opleiding. We hebben op zich goede stripmakers in Nederland, maar te weinig met een eigen stem die het medium nieuwe impulsen geven. Ik hoop dat wij daar met deze opleiding verandering in kunnen brengen.’

In september 2009 startte ArtEZ hogeschool voor de kunsten te Zwolle met Comic Design. Deze bachelor is een specialisatie binnen de vierjarige hbo-opleiding Stories & Design; de andere specialisaties zijn graphic design, illustratie en animatie.

Proefkonijnen
Zonder Kolk was de specialisatie er misschien nooit gekomen. Hij stuurde in 2008 een bericht naar ArtEZ met daarin de boodschap dat er een opleiding voor stripmakers moest komen. ‘Dat bericht kwam als het ware als geroepen,’ legt Sytse van der Zee, docent en coördinator Comic Design, uit. ‘Vanwege het verhalende aspect zou zo’n opleiding perfect passen bij onze interdisciplinaire opleiding Stories & Design.’

Kolk wilde hoe dan ook dat de stripopleiding in september zou beginnen: ‘Er waren wel andere academies die zaten te snuffelen maar Zwolle was het snelst. Toen Sytse op een middag bij me op bezoek was zei ik tegen hem dat het geen kwestie was of er een stripopleiding kwam maar dat het alleen de vraag was waar die zou komen. Toen was het snel geregeld.’

Het onderwijsteam van Comic Design bestaat op dit moment uit Kolk, Hendriks, Van der Zee en associate professor Anke Feuchtenberger, stripmaker en professor aan de Hogeschule fur Angewandte Wissenschaften in Hamburg. Feuchtenberger geeft twee keer per jaar een lezing en een tweedaagse workshop. Iedere docent heeft een specifieke rol binnen het geheel. Waar Kolk vooral fungeert als inspirator en de studenten een passie voor het medium bijbrengt, verzorgt Hendriks de actualiteit en redactie binnen bij de studierichtingen Illustratie en Comic Design.

In zijn lessen speelt Hendriks de rol van artdirector: ‘Ik geef ze heel gerichte opdrachten. De studenten moeten een strip maken over een onderwerp of artikel. Die strip moet dan aan concrete eisen voldoen wat betreft de lengte en het kleurgebruik. En ze moeten zich aan een strikte deadline houden.’ Professionaliteit betekent ook niet zeuren, volgens Hendriks: ‘Vaak zeggen studenten “dit is niet mijn ding’, of “met dit onderwerp kan ik niets” en daar moet je bij mij niet mee aankomen. Je moet er gewoon iets van kunnen maken.’

Het onderwijsprogramma is nog in ontwikkeling. De eerste twee jaar zijn uitgestippeld, het derde en vierde jaar in grote lijnen. Kolk: ‘We maken nu een lesplan. De tweedejaars zijn er vanaf de zijlijn ingestroomd en zijn eigenlijk proefkonijnen. Ik hou elke week bij wat we doen en wat wel en niet werkt.’

Zelfontplooiing
Om van de studenten professionele stripmakers te maken is er een traject uitgestippeld waar ruimte is voor theorie, techniek en zelfontplooiing. De eerste twee jaar krijgen de stripmakers ook veel algemene kunstacademievakken voorgeschoteld. Vakken als vormstudie (het tekenen van modellen, voorwerpen en landschappen), vaardigheden met applicaties als Photoshop, typografie, scenarioschrijven, kunstgeschiedenis en filosofie passeren de revue. In de toekomst moeten daar vakken gericht op zelfstandig ondernemen en kennis over de uitgeverswereld bij komen.

Comic designers krijgen vanaf de propedeuse vaklessen met concrete opdrachten die zó uit de praktijk hadden kunnen komen. In het tweede semester gaan ze aan de slag met een denkbeeldig futuristisch warenhuis als thema. Hiervoor dienen de studenten verschillende items te visualiseren en uit te werken: van promotiefilms op YouTube tot en met de ruimtelijke weergave van een van de afdelingen binnen het warenhuis. De tweedejaars maken rond het thema Frozen Charlie, een porseleinen pop uit Victoriaanse tijd, een reeks beeldverhalen. Charlie fungeert als hoofdpersoon, maar hoe de studenten daar invulling aan geven mogen ze zelf weten. De een komt met een moordlustige, bezeten Charlie, de ander maakt een strip over het verzamelen van dit collector’s item.

Oogst
Dat er veel nadruk ligt op individueel onderwijs wordt meteen duidelijk als ik donderdag 4 februari ArtEZ bezoek – de eerste praktijkdag van het nieuwe semester. ‘s Ochtends geeft Kolk les aan de tweedejaars, een groep van drie studenten waaronder een Duitse uitwisselingsstudente. De vierde tweedejaars zit ziek thuis. Het gezelschap zit in een simpel zolderlokaal. Voor hen op een groep aaneengesloten tafels liggen strips, schetsen en enkele exemplaren van het tijdschrift Oogst dat ArtEZ twee keer per jaar uitgeeft en wat de studenten zelf maken: ze publiceren hun werk, geven het blad vorm en voeren de redactie.

Kolk heeft de studenten een strip laten meenemen en hen daarover een gerichte vraag gesteld die ze na enige bedenktijd moeten beantwoorden. Amanda Majoor heeft de Britse strip Tank Girl meegenomen omdat de tekenstijl haar aanspreekt. De stripmaker gebruikt in het verhaal op een gegeven moment fotomateriaal en Hanco wil weten wat het effect daarvan is. Vanuit de praktijk wil hij ze techniek bijbrengen. ‘Je moet leren strips te lezen als collega-stripmaker. Het is belangrijk dat je ontdekt wat een bepaalde techniek met je doet, zodat je er afstand van kan nemen en kan kijken wat voor effect het heeft. Dan kun je het zelf toepassen,’ legt hij Amanda en schoolgenoten uit.

De tweedejaars krijgen als leeshuiswerk specifieke titels op die klassikaal besproken worden, de propedeuse studenten worden geacht zelf iedere week een strip te lezen. Om hun kennis van de stripwereld te vergroten krijgen de comic designers artikelen mee over de stripwereld en bekende striptekenaars. In de eerste week van het nieuwe semester is dat de Amerikaanse stripmaker Chris Ware. Het is de bedoeling dat ze zelf ook research doen en zijn strips lezen. In toekomstige gastlessen zullen stripmakers en specialisten hun de kennis van de stripwereld overbrengen.

Artez_Kolk-studenten

Schetsboekje
Na de les is Kolk tevreden: ‘Ik vind het bijna ontroerend om te zien hoe de tweedejaars vooruit zijn gegaan. Vooral wat betreft de verdieping in de materie.’

Na de lunch geeft hij in hetzelfde zolderlokaal les aan een grote groep propedeusestudenten die rondom de tafels knusjes tegen elkaar aan zit. Op de grond zit een student illustratie met laptop: ze is nieuwsgierig naar Comic Design. Studenten stellen elkaar gerichte vragen tijdens de twee stripboekpresentaties. Sommigen luisteren aandachtig, anderen zitten in hun schetsboekje te tekenen. Het mag allemaal.

Een studente behandelt Het Model van Edmond Baudoin, ze concludeert dat er veel autobiografische elementen in het verhaal zitten. ‘Zou je dat zelf durven?’ vraagt Kolk. ‘Ik denk dat ik daarvoor niet zo boeiend ben,’ antwoordt ze. Later gaan ze dieper in op de uitvoering van het Warenhuisproject, waar Van der Zee die ochtend een briefing over heeft gegeven, verder komen de distributie van Oogst en een aanstaande expositie ter sprake.

Het eerste halfjaar liet Kolk de stripmakers in spe kennismaken met de mogelijkheden van het medium. De studenten moesten bijvoorbeeld de stripdagen bezoeken en daar een verslag in stripvorm van maken. Ook stond een stripadaptatie van een scène uit hun favoriete roman op het programma.

David Lynch
‘s Middags geeft Van der Zee ‘perspectief’, een les gericht op de persoonlijke zoektocht van de student. Ze kloppen bij de docenten aan met problemen waar ze mee worstelen. Van der Zee: ‘Die lessen zijn bedacht om de studenten steeds duidelijker te laten formuleren wat ze nu eigenlijk willen.’ Abe Borst, tweedejaars, is erg enthousiast over perspectief: ‘Je mag zelf bepalen waar je je in verdiept. Je krijgt wel begeleiding van een leraar die feedback en tips geeft, maar je kunt heel persoonlijk aan de slag en daardoor veel over jezelf ontdekken. Ik ben erdoor meer gaan experimenteren om te zien hoe ik op andere manieren tot een mooi beeldresultaat kan komen.’

‘Een studente gaf aan dat ze het soort verhalen wil maken dat bij de lezer hetzelfde gevoel oproept als dat de verhalen van David Lynch bij haar oproepen,’ legt Kolk uit. ‘Ik wil dan weten wat haar precies daarin aantrekt en hoe ze dat wil vertalen in haar werk. Meestal komt dat al een beetje in het werk naar boven.’

Loslaten
De meeste studenten die voor Comic Design kiezen hebben al met het medium gestoeid. Waar een aantal eerstejaars volgens Kolk tegenaan loopt is dat ze zich een bepaalde stijl hebben eigen gemaakt. Ze zijn in trucjes vervallen en moeten die in nu weer afleren. Voor propedeusestudent Kimberly Geelen is loslaten het belangrijkste wat ze in het afgelopen halfjaar geleerd heeft: ‘Als je iets gemaakt heb, ben je er meestal zó trots op dat je niets anders wil maken. Ik heb geleerd dat je werk dan niet af is. Je moet dan eigenlijk weer opnieuw beginnen. Je weet dat je dit kan en je moet nu proberen verder te komen, je grens verleggen.’

Op Stories & Design studeren op dit moment ruim zestig eerstejaars, een deel daarvan heeft al laten weten stripmaker te willen worden, een deel weet het nog niet. Van der Zee schat dat er tussen de twaalf en zeventien studenten die richting zullen kiezen.
Met pakweg vijftien studenten die in de toekomst jaarlijks zullen afstuderen rijst de vraag of die genoeg werk zullen vinden in de stripwereld. Kolk is positief: ‘Momenteel is het medium behoorlijk in beweging. Ieder jaar komen er nieuwe verrassende toepassingen bij, zoals nieuwe genres. Ik ga er dus vanuit dat de mogelijkheden voor nieuwe stripmakers en zeker voor degenen die van deze opleiding komen, zullen toenemen. Tegelijkertijd moet je – als je ambitie hebt en een nieuwe weg in wilt slaan met strips – ook voor een groter publiek gaan werken en buiten het taalgebied kijken.’

Hendriks vult aan: ‘Als ik eerlijk ben zou ik zeggen dat er al te veel stripmakers zijn, maar eigenlijk moet je het zo zien: er zijn al te veel stripmakers die slecht werk maken. Goede stripmakers, daarvan zijn er echter nooit te veel.’

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #12.

ArtEZ schrijft zelf de naam ArtEZ met deze hoofdletters, ze staan voor de beginletters van de steden Arnhem, Enschede en Zwolle waar de locaties van deze academie staan.

Alle foto’s: Reyer Boxem.

Illustratie: Hanco Kolk.

Het goede voorbeeld?

Sunday, March 28th, 2010

Nu blog ik op MichaelMinneboo.nl officieel sinds 14 februari dit jaar. Een nieuwe webstek, een vers begin en meer doelgericht bloggen. En tot nu toe bevalt het me prima. Daarom vind ik het erg leuk dat mijn site deze week is gebruikt in de cursus Creatief webbloggen. Als het goede voorbeeld nog wel.

Karin Ramaker, een van de creatieve webhoofden die ook Blog-art organiseert en verder bezig met vele andere interessante projecten, gaf de cursus aan de Volksuniversiteit in Den Haag.

Karin schreef me het volgende:

De reden waarom ik jouw blog uitkoos:

  • Ondanks dat ik afraad om een paginaknop te gebruiken voor je blog, dus niet ‘aan de voorkant’ vind ik het bij jou dus wel werken;
  • Het werkt omdat je meteen wél laat zien wie jij bent en wat je doet en dus persoonlijke info laat zien om de lezer te boeien.
  • Je hebt van je blog een authentiek iets gemaakt door een stripfiguur van jezelf in je layout te verwerken. Mensen zullen je herinneren, ook aan je ‘brand’.
  • Je layout is kleurrijk maar niet te druk.
  • Je teksten zijn, ondanks lange posts, vermakelijk en je laat veel beeld zien.
  • Je blog is helder en heeft een fijn lettertype.

Dat zijn natuurlijk leuke dingen om te lezen. Vooral omdat het concept van deze site weloverwogen tot stand is gekomen. Mede dankzij Paul Stellingwerf, die het design onder handen nam.

Under construction
Toch is er ruimte voor verbetering vind ik. Daar ga ik de komende tijd dan ook aan werken. Zo heb ik nog plannen om de blogs die ik graag lees onder de aandacht te brengen door middel van een blogroll te installeren of op een andere manier, en wil ik de sectie onder de videobutton nog uitbreiden. Dat is het mooie aan vloeibaar publiceren: je kunt altijd alles aanpassen.

Ondertussen blijven we vrolijk door bloggen.

Film A-Z: F

Friday, March 26th, 2010

En ik had me nog zo voorgenomen om me bij deze aflevering van mijn film ABC in te houden en me te beperken tot een paar films. Het zijn toch weer vijf titels geworden. Twee maatschappijkritische flicks, verder veel horror. Enjoy.

Falling Down (Joel Schumacher, 1993)
Het grappige aan regisseur Joel Schumacher is dat hij de ene film bagger aflevert en de volgende film een klein juweeltje is. In de laatste categorie valt Falling Down. (Ik vind Flatliners ook een prima film van Joel, maar als ik tussen Flatliners en Falling Down moet kiezen, wordt het toch de laatste.)

Het is 12 juni 1991, Los Angeles, de warmste dag van het jaar. William ‘D-Fens’ Foster, een medewerker van het ministerie van defensie, gespeeld door een onovertroffen Michael Douglas, heeft geen beste dag. Als hij vast staat in de file besluit hij lopend naar het huis van zijn ex-vrouw te wandelen, waar zijn dochtertje haar verjaardag viert. Maar de man heeft een nogal opvliegend karakter en wordt tijdens zijn wandeling opgehitst door alles wat in zijn ogen onrechtvaardig is in deze maatschappij. En verdomd, hij heeft nog gelijk ook!

William is een man die tot over zijn grens wordt gedreven en al het gezeur niet meer langer pikt. Zo voelen we ons allemaal wel eens. Het is spijtig dat hij zo tragisch aan zijn einde komt. Schumacher heeft met Falling Down eigenlijk een prima therapiefilm gemaakt. Bekijk deze scene maar eens. Vaak als ik langs een McDonald’s loop, moet ik eraan denken:

Fight Club (David Fincher, 1999)
Natuurlijk mag Fight Club niet aan een dergelijke filmlijst ontbreken. Edward Norton is een fenomenale acteur, Brad Pitt is erg overtuigend in deze flick en Helena Bonham Carter speelt weliswaar wederom het aparte vrouwtje waar van alles mee mis lijkt, maar doet het hier als de beste. En wat te denken van Meat Loaf met zijn  man boobs. Fight Club is een prachtig gestileerde aanklacht tegen de consumptiemaatschappij en alle bullshit die we ons iedere dag weer laten voeren door commerciële instituten en rijksinstanties. De onzinnige ongelijkheid die achter De American Dream schuilgaat is alleen te bestrijden met een flinke dosis cynisme. Zeg nee! tegen alle bullshit die van ons slapende schoothondjes maakt! Ironisch natuurlijk dat we wakker geschud worden door een Hollywoodfilm: commerciëler komen ze bijna niet.

Fight Club is Zeep voor de Ziel.

Frankenstein (James Whale, 1931)
Wie van horror houdt, kan eigenlijk niet om de klassieke horrorfilms van de Universal studio heen. In de jaren dertig van de vorige eeuw produceerde deze filmstudio niet alleen een reeks Dracula-films, maar ook Frankenstein en de Wolfman werden meerdere malen verfilmd. Het monster van Frankenstein vond ik vroeger altijd het engste van het stel – een mens gecreëerd uit meerdere lijken. Brrrr. Toch heeft het monster zoals verbeeld door Boris Karloff ook wel iets van een onschuldig kind dat met een verward hoofd een weg probeert te vinden in de wereld.

Robert De Niro was als het monster in Kenneth Branaghs versie uit 1994 ook niet onaardig, maar mijn hart zal altijd uitgaan naar de oerfilmversie van Universal. Ook al was dat niet de allereerste filmversie van Frankenstein, die is uit 1910 gemaakt door de filmstudio van Thomas Edison.

The Frighteners (Peter Jackson, 1996)


Er was een tijd dat de films van Peter Jackson de moeite van het uitzitten waard waren. Films die niet te overdadig waren, niet te lang en – verdomd – nog ergens over gingen. Heavenly Creatures is zo’n film. En wat mij betreft The Frighteners ook. Hierna houdt het wat mij betreft op met Mr. Jackson. Mijn ongenoegen over de Bored of the Rings trilogie heb ik vaak genoeg al vermeld, en King Kong was mij een monster te veel en verder: te lang, te saai, te overbodig. (Zie hier een recensie die ik indertijd over die apenfilm schreef in De Filmkrant.) Wat mij betreft mag Jackson lekker met pensioen, samen met Francis Ford Coppola wijn verbouwen. Qua uiterlijk lijken die filmmakers immers wel wat op elkaar.

Waarom The Frighteners? Ik heb een grote zwak voor Michael J. Fox. Van tv-ster naar filmster naar tv-ster, naar stemmetjesinspreker voor animatiefilms. Ik heb Fox een keer live gezien, bij David Letterman in de prachtige zomer van 1996 toen ik New York bezocht. Aardige vent.

In The Frighteners speelt Fox Frank Bannister die zijn brood verdient als spokenjager. Alleen is hij een oplichter: hij kan weliswaar communiceren met de doden, maar heeft ze in loondienst om bij mensen te gaan spoken. Een oplichtende Ghostbuster dus. Totdat een geest aan het moorden slaat en de hele stad denkt dat Bannister de moordenaar is.

Zoals het horror betaamt is de film bij vlagen eng en naargeestig, maar biedt humor op de juiste momenten verlichting. En – heel toepasselijk natuurlijk – sluit het nummer ‘Don’t Fear The Reaper’ van The Mutton Birds de film af.

Bij het zien van dit soort films vraag ik me des te meer af hoe mensen ooit in de fratsen van kwakzalvers als Derek Ogilvy of Char kunnen trappen. Ze hebben niet eens half de charme van Michael J. Fox.

The Frighteners is de Ghost whiperer met kloten.

From Dusk till Dawn (Robert Rodrigues, 1996)
Ik zeg: Quentin Tarantino, George Clooney, Harvey Keitel en Cheech Marin in één film. Dat is al reden om deze originele vampierfilm te kijken. Jammer alleen dat Juliet Lewis een rol speelt – ik kan dat kindvrouwtje niet uitstaan. Maar goed. Verder prima vermakelijke flick met een aardige twist halverwege de film.

Come on, pussy lovers!

Wat? Geen Full metal Jacket in de F, vraag je je wellicht af. Nope. Knap gemaakte flick, maar geen favoriete film van me. Volgende week gaan we verder met G. Opmerkingen en eigen favoriete F-titels zijn zoals altijd welkom.

Nu ook op VHS!

Thursday, March 25th, 2010

Vandaag vond ik een curieus persbericht in mijn digitale inbox: ‘VHS maakt comeback’, luidt de kop. Waar gaat het om? De film Paranormal Activity wordt behalve op dvd en blu-ray ook uitgebracht op VHS. Op videotape dus.

Willem Olov Lourditz, Marketing Director van distributeur E1 Entertainment Benelux zegt er het volgende over: “Met de opkomst van digitale technologieën en toepassingen als Blu-ray en 3D blijkt er, vergelijkbaar met de comeback van vinyl, juist een soort tegenbeweging te zijn ontstaan.”

Een tegenbeweging, waarbij mensen roepen dat films ook uitgebracht moeten worden op VHS? Werkelijk?

Nou bestaat er een site www.wewantvhs.com, waar je zelf mag invullen welke film je op VHS zou willen zien. Volgens het persbericht heeft de site ertoe geleid dat er voor de Amerikaanse markt een VHS-versie van Paranormal Activity uitkwam.

Doe maar Paranormaal, dan doe je al gek genoeg
Dit alles ruikt naar een leuke grap en prima pr voor een film die, laten we eerlijk zijn, middelmatig is.
Paranormal Activity gaat over een jong stel dat hun intrek neemt in hun nieuwe huis. Ze krijgen al snel het gevoel dat ze niet alleen zijn in het huis en steeds vaker worden ze wakker van onverklaarbare geluiden en gebeurtenissen. Ze worden lastig gevallen door een poltergeist.

De gimmick van de film is dat deze zogenaamd is opgenomen door de mannelijke hoofdrolspeler. De opnames zijn teruggevonden en gemonteerd tot wat Paranormal Activity geworden is. Een soort van nieuwe Blair Witch dus, maar dan minder eng, voorspelbaar en te ongeloofwaardig om je echt mee te laten voeren met de belevenissen van de personages.

Spoelen
Het is juist het videokarakter dat ervoor zorgt dat mensen deze film op VHS willen zien, volgens het persbericht.

Ik moest dan ook erg lachen om deze formulering. Leest u mee?

‘In de VS, waar deze film enorm gehyped en ook zeer succesvol is geweest in de bioscoop, is dit al een tijdje aan de gang. Een groeiende groep filmliefhebbers heeft daar te kennen gegeven deze film 1-op-1 op videoband te willen bekijken. Ze willen de karakteristieke beleving van de tapeopnames ervaren en de film ook letterlijk voor- en achteruit kunnen spoelen. In de film zelf gebeurt dit ook veelvuldig als de hoofdrolspelers erachter willen komen welk geheimzinnige en angstaanjagende dingen zich ’s nachts tijdens hun slaap hebben afgespeeld in hun slaapkamer.’

Ja, we gaan een film kijken op het inferieure medium VHS. Beeld dat er met de huidige lcd-televisiestandaard niet meer uit ziet. In dat opzicht gaat de vergelijking met de comeback van vinyl meteen mank, want ten opzichte van cd’s geeft dat medium  wel superieure geluidskwaliteit. Ik heb jarenlang film gekeken op VHS en koester nostalgische gevoelens naar het medium, maar als ik kan kiezen tussen een film op tape kijken of dvd, kies ik voor het laatste. Bij mijn verhuizing vorig jaar heb ik alle videobanden weggegooid. De hele verzameling, honderden films op de vuilnisbelt. (Een paar titels heb ik gehouden omdat deze voor zover ik weet nog niet op dvd te krijgen zijn, maar de videorecorder is sinds de verhuizing nog niet uit de doos gehaald.)

De grap van de campagne zit natuurlijk in de reden om VHS te gaan kijken: zodat we de film voor- en achteruit kunnen spoelen! Heeft niemand deze VHS lovers uitgelegd dat je dat ook kunt op dvd? Sterker nog, dat je het beeld kunt inzoomen om de vermeende Poltergeist nog beter te kunnen zien? Natuurlijk weten de VHS lovers dat wel. Dit is gewoon een leuk marketing grapje om de film onder de aandacht te brengen.

En het werkt.

De liefhebber kan de limited VHS edition bestellen bij bol.com.

Exam: Krachtige thriller op 26ste Imagine Filmfestival

Wednesday, March 24th, 2010

Exam is een van de thrillers die te zien zijn op het aankomende Imagine Amsterdam Fantastic Film Festival dat dit jaar van woensdag 14 t/m zaterdag 24 april plaatsvindt in filmtheater Kriterion. Dat wordt weer ruim een week genieten van een gevarieerde filmmaaltijd bestaande uit horror, scifi, anime en fantasy, samengebracht onder de noemer fantastische film.

Als we Exam als maatstaf zouden nemen voor deze 26ste editie, dan staan ons een voedzame maaltijd te wachten. De film is geregisseerd door Engelse filmmaker Stuart Hazeldine die samen met Simon Garrity ook het verhaal schreef.

Extreme sollicitatie
Exam
is een krachtig debuut met een eenvoudige premisse: Acht sollicitanten krijgen tachtig minuten de tijd om een vragenformulier in te vullen. Voor welk bedrijf ze gaan werken en wat hun functie wordt, is onduidelijk, maar de voorwaarden waaronder dit examen plaatsvindt zijn glashelder en dienen niet overtreden te worden. Wie dat wel doet, wordt zonder pardon de ruimte uitgesmeten door een stoïcijnse bewaker.

De kandidaten dienen geen vragen te stellen, mogen onder geen beding de ruimte verlaten en wie zijn formulier bevuilt of beschadigt, valt eveneens bij voorbaat af.

Nadat de kandidaten tot hun verbijstering hebben geconstateerd dat hun formulieren blanco zijn, kan de onderlinge strijd naar de vraag en het antwoord beginnen. Het zal je niet verbazen dat naar mate deadline in zicht komt de pogingen om als winnaar uit de bus te komen extremer worden.

Papercuts
De oplettende kijker leert er ook een paar handige ondervragingstechnieken bij: wie had kunnen vermoeden dat je met een velletje A4 printpapier in wezen een dodelijk wapen in handen hebt.

xexamstill2

Het uitgangspunt van Exam mag dan eenvoudig klinken, de uitvoering is zeker niet simpel te noemen. Hazeldine beperkte zich bij het draaien praktisch tot één ruimte en bedient zich van een kleine cast. Toch doet Exam nergens theatraal aan.

Al moet je logica soms uitsluiten: wie zou er in werkelijkheid zo ver gaan voor een baan als sommige van de personages? Zelfs in crisistijd en een hoog werkeloosheidcijfer schurken de handelingen van de kandidaten tegen de grens van het geloofwaardige aan – maar dat is dan ook een van de charmes van de fantastische film. Wie bereid is zich te laten charmeren is getuige van een interessant psychologisch spel gepeeld door een overtuigende cast.

Met in de hoofdrollen: Colin Salmon, Jimi Mistry, Luke Mably en Nathalie Cox.

Speelduur: 97 minuten

Vanaf 6 mei is Exam te zien in de bioscoop.

Binnenkort meer nieuws over Imagine: Amsterdam Fantastic Film Festival. Donderdag 25 maart start de voorverkoop.

Is het echt zo simpel?

Monday, March 22nd, 2010


Twee foto’s van Liv Tyler verfraaien het straatbeeld bij mij in de buurt. Wat een bofkonten zijn we weer.

Het is helaas een reclame voor het spijkerbroekenmerk G-Star. Ik zeg helaas, want ik had Liv liever zien schitteren op een filmposter of voor mij part op de cover van de nieuwe cd van papa Aerosmith. Maar niet als goedkoop model voor een spijkerbroekenmerk.

Hoewel, goedkoop mogen we Liv niet noemen. Daar hangt vast een duur prijskaartje aan. En terecht. Als je je als BH (Bekend Hoofd) verbindt aan een merk dan maar voor veel geld. Waarom zou je je anders laten hijsen in de spijkerbroeken van G-Star?

Misschien om Anton Corbijn te ontmoeten, want die maakte deze foto’s. Deze, en dat mag best gezegd worden, typische Anton Corbijn-foto’s. Zwart-wit, grove korrel, zoals we van Corbijn gewend zijn. Want als je dan toch Anton Corbijn inhuurt om je campagne te fotograferen, dan moet het natuurlijk wel duidelijk zijn dat Anton Corbijn de foto’s gemaakt heeft. Anders kun je net zo goed je neefje die stage loopt foto’s laten maken. En daar doen we het niet voor. Het gaat immers om het verbinden van Bekende Namen met je Merk, want dan scoor je.

Jammer alleen dat er een merknaam door Liv heen geprint staat. Maar dat hoort zo bij reclame. Het gaat immers om wat Liv aan heeft. Dat een mooie, intelligente vrouw die ook nog eens aardig kan acteren in G-Star rondloopt. Ook al droeg ze die spijkerbroek alleen die middag toen de fotosessie plaatsvond.

Toch vraag ik me af: gaan vrouwen hier nu meer G-Star van kopen, enkel en alleen omdat een slimme kop als Liv Tyler zo’n broekje staat te showen? Is het echt zo dat vrouwen graag als Liv Tyler willen zijn omdat ze een bepaald beeld van haar hebben dat ze zelf verzonnen hebben, geïnspireerd door een gezonde dosis jaloezie en wat de glossy’s hen voorschotelen?
Dat ze zich een beetje meer Liv voelen met zo’n stukje door kinderhanden gefabriceerd stofje spijkerimago?

Nee, ik hang hier niet de seksist uit. Een mooie vent die een product aanprijst zou net zo stimulerend moeten werken voor het mannelijk geslacht. Toch ben ik geen Nespresso gaan drinken sinds mijn held George Clooney dit opwekkende drankje met een flinke scheut zelfspot serveert. Suiker en melk, meneer? Nee, George die flinke knipoog naar je imago is mij voldoende bij de koffie, dank je. Moet toch een beetje om de lijn denken, hè? Het gaat immers om beeldvorming.

Helaas schijnt het echt zo te werken. Ik sprak laatst een marketing-communicatie manager van een uitgeverij tijdens de boekpresentatie van Nico Dijkshoorn over het feit dat mannelijke auteurs over het algemeen semi-intellectueel op hun boeken worden afgebeeld, terwijl vrouwen toch vooral glamorous moeten zijn. Zij vertelde dat Saskia Noort mooi gefotografeerd achterop het omslag van haar boeken de verkoop zeker doet toenemen. Waarom? Omdat vrouwen, die toch het meeste boeken kopen, net zo mooi willen zijn als Saksia Noort. Of zichzelf mooier gaan vinden met Noort op het omslag, omdat ze zich met haar willen identificeren.

Een mooie vrouw of man op de cover. Het heeft geen reet met de inhoud van het boek of de broek te maken. Maar het werkt wel zo, schijnt.

Jammer vind ik dat.

Box Office Poison

Sunday, March 21st, 2010

Bij toeval stuitte ik op het debuut van Alex Robinson – al struinend in een boekenkast van een van mijn favoriete boekwinkels. Het was in eerste instantie de titel die me aantrok: Box Office Poison. Dat beloofde veel goeds.

De 600 pagina’s tellende graphic novel maakte die belofte meer dan waar. Robinson voert een uitgebreide cast van levensechte personages op. Hoofdrolspeler is Sherman Davies die in zijn beleving vastzit in zijn baantje als medewerker in een boekwinkel. Hij haat zijn werk en heeft een grenzeloze minachting voor zijn klanten, maar onderneemt bar weinig om aan het leven van loonslaaf te ontsnappen. Hij ambieert een groot schrijver te worden, maar aan de stukken tekst die Robinson de lezer laat inzien is al snel af te leiden dat Sherman daar eigenlijk het talent voor ontbeert.

Nadat het uit is gegaan met z’n grote liefde betrekt hij een kamer bij Jane Pekar en Stephen Gaedel, een leuk stel met wie het goed toeven is. Als hij op een dag hun oude huisgenoot Dorothy Lestrade tegenkomt, gaat z’n jongens hartje weer sneller kloppen. Tot ergernis van Pekar, die Dorothy niet kan uitstaan.

Stripwereld
De beste vriend van Davies is Ed Velasquez, een stripmaker die nog bij zijn ouders woont en hunkert naar het moment van zijn ontmaagding. Velasquez is assistent van Irving Flavor, een stripmaker op leeftijd die ooit de superheld Nightstalker heeft bedacht en voor een prikkie de rechten verkocht aan zijn uitgever Zoom Comics. Het is een klassiek verhaal dat spijtig genoeg vaker is voorgekomen in de Gouden Dagen van Amerikaanse Comics dan uitgevers als Marvel en DC zouden willen toegeven.

Joe Shuster en Jerry Siegel verkochten bijvoorbeeld de rechten van Superman voor een heel laag bedrag en de belofte dat ze voor DC Comics mochten blijven werken. Ze wisten indertijd niet beter en toen ze dat jaren later wel deden hebben ze een rechtzaak tegen de uitgever aangespannen.

Opmerkelijk detail is dat Velasquez de hoofdrol in het verhaal uiteindelijk overneemt. En gelukkig maar, want het leven van Davies verloopt rap richting volledige verzuring. De boodschap van Box Office Poison is duidelijk (en door deze hier te melden verklap ik verder niets over de plot): Je dromen actief najagen vereist lef en doorzettingsvermogen. Wie dit ontbeert zal nooit echt gelukkig worden. Een levensinstelling waar Alex Robinson mijns inziens zelf naar leeft, want hij nam na zeven jaar in een boekwinkel gewerkt te hebben ontslag om zich volledig op het strip maken te storten. Mazzel voor ons: Robinsons debuut mag dan alweer dateren uit 2001, gedateerd is zijn Box Office Poison zeker niet.

Real life
Robinson toont met deze graphic novel een goede verteller te zijn die de lezer tot op de laatste bladzijde weet te boeien. Zijn kracht ligt in goed uitgewerkte personages en een realistisch plot: je kunt je voorstellen dat de gang van zaken in Box Office Poison echt kunnen gebeuren. Robinsons tekenstijl zit ergens in het midden tussen cartoonesk en realisme en zal niet ieders smaak zijn. Gaandeweg het verhaal gaat de stripmaker op visueel vlak steeds meer experimenteren wat voor een leuke afwisseling zorgt.

Kortom: Aanrader.
bop93
Robinson, Alex – Box Office Poison
Top Shelf Productions, (2001) $29.95
ISBN 978-1891830198

NB: Er is ook nog een strip verschenen met korte verhalen over de personages van Box Office Poison. Meer over Alex Robinson is te lezen op zijn site.

Deze recensie is ook gepubliceerd op het stripblog van Zone 5300
.

Film A-Z: E

Friday, March 19th, 2010

Dit wordt alweer de vijfde bijdrage in de rubriek Film A-Z, waarin ik aan de hand van het alfabet mijn favoriete films opnoem en vertel waarom ik ze zo goed vind. Ik ben nog steeds erg verheugd met de reacties die de vorige afleveringen kregen. Dit keer maar drie films in de lijst, maar ongetwijfeld komen jullie nog met andere titels op de proppen.

Ed Wood (Tim Burton, 1994)


Ed Wood mag te boek staan een van de slechtste filmmakers ooit te zijn, het enthousiasme van deze ode aan Wood werkt aanstekelijk. Prachtige film over een filmmaker die geen talent heeft, met prima vertolkingen van Johnny Depp en in het bijzonder Martin Landau die een van zijn mooiste rollen speelt als Bela Lugosi.(Mocht je het je afvragen: de in 1928 geboren acteur werkt nog steeds!)

Tim Burton schetst een beeld van zijn held dat optimistischer is dan de hoe de zaken werkelijk zijn verlopen. Wood stierf als alcoholverslaafde in armoede in 1978, maar dat laat Burton niet zien. Zijn Ed Wood eindigt in 1959, op het moment dat de C-filmmaker Plan 9 From Outer Space heeft gemaakt: het relatieve ‘hoogtepunt’ uit zijn carrière. Belangrijker dan feitelijke onjuistheden en verfraaiingen is het feit dat Burton Woods onvermoeidbare enthousiasme voor het maken van films en het geloof in de eigen expressie weet over te brengen. Je krijgt er zelf ook zin van om films of video’s te gaan maken!

‘I was fascinated by his bizarrely perverted optimism,’ vertelde Burton ooit in een interview, ‘because that was something I had also started out with and which then somehow wore off. Ed Wood had revitalised me.’

Tegenwoordig zit YouTube vol met hedendaagse Ed Woods en wat een kijkplezier, afgrijzen en verwondering heeft dat al opgeleverd. Tim Burtons Ed Wood is een eerbetoon aan alle hoopvolle maar talentloze creatievelingen die ondanks grote tegenslagen maar blijven doorgaan met waar ze niet goed in zijn.

Eternal Sunshine of the Spotless Mind (Michel Gondry, 2004)


Wie zijn hart heeft gebroken, wil nooit meer herinnerd worden aan de degene die het brak. Hoe mooi zou het zijn als we ons geheugen gedeeltelijk konden laten wissen om weer vrolijk verder te leven? Natuurlijk pakt een dergelijke handeling niet zo makkelijk uit als dat we zouden hopen en dat toont Eternal Sunshine of the Spotless Mind dus ook. De gebeurtenissen die we hebben meegemaakt, goed of slecht en opgeslagen in ons brein, maken ons tot wie we tot op heden zijn. Wis een herinnering en raak een deel van jezelf kwijt.

Toch is dat precies wat Joel Barish, een prachtige vertolking van Jim Carrey, wil als hij is gedumpt door zijn vriendin. Maar zoals het script van Charlie Kaufman, verantwoordelijk voor meer mindwarp-films zoals Adaptation en Being John Malkovich, laat zien verdwijnen ook de herinneringen aan mooie dingen, die intrinsiek verbonden zijn aan de pijn.
Oh ja: Kate Winslet, als het vriendinnetje, doet het ook niet onaardig in deze flick.

The Exorcist (William Friedkin, 1973)

exorcist_01
Toen ik van deze film de director’s cut zag in wat ik vermoed 2001 was, viel het mij op dat deze horrorfilm uit 1973 nog niets aan kracht had ingeboet.

Als je droog naar de premisse kijkt dan moet je haast wel in de lach schieten: een jong meisje is bezeten door de duivel en een priester moet hem uitdrijven. Het idee dat een demonische entiteit zich laat verdrijven omdat een priester met een kruis zwaait en roept dat de kracht van Christus hem zal aanpakken, is voor een rasechte atheïst als ik te belachelijk voor woorden. Des te knapper dus dat ik in de film werd gezogen als een stofje in een stofzuiger en ik, ondanks het feit dat het hartje zomer was, de koude rillingen over mijn lijf voelde.

Goed, de plots van de meeste horrorfilms slaan nergens op. Da’s waar. En het merendeel van de horrorflicks van de afgelopen jaren prikkelen eerder de lachspieren dan dat je er ‘s nachts wakker van ligt. Sterker nog: het merendeel van wat er uitkomt is slaapverwerkkend voorspelbaar, dus wakker liggen is er sowieso niet bij.

Toch bewijzen films als The Exorcist dat dit genre zeker effectief kan zijn. Dat maakt The Exorcist misschien wel tot de beste horrorfilm ooit.

Mike’s Webisodes 11: Wasco’s stripexperimenten

Wednesday, March 17th, 2010

Stripmaker Wasco is in de stripwereld een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij maakt experimentele strips waarin hij onderzoekt wat een strip nog tot een strip maakt. Zo rondde hij vorig jaar een album af waarin hij alleen maar stripkaders tekent. Wasco is een eigenzinnig stripmaker die aandacht verdient.

‘Ik begin altijd met strips, maar op de een of andere manier ontspoor ik altijd en lukt het me nooit om binnen het kader van een verhaal te blijven,’ vertelt Wasco in deze webisode waar de stripmaker dieper ingaat op zijn experimenten. Ook spreekt hij over zijn alter ego Wanda Scott onder welke naam hij erotische strips maakt.

Wasco begon in 1989 met zijn tijdschrift Wasco’s Weekblad, waarvan 13 nummers verschenen. Hierin stonden de eerste afleveringen van het legendarische Apenootjes, waarvan twee boekjes verschenen. Hierna verscheen deze strip vanaf het allereerste nummer in Zone 5300, waar Wasco’s werk nog steeds in te bewonderen is. Verder heeft Wasco illustraties gemaakt voor de VPRO Gids, MUG en Vrij Nederland.

Wasco geeft zijn strips uit via zijn eigen uitgeverijtje.

Expositie
Wie nader kennis wil maken met het werk van Wasco kan tot en met zondag 28 maart terecht in Stripwinkel Lambiek te Amsterdam, waar de expositie ‘Uitgeknipte Vormen Tweedehands Daglicht’ te zien is.

Speciaal voor deze gelegenheid heeft Wasco de schaar ter hand genomen en heeft een twintigtal knipsels gecreëerd, die het hart vormen van deze expositie. Naast de uitgeknipte kunstwerkjes, zijn er ook tekeningen, collages en objecten te bewonderen.

Mike’s Webisodes
Deze webisode kwam tot stand in samenwerking met Tonio van Vugt, co-hoofdredacteur van Zone 5300, die Wasco interviewde.

Mike’s Webisodes is een serie webvideo’s gemaakt door freelance journalist Michael Minneboo over zaken die hem fascineren: interviews met kunstenaars, stripmakers en reportages van evenementen vormen een rode draad in de serie.

Wie ook video’s op maat gemaakt wil hebben kan vrijblijvend contact opnemen met Michael Minneboo voor een afspraak.

Een dagje kijken bij het NOS Journaal

Tuesday, March 16th, 2010

Een dagje rondneuzen bij het NOS Journaal, wie wil dat niet? Ik kreeg recent de kans om met een select gezelschap op de nieuwsvloer te komen kijken. Een kans die ik met veel plezier aannam.

De NOS laat niet snel nieuwsgierige ogen toe, dat ik met een select gezelschap een van de uitverkorenen was, heb ik te danken aan tekstschrijver en recensent Remko Meddeler. Meddeler had hoog geboden op de Twitterveiling ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving op Haïti en mocht drie anderen meenemen. Behalve ondergetekende gingen Johan Koning en Rick Wildeman ook gezellig mee. (Zie hier het fotoverslag van De Koning.)

Grappig om kennis te maken met de mensen die dagelijks het nieuws in mijn huiskamer brengen. Nee, ik heb niet uitgebreid gekeuveld met Eva Jinek die ‘s middags de journaals presenteerde. Die zat tijdens de rondleiding in de glazen studio die midden op de nieuwsvloer staat, de kijkers thuis in te lichten over de laatste belangrijke feiten uit binnen- en buitenland. We spraken vooral met de medewerkers die je normaliter niet in beeld ziet en die achter de schermen aan het werk zijn.

Foto: Rick Wildeman

Foto: Rick Wildeman

Alles centraal
De dag begint met een lunch met Gerard Dielessen, de algemeen directeur bij de NOS. Overigens is hij dat niet lang meer, want binnenkort wordt hij algemeen directeur van NOC*NSF. Het belangrijkste wapenfeit van Dielessen betreffende zijn tijd bij de NOS is toch wel het feit dat hij alle afdelingen bij elkaar heeft gebracht in één pand. Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar tot een paar jaar geleden zaten de verschillende afdelingen van deze organisatie verspreid over het Mediapark in Hilversum. Da’s niet handig samenwerken en bovendien onnodig duur.

Tim Overdiek is sinds juni 2008 adjunct-hoofdredacteur bij het NOS Journaal. Hij is een van de drie adjuncten, met Hans Laroes als hoofdredacteur. ‘Als adjunct-hoofdredacteur bepaal je de strategie van het journalistieke beleid,’ vertelt Overdiek. ‘Wat wij doen is het mogelijk maken voor de redacties en verslaggevers om te doen waar ze goed in zijn. Ik heb bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid over een aantal redacties: Binnenland, Buitenland, Den Haag, Economie en het Jeugdjournaal. Die hebben natuurlijk hun eigen chefs, maar die rapporteren weer aan mij. We hebben dan contact over zaken zijn die geregeld moeten worden, dingen waar ze over willen brainstormen, en zaken die wel of niet goed gaan.’

Op het moment dat Overdiek zich voorstelt, wordt de middagvergadering aangekondigd via de intercom. ‘Gedurende de dag zijn er een aantal nieuwsvergaderingen die geleid worden door de hoofdredacteur op de vloer,’ vertelt Overdiek. ‘In de vergadering van kwart over één wordt teruggeblikt op de uitzendingen van de afgelopen vierentwintig uur. Dus wat hebben we goed gedaan, wat hebben we slecht gedaan en hoe had het beter gekund. Deze vergaderingen zijn thematisch, er gebeurt immers veel in 24 uur. Iedereen is welkom om deze vergaderingen bij te wonen.’

NOS-redactie-binnenland

Overdiek: ‘Twitter wordt overschat’
Recent schreef het hoofdredactieteam een notitie over hoe ze NOS Nieuws zien in de komende jaren. Vooral het crossmediale aspect komt daarin aan de orde. De NOS is in 2006 multimediaal geworden, toen zijn radio, tv en internet in een gebouw samengevoegd. De volgende stap is om de onderlinge dwarsverbanden te exploiteren. Applicaties als weblogs en Twitter maken dat journalisten moeten nadenken over in welke vorm ze het nieuws zullen brengen: ‘Waar zit de doelgroep en hoe gaan deze mensen nieuwsverhalen tot zich nemen?’ Sommige journalisten die jarenlang alleen voor het Acht uur-Journaal hebben gewerkt worden nu opeens gevraagd om ook weblogs te schrijven. Overdiek bereidt daarom op dit moment workshops crossmedia voor.

Overdiek gebruikt zelf ook applicaties als Twitter, deels privé maar ook om nieuws te brengen en items te pluggen. Ook voor tweets geldt het heilige principe dat nieuws pas naar buiten wordt gebracht als zaken dubbel gecheckt zijn, ‘want alleen met een tweede bevestigende bron is het nieuws pas waar.’ Toch zegt Overdiek wel heel stellig tegen de groep fervente twitteraars die hij die middag voor zich heeft: ‘Twitter wordt overschat. We moeten het niet groter maken dan het is.’

Overdiek leidt ons rond op de derde verdieping van het NOS-gebouw waar alle redacties van de NOS werken. Zo lopen we langs het nieuwe media team dat onder andere websites bouwt, iPhone-applicaties maakt en twitteracounts aanmaakt. Een eindje verderop staat het montage-eiland waar de montage pc’s staan die de reporters gebruiken. Met de komst van digitale technieken is de zelfredzaamheid van reporters vele malen vergroot. Mocht je het interessant vinden: ze monteren in Hilversum op het programma Avid, ofschoon Overdiek – net als ik – een voorkeur heeft voor Final Cut Pro.

Een andere benadering
Ook komen we langs de radactie van het Jeugdjournaal en de relatief kleine redactie van het Journaal op 3. Het Journaal op 3 richt zich op een andere doelgroep dan het Acht uur-Journaal. Omdat ze specifiek twintigers en dertigers willen aanspreken, verschillen ze in onderwerpkeuze en de stijl waarop deze onderwerpen behandeld worden. ‘De toon is minder formeel,’ legt Sanne de Ronden, een van de reporters van het Journaal op 3 uit. ‘Ook gaan we ervan uit dat de mensen om 11 uur ‘s avonds het nieuws wel kennen dus kunnen we de onderwerpen vanuit een andere hoek benaderen en soms volstaan met het geven van de hoogtepunten.’

De Ronden vertrouwt ons nog toe dat ze op dit moment nog geen onderwerp heeft voor de uitzending van 11 uur vanavond en dat de tijd begint te dringen. We laten haar daarom weer snel aan het werk.

NOS-studio

 

NOS-camerashots

Trip: ‘Alle teksten gaan door mijn vingers’
Voordat we een rondje langs het Sportjournaal en de studio’s maken, komen we in de gang Rob Trip en Lucella Carasso, presentatrice Radio 1 tegen. Trip is tegenwoordig anchor van het Acht uur-Journaal en presenteert het nieuws afwisselend met Sacha de Boer.

Rob Trip, Lucella Carasso en Tim Overdiek.

De rol van een presentator behelst meer dan alleen maar het nieuws voorlezen. Ze bemoeien zich wel degelijk met de uitzending, ze opperen ideeën en herschrijven de teksten die ze voorlezen. Trip: ‘Wij spreken niets uit dat we niet zelf door onze vingers hebben laten gaan. Ik probeer altijd heel veel op te trekken met de eindredacteur. Hoewel me maar een beperkt aantal onderwerpen kunnen behandelen in een uitzending loop je er de hele dag over na te denken. Welk onderwerp doen we wel en welk niet? Op welke manier pakken we het aan: laten we iemand wel of niet aan het woord? En ik ben daarin een sparringpartner voor de gene die dat in handen heeft.’ Daarbij komt natuurlijk dat veel last minute werk kan zijn: de wereld staat niet stil, op het laatste moment kan het nieuws nog veranderen. ‘Tussen zeven uur en tien voor acht is het hoogspanning hier. Dan wordt alles nog omgegooid.’

Zijn radiocollega Carasso valt hem bij: ‘Bij de radio verandert er soms nog iets tijdens de uitzending. Dan krijg je alleen te horen Agnes Kant treedt af en mag je de rest er ter plekken bij verzinnen.’ Maar dat is ook weer het mooie aan nieuws.

Toch ambieer ik de hectiek van de journaalredactie niet direct. Laat mij maar lekker interviews doen, achtergrondartikelen en recensies schrijven.

Natuurlijk mocht een fotosessie in de nieuwsstudio niet ontbreken:

‘That’s all folks!

Ook leuk: Lees en zie hier meer over de redactie van het NOS Journaal op de site van de NOS.