Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for April, 2007

Nog niet dood

Monday, April 30th, 2007

‘I was thirty. Before me stretched the portentous, menacing road of a new decade.’
– The Great Gatsby, F. Scott FitzgeraldVandaag word ik dertig. Nu heb ik nooit veel waarde gehecht aan leeftijd en vier ik mijn verjaardag al jaren niet meer – toch hield de laatste weken een akelig gevoel huis in mijn ziel. Een gevoel van onvrede en het voorzichtige besef dat ik als een stuurloos bootje over de zee des levens vaar. De jaren tikken door, maar welke kant gaat het op?Ik heb me altijd voorgehouden dat ik rond mijn dertigste maar eens ‘volwassen’ moest worden. Het feit dat ik sinds zes maanden een vaste baan heb (na een periode van freelancen) is daarmee alvast een stap in de goede richting. Gelukkig maak ik daarnaast vooral tijd voor leuke dingen: afspreken met vrienden, bloggen, films kijken. Het is dan ook al weer een tijdje geleden dat ik met een langdurig creatief project bezig was. Er gingen laatst wat projecten niet door (onder andere een strip- en een filmproject) en daardoor had ik even genoeg van het gezeul met concepten. Ik geniet dan ook van de luwte, terwijl er stilletjes wel ideeën beginnen te broeien. Keuzes
Ik begin zo langzamerhand wel te beseffen dat ik bepaalde keuzen steeds uitstel: blijf ik in dit huis wonen, en als ik ga verhuizen, waar naartoe? Er is veel wat ik uitstel en voor me uit schuif, alsof het leven eeuwig duurt. Wat natuurlijk niet het geval is. Maar het uitstellen van keuzes is in zekere zin ook een manier van kiezen: je kiest er immers voor nog even geen beslissing te nemen. Bij nader inzien blijkt de status quo dus constant in flux. Iedere dag maak je onbewust bepaalde keuzen opnieuw: ‘nog even deze baan en dan’, ‘morgen boek ik die vakantie écht’, ‘ik ga haar nu echt bellen, zodra ik tijd heb’, ‘vandaag begint een frisse start’ etc… De paradox die ik vandaag voel, wordt mooi verwoord door Bob Dylan:

I was born here and I’ll die here against my will
I know it looks like I’m moving, but I’m standing still
Every nerve in my body is so vacant and numb
I can’t even remember what it was I came here to get away from
Don’t even hear a murmur of a prayer
It’s not dark yet, but it’s getting there.

Bob Dylan – Not Dark Yet

Hoe het ook zij, vandaag maak ik maar één keuze: ik doe niet mee met de oranjegekte buiten mijn huis; ik sluit me af van de wereld en duik in een stapel goede strips en geselecteerde cd’s. Je mag op je verjaardag immers doen wat je wilt – ook als je het niet viert. Next: recensie Spider-Man 3

Stripbeurs in Arnhem: De poster was beter

Sunday, April 29th, 2007

Omdat de stripbeurs in Rijswijk laatst een plezierig gebeuren was, keek ik al een paar dagen uit naar de stripbeurs in Arnhem die dit weekend plaatsvond. Geen van de verwachtingen werden echter ingelost: dit tafereel was de naam stripbeurs niet waardig.Het team van Nieuw Gehoer was aanwezig op de beurs. Ik had de snelweg gedeeld met Sjitske en Ziekehond, twee tekenaars die geregeld een bijdrage leveren aan de tekenbattle Nieuw Gehoer. Aangekomen in Arnhem viel het ons op dat het cultureelcentrum ‘De Coehoorn’ er van buiten wat aftands uitzag. Binnen was het niet veel beter: het pand had veel weg van een muf schoolgebouw en de deelnemers van ‘de beurs’ waren dan ook verspreid over verschillende lokaaltjes. Het was in een blik duidelijk: we zaten in de culturele rimboe. Toen de heren van Nieuw Gehoer vol goede moed hun spullen aan het uitstallen waren, had het geheel iets weg van zendelingen die cultuur kwamen brengen aan de massa. Helaas bleef die massa achterwege. Want dankzij de warmte, onbekendheid van de beurs en wellicht ook wel de locatie, was er de hele dag slechts sprake van binnendruppelend publiek. De meeste bezoekers bij de stands waren stripmakers die collega’s kwamen opzoeken. Van de frisse garde werden onder andere Aimée de Jongh, Stephan Brusche, Flo, Johan de Rooij, Rutger Ockhorst en Emma, Mrs. Falling Monkey, gesignaleerd.Het leek een lange dag te worden. Gelukkig werd de middag gered doordat ik samen met Mattt Baay een nieuw seizoen animaties Bunbun gaat Forward, voor de website IntermediairForward.nl, heb uitgestippeld. Een plezierige samenwerking die al een paar grappige animaties heeft opgeleverd. Ook maakte de aanwezigheid van stripmakers Jean-Paul Arends (Scribbly) en Merel Barends een hoop goed: interessante conversatiepartners met wie ik de namiddagzon deelde. De gesprekken over onder andere foute Hobbits (zijn er andere dan?), het tekenwerk van Sal Buscema en John Romita Jr., Batman Begins, Frank Millers 300 en het freelancerbestaan passeerden de revue. (Begon het toch nog een beetje op een stripbeurs te lijken.) Hallie Lama mixte daar nog interessante input bij over popmuziek, waardoor het toch een geheel onderhoudende middag werd. Zoals zo vaak bepaalt het gezelschap de sfeer, niet de locatie (Kerkhoven en gerechtsgebouwen uitgezonderd, uiteraard). Toen ik aan het einde van de dag samen met de mensen van Nieuw Gehoer het pand verliet om ergens wat te gaan eten, had ik geen enkele strip gekocht. Ik had niets kunnen vinden van het lijstje dat ik in mijn hoofd had. Een stripbeurs waar je met lege handen uitkomt, is eigenlijk zijn naam niet waardig. Volgend jaar kan Arnhem wat mij betreft dus worden overgeslagen.

Afwezig aanwezig

Thursday, April 26th, 2007

Soms heb je gewoon je dag niet en kun je maar het beste faken dat alles lekker gaat. Gisteren was echt zo’n dag dat ik beter in mijn bed had kunnen blijven. De dag begon aardig en vol enthousiasme stapte ik de trein in. Toen ik echter twintig minuten op Haarlem CS op de bus moest wachten, begon er een klein groepje donkere wolken boven mijn hoofd te formeren. In de loop van de dag werd mijn humeur er niet beter op. Ik had een deadline voor een heel kort artikel. Zoals het vaak gaat: hoe korter een stukje tekst moet zijn, hoe moeilijker het is om te schrijven en dus ook hoe langer het duurt om iets fatsoenlijks af te leveren. Ondertussen kwam ik maar niet achter de gereserveerde edit-set te zitten waar ik nog vier filmpjes moest afmonteren. Ik kampte met grote concentratieproblemen en vond alles op mijn bureau interessanter dan de computer voor mijn neus. Misschien kwam het door de onverwachte verschijning van een spook uit mijn verleden vorige week, wat een beerput aan slechte herinneringen naar boven had gebracht. Misschien kwam het doordat de koffieautomaat al uren defect was. Of was misschien toch de tropische temperatuur in het kantoor en erbuiten, waardoor de processors in mijn hoofd oververhit aan het raken waren, de oorzaak van mijn arbeidsverzaking. Hoe dan ook, er kwam niets fatsoenlijks uit mijn vingers. Toen ik nog freelancer was en voor mezelf werkte, had ik ook wel eens zo’n dag, maar dan stopte ik gewoon met werken en ging ik wat anders doen. Die luxe had ik nu natuurlijk niet. Dat is het nadeel als je in loondienst bent – je wordt geacht acte de presens te geven, ook als je hoofd er even niet naar staat. Zodoende was ik afwezig aanwezig. Hard fakend dat ik drukdoende mijn werk deed. Gek genoeg was dat de juiste formule, want door het faken ging ik vanzelf aan de slag en kwam het artikel – weliswaar met pijn en moeite – toch af. En ik was meteen even van de spoken in mijn hoofd verlost.Lees ook (of niet): Schrijfblokkade.

Filmzomer!

Tuesday, April 24th, 2007

Persbericht: Bioscoopbranche verwacht filmrecord zomer 2007De Nederlandse filmbranche bereidt zich voor op de grootste filmzomer in de geschiedenis. Vanaf mei volgt de ene “blockbuster” de andere op waarbij ook de liefhebbers van “Spiderman”, “Shrek”, “Pirates of the Caribbean” en “Harry Potter” weer volop aan hun trekken zullen komen. Deze grote films van de afgelopen jaren komen in de zomer met een nieuw vervolg, respectievelijk: “Spiderman 3”, “Pirates of the Caribbean: At World’s End”, “Shrek the third” en “Harry Potter en de Orde van de Feniks”. Ook zal de langverwachte animatiespeelfilm van “The Simpsons Movie” in diezelfde periode uitgebracht worden.Andere grote zomerreleases zijn: “The Transformers”, in de categorie sequels: “Live Free or Die Hard”, “Evan Almighty”, “Fantastic Four: Rise of the Silver Surfer”, ‘The Bourne Ultimatum’. In het comedy segment: “Knocked up” en “Licence to Wed”, in het horror en sci-fi genre: “Hostel’ en “Vacancy”. Overige titels: “Becoming Jane’, ‘Ratatouille” (animatie) en “Lucky You”.Met het ontbreken van een groot sportief evenement zoals het EK, WK of Olympische Spelen dat gebruikelijk veel mensen binnenshuis houdt, ziet de filmbranche deze zomer zonnig tegemoet.“Op papier lijkt deze zomer de sterkste in de geschiedenis te worden”, aldus Wilco Wolfers, Voorzitter van de Nederlandse Federatie voor de Cinematografie (NFC) die de belangen behartigt voor de filmbranche. “Als we uitgaan van een voorzichtige voorspelling, verwachten we een groei van 3% ten opzichte van het aantal bezoekers in dezelfde periode vorig jaar. Dit komt neer op ongeveer 200.000 bezoekers meer dan in 2006. Bij een optimistische voorspelling zal dit uitkomen op 7%, wat neerkomt op een half miljoen meer bezoekers deze zomer!” Ten opzichte van de eerste 14 weken van vorig jaar is de totale recette met ruim 4% gestegen. Er verschenen dit jaar tot nu toe vier nieuwe Nederlandse films die samen 1,8 miljoen bezoekers trokken en haalden daarmee een marktaandeel van 9%. De Nederlandse zomerfilms die voor een toeloop gaan zorgen naar de bioscoop zijn: “Zoop in Zuid-Amerika” en “Wolfsbergen”.
En movielover: welke film denk jij dit jaar te gaan zien? Waar kijk je echt naar uit? En vind jij die bioscoopkaartjes ook niet vreselijk duur tegenwoordig?!

Leven met een webhoofd

Monday, April 23rd, 2007

Ze zeggen wel eens dat de dingen die je ontdekt in je jeugd, je altijd op een bepaalde manier bijblijven. Mijn passie voor strips en bepaalde stripfiguren zijn daar een schoolvoorbeeld van.

Ik moet een jaar of acht, negen zijn geweest toen ik geïnteresseerd raakte in Spiderman-strips. Een vriendje van school, Peter, had een stapel Spektakulaire Spidermans thuis liggen. Ergens tussen de nummers dertig en zeventig. (Ongeveer Amazing Spider-Man # 210 t/m 266.) Mooie verhalen geschreven door Roger Stern, Denny O’Neil en Tom DeFalco en vaak getekend door John Romita Jr. en Ron Frenz. Ze zeggen wel eens dat de dingen die je ontdekt in je jeugd je altijd op een bepaalde manier bijblijven; in het geval van Spiderman-strips gaat dit geheel op. Dat eerste stapeltje, waar ik later eigen exemplaren van kocht, gevolgd door honderden andere comics, behoren nog steeds tot mijn favoriete strips.

Vindingrijk
Bij het herlezen besef ik dat de verhalen ook nu nog aardig overeind blijven. Roger Stern had er een handje van Spider-Man tegen atypische schurken te zetten. Dus in plaats van voor de zoveelste keer Doc Ock uit de kast te trekken, zette hij het Webhoofd tegenover Juggernaut – in principe een onmogelijke vijand voor Spidey omdat hij een paar klassen te sterk is. Hierdoor benadrukte Stern twee belangrijke kwaliteiten van Spider-Man: zijn doorzettingsvermogen en vindingrijkheid – hij pareert de brute kracht van Juggernaut met intelligentie en weet daarmee de kolos te verslaan. (Een wijze les voor de jonge lezertjes.)Ook bedacht Stern de schurk Hobgoblin. Op zich is dit een recycling van de Green Goblin (Hobbie stal de spullen van de Goblin en bracht enkele verbeteringen aan), maar is harder dan zijn voorbeeld en je kunt harder om hem lachen (Omdat de Green Goblin geestesziek is, is zijn kwaadwillendheid gedeeltelijke geëxcuseerd, terwijl de Hobgoblin een heerlijke wraaklustige eendimensionale schurk is.)

Uitgebleekt pak
Voor Stern schreef Denny O’Neil de verhalen, na Stern kwam Tom DeFalco. De drie heren zetten de traditie van Stan Lee voort en mengden de actie met een flinke dosis humor. Wanneer Peter Parker in Amazing Spider-Man # 213 zijn Spider-Man-pak wast met eigengemaakte zeep, komt het pak geheel verbleekt uit de was. Omdat hij geen ander kostuum meer heeft, slingert Spidey enkele comics lang rond in een uitgebleekt pak. Dat overkomt andere superhelden nu nooit.In al deze verhalen woont Peter in een armoedig appartement in de wijk Chelsea. Zijn grootste zorgen in het leven zijn het combineren van studie en het superheldenwerk, de contant om huur zeurende huisbazin Mrs. Muggins (die eruitziet als Ma Flodder, inclusief sigaar) en levenspest J. Jonah Jameson, zijn baas en eigenaar van The Daily Bugle. Kortom, het leven van Peter Parker in die comics lijkt erg op het standaardleven van een student (afgezien van de superschurken) en is daardoor wederom heel herkenbaar. (Nog niet h erkenbaar toen ik negen was natuurlijk, toen kickte ik vooral op het pak en de krachten van Spider-Man, maar later bleken er andere echo’s van de strips in mijn leven door te galmen.)

Jeugdelixer
Op dit moment herlees ik deze comics. Misschien probeer ik de schok dat binnenkort mijn vierde decennium op deze aardkloot ingaat te ontwijken door me terug te trekken in een sfeer van nostalgie. Misschien werd het gewoon weer eens tijd om te (her)ontdekken waarom ik überhaupt met het verzamelen van strips ben begonnen. De Schone Schrijfster schreef me laatst dat het koesteren van de passies uit je jeugd het enige jeugdelixer is dat bestaat. Ik voel me nu niet precies weer negen jaar oud, maar er komen wel een hoop goede herinneringen boven door het lezen van comics. En ergens ben ik nooit volwassen geworden, dus gaat haar verhaal wel degelijk op. In ieder geval zolang als ik strips blijf lezen.
Ongetwijfeld ‘to be continued’…Lees ook: De charme van Spider-Man en Stripbeurs in Rijswijk: Goths & Cultuurfetisjisten.

Column: Koffie & Jezus

Friday, April 20th, 2007

Over koffie doen verschillende geruchten de ronde – de een zegt dat het geen kwaad kan en een stimulerende werking heeft, de ander beweert dat je na een tijdje juist slaperig wordt van koffie. Ik heb het allemaal wel een keer gehoord en mijn eigen conclusies getrokken. Wanneer ik na vijf kwartier forensen eindelijk op mijn werk aan kom, ben ik, door al het lezen onderweg, weer behoorlijk duf geworden. Na het opstarten van mijn computer is de volgende stop de koffieautomaat om mezelf weer te verkwikken. Nou moet ik zeggen dat we alleen automatenkoffie tot onze beschikking hebben en dat ik in mijn leven wel beter heb geproefd. Toch, voor kantorenkoffie is het een redelijk bakkie. Ik heb een voorkeur voor cappuccino, maar drink anders mijn oppepper graag met melk en suiker. De zwarte koffie is niet op en top uit de automaat. Toch kan ik echt uitkijken naar die eerste kop in de ochtend; in het aroma ligt de belofte van een mooie dag verscholen.Na de eerste kop beginnen de radertjes in mijn hoofd weer te werken en ga ik aan de slag. In de loop van de dag wordt deze routine geregeld herhaald. Naast het beoogde effect heeft koffie ook een sociale functie. Ik ontmoet geregeld collega’s bij de automaat en soms komen daar gezellige en nuttige gesprekken uit voort. Daarbij is een rondje koffiehalen voor je collega’s een goede manier om een goede kant van jezelf te laten zien, of een goede kant te faken. Of de mythe van cafeïne nu waar is of niet, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Als je gelooft dat iets werkt, dan werkt het negen van de tien keer ook. Het placebo-effect blijft niet beperkt tot nepmedicijnen, het geldt zowel voor koffie als voor de meeste religieuze levenshoudingen. Wat dat betreft is het vertrouwen in koffie en het geloof in Jezus gelijk aan elkaar. Als je er maar hard genoeg in gelooft, werkt alles.

Column: Goddelijke ellende

Friday, April 13th, 2007

Het wel of niet geloven in een hogere macht blijkt iedere keer weer een heet hangijzer te zijn en mensen snel in een voor of tegen kamp te brengen. Wat mij betreft hadden ze de idee God zo snel mogelijk mogen vergeten.‘God is a concept, by which we measure our pain’, zong John Lennon in het nummer The Dream is Over. De uitvinding van het concept God is wat mij betreft gevaarlijker dan de uitvinding van de atoombom. Hoewel de fall-out van een atoomexplosie voor decennia grote schade aanbrengt aan een relatief beperkt gebied, brengt het geloof in een God al millennia niet te berekenen schade aan over de gehele wereld. Op zich is het geloven in iets hogers dan jezelf niet slecht. Een individu kan er veel troost en kracht uit halen. Zolang deze overtuiging een individuele bezigheid blijft. Het gaat echter mis zodra er rondom een godsidee een collectief ontstaat en mensen voorwaarden aan je overtuiging gaan stellen – het zogenaamde dogmatisch denken komt immers altijd met geboden, beperkingen en uitsluitsels. Zodra iemand claimt de ware versie van de almachtige te kennen, betekent dit automatisch dat de andere versies fout zijn. En dan begint het gelazer. Onderdrukking, uitsluiting, zelfmoordaanslagen, oorlog – allemaal in de naam van het goddelijke gelijk.Dogma
Wat dat betreft had Kevin Smith het met zijn film Dogma naar mijn idee bij het juiste eind. Smith, zelf katholiek, wil met de film uitdragen dat het soms beter is om een vermoeden of een aardig idee te hebben van iets goddelijks, zonder dit gelijk te gieten in een geloofsstructuur. Dit wordt duidelijk gemaakt in de dialoog tussen Rufus (Chris Rock), de dertiende apostel, en Bethany (Linda Fiorentino), de laatste telg uit de Jezus-familie:

Rufus: He [God, red.] still digs humanity, but it bothers Him to see the shit that gets carried out in His name – wars, bigotry, televangelism. But especially the factioning of all the religions. He said humanity took a good idea and, like always, built a belief structure on it.

Bethany: Having beliefs isn’t good?

Rufus: I think it’s better to have ideas. You can change an idea. Changing a belief is trickier. Life should malleable and progressive; working from idea to idea permits that. Beliefs anchor you to certain points and limit growth; new ideas can’t generate. Life becomes stagnant.

Alanis
Natuurlijk ontkwam Smith niet aan het probleem dat op het moment dat God daadwerkelijk een personage werd in zijn Dogma, hij het concept vaste vormen moest laten aannemen. God moest gecast worden. De hele film wordt naar God verwezen als Hij en Zij, maar uiteindelijk neemt de goddelijke aanwezigheid de vorm aan van Alanis Morissette. Je zou je een slechtere casting kunnen voorstellen dan een getalenteerde zangeres uit Canada die bovendien een esthetisch verantwoorde uitstraling heeft. Ze zet een ontwapenende god neer die niet gespeend is van een flinke dosis humor, speelsheid en compassie. (Als God werkelijk Alanis zou zijn, had ik dit stukje natuurlijk niet hoeven schrijven en had ik me graag overgeleverd aan haar genade. ;))Veel christenen in de States vonden de film natuurlijk aanstootgevend, want er was iemand anders die zijn interpretatie op ‘hun’ collectieve idee losliet. Zodra God geclaimd wordt begint immers het gedonder. Daarom zou het goed zijn als iedereen zijn god lekker voor zichzelf houdt en voor de rest niemand lastig valt met zijn visie. Tenzij die visie een goede film oplevert natuurlijk.

Lees ook (of niet): GvD!

A case of High Fidelity

Tuesday, April 10th, 2007

Eindelijk heb ik het klassieke boek High Fidelity in huis en kan ik de woorden van Nick Hornby tot me nemen.

De film vond ik een van de beste films over break-ups en popmuziek; de filmbeelden lijken echter de leeservaring te overheersen. Het boek van Hornby is een feest van herkenning, want ik heb de film van Stephen Frears meerdere malen gezien. Hele scènes en dialoog zijn woord voor woord uit het boek overgenomen. Daarmee is de film getrouw aan het bronmateriaal. Ook al is de setting in de flick Chicago en niet Londen. Mijn enthousiasme neemt met iedere bladzijde toe. Maar terwijl ik bekende scènes teruglees, kan ik me niet aan het feit ontrekken dat ik tijdens het lezen de film voor me zie. Wanneer Rob, Barry en Dick vol bewondering naar Marie LaSalle kijken die haar nummers op het podium zingt, zie ik niet Marie maar Lisa Bonet voor me die de rol speelt in Stephen Frears’ film. Rob, Barry en Dick zijn ook John Cusack, Jack Black en Todd Louiso. Het maakt dus niet uit hoe Hornby ze heeft omschreven, het is Frears’ visie die zich aan mijn geestesoog opdringt. (Zelfs bij scènes die niet in de film voorkomen.)

Hornby beschrijft Marie LaSalle als volgt: ‘Marie is pretty, in that nearly cross-eyed American way – she looks like a slightly plumper, post-Partridge Family, pre-LA Law Susan Dey’(links). Ze ziet er dus eigenlijk helemaal niet uit als Lisa Bonet (rechts). Niet dat ik het erg vind om Bonet voor me te zien overigens. Geen echt hoogstaande actrice, maar een mooie en sympathieke vrouw.

Mensen klagen vaak dat ze liever eerst het boek lezen voordat ze de verfilming zien, want dan kunnen ze het verhaal vormen in hun hoofd. Een plaatje zegt meer dan duizend woorden, en maakt bovendien alles 100% concreet. Dat mag dan waar zijn, ik heb er in het geval van High Fidelity geen problemen mee. Ik leg het boek naast me neer en bedenk me dat het eigenlijk niet uitmaakt dat ik in mijn hoofd iets anders construeer dan Hornby ooit heeft geschreven. Wat ik zie is het verlengde van zijn visie, vermengd met de elementen die de filmregisseur heeft toegevoegd. Het ervaren van een boek is altijd een collaboratie tussen auteur en lezer. Die neemt het geschrevene en maakt er zijn eigen ding van. Daar is nu alleen de filmtekst bijgekomen, wat het materiaal – wat mij betreft – alleen maar rijker maakt.

Zie ook: Tenacious D in The Pick of Destiny.

Geestelijk ongesteld

Sunday, April 8th, 2007

Het is weer zover en ik herken ‘t meteen…De zon schijnt, mensen lopen met lekkende ijsjes, met elkaar of beschilderde eieren over straat. Maar dat kan me niet deren. Het is weer zover, ik weet ‘t. Zo nu en dan heb ik er last van en daar is niets aan te doen. Ik geef me eraan over en weet dat het wel weer over zal waaien. Ik heb geen zin om iets te doen, geen zin om buiten te zijn, mensen te zien, de telefoon op te nemen. Laat mij maar even sololeven. Geen puf om op te ruimen, verhalen te schrijven, het nieuws te vernemen. Het enige wat ik kan doen, is rustig binnenblijven, cd’tje draaien en in mijn eigen sop gaar koken tot het weer voorbij is. En dat gaat het uiteindelijk ook wel – niet vandaag, dan maar morgen. ‘Geestelijk ongesteld’ noem ik het. Zo’n moment dat je genoeg hebt van alle prikkels en signalen van buiten, van vluchtige contacten die verwaaien, loze woorden, beloftes en lauwe passies. Genoeg van het nadenken over toekomst en verleden – ik verblijf liever even in een passief heden. Niet meer denken aan…; niet meer dromen van… Even niets, behalve mezelf en de rauwe stem van David Pirner (Soul Asylum) die een poëtisch verhaal zingt over de schaduwzijde van het leven. Daar wil ik even in blijven, die schaduw die me aan het zicht van anderen onttrekt. De muziek biedt troost, warmte en doet me langzaam beter voelen.Langzaam komt de zin weer terug in mijn leven. Nog even… nog even…

Burtons Batman 4: Waarom Batman en de Joker niet zonder elkaar kunnen

Friday, April 6th, 2007

De Joker is de aardsrivaal van Batman. Hij mocht daarom niet in de eerste Batflick van Burton ontbreken: een analyse van de relatie tussen Bats en de Crown Prince of Crime.
De jarenlange stripgeschiedenis van de Dark Knight kent verschillende versies van de Joker. Zo is de Joker in de televisieserie uit de jaren zestig een onschuldige grappenmaker, terwijl Frank Millers Joker een psychotische moordenaar is die zonder met zijn ogen te knipperen 200 man vergast tijdens een televisieshow. Millers Joker lijkt ook gay te zijn – hij draagt lippenstift en noemt Batman ‘darling’. William Uricchio en Roberta E. Pearson (in boek The Many Lives of the Batman) geven aan dat veel van de figuren die het Batman-universum bevolken volgens dezelfde parameters kunnen worden gekarakteriseerd. Ze omschrijven de Joker als volgt:

The Joker has traits/attributes (rhetorical mode and whimsical approach to crime), fixed and iterative events (an origin story and obsessive criminal activities), recurrent characters (Batman and Robin), setting (Gotham City) and iconography (green hair, white face, bright red mouth set in a permanent grin).

De Joker uit de strip: antithese
Ondanks verschillende interpretaties blijven de rollen die Batman en de Joker vervullen hetzelfde. De Joker is de antithese van Batman, zijn tegenhanger. Waar Batman orde en gezag vertegenwoordigt en deze twee waarden ook probeert te handhaven, staat de Joker juist voor chaos en het overhoop gooien van orde en gezag. Miller zegt hierover:

‘The Joker is Batman’s most maddening opponent. He represents the chaos Batman despises, the chaos that killed his parents.’ (Miller geïnterviewd door Christopher Sharrett in 1991).

Waar Batman een duister figuur is die het liefst in de schaduwen blijft, is de Joker juist kleurrijk en eist hij luidruchtig zijn plaats op in de spotlights. Ten slotte handelt Batman rationeel en de Joker volledig irrationeel: hij gedraagt zich als een klein kind, die de driften van zijn id niet kan onderdrukken. De Joker vervult in Batman dezelfde rol als in de strips: hij is een chaotische kracht die de orde bedreigt. In wezen probeert de Joker een orde te scheppen naar zijn eigen maatstaven. Hij wil de wereld vormen naar zijn ideaal – alle elementen die hem niet aanstaan, worden aangepast of vernietigd. Zo probeert hij in de film zijn schoonheidsideaal op te leggen: in de museumscène laat hij alle schilderijen vernietigen die niet aan dit ideaal voldoen en zijn voormalige vriendinnetje (Jerry Hall – toen bekend als fotomodel) wordt ook naar zijn evenbeeld herschapen. Dit gedrag kenmerkt overigens het typische Burton personage:

‘They are constantly trying to alter their surroundings aesthetically, to make them more beautiful and poetic, to assimilate them into their own imagination. Whether these changes are material or only notional, the outside world thus becomes a product of fantasy, a Romantic fiction…it becomes art,’ aldus Helmut Merschmann in zijn studie over Tim Burton.

Zowel de Joker als Batman proberen met hun trauma om te gaan door de wereld hun orde op te leggen. Omdat hun ideaalbeelden tegenovergesteld aan elkaar zijn, staan beide figuren ook tegenover elkaar. Oorsprong van de chaos
In de eerste versie van de origin story van de Joker, vertelt in Detective Comics #168 (1951), is de Joker een labmedewerker die besluit een miljoen dollar te stelen van de Monarch Playing Card Company. Hij verkleedt zich als de schurk Red Hood en draagt een rode helm met ingebouwd zuurstofmasker. Hij weet te ontsnappen aan Batman en de politie door in het chemische afval van de fabriek te springen. De chemicaliën hebben echter zijn uiterlijk voorgoed veranderd. In Batman verandert Jack ook in de Joker doordat hij in het vat met chemicaliën terechtkomt. Alleen is het dit keer een ongeluk in plaats van een bewuste sprong. Dit maakt Napier tot een slachtoffer van het lot. Daarbij is Batman nu medeverantwoordelijk voor de Joker: het lukt hem immers niet om Jack vast te houden zodat deze valt. Ook wordt de kogel, die Jacks gezicht beschadigt, weerkaatst door het metaal in Batmans handschoen. De achtergrond van de Joker is in de film heel anders dan in de strips. Hoewel de Joker altijd al een misdadiger was, is hij in de strips nooit neergezet als een harde gangster zoals Jack Napier.
Door hem de moordenaar van Bruce Waynes ouders te maken, wordt er een belangrijk verschil aangebracht in de origin story van Batman. Volgens de oorspronkelijke mythe zijn Thomas en Martha Wayne vermoord door een straatrover met de naam Joe Chill. Later bleek deze Chill de moord in opdracht van ene Lew Moxon gepleegd te hebben. Chill liet de kleine Bruce leven, zodat deze kon getuigen dat het om een straatroof zou gaan. Jaren later weet Batman beide mannen hiermee te confronteren, voordat ze om het leven komen. Cirkel
Zo wordt de geschiedenis tenminste uitgelegd in De onbekende legende van Batman van Len Wein, John Byrne en Jim Aparo. In Batman: Year Two, van Mike W. Barr, Alan Davis en Todd McFarlane, wordt een variatie op dit verhaal verteld. Joe Chill is nog steeds de moordenaar van Batmans ouders, maar over Lew Moxon wordt met geen woord gerept.In de film worden de Waynes vermoord door de jonge Jack Napier. Vele jaren later wordt Napier echter de Joker, mede door toedoen van Batman. Hierdoor ontstaat een cirkel van gebeurtenissen. De geboorte van Batman maakt het ontstaan van de Joker mogelijk. Het is overigens een handig narratief middel om de oorsprong van de held met die van de schurk te verbinden: omdat in een film binnen een tijdspanne van twee uur het gehele concept en wereld van de superheld geïntroduceerd moeten worden, is een compacte vertelling wenselijk. Een van de mogelijkheden om dit te bewerkstelligen, is het samenvoegen van noodzakelijke gebeurtenissen zoals de origin stories. Motivatie
Door de verandering in Batmans oorsprong rammelt er wel wat aan Bruce’s trauma: aangezien de Joker aan het einde van de film sterft, en Batman dus wraak heeft kunnen nemen op de moordenaar van zijn ouders, rijst de vraag waarom hij zijn mantel niet voorgoed in de kast hangt. Bruce lijkt zijn lot te hebben vervuld en kan zelfs een gezin stichten met Vicki Vale. Met andere woorden: Bruce kan nu eindelijk volwassen worden. Toch kiest hij ervoor om Batman te blijven. Misschien zit de verklaring hiervoor in de volgende dialoog. Wanneer Vicki Bruce confronteert met zijn Batman-identiteit in de Batcave, zegt ze dat ze niet weet wat ze van zijn alter ego moet denken:

Vicki
I’ve loved you since I met you.
But I don’t know what to think of all this. I really don’t.

Bruce
Look, sometimes I don’t know what to think about this.
It’s just something I have to do.

Vicki
Why?

Bruce
Because nobody else can.
Look…I tried to avoid all this, but I can’t.
This is how it is. It’s not a perfect world.

Vicki
It doesn’t have to be a perfect world.
I just gotta know, are we going to try to love each other?

Bruce
I’d like to. But he’s out there right now.
And I’ve gotta go to work.

Ondanks het feit dat de moord van zijn ouders gewroken is aan het einde van de film, houdt Bruce vast aan zijn eed om alle misdaad te bestrijden. Hier zijn twee redenen voor te bedenken. In de eerste plaats heeft Bruce Batman nodig om niet gek te worden, om het idee te behouden dat hij controle heeft over de chaos. Daarnaast doet de dood van de Joker niets af aan de traumatische ervaring van de moord op Bruce’s ouders. Hierdoor is Bruce Batman geworden, en dat is niet meer te veranderen – Bruce kan niet meer terug.In de tweede plaats berust Bruce zich in zijn lot, hij kiest ervoor om Batman te zijn. Hij ziet het bestrijden van misdaad als zijn taak, zijn roeping, omdat niemand anders dit volgens hem kan doen. Dit deelt Batman met de andere superhelden die hun talenten en krachten inzetten voor een hoger doel, de bescherming van gewone stervelingen. Een verschil met Spider-man is bijvoorbeeld wel dat Peter Parker uit schuldgevoel handelt, terwijl Batman uit wraak de misdaad bestrijdt. De verschillende motieven maken de helden uniek, maar het effect ervan blijft hetzelfde bij iedere superheld: het helpen van gewone stervelingen.

Column: Enquête 2

Wednesday, April 4th, 2007

Vanmiddag werd ik onverwachts gebeld door een enquêtebureau uit Londen. Een prachtige vrouwenstem vroeg mij of ik tijd had om even wat vragen te beantwoorden. Ik zat net onderuit gezakt met een kop koffie, dus dat vond ik wel best.Een hele reeks vragen met betrekking tot enkele consumptiemiddelen stortte ze over me uit. Of ik Budweiser dronk, of dat ik toch meer de voorkeur gaf aan Heineken, en zo ja, in welke mate die voorkeur voorkwam op een schaal van één tot en met vijf. En of ik CNN keek (‘Alleen bij een ramp die groot genoeg is’,) en Discovery Channel. Geduldig beantwoordde ik alle vragen en gaf ik m’n mening op een schaal van één op vijf. Ze had een mooie, zachte stem. Ik stelde me een knappe meid van zo’n jaar of vijfentwintig voor met lang blond haar en heldere ogen. Terwijl ze wat vroeg over een naargeestig fotomerk, droomde ik weg. Een strand; twee handdoeken; zij en ik spetterend in het water. (‘Ja, ik drink graag Heineken als het warm is.’ )Ik vroeg me af wat een Nederlands meisje in Londen deed. Waar kwam ze vandaan? Wie was ze? Wat waren haar dromen? What made her clock tick? (‘Nee, ik kijk nooit naar Cartoon Network, als ik tekenfilmfiguren wil zien, kijk ik wel naar het parlement.’) Hoe was het weer in Londen? (‘Budweiser geef ik een vijf. Alleen die naam al, alsof je het over een dikke kikker hebt. “Bud. Bud”.’)Ze zat vast achter een lang bureau in een ruimte waar vele andere meiden zaten. Allemaal in een apart hokje. Voor haar een mok koffie of een kopje thee, een toetsenbord en een pc. Misschien een pakje sigaretten, die ze natuurlijk alleen in de pauze mocht nuttigen. (‘Hoe lang doe je dit eigenlijk per dag? Acht uur, goh.’) Misschien een foto van een kind of vriendje ernaast, maar waarschijnlijk niet, want dergelijke bureaus waren altijd onpersoonlijk. Bovendien mochten de telefonistes niet afgeleid worden. (‘Een twee voor Sony. Nee, Coca Cola drink ik ook niet.’) Had ze een jurk aan, of was het meer een girl in jeans? Wat wilde ze uit het leven? Was ze gelukkig? Misschien was ze wel een studente, ik nam aan dat je niet de rest van je leven vragen aan andere mensen wilde stellen en dat het gewoon een bijbaantje zou zijn. Wat voor muziek deed haar hart sneller kloppen? Hield ze van film en cabaret? (‘Welk merk plakband? Wat een vraag. Als het maar plakt, toch? Nee, voor Corona ga ik echt niet een straatje verder als deze winkel het niet heeft.’)Wie was deze meid met de mooie stem? (‘Of ik nog even m’n naam wilde geven. Het moest niet, hoor. Alleen m’n voornaam dan. Nou bedankt voor het gesprek. Je was erg geduldig en aardig. Nog een prettige dag.’)Ik hing op en voelde me leeg. Ik had haar al die antwoorden gegeven en ze had niet een van mijn (ongestelde) vragen beantwoord.
Is er dan geen rechtvaardigheid meer in dit leven?A: Heel veel.
B: Redelijk
C: Ongeveer
D: Nee
E: Absoluut
F: Weet niet/ geen meningGraag een antwoord op een schaal van één tot vijf.Zie ook: Enquête.

Film: Ghost Rider

Sunday, April 1st, 2007

Ghost Rider is nooit de interessantste held van de Marvel-stal geweest: een skelet met een brandende schedel op een helse motor die misdadigers straft. Het ziet er cool uit, maar heeft verder weinig om het lijf. Hetzelfde kan gezegd worden over de verfilming van de strip.Nicholas Cage speelt de ‘getormenteerde’ stuntrijder Johnny Blaze, die een deal sluit met Mephistopheles met zijn ziel als ruilobject. Hierdoor wordt hij gedwongen de liefde van zijn leven voorbij te rijden, maar wanneer hij Roxanne jaren later weer tegenkomt, ontbrandt het oude vuur voor haar opnieuw. Net op het moment dat Mephistopheles een beroep doet op Johnny en hem verandert in de Ghost Rider – de nachtrijder die zielen ophaalt voor de duivel. Een baan die een relatie goed in de weg kan zitten. Wat Ghost Rider vooral ontbeert is spanning. Nergens zit je op het puntje van je stoel, of zelfs maar halverwege. De schurken zijn niet bedreigend of boeiend. De romance tussen de held en het meisje is lauw, al vormt het wel een belangrijk element in de film. Niet alleen Ghost Rider is zijn ziel kwijt, het verhaal waarvan hij het middelpunt is, is al net zo zielloos. Plichtmatig worden enkele superheldenclichés doorlopen: de dood van de vader(figuur), het ontdekken en ontplooien van de krachten en het vriendinnetje dat als lokaas wordt gebruikt door de tegenstanders. Regisseur Johnson mengt wel een paar aardige grappen door het geheel en geeft daarmee een voorzichtige knipoog naar het genre.Easy rider
De scène waarin Johnny aan zijn Roxanne uitlegt dat hij niet op hun date kon verschijnen omdat hij als skelet enkele boosdoeners moest straffen, is wat dat betreft geslaagd. Welke superheld heeft dat probleem immers niet. Ook is de casting van Peter Fonda als de duivel een aardige vondst: Easy Rider meets Ghost Rider. Toch kan de film niet worden beschouwd als comedy of parodie. Daarvoor zit er weer te weinig humor in.Wat overblijft zijn prikkelende visuals: met de stunts en specialeffects zit het wel snor – het ziet er allemaal lekker uit. Diepgang moet voornamelijk komen van het decolleté van Eva Mendes die het ‘vriendinnetje van’ speelt. Mark Steven Johnson regisseerde eerder Daredevil, en leverde pas met de director’s cut een boeiende flick af. (De bioscoopversie werd verknipt door de studio – waarmee bijna alle psychologie uit het karakter werd geknipt.) Het zou natuurlijk kunnen dat voor Ghost Rider hetzelfde geldt, maar ik vermoed van niet. Deze rit kun je aan je voorbij laten gaan.