Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for March, 2007

Burtons Batman 3: Terug naar de bron

Friday, March 30th, 2007

Wanneer een superheld wordt verfilmd, moeten er altijd de nodige aanpassingen worden gemaakt. Daarom is Burtons Batman niet precies de held uit de strip. Een kijkje naar de overeenkomsten en verschillen. In feite bestaat er natuurlijk niet één versie van Batman: iedere tekenaar zet hem immers anders op papier. Hetzelfde geldt voor acteurs: iedere acteur creëert zijn eigen versie. Het casten van de juiste acteur was daarom geen gemakkelijke opgave. Acteurs als Mel Gibson, Pierce Brosnan, Charlie Sheen en Bill Murray (!) waren in de running voor de rol. Maar voor Burton was Michael Keaton de perfecte Batman. Het postuur van Keaton was atletisch, maar hij was geen Schwarzenegger. Hierdoor had de regisseur meteen een realistisch motief voor het vleermuiskostuum.Zoals Burton zelf zegt:

‘Bij die gozer kun je je voorstellen dat hij een bat-pak draagt; hij doet dat omdat het nodig is, omdat hij niet zo’n gigantisch bedreigende macho is.’

Het kostuum maakt van Keaton een creatie van de nacht, een onaards wezen dat een bedreiging vormt voor de misdaad.Over de casting van Keaton als Batman waren de meningen flink verdeeld, omdat hij tot dan toe vooral in komedies had gespeeld. Mensen waren bang dat Batman weer camp zou worden. Maar Burton was heel wat anders van plan:

‘I thought about being true to what I loved about the original idea, and I think in the spirit of it, it’s close to Bob Kane,’ zegt Burton over zijn interpretatie van Batman in Burton on Burton (Salisbury 1995: 74).

Duistere vigilante
Burtons film is aan te duiden als een adaptatie in de geest van het oorspronkelijke werk. Er zijn twee elementen van de eerste verhalen die prominent in de film terug te vinden zijn: Batman als duistere vigilante en gangsterverhalen uit de jaren dertig.Het verhaal van de film speelt in de begindagen van Batman. Net als in zijn eerste optreden in Detective Comics #27 wordt de beschermer van Gotham gezien als een misdadiger – hij opereert los van de politiemacht. Zoals Gordon in de film tegen reporter Alexander Knox zegt: ‘Knox, for the ninth time, there is no Bat. If there were, we would find him…we would arrest him.’Burtons Batman is net zo meedogenloos als de vroege stripversie: wanneer hij tijdens de climax van de film oog in oog staat met de Joker, de moordenaar van zijn ouders, wil Batman hem vermoorden. Vlak ervoor heeft Bats nog een schurk laten doodvallen in het driehonderd meter hoge trappenhuis van de kathedraal. De vroege stripverhalen van Bob Kane waren geïnspireerd door gangsterfilms uit de jaren dertig en het Duits expressionisme.

‘Kane was a fan of Little Caesar (USA: Mervyn LeRoy, 1931) and The Public Enemy (USA: William A. Wellman, 1931), and explicitly aimed for a “Warner Brothers look” in the early stories’, volgens Will Brooker in Batman Unmasked (2000).

De urbane setting van Burtons film, met smalle straten, vuile steegjes met rook uit pijpleidingen en putdeksels, heeft een look die verwijst naar de gangsterfilms uit de jaren dertig/veertig, gecombineerd met een Film Noir-belichting (veel slagschaduwen en licht vanuit één bron, wat het geheel een sinister uiterlijk geeft). Sublimatie
Burtons Batman wijkt op belangrijke punten af van de versie van de stripheld zoals die ten tijde van de film werd voorgesteld: Batmans uiterlijk komt niet overeen met die van de strip – hij draagt een pak met voorgevormde spieren terwijl Bruce Wayne in de strip atletisch en gespierd is. Daarbij leidt Bruce Wayne in de comics een celibatair leven. In de film heeft hij een seksuele relatie met Vicki Vale. (Volgens Frank Miller is Batman in de comics niet seksloos, maar sublimeert hij zijn seksuele driften door al zijn energie op de misdaadbestrijding te storten.) Deze twee veranderingen kunnen gezien worden als een vermenselijking van het strippersonage.Dode schurken
Een laatste verandering heeft echter grote consequenties: de Joker wordt in de film geïdentificeerd als gangster Jack Napier, hij krijgt hierdoor een naam, en blijkt de moordenaar te zijn van Bruce Waynes ouders. Hij sterft aan het einde van de film. Dit zijn grote veranderingen ten opzichte van de comics. In Millers The Dark Knight Returns gaat de Joker ook dood, maar dit verhaal speelt zich af buiten de continuïteit van het Batman-universum. Over het algemeen gaat een prominente schurk als de Joker niet zomaar dood in de strips. En wanneer een superschurk in een comicserie sterft, is dit meestal maar van korte duur. Norman Osborn stierf halverwege de jaren zeventig in The Amazing Spider-Man, maar herrees uit de dood in de jaren negentig. Tijdens zijn absentie hebben andere personages de rol van de Green Goblin op zich genomen – met andere woorden: een superschurk kan niet echt sterven. In superheldenfilms is de dood van de schurk aan het einde van de film echter eerder gewoonte dan uitzondering.Next: een blik op de relatie tussen Bats en de Joker. Zie ook de andere posts over Burtons klassieker Batman.

Column: Hey Buffy!

Tuesday, March 27th, 2007

Hey Buffy,
I was just wondering how you were doing, after yet another apocalypse. I mean, don’t you ever get tired of all the vamps that are out there to bite you? (Although one cannot really blame them, you just have the perfect neck for it…) Well, we never get enough of you, so I guess I am saying we kind of miss you right now. Primetime television isn’t the same without the vamp-ass-kicking blond chick that makes even dead hearts beat faster. I mean let’s face it: what is there to look forward to since all access to Sunnydale is closed off. (And what the fuck is Joss doing nowadays anyway?? Fucking Fire Flights or something?) What is there to talk about now there are no more evils to fight, no more vamps to dust and no Willows, Taras, Faiths, Dawns and Kennedies to drool over? You thought your life was tough, well, just think about a world without the Scoobies – now that’s tough.

buffy_the_vampire_slayer_I just wish we could walk down Sunnydale’s main street one more time, get a latte next to the magic box… hang out at the Bronze en get real drunk while listening to Oss’ band (the only way to endure their music is to get really drunk anyway… but who ca-res…). Or have one of those nice long conversations while patrolling. Ah well, I guess it wasn’t meant to be… I mean, I guess I am not dead enough for you. Uhm, I’m sorry that wasn’t really fair, now was it? Just having a really though time here…But one can-not help wondering, while waking up in the morning, and noticing there is still a world because you saved the damn thing once again, what’s happening in your life. Does Giles still has morning breath before his first coffee (Sorry G.) and is Willow finally capable having an orgasm without floating around? (You know how those witches can get.) And what about our Xander… the heart of the team, the man of men.. the carpenter with wit..Okay, I am feeling kind of nostalgic, and will stop with this silly nonsense. Just wanted to say that people over here are thinking about you. Hope everything worked out with Spike, and if not, there is always Andrew… (Just kidding, tell him I said hi… and thank him for the Star Wars collectors Pyjama’s: they are very comfy.)Take care, wherever you are. And if you ever need help staking a dead guy, you only need to holler.Love always,
One of the fans (who basically has no life now the fat lady has finished her song and the show of all shows is over).(Tas, deze was voor jou :-))

Bones: Gore and beauty

Saturday, March 24th, 2007

Een cynische en eenzame forensisch antropoloog van het Jeffersionian instituut werkt samen met een team van specialisten en een eigenwijze FBI-agent om langlopende moordzaken op te lossen. Dat is in het kort waar de serie Bones om draait. Bones omvat echter meer dan de som der delen. De serie is een interessante mengeling van elementen die we eerder hebben gezien in andere series. Dr. Temperance “Bones” Brennan (Emily Deschanel) is een Knappe Kop die te veel rationeel nadenkt en moeite heeft met emotionele zaken en intermenselijk contact. Ze komt daardoor over als afstandelijk en een tikje contactgestoord. Eigenlijk is ze een aantrekkelijke versie van Data (de androïde uit Star Trek: The Next Generation): ze probeert de aard van de mens te ontrafelen, en kan vol verbazing naar de meest basale handelingen kijken. Daarentegen schrikt ze niet terug van een lijk dat aan een boom hangt, waarvan de oogkassen lekker worden opgepeuzeld door een stel kraaien.
Seeley Booth (David Boreanaz) is in veel opzichten tegenovergesteld aan Bones. Hij is een FBI-agent die vaak vanuit zijn hart redeneert. Hij gaat niet alleen af op feiten en laat zich leiden door zijn intuïtie. Hij heeft een zoontje, Parker genaamd, en probeert een zo goed mogelijk voorbeeld te zijn voor zijn kind. Hoewel het duo tegen wil en dank samenwerkt, blijkt al snel dat ze elkaar goed aanvullen. De relatie tussen Bones en Booth evolueert langzaam van wederzijds wantrouwen naar vriendschap. Ondertussen spettert de onderhuidse seksuele spanning tussen Bones en Booth bijna van het scherm. Het is te hopen dat het moment dat ze fysiek samenkomen zo lang mogelijk wordt uitgesteld: toen Mulder en Scully elkaar vonden was dat de doodsteek voor The X-files. Stoffelijk overschot
Het oplossen van misdaden door het verzamelen van aanwijzingen in forensisch materiaal is al een tijdje in de mode, getuige populaire televisieseries zoals CSI. Toch biedt Bones fascinerende elementen die het kijken de moeite waard maken. Het beeld van de bloedmooie onderzoekster die skeletten en andere overblijfselen betast biedt een interessant contrast tussen aantrekkelijke schoonheid (dr. Temperance Brennan voor de duidelijkheid) en de afstotelijke aanblik van een halfverteerd stoffelijk overschot. Horrorfilms bieden eenzelfde botsing tussen schoonheid en verafschuwing: jonge mooie mensen die overladen worden met bloed, stukjes schedel of andere lichaamsdelen, is niet ongebruikelijk in het genre. Daarbij wordt altijd het knappe blondje als eerste in mootjes gehakt door de psychopaat. Iets wat Dr. Brennan overigens niet snel zal overkomen, want naast haar scherpe geest, heeft ze ook de juiste ‘moves’ om onverlaten van zich af te schoppen. Iedere aflevering moet er een moord worden opgelost aan de hand van kleine aanwijzingen die alleen de experts kunnen opmerken – dit levert het nodige technisch gebabbel op. Mensen houden nu eenmaal van het oplossen van puzzels. Toch is het mysterie wat mij betreft secundair. De charme van de serie zit hem in de onderlinge verhoudingen tussen de personages. Zoals vaak het geval is bij dit soort series, draait de aantrekkingskracht meer om wat de personages met elkaar uitspoken, dan de zaken die opgelost moeten worden. In eerste instantie kijkt men immers ook niet naar ER of Grey’s Anatomy vanwege de patiënten. (Tenzij een patiënt iets met een dokter krijgt natuurlijk.)Humor is het tweede beslissende element in de serie. De bijfiguren, de collega’s van Bones, zijn allemaal typische nerds die, al zijn ze wat vreemd, erg menselijk zijn en met wie en om wie je hartelijk kunt lachen. Specialisten, mensen die geheel opgaan in hun werk, zijn daarnaast fascinerend om te observeren.Engel
David Boreanaz geeft gestalte aan de sympathieke en tevens complexe agent Booth. Boreanaz werd bekend door zijn vertolking van Angel – de vampier met een ziel – in de cultserie Buffy The Vampire Slayer. Boreanaz weet een goede balans te vinden tussen de humor en serieuzere momenten. Emily Deschanel is wellicht het meest bekend door de kleine rol van receptioniste die Peter Parker dist in Spider-Man 2. Ze geeft dr. Brennan de nodige gratie mee. Toch is haar Data-kant, de koude afstandelijke observator van alles wat menselijk is, minder overtuigend. Daarvoor hadden ze wellicht een actrice moeten maken die er meer als nerd uit ziet. Na de eerste paar afleveringen wordt ze al snel menselijker neergezet en doet een subplot rondom haar verleden zijn intrede. Ondanks de eerder betreden paden biedt de serie een fris perspectief. Het is de vraag hoe lang ze haar glans blijft houden, maar voorlopig biedt Bones lekkere kijkkost voor op de late avond. Op dit moment wordt Bones uitgezonden door ReuTeL-5. Daar zijn ze sinds kort weer begonnen bij seizoen één, zonder dit vooraf aan te kondigen of duidelijk te maken wanneer er weer nieuwe afleveringen worden getoond. Deze onbedachtzaamheid naar de vaste kijker toe is typisch voor commerciële omroepen. Aan de andere kant geeft dit nieuwe kijkers een tweede kans deze boeiende serie te volgen.

Film: Tenacious D in The Pick of Destiny

Wednesday, March 21st, 2007

In The Pick of Destiny gaat het duo Tenacious D op pad om het heilige plectrum te stelen uit The Rock-‘n-roll History Museum. Melige onderbroekenlol, maar vooral veel coole songs volgen elkaar in rap tempo op. Wanneer Jack Black gitarist Kyle Gass ontmoet in Venice Beach is hij als betoverd door zijn spel. Hij gaat bij de gezette ‘soloartiest’ in de leer totdat blijkt dat Gass leeft van het zakgeld dat zijn ouders hem toesturen en allesbehalve een beroemde muzikant is. Toch vormen de heren samen de band Tenacious D – ‘de beste band in de wereld’.

Het filmverhaal geeft de (fictieve?) geschiedenis weer van Tenacious D. In werkelijkheid bestaat deze band, of rockparodie – het is net hoe je het bekijkt – al een aantal jaren. Behalve een cd en optredens was er ook een kortlopende televisieserie voordat deze film het licht zag.

Humor
Films over rockmuziek zijn meestal niet echt serieus te nemen, en worden geserveerd met een flinke dosis humor. Een traditie ingezet met This is Spinal Tap (1984) van Rob Reiner en voortgezet met films als Rock Star (Stephen Herek, 2001), Detroit Rock City (Adam Rifkin, 1999) en natuurlijk de klassieker Wayne’s World (Penelope Spheeris, 1992). Uitzondering is Almost Famous uit 2000, waarin de terugblik op jaren zeventig-rock van regisseur Cameron Crowe ruimte laat voor een brede glimlach, maar waarin nostalgie toch de overheersende factor is.

De rockfilm Tenacious D in The Pick of Destiny is een comedy én een musical. Jack Black en Kyle Gass mogen dan ogen als twee onwaarschijnlijke rockgoden, ze spelen groovy gitaar rifs en zingen pakkende teksten. Tussen de vele ‘fucks’ door geven de songteksten de gevoelens en gedachten van de personages weer – dit is kenmerkend voor de musical.

De muziek van de D is een lekker klinkende parodie van rockmuziek en valt daarmee in de traditie van het werk van Frank Zappa. Het klinkt als rock, maar wie goed luistert, hoort dat de draak wordt gestoken met reguliere songteksten.

High Fidelity
Jack Black begeeft zich op bekend terrein. Rockliefhebber speelde hij ook al in High Fidelity (Stephen Frears, 2000) en School of Rock (Richard Linklater, 2003). Hij zet in al deze films een manische en fanatieke wannabee rocker neer. In een film die iets meer dan 90 minuten duurt, voelt zijn ritalinarme aanwezigheid soms als iets te veel van het goede, maar omdat de film de vaart er flink in houdt, en de ene ‘foute’ grap na de andere elkaar opvolgen, is er geen tijd voor grote ergernissen. Daarbij werkt Blacks enthousiasme aanstekelijk. Bovendien kan hij een aardig deuntje zingen.

Let vooral ook op de grappige bijrollen van Ben Stiller en Tim Robbins. De film biedt genoeg lachsalvo’s om met een prettig prikkelend gevoel de zaal uit te lopen.

Kortom: this movie rocks!

Striprecensie: Bloeddorst

Sunday, March 18th, 2007

De titel ‘Bloeddorst’ is goed gekozen: Nederland smacht naar horror. Criticasters die denken dat Holland geen land is voor horror hebben het mis. Niet alleen loopt het Amsterdam Fantastic Film Festival – van mister horror Jan Doense – al jaren goed, recentelijk beleefden de Lage Landen een eigen kleine horrorhausse.Vorig jaar kwamen de Nederhorrorfilms Sl8n8 en Doodeind uit, begin dit jaar het vrijwilligers filmproject Horizonica. In dat opzicht kon een goede horrorstrip natuurlijk niet achterwege blijven. Menno Kooistra maakte een selectie uit vele inzendingen en stelde de bundel van een kleine honderd pagina’s samen. (Thematische bundels lijken een trend te worden. Vorig jaar kwamen Strips in stereo en Sprookjes in Strookjes uit.) Bloeddorst geeft een goede indruk van het aanwezige tekentalent in Nederland. De bundel bevat bijdragen van Peter Pontiac, Fred de Heij, Eric Snelleman, Matt Baay, Kristof Spaey, Pieter van Oudheusden, Paul Stellingwerf – om er maar een paar van de dertig te noemen. Iedere tekenaar en scenarist doet een poging het vastomlijnde genre een eigen draai te geven. De een slaagt hier beter in dan de ander. Simpel gezegd zijn er twee typen horror: het soort waar je om moet lachen en het soort dat je doet sidderen. In Bloeddorst slaat de balans iets meer uit naar de humor. Zoals bij veel horrorfilms het geval is, worden veel verhalen in de bundel gebracht met een flinke dosis humor – een manier om onze onderbewuste monsters en angsten te neutraliseren is immers door ze belachelijk te maken: horror om te lachen dus. Een opvallende stijlbreuk zijn de twee tekstbijdragen in Bloeddorst. Deze zijn in de eerste persoon geschreven. Hierdoor bieden ze, meer dan de stripvorm, de mogelijkheid in de huid van de personages te kruipen. Dit nodigt uit tot een meer persoonlijke horrorbeleving. Horrorclichés
Het probleem met het format van korte verhalen is dat, tja, de verhalen kort zijn. Dat betekent dat de verteller vaak niet verder komt dan het uitwerken van een enkel idee. De verhalen omvatten meestal een enkele scène. De makers hebben hun best gedaan hun verhaal aan het eind een verrassende wending te geven. Enkele strips vervallen echter te veel in horrorclichés. Herhaling van zetten is weliswaar een belangrijk kenmerk van het horrorgenre, toch blijven sommige verhalen daardoor hangen in voorspelbaarheid, waardoor de wending aan het einde niet verrassend is. Blind date: extraordinaire gastronomie van is bijvoorbeeld een mooi weergegeven, maar niet echt verrassend, verhaal. De episodes die meer neigen naar experimenten zijn daarom het meest interessant om te lezen. Verhalen als Het museum aan de rand van de waanzin, van Martijn van Santen, zoekt op compacte wijze een grens tussen realiteit en surrealisme. De vertelling is speels en zelfreflexief; de tekenstijl – die ergens zit tussen realisme en humor – is daar zorgvuldig op afgestemd. Ook de bijdrage van Erik Wielaert, Lamia, prikkelt de lezer tot nadenken omdat er in de strip geen oplossing wordt geboden. Dit geeft een ongemakkelijk gevoel – een belangrijk gegeven van horror.Tot slot is de bijdrage van Stephan Brusche stilistisch uitdagend. Hij gaat qua grafische vormgeving net iets verder dan de anderen en weet de zwart-witte pagina’s een boeiende plasticiteit te geven. Nederhorror
Zombies, vampiers, demonen, psychopaten, weerwolven en kannibalen – bekende horrorfiguren maken hun opwachting in Bloeddorst. Het zijn figuren die we niet snel associëren met Hollandse cultuur. De term Nederhorror lijkt daarom niet geheel op zijn plaats: de makers zijn weliswaar van Nederlandse en Vlaamse afkomst, de setting van de verhalen is duidelijk geïnspireerd door Amerikaanse horrorfilms. De meeste horrorfilms zijn immers afkomstig uit de States en het genre lijkt in ons onderbewuste verbonden te zijn met de tableaus van de Amerikaanse cultuur.Bloeddorst wordt op mooi gladpapier uitgegeven en is volledig in zwart-wit, wat prima past bij het onderwerp. Het is te hopen dat enkele stripmakers geïnspireerd worden om langere verhalen in het genre te gaan maken. Want, ook al wordt de dorst naar horror met Bloeddorst gelest – de bundel smaakt zeker naar meer.Lees ook: Bloeddorst-borrel in Lambiek. Voor meer nieuws en recensies over strips surf naar Comicbase.

Film: WWW, What a Wonderful World

Thursday, March 15th, 2007

WWW, What a Wonderful World is een mix van verschillende genres en vertelt op speelse wijze over het leven in hedendaags Casablanca. Over een huurmoordenaar die verliefd wordt op de stem van een verkeersagente; over de prostituee die hij na elke opdracht bezoekt en de hacker die bij toeval in zijn database terecht komt.WWW, What a Wonderful World is de tweede lange speelfilm van de eigenzinnige Marokkaanse filmauteur Faouzi Bensaïdi. De film was te zien tijdens het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Vanaf 15 maart draait WWW in Rialto (Amsterdam) Lux (Nijmegen), ’t Hoogt (Utrecht) en Filmhuis Den Haag. Daarna elders in het Land.WWW, What A Wonderful World vertelt het verhaal van vier bewoners in hedendaags Casablanca. De personages zijn representatief voor verschillende aspecten van het huidige leven in deze stad vol contrasten. Kamel (gespeeld door Bensaïdi) is een huurmoordenaar die zijn opdrachten via internet krijgt. Hij heeft de gewoonte om, na het uitvoeren van zijn opdracht, te vrijen met Souad – een prostituee. Wanneer hij haar belt voor een afspraak, is het altijd Kenza die de telefoon opneemt. Kenza (de vrouw van Bensaïdi) is een verkeersagente die haar telefoon verhuurt om bij te verdienen. Kamel en Kenza voeren poëtische gesprekken over liefde en eenzaamheid. Kamel wordt na een tijdje verliefd op Kenza’s stem en gaat naar haar op zoek. Ondertussen droomt Hicham, een professionele hacker die zijn gehandicapte vader verzorgt, ervan naar Europa te reizen. Hij hackt per ongeluk in de opdrachten van Kamel. Veelbelovend
Faouzi Bensaïdi (Meknès, 1967) is een van de meest veelbelovende Marokkaanse filmmakers. Hij is een multi talent dat regisseert, acteert en scenario’s schrijft. In 2005 bracht het Filmmuseum zijn debuutfilm Mille Mois (2003) uit. Het is tekenend voor Bensaïdi dat hij met WWW niet simpelweg het succes van Mille Mois kopieert, al zijn er wel overeenkomsten tussen de films. In beide films is een subtiel commentaar op de hedendaagse Marokkaanse samenleving te lezen. Mille Mois is een ingetogen plattelandsdrama dat gesitueerd is in een Marokkaans bergdorp in de jaren tachtig van de vorige eeuw. WWW neemt de toeschouwer mee naar het hedendaagse Casablanca, waar de oude wereld naast de moderne leeft.Gemengd
WWW is een eigenzinnig vormgegeven moderne vertelling die verschillende filmgenres door elkaar mixt. Bensaïdi mengt naar eigen zeggen elementen van film noir, melodrama, de romantische comedy en de thriller door elkaar, zonder zich verplicht te voelen de conventies nauwgezet te volgen. Door deze eclectische aanpak overstijgt de film de genres. Toch moet daar wel een belangrijke kanttekening bij geplaatst worden, want in deze vreemde mix blijken niet alle elementen even goed met elkaar te mengen. De romance tussen Kamel en Kenza is origineel, maar het zijn vooral de actiescènes waar Bensaïdi goed op dreef is. Deze zijn strak vormgegeven, maar vallen toch moeilijk te rijmen met de eerdergenoemde romance. WWW, What A Wonderful World biedt een kakofonie aan beelden en visuele vondsten. De geanimeerde begintitels en de daarbij spelende muziek doen denken aan het werk van Saul Bass. Bass maakte titelsequenties voor onder andere Alfred Hitchcock en Stanley Kubrick. Bensaïdi maakt op eclectische wijze gebruik van verschillende filmische middelen: zo introduceren titels de personages en bevat de film een volledig geanimeerde actiescène. Een dergelijke greep naar animatie is niet nieuw en helaas is de animatie ook niet van zodanige kwaliteit dat deze de andere voorbeelden doet vergeten. De animatiesequentie in Kill Bill was veel beter uitgevoerd en paste ook beter in het geheel van die film. In WWW lijkt de sequentie een niet goeddoordachte toevoeging te zijn.Visuele patronen
Bensaïdi heeft een voorkeur voor niet-gecentreerde composities en wijde shots, waardoor de enscenering extra benadrukt wordt. Dit vergroot ook de afstand tussen de personages en de toeschouwer, waardoor het moeilijk wordt met de hoofdpersonen mee te leven. Bensaïdi gebruikt het gehele bioscoopscherm als een schilderscanvas en zowel de setting als de personages verworden tot visuele patronen op het scherm. Deze beeldchoreografie komt duidelijk naar voren in scènes waarin Kenza het verkeer leidt– er ontstaat dan een visueel verkeersballet. De film is niet gespeend van humor en Bensaïdi werd door zijn optreden als zwijgzame huurmoordenaar met stalen gezicht in Variety vergeleken met Buster Keaton. Behalve Bensaïdi’s droge optreden zit de humor vooral in de variatie van herhaalde gebeurtenissen in de film.WWW, What a Wonderful World is een interessante film die zeker de moeite waard is om te gaan zien. Ook al is de mix van elementen niet geheel geslaagd, de eigenzinnige visie van de regisseur biedt een interessante blik op een stad vol met contrasten.

Film: Het beeld van beginners op de arbeidsmarkt, volgens Hollywood

Tuesday, March 13th, 2007

In Hollywoodfilms zie je vier typen starters op de arbeidsmarkt.
Ze verschillen veel van elkaar, maar één ding hebben ze gemeen:
ze koesteren allemaal de Amerikaanse Droom.The Graduate, The Secret of My Success, The Firm, Wall Street, Reality Bites en Shattered Glass.
Ideale, heilige, valse en verdwaalde starters
Een pizza en een blikje fris is alles wat de jonge Brantley Foster zich kan veroorloven. Gezeten voor dit schamele avondmaal, in zijn minuscule kamer, staart hij naar zijn retourticket voor Kansas. Zijn ouders stonden erop dat hij dat zou kopen voor als hij geen baan in New York zou kunnen krijgen. Keer op keer is hij bij sollicitaties afgewezen. Zal hij het ticket gebruiken? Of blijft hij in zichzelf geloven en is er toch nog hoop op een carrière in The Big Apple?Veel starters zullen zich herkennen in Brantley Foster uit de speelfilm The Secret of My Success (Herbert Ross, 1987). Starters hebben veel met elkaar gemeen: ze zijn op zoek naar de juiste baan en eigenlijk ook naar zichzelf. Het leven vlak na de studie biedt, zo lijkt het, eindeloos veel mogelijkheden en hindernissen. Dat maakt het dankbaar materiaal voor films.Ook al zijn Hollywoodfilms over starters sterk gedramatiseerd en worden maatschappelijke kwesties erin versimpeld, ze laten herkenbare situaties zien. Cinema werkt in dit opzicht als een ‘moreel laboratorium’, zegt Wim Staat, universitair docent film en visuele cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. ‘In dat concept, bedacht door Stanley Cavell, heeft het filmpersonage een bijna onoplosbaar probleem of een dilemma. Er is een aantal manieren om hierop te reageren. Het publiek kan zich identificeren met de hoofdpersoon en het herkent de sociale rol die hij vervult. Wanneer bijvoorbeeld een huisvader in een gezinsauto een kind aanrijdt, kun je je als toeschouwer in die situatie verplaatsen en afwegen of je hetzelfde zou handelen als de hoofdpersoon.’De Ideale Starter
Is ambitieus, gelooft in zichzelf en maakt carrière op eigen merites. Hij leeft de Amerikaanse Droom.In de komedie The Secret of My Success hoopt Brantley Foster (Michael J. Fox), opgegroeid op een boerderij in Kansas, na zijn studie carrière te maken in New York. ‘Ik wil een berg geld verdienen en een betekenisvolle relatie met een mooie vrouw’, zegt hij tegen zijn moeder.Tijdens een reeks sollicitaties blijkt dat Brantley te weinig werkervaring heeft. Een klassieke starterssituatie: zolang je niet kunt werken, kun je geen ervaring opdoen, maar zonder ervaring kom je niet aan de bak. Brantley moet het aanpakken op de ouderwetse manier: onderaan beginnen en langzaam opklimmen. Na aandringen geeft zijn oom Howard Prescott (Richard Jordan) hem een baan in de postkamer van zijn bedrijf.Brantley neemt de identiteit aan van een niet-bestaande werknemer op kantoor en leert al doende de multinational vanbinnen en -buiten kennen. Niet alleen weet hij de zaak samen met zijn tante (Margaret Whitton) over te nemen en te redden van een vijandige overname, ook verovert hij het meisje van zijn dromen (Helen Slater).Brantley is de Ideale Starter: hij wil alles op eigen kracht doen. Dankzij zijn talent en gewiekstheid staat hij binnen enkele weken (!) aan de top van een grote internationale coöperatie. Zijn tante stelt hem weliswaar tijdens een tuinfeest voor aan de juiste zakenmannen, het is echter nog steeds aan hemzelf om deze investeerders te overtuigen van zijn plannen. Brantley bewijst dat in Amerika het geld voor het oprapen ligt, als je maar je best doet en het slim aanpakt.Succesverhalen
De verbeelding van de starter in Hollywoodfilms is direct verbonden met het Amerikaanse ideaal. ‘Het gaat vaak om succesverhalen’, zegt Staat. ‘Ideologie is onvermijdelijk. Volgens het ideaal van de Amerikaanse droom ­- life, liberty and the pursuit of happiness -­ bieden de VS je de kans de persoon te zijn die je wilt zijn.’De Ideale Starter bewijst dat het idee van meritocratie werkt: iemands sociaal-economische positie wordt bepaald door zijn of haar talenten en verdiensten. Dus heeft iedereen dezelfde kansen. Staat: ‘Wie niet succesvol is, heeft dat aan zichzelf te wijten. Het ligt niet aan de Amerikaanse maatschappij.’Doet wat betreft ambitie niet onder voor de Ideale Starter. Zijn wereld is echter niet vrolijk en onbezorgd. Om de top te bereiken moet hij weliswaar slachtoffers maken, maar de Heilige Starter laat zich niet corrumperen en verloochent zijn idealen niet.In The Firm (Sydney Pollack, 1993) is Mitch McDeere (Tom Cruise) het schoolvoorbeeld van de Heilige Starter. Hij studeert cum laude af aan Harvard, hij loopt stage bij een gerenommeerde rechter, en bovendien heeft hij een bijbaan, in de horeca. Logisch dat alle advocatenkantoren op hem azen. Ze bieden hem hoge salarissen en goede secundaire arbeidsvoorwaarden.Het verhaal van Mitch is het klassieke ‘rags to riches’-scenario: hij groeide op in een trailerpark, trouwde met een rijke vrouw (Jeanne Tripplehorn) en heeft de ambitie om rijk te worden als fiscaaljurist. Daartoe neemt hij een baan aan bij een advocatenkantoor in Memphis.Helaas is deze baan minder perfect dan hij lijkt: de firma wast geld wit voor de maffia en houdt werknemers in een ijzeren greep -­ ontslag betekent de dood. Mitch weet zich van de firma en de maffia te verlossen door de wet tot op de letter te volgen. De firma factureert namelijk systematisch meer dan de gewerkte uren aan haar klanten en dat is een misdrijf. Uiteindelijk heeft Mitch de wet herontdekt en is zijn huwelijk gered. Samen met zijn vrouw begint hij een idyllisch klein advocatenkantoor.Net als Mitch McDeere kan beursmakelaar Bud Fox (Charlie Sheen) de verleidingen van een snelle carrièrestap uiteindelijk weerstaan. In Wall Street (Oliver Stone, 1987) krijgt Bud, afkomstig uit de arbeidersklasse, de kans te werken voor belangrijke handelaar Gordon Gekko (Michael Douglas), maar die blijkt handel te drijven met voorkennis. Uiteindelijk besluit Bud Gekko aan te geven, hoewel die hem rijk en machtig had kunnen maken. Evenals Mitch McDeere in The Firm heeft Bud geleerd dat normen en waarden belangrijker zijn dan een snelle carrière.De Valse Starter
Tegenpool van de Heilige Starter. Net zo ambitieus als de andere starters, maar in tegenstelling tot hen is de Valse Starter bereid alles te doen om de top te halen.In Shattered Glass (Billy Ray, 2003) is Stephen Glass (Hayden Christensen) een jonge veelbelovende redacteur bij het opinieweekblad The New Republic. Hij speelt de extreem aardige collega ­- altijd klaar met een tip of een kopje koffie -­ en stelt zich bescheiden op. Naast zijn drukke baan als journalist werkt hij tot in de kleine uurtjes aan zijn rechtenstudie, want zijn ouders willen dat hij iets heeft om op terug te vallen.Wanneer Glass levendig vertelt over zijn belevenissen, hangt iedereen aan zijn lippen. Zijn verhalen zijn te mooi om waar te zijn – ­ letterlijk: hij loopt tegen de lamp en 27 van de 41 artikelen die hij schreef, blijken gedeeltelijk of volledig verzonnen te zijn. Shattered Glass is gebaseerd op ware feiten: Stephen Glass heeft werkelijk The New Republic bedrogen.En hij is niet de enige in zijn soort. De jonge journalist Jayson Blair lichtte vier jaar lang The New York Times op met valse citaten, plagiaat en zelfbedachte scènes. Deze beginnende journalisten zijn voorbeelden van de Valse Starter: ze overschrijden normen en ethische grenzen, iets wat de Heilige Starter juist niet doet.De Verdwaalde Starter
Leeft in het zwarte gat na de studie. Hij weet niet precies wat hij wil. Hij zoekt naar een passende baan én naar zijn plek in de maatschappij.De pientere Lelaina Pierce (Winona Ryder) komt nergens aan de slag. Ze is overgekwalificeerd of heeft te weinig ervaring. Nadat Lelaina voor de zoveelste sollicitatie in haar vakgebied, de media, is afgewezen, staat ze in de lift omlaag: een visuele metafoor voor het feit dat ze haar carrièreverwachtingen naar beneden moet bijstellen.Ze mag zich dan te goed voelen voor werk bij de kledingketen Gap, waar haar vriendin Vickie (Janeane Garofalo) bedrijfsleider is, het lukt haar zelfs niet een baan in een fastfoodketen te bemachtigen. Lelaina en haar vrienden zijn allemaal op zoek naar hun plek in het leven. Ze weten wat ze niet willen, maar ze hebben geen goed alternatief.Reality Bites (Ben Stiller, 1994) vertelt het verhaal van generatie X, de twintigers die zich afzetten tegen de maatschappij van de babyboomers. Zoals Lelaina in haar afstudeerrede zegt: ‘Ze vragen zich af waarom we niet geïnteresseerd zijn in de tegencultuur die ze hebben gecreëerd, terwijl ze hun revolutie zelf hebben opgegeven voor een paar gympen.’ Maar als je de geldende waarden van de maatschappij de rug toekeert, wat dan? Daar heeft ze niet direct een antwoord op.Lelaina praat over mooie idealen en je afzetten tegen de consumptiemaatschappij, maar de huur moet toch ook worden betaald. Dat is het moment dat de realiteit ‘bijt’.Deze keuze tussen idealisme en conformisme komt terug in de relaties met de twee mannen in haar leven. Kiest ze voor Troy (Ethan Hawke), de filosofische nietsnut vol idealistisch geneuzel? Of gaat ze voor de commerciële Michael (Ben Stiller), de onderdirecteur programmering van In Your Face TV die Lelaina’s integere documentaire over haar vrienden laat verknippen tot een komische MTV-achtige trailer?Uiteindelijk kiest Lelaina voor haar idealen en voor Troy. Maar de kans is groot dat beiden zich zullen conformeren aan de heersende (commerciële) norm. Wie verder wil komen in de maatschappij moet immers het spel meespelen volgens de regels.Het zwarte gat
In The Graduate (Mike Nichols, 1967) worstelen Benjamin en zijn vriendin Elaine met dezelfde dilemma’s. Net als Reality Bites gaat deze film over het zwarte gat na de studie en het verzet tegen de oudere generatie. Na zijn afstuderen leeft Benjamin (Dustin Hoffman) in een vacuüm van verveling: dagenlang dobbert hij rond op een luchtbed in het zwembad, zoals hij doelloos door het leven drijft. Benjamins toekomstplannen zijn vaag: ‘Ik wil dat mijn toekomst ánders is’, vertrouwt hij zijn vader tijdens zijn afstudeerfeestje toe.Uiteindelijk wil hij ontsnappen aan het verstikkende milieu van zijn ouders; hij gaat niet naar graduate school, zoals zijn vader wil, en hij kiest voor een toekomst met Elaine (Katharine Ross). Daarmee maakt hij een eind aan de affaire die hij heeft met haar moeder, Mrs. Robinson (Anne Bancroft). Die leidt een ongelukkig leven sinds ze haar studie kunstgeschiedenis opgaf omdat ze zwanger werd.De twee starters willen een betere toekomst voor zichzelf. Elaine trouwt met een ander, een jongen die wél door haar ouders als ideale schoonzoon wordt beschouwd, maar kiest na de huwelijksvoltrekking alsnog voor Ben.En toch. Wanneer Ben en Elaine opgelucht hun toekomst tegemoet rijden, is het de vraag of zij de valkuilen kunnen vermijden waarin hun ouders zijn gestapt. De stilte in de bus is ambigue: hebben ze elkaar na de rebellie nog wel iets te vertellen? Weten ze waar ze naartoe gaan? Ook Verdwaalde Starter Lelaine uit Reality Bites, enkele generaties later, heeft daar het antwoord nog niet op gevonden.Dit artikel is ook gepubliceerd in Intermediair#10 (2007) en op de site van Intermediair.

Truttigheid & liefdescynisme

Sunday, March 11th, 2007

Zaterdagochtend, 9:15. Ik sta in de lange rij voor de kassa van de buurtsuper.Achter me staat een muf ruikende bejaarde ongeduldig te duwen; kinderen jengelen in de gangpaden en over de intercom klinkt het gekreun van Justin Timberlake. Ik snak naar mijn eerste slok koffie van de dag en kijk meewarig naar de spullen in mijn karretje. Voor me staat een aantrekkelijke dame met blond haar, een kleine boodschappentas en een mooi rond achterwerk. Terwijl ik haar vriendelijke gezicht bestudeer, dwalen mijn gedachten af naar het huishouden: vandaag zou ik echt mijn huis eens op orde moeten krijgen en met de administratie loop ik al decennia achter. En die lekkende wasmachine moet ook nog worden aangepakt. Waarom denk ik daar nu eigenlijk aan? Hoor ik niet te fantaseren over hoe ik de Blonde Dame wild neem op de lopende band? Of – de situatie realistisch bekeken – moet ik haar in ieder geval niet even vriendelijk aanspreken? Maar nee, mijn jachtinstinct lijkt verdoofd door liefdescynisme. Ik lijk volledig gedomesticeerd. Wat wil je ook in een tijd waarin Heleen van Royen truttigheid met het label ‘stout’ bestempelt en waarin in een documentaire op de website van zender Tien te zien is hoe mannen zichzelf in een marathonsessie afrukken voor het goede doel (was masturbatie niet ooit een goed doel op zichzelf?) Wie heeft er dan nog zin in seks? In mijn achterhoofd dreunt het deuntje ‘Where on a road to nowhere’ van de Talking Heads. Een nummer waar ik het op dit moment alleen maar mee eens kan zijn.

Tijdmanagement

Friday, March 9th, 2007

Soms moet je gewoon even weg uit de gekte van alledag en je bezighouden met zaken die écht belangrijk zijn. Vorige week had ik een extra lang weekend. Er moesten atv-dagen opgemaakt worden, dus meteen maar de vrij- en maandag geconfisqueerd. Even een paar dagen niet aan het werk op de redactie – een gewenste rust. In het tijdperk waarin tijdmanagement op nummer één staat omdat iedereen het alsmaar druk heeft, is het goed tijd in te plannen voor zaken die belangrijk zijn. In mijn geval betekent dat afspreken met vrienden, foute horrorfilms kijken, mijn cd-collectie aanvullen en opzoek gaan naar een paar interessante strips. All in a nerd’s work.Wie fulltime-en-een-beetje werkt loopt grote kans niet aan zichzelf toe te komen. (Ik hoef denk ik niemand uit te leggen dat weekends meestal opgaan aan boodschappen doen, sociale verplichtingen en huishoudelijke zaken.) Toen ik op zondagochtend heerlijk onderuitgezakt twee, door Kevin Smith geschreven, comics zat te lezen, met het vooruitzicht dat het nieuwe boek over Tim Burton ook nog lag te lonken en er drie nieuwe cd’s van The Doors geluisterd moesten worden, voelde ik een gelukzalige vrede over me heen vallen. Het was namelijk lang geleden dat ik echt tijd nam om dingen te lezen. Goed, ik forens elke dag en maak van de gelegenheid gebruik om medereizigers te negeren door in iets leesbaars te duiken (lang leve De Pers en dikke romans), dus in principe maak ik genoeg leeskilometers. Maar gewoon thuiszitten met een fijne kop koffie, goed leesvoer en eens diep in de materie verdwijnen, is een genot waarvan ik het bestaan bijna was vergeten.

Gastauteur: Writer’s block

Tuesday, March 6th, 2007

Deze keer een gastbijdrage van cartoonist Hallie Lama. Meer zien, click naar z’n site. Mijn review over Hallies werk verscheen deze week ook op Comicbase. (Maar het feit dat nu de gastbijdrage wordt geplaatst heeft daar niets mee te maken.)
Lees ook: Schrijfblokkade.

Burtons Batman 2: De wereld van Tim Burton

Sunday, March 4th, 2007

Toen Tim Burtons Batman uitkwam in de zomer van 1989 slaakten de fans een zucht van verlichting: op het witte doek was eindelijk een volwaardige versie van de stripheld te zien. Burton schotelde de kijkers een geheel eigen visie voor. De producers kozen Tim Burton als regisseur om zijn eigenzinnige stijl. In de stripwereld waren halverwege de jaren tachtig persoonlijke interpretaties van Batman in de mode. Net als in de filmtheorie van eind jaren vijftig, ontstond er in de comicwereld een vorm van auteurisme. Het concept van auteurisme komt neer op het idee dat kenmerken van de maker terug te vinden zijn in al zijn werk. Het werk van een bepaalde auteur wordt getypeerd door bijvoorbeeld terugkerende thema’s en een herkenbare visuele stijl. Iedere stripmaker creëert in feiten zijn eigen Batman. Kelly Jones (Batman: Bloodstorm, 1995) tekent Batman met grote langwerpige oren, bijna als een duivel. Kevin O’Neil (Legends of the Dark Knight #38, 1992) tekent hem veel meer in een cartoonstijl.Keurmerk
Het auteurisme in de Amerikaanse strips is geleidelijk ontstaan. In de jaren zestig werd voor het eerst de naam van de schrijver en tekenaar op de titelpagina van de strip neergezet. Tot die tijd werd wel altijd Bob Kane vermeld bij de Batman-verhalen, als een soort keurmerk. In werkelijkheid werden de verhalen door anderen geschreven en getekend. Het is zelfs de vraag in hoeverre Kane als enige de bedenker van Batman genoemd mag worden. Collega Bill Finger zou ook een grote steen hebben bijgedragen. In de jaren zeventig zorgde het systeem van directe distributie (comics werden nu verkocht in stripspeciaalzaken in plaats van kiosken en supermarkten) en royalty payments voor de ontwikkeling van de auteur-als-ster. En in de jaren tachtig kwam dit gegeven volledig tot bloei.Burtons wereld
Omdat de auteursversies zo populair waren in de comics, koos filmstudio Warner Bros Tim Burton uit om de Batman-film te regisseren. Burton staat bekend als eigenzinnige auteur en paste door zijn herkenbare stijl dus perfect in het tijdperk van de Batman-auteurs. Burtons helden zijn buitenstaanders en excentriekelingen (freaks), die in hun uiterlijk en gedrag afwijken van de norm. Ze creëren een wereld voor zichzelf waarin ze hun teruggetrokken levens kunnen leiden.Batman is een typische Burton-held: als Bruce Wayne staat hij door zijn rijkdom buiten de maatschappij, als Batman is hij een freak. Zoals Vicki Vale tegen Batman zegt in the Batcave: ‘Well, let’s face it. You’re not exactly normal, are you?’Batman is een personage met een gespleten persoonlijkheid. Dit aspect sprak Burton erg aan:

So, while I was never a big comic book fan, I loved Batman, the split personality, the hidden person. It’s a character I could relate to. Having those two sides, a light side and a dark one, and not being able to resolve them – that’s a feeling that’s not uncommon. So while I can see it’s got a lot of Michael Keaton in it because he’s actually doing it, I also see certain aspects of myself in the character. Otherwise, I wouldn’t have been able to do it. (Bron: Mark Salisbury: Burton on Burton, 1995)

Burtons mise-en-scène: Gotham City
Burtons films zijn altijd herkenbaar vormgegeven en gestileerd. In feite worden alledaagse omgevingen op vervreemde wijze weergegeven waardoor het lijkt alsof de verhalen zich afspelen in een andere wereld, niet zelden de setting van een gotisch sprookje.In Edward Scissorhands is de suburb de plek die als eigenaardig wordt neergezet door de felle kleurtjes en het uitvergrootte gedrag van de personages. In principe zet Burton hiermee standaardwaarden op hun kop: hij kiest altijd de kant van de buitenbeentjes en presenteert de mainstream als zijnde vreemd en afwijkend. Toch zijn Burtons helden ambigue – zelfs Batman zou gezien kunnen worden als slecht, omdat hij met zijn acties de wet overtreedt.Gotisch
Burtons visuele stijl is uitermate geschikt om het Batman-materiaal naar het witte doek te vertalen. Stripfiguren als Batman en de Joker zijn larger than life; daarom horen ze in een setting thuis die dat ook is. Een man die op klaarlichte dag in een vleermuispak over Times Square rent zou er een beetje absurd uitzien. Het duivelachtige uiterlijk van Batman werkt daarom het beste in een gotische omgeving, in de schaduw van de nacht. De duistere setting is de perfecte locatie voor personages die proberen met hun diepste trauma’s in het reine te komen.Burton wilde met de setting meer de cartoonkant opgaan en een wereld creëren waar (zelfs) freaks thuishoren. Net als Batmans pak een metafoor is voor angst, is de setting van Gotham City een metafoor voor de urbane hel op aarde. Dit is een plek waar een psychologisch beschadigde man in zijn vleermuisgedaante het enige redmiddel is voor burgers die dagelijks geterroriseerd worden door corrupte smerissen, meedogenloze gangsters en sociale demoralisatie. Gotham is de nachtmerrieversie van New York, de schaduwzijde van het modernistische ideaal. In deze wereld is Batman op zijn plaats. Zoals Frank Miller kernachtig zegt: ‘Heroes have to work in the society around them, and Batman works best in a society that’s gone to hell.’ ( Miller geïnterviewd door Christopher Sharrett in 1991). Anton Furst
Overigens is de visie van Gotham City niet geheel Burtons werk. Een goede regisseur weet de juiste mensen in te huren, en voor Batman was dat wijlen production designer Anton Furst. Furst wilde een tijdloos Gotham City creëren:

‘The most important thing was that we find a feel for the city which was neither futuristic nor historical. We wanted it to be as timeless as possible, even though – since we were drawing from the original DC comic strip for inspiration – there was bound to be a certain forties feeling to it’.

Fursts Gotham City is een combinatie van verschillende bouwstijlen, waaronder Gotiek, art deco, brownstone architectuur en fascistische monumenten. Een monster van een stad, waar een monsterachtige verschijning de perfecte beschermheer is. Volgende keer een kijkje naar de spirit van Burtons adaptatie. Lees ook Burtons Batman 1: The Bat & Prince.

Striprecensie: Ahum!

Thursday, March 1st, 2007

De strip Ahum! van Ivan Brunetti liep ik op de beurs in Rijswijk tegen het lijf. Hij is al een paar maanden uit, maar toch interessant om te behandelen.

ahum_coverOp de achterflap van Ahum! staat het volgende vermeld: ‘Ivan Brunetti (1967), Amerika’s meest geliefde depressieve cartoonist, verbergt zijn grote fijngevoeligheid en intellect achter een obsessie met scatologie en zelfvernedering. Zijn grappen ogen onschuldig, maar zijn moreel verwerpelijk.’ Een omschrijving die aardig de lading van de uitgave van uitgeverij Xtra dekt.

Brunetti bezit een vilein gevoel voor humor en is geobsedeerd door ‘afwijkende’ seksualiteit: plas- en poepseks, incest, molestatie en mutilatie passeren in deze bundel meerdere malen de revue. Is dat leuk? De een zal dit hilarisch vinden, de ander zal verontwaardigd zijn blik afwenden en acuut ChristenUnie gaan stemmen. Deze recensent kan de eigenzinnigheid van de strip goed waarderen. Het is enigszins geruststellend dat Brunetti, voormalige docent van de Universiteit van Chicago en tegenwoordig webdesigner, zijn obsessies in stripvorm kwijt kan. Dat scheelt wellicht jaren therapie. De tekeningen zijn in een simpel, bijna kinderlijk, stijltje gemaakt. Dit contrasteert enerzijds met de grofheden die worden verbeeld; aan de andere kant zou een meer realistische weergave van deze wreedheden niet bevorderlijk zijn voor de spijsvertering.

Tegelijkertijd schuilt een misantropisch wereldbeeld in de cartoons. Aan de oppervlakte verkondigt Brunetti’s werk het credo dat ook werd verkondigd door Stem van God (Alan Rickman) in de film Dogma (Kevin Smith, 1999): seks op aarde is een lachertje. Wie dieper kijkt snapt dat Brunetti, door middel van zijn wrede vorm van humor, de vuiligheid waartoe de mens in staat is aan de kaak wil stellen. Twee voorbeelden ter illustratie: wanneer een man en vrouw op het punt staan met elkaar te seksen, oppert de man: ‘Zeg, vind je het goed als ik deze foto van dit kindsterretje op je rug plak?’. In een andere cartoon zit een vrouw bij de psychiater. De specialist reageert op haar relaas: ‘Dus je had een groepsverkrachting op je twaalfde? Wauw, cool.’ En dit zijn twee milde cartoons van Brunetti. Wie dit grappig vindt, kan zich verder vergapen aan afgehakte geslachtsdelen, baby’s met butt plugs en vreemde pijpsessies.

Uitgeverij Xtra geeft een divers assortiment aan stripverhalen en boeken uit. Behalve graphic novels zoals Natte Maan, over de coming of age van een goth meisje, cartoons die hondenbezitters te kakken zetten zoals in Hondsdol, heeft Xtra bijvoorbeeld ook columns van wijlen Theo van Gogh op de markt gebracht. Het zijn uitgaven die vaak net een stapje verder gaan en die niet ieders smaak zullen zijn. Brunetti past wat dat betreft goed in het rijtje thuis.