Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for February, 2007

Stripbeurs Rijswijk: Goths & Cultuurfetisjisten

Monday, February 26th, 2007

‘Een man die op zijn dertigste nog Spider-Man comics leest, zal nooit helemaal volwassen worden’, zei ik met geheven glas. ‘Gelukkig maar’, verzuchtte de schone schrijfster met wie ik aan het einde van de stripbeurs aan een tafeltje zat. Wie denkt dat op stripbeurzen alleen uitgezakte veertigers in een vaal T-shirt rondlopen, met een plastic tasje in de hand geklemd, opzoek naar dat ene exemplaar om hun – toch al stoffige – collectie mee te completeren, vergist zich. Ja, deze gasten lopen er natuurlijk ook, maar net zo goed jonge stelletjes, Jan Modaal, kids, kunstliefhebbers, handelaren en striptekenaars. In Rijswijk was het afgelopen weekend een stipbeurs in het ‘evenementencentrum’. Tja, dat laatste klinkt niet zo opwindend, en beste lezer, ik kan je verzekeren dat Rijswijk niet beticht kan worden van een opwindende uitstraling. (De Stripdagen in Haarlem zijn wat betreft opwinding niet te toppen.) Tegelijkertijd met de stripbeurs, vonden een cd-beurs en gothicbeurs plaats – men dacht alle alternatievelingen op een hoop te gooien en in een weekend te bedienen.

Echt verzamelen
Samen met long time vriend Zeke de Hondt en Sjitske liep ik zaterdag rond om te babbelen met andere stripvrienden en – kennissen. Eigenlijk kom ik alleen daarvoor nog naar stripbeurzen, want echt verzamelen doe ik allang niet meer. Jarenlang kocht ik braaf ieder nieuw nummer van Spider-Man, maar de illusie dat je collectie later veel geld waard wordt, en dat je vooral daarom alle zes verschillende covers van hetzelfde deeltje moet kopen, heb ik eeuwen geleden losgelaten. Toch is de strip een mooie kunstvorm die in de laatste jaren met de komst van webcomics alleen nog maar interessanter is geworden. Daarom lees ik strips nog graag. Met strips bedoel ik vooral Amerikaanse comics, zowel het harde superheldenwerk als de graphic novels met meer realistische verhalen – strips als Ghost World van Daniel Clowes, American Splendor, Beg the Question. Het bekende Europese werk: Kluifje, Suske & Wiske, Franka – het is niet aan mij besteed.

Leuke gesprekken en bier drinken wel, wat we na aan het einde van de middag ook deden. (Ons voornemen om ons te vergapen aan de goth-chicks in de hal er naast – onder het mom van ‘altijd pret met vrouwen in korset’ – hebben we helaas niet kunnen uitvoeren. Daar was geen tijd voor. Ach, volgend jaar beter.)Ik liep een schone schrijfster/televisiemaakster tegen het lijf en raakte met haar aan de praat. We bleken veel raakvlakken te hebben: filmwetenschap, de film Wonder Boys, werken in de media, de uitdaging van het schrijven, Tim Burton. Altijd fijn om een vrouw te ontmoeten met wie je je cultuurfetisjen kunt delen en die je met de hand op het hart vertelt dat het eerder een pre dan een slechte eigenschap is om je rond je dertigste en later nog met de kunstvormen uit je jeugd bezig te houden.

Verantwoordelijkheden
Wat is immers volwassenheid? Het clichébeeld is dat we serieus ons werk doen, een gezinnetje stichten en in de weekenden naar Walibi Flevo gaan. Ik vind het prima dat ik op een leeftijd ben dat ik zekere verantwoordelijkheden op me moet nemen: me professioneel gedragen wanneer dat gewenst wordt, mijn belastingen en andere vaste lasten betalen en te stemmen om de democratie in stand te houden. Voor de rest moet men niet meer van me verwachten. Laat mij maar lekker op stripbeurzen rondhangen, barkrukken bezetten, films tig keer kijken, cd’s grijsdraaien, strips verslinden en flauwe posts plaatsen op blogs. Dan mag de rest van de wereld zich bezighouden met ‘volwassen zaken’, whatever that means.

Burtons Batman 1: The Bat & Prince

Friday, February 23rd, 2007

De zomer van 1989 stond in het teken van maar een ding: het Bat-symbool. De film van Tim Burton was lang verwacht en vele fans keken halsreikend uit naar de eerste Batman-flick sinds bijna dertig jaar.

Mensen liepen over straat in Batman-T-shirts, droegen Batman-caps en op de radio was de soundtrack van Prince te horen. ‘Batdance’ beheerste de hitlijsten die zomer. (De single bereikte de eerste plaats in Amerika en de tweede in Engeland.) In Nederland kwam de film pas uit op dertien oktober. Ik zag Batman voor het eerst de avond na de première. Het is een fijne sensatie om een stripheld goed tot leven te zien komen. De stripverfilmingen tot dan toe waren over het algemeen teleurstellend. De oude Batman-serie uit de jaren zestig was camp en kinderachtig. De Spider-Man televisieserie haalde het ook niet bij de strips. Alleen de producent van de oude Hulk-serie behandelde het materiaal serieus en wist een onderhoudende live-actionversie te maken. En de eerste Superman-films mogen we in het rijtje niet vergeten. Burton zette echter een standaard voor toekomstige stripverfilmingen en liet zien dat je het materiaal niet belachelijk hoefde te maken om er veel kijkers mee te trekken. De casting van Michael Keaton was een geniale greep. Batman was immers geen Arnold Schwarzenegger-type, maar een atletisch gebouwde man die een pak moet dragen om angst aan te jagen (daar had Arnold zijn accent al voor). Jack Nicholson als de Joker… deze rol leek hem op het lijf geschreven te zijn.Inspiratie
Nadat de Joker een flinke krater had gemaakt op het straatdek en The Bat bij zijn symbool had geposeerd op de daken van Gotham, liep ik de bioscoop uit, de koude nachtlucht in. Terwijl Danny Elfmans soundtrack nog in mijn hoofd nagonsde, voelde ik me geïnspireerd door Tim Burtons cinematografische juweeltje. De visie van Burton, een soort van gotisch live-action sprookje, gecombineerd met de klanken van Elfman – een perfecte combinatie waarmee een gehele verhaalwereld wordt gecreëerd. Mijn liefde voor film was voorgoed aangewakkerd.

Tuurlijk, er valt een hoop aan te merken op de eerste Batman van Burton: het verhaal is soms wat spoorloos, het is wel erg toevallig dat de Joker en Bats achter dezelfde blonde fotografe (Kim Basinger) aan hobbelen en de muziek van Prince doet anachronistisch aan in een tijdloze verhaalwereld waarin jaren veertig elementen gemixt worden met een meer hedendaags elan. Sommige mensen waren niet blij met het feit dat The Joker verantwoordelijk was voor de moord op de ouders van Wayne, waarmee hij indirect de Batman schiep die hem creëerde. Met alle hype die er rondom de film was gecreëerd, waren enkele azijnpissers onvermijdelijk. Toch wegen de minder goede kanten van de film bij lange na niet op tegen bovenbeschreven elementen.

Toch zorgde de film voor een belangrijk ding: voor even was het cool om Batfan te zijn. En dat is voor een tienerjongen die gek was op superheldenstrips een belangrijk gegeven.

Prinsheerlijk
De film veroorzaakte bij mij nog iets: een grote passie voor de muziek van de Kleine Geile Dwerg, aka Prince, aka His Royal Badness, aka Tafkap. Het Batman-album mag dan niet zijn allerbeste werk zijn, het is een origineel album dat de duistere sfeer van de film goed combineert met de funk en humor van Prince. Ik luister er zo nu en dan nog graag naar. Niet iedere stripheld kan immers beweren dat Prince de soundtrack verzorgd heeft bij zijn film. Prince combineerde zijn gebruikelijke thema’s liefde, seks en god met de wereld van Burtons Batman en wist een prikkelend conceptalbum rondom de vleerman te maken, waarop ieder personage zijn eigen nummer heeft.

Op 20 januari 1989 bezocht Prince de Batman-set in de Pinewood studio’s in Londen. Prince zag hoe de scène tussen Bruce en Vicki Vale in de Batcave werd opgenomen. Ook kreeg hij de opnames van andere scènes te zien. Tim Burton en Jack Nicholson waren grote Prince-fans. De muzikant werd gevraagd enkele nummers bij te dragen, maar Prince dacht groter dan dat. In februari creëerde in dertien dagen elf liedjes. Enkele ervan, zoals’ Vicki Waiting’ en ‘Rave To The Joy Fantastic’, waren al eerder opgenomen. Tim Burton en producent John Peters waren verbaasd over de snelle werkwijze van Prince en kozen de nummers ‘Partyman’ en ‘Trust’ voor in de film. Het album werd in juni dat jaar uitgebracht; er gingen in de eerste week 1 miljoen exemplaren over de toonbank.

Batdance
Het nummer ‘Batdance’ zou oorspronkelijk niet op het album komen, maar was meer een after thought, een remix van alle voorgaande nummers. In de videoclip bij dit nummer zien we Prince als gemini – een figuur die zowel The Joker als Batman vertegenwoordigd. Een interessante gedachte, aangezien Batman en The Joker elkaars antithese zijn. Waar The Joker staat voor chaos, staat Batman voor het brengen van orde in de chaos. Bat en The Joker zijn yin en yang. Een punt dat Burton ook wilde maken in zijn film, vandaar dat Jack Napier de moordenaar is van de ouders van Wayne, waardoor Wayne Batman besluit te worden en tijdens een van zijn nachtelijke acties Jack Napier in een vat met chemisch afval laat vallen waardoor hij weer The Joker wordt. (Maar daarover later meer.)

Burtons eerste Batman-film introduceerde mij tot een paar nieuwe dingen die tot de dag van vandaag deel uitmaken van mijn leven: het werk van Tim Burton, de muziek van Danny Elfman, het oeuvre van Prince, mijn passie voor cinema en natuurlijk een diepgeworteld plezier aan de verhaalwereld van de Batman.

Dit is de eerste post in een serie over Tim Burtons Batman. Lees ook de andere posts over de Vleerman van Gotham.

Huwelijk

Tuesday, February 20th, 2007

Een koets reed vanmiddag door mijn straat
Eerst hoorde ik alleen het geklater van de hoeven
Toen gladde zolen op het wegdek.Nieuwsgierig stak ik mijn hoofd door het raam,
en zag daar een kleine koets met op de bok de koetsier en daarvoor een bruin paardEen vers echtpaar stapte uit:
eerst de jonge bruid in wit,
gevolgd door de (ongeveer zeven jaar oude) dochter in wit,
toen de gom in roodDe gom stapte naar de koetsier, bedankte hem en gaf een fles wijn
(Waarom toch een nostalgische greep naar het verleden als het om trouwerijen gaat, vroeg ik me af)Van de overkant kwam een familielid aangelopen met een camera in zijn hand
Ik hoopte op een meeuw die nodig moest…maar neeDe koetsier deed een cape om tegen de regen
Het paard sloeg op hol en liep naar achteren
De koetsier tuimelde in dezelfde richting
Een oude man van in de zestig trok hard aan het bit van het paard
en redde de koets en wellicht de jurk van de bruid
De gom keek beduusd naar het paard,
de koetsier krabbelde overeind
Het familielid had de camera uit staan:
zeker niet de leukste thuisDe koets reed weg
en ik ging weer naar binnen
Een meeuw vloog langs m’n raam

Batman in de sixties

Saturday, February 17th, 2007

In de jaren zestig gebeurde er natuurlijk veel gekke dingen, en de maffe tv-serie over Batman is daar een goed voorbeeld van.In deze serie speelde Adam West een Batman die je eigenlijk niet serieus kan nemen. Dit kwam omdat de serie gekenmerkt wordt door camp. Nu valt van camp niet snel een duidelijke definitie te geven. In het geval van de tv-serie betekent camp vooral flauwe grappen, kleurrijke decors en verhalen die niet serieus te nemen zijn, al doen de personages dat wel. Verhalen met een vette knipoog dus. Slim natuurlijk, want zo werkte de serie op twee niveaus: de kids zaten gespannen voor de televisie te kijken naar de avonturen van hun stoere stripheld terwijl de volwassenen moesten lachen om deze duidelijke parodie.

De televisieserie liep van 1966 tot en met 1968. Er werden in totaal 120 afleveringen gemaakt. Twee afleveringen vormden samen een verhaal dat op twee achtereenvolgende avonden werd uitgezonden. De eerste aflevering eindigde met een cliffhanger net als in de oude filmserials. Zo moest je een nacht lang in spanning wachten om te weten of Batman en Robin (Burt Ward) uit een benarde situatie wisten te ontsnappen.Alle schurken uit de strips passeerden de revue en werden vertolkt door indertijd grote sterren. Cesar Romero (The Joker), Frank Gorshin (The Riddler), Vincent Price (Egghead) en Burgess Meredith (The Penguin) kwamen regelmatig terug om het Batman erg lastig te maken.

Flauw

Foto afkomstig van de facebookpagina van Rick Worley.

Foto afkomstig van de facebookpagina van Rick Worley.

De serie was een groot succes. Volgens aanhangers van de duistere versie van Batman, heeft de tv-serie ervoor gezorgd dat de strips indertijd ook steeds flauwer werden. Dit spreekt Will Brooker echter tegen in zijn proefschrift Batman Unmasked. Volgens Brooker waren de strips van zichzelf ook al camp en behoorlijk kinderachtig in die jaren.Als je erover nadenkt valt een campy Batman maar moeilijk te rijmen met iemand die uit wraak op misdadigers jaagt. Batman houdt geen stand als je hem niet in zekere mate serieus kunt nemen, dus een clowneske versie kan door puristen gezien worden als heiligschennis. In deze serie staat Batman zelf voor Joker.En het vreemdste is nog, dat in de serie helemaal niets verteld wordt over de oorsprong van Batman. Er wordt geen woord geroerd over de moord op zijn ouders, waardoor je eigenlijk geen idee hebt waarom een volwassene in zo’n maf pak rondloopt om misdaad te bestrijden. Een superheld is immers niets zonder zijn oorsprong. Wanneer Batman en Robin weer een schurk te pakken hadden gekregen, was deze Batman niet wars van een preek – de Batman van Adam West was een echte moraalridder die het goede voorbeeld probeerde te geven. Nergens is er dus sprake van een getraumatiseerde Bruce Wayne die wraak neemt op de misdaad.

Slecht imago
De serie heeft een dikke stempel op het imago van Batman gedrukt. Vooral de oude generatie associeert Batman met Adam West en camp. Wanneer er over Batman werd geschreven door de pers, stonden de koppen altijd vol met ‘pow’ of ‘wham’- de onomatopeeën in strips die ook in beeld verschenen tijdens de gevechten in de tv-serie. Popart op zijn best (of op z’n slechts, het is maar hoe je het bekijkt.)

Dat de serie een blijvende indruk heeft gemaakt blijkt uit het feit dat Warner Bros in 1988 een advocaat in de arm nam om Adam West te verbieden in het openbaar op te treden in zijn vertrouwde Batman-kostuum. De filmstudio wilde niet dat de nieuwe film van Tim Burton geassocieerd werd met de televisieserie uit de jaren zestig. De film zou immers over een duistere Batman gaan, en niet over een clown in een vleermuis-pak.

Maar over Burtons Batman later meer…

Column: Valse Valentijn

Wednesday, February 14th, 2007

‘This world is a comedy to those who think, a tragedy to those who feel.’
Horace WalpoleValentijnsdag is een commercieel festijn dat niets met liefde te maken heeft, bedoelt voor verdwaasde zombies die graag gedicteerd hun liefde betuigen. Toch is het soms goed om oprecht in zo’n illusie te geloven.14 februari 2007: weer een Valentijnsdag. De servers van datingsites draaien al weken overuren, boeken over flirten, daten voor dummies en stapels chicklit vliegen over de toonbank, praatgroepen voor niet-vrijwillige vrijgezellen zitten overvol en de wenskaartenbranche kan het valse sentiment niet aanslepen… Want wie alleen is met Valentijnsdag is natuurlijk een loser of in elk geval verdacht. Dat doen de reclamecampagnes en televisieprogramma’s rondom de datingindustrie ons althans geloven: een mens kan zich niet kompleet voelen zonder een eega naast zijn/haar ego.Het is typerend voor de huidige westerse mens dat we de basisemotie liefde en het romantische ideaal hebben vercommercialiseerd tot Valentijnsdag. En dat – ook al wil je het niet – als je een partner hebt, je je verplicht voelt je gedicteerde emoties uit te spreken op deze Dag der Liefde. Koop je vandaag bloemen of iets anders voor je Lief, vraag je dan af of je dit doet omdat je écht per se vandaag je gevoelens wilt uitdrukken of omdat je geprogrammeerd bent om dit te doen. De zielen die verdwaasd door het opgelegde commerciële ideaal hun Valentijn ‘verrassen’, moeten we de 14e van februari maar even negeren en in hun eigen waan(voorstellingen) laten. De mensen die echter oprecht geloven in concepten als De Ware, Trouw en Eeuwige Liefde: ik groet u en hef mijn glas op uw wereldbeleving! In deze tijden oprecht in dat soort zaken geloven dwingt respect af. De zielen die wel beter denken te weten en die gedesillusioneerd door het liefdeloze leven gaan, hoeven u niet voor een dag het voordeel van de twijfel te gunnen. Onze wereld kan immers alle liefde (ingebeeld of anderzijds) gebruiken die er is.Om de grote Amerikaanse componist Burt Bacharach te citeren: ‘What the world needs now, is love sweet love’. Een heerlijk zoet sentiment, ooit mooi bezongen door Dionne Warwick en Jackie DeShannon. Een wereld vol onderdrukking, eerwraak, doodstraf, marteling, oneigenzinnige eenheidsworst, disrespect, misgunnen, onvrede, uitbuiting en misleiding kan wel een scheutje liefde in de mix gebruiken.Soms is geloven in een illusie beter dan leven in een wereld zonder liefde of hoop. Dus: happy Valentine’s Day en All You Need Is Love.

Zie ook: Hou van jezelf voor Dummies en andere posts onder het label L.O.V.E.

Column: Enquête

Sunday, February 11th, 2007

Overheidsinstanties willen ook alles van je weten. Als de enquêteurs via de telefoon geen voet tussen de deur kunnen krijgen, dan komen ze wel ongevraagd langs, deze Jehova’s van informatievergaring. Ik was net thuis van mijn werk toen er werd aangebeld. Ik nam de hoorn van de intercom op.
‘Hallo?’Een vrouwenstem met een Surinaamse tongval sprak mij toe: ‘Ja, gemeente-enquête hier.’Bah, daar zat ik niet op de te wachten. ‘Gooit u die maar in de brievenbus.’‘Wanneer ga je die invullen dan?’‘Weet ik veel, hoe lang duurt het?’Een dikke zucht klonk uit haar mond.
‘Een half uur ongeveer.’‘Jezus…’‘Ja, die zit in de hemel’, klonk het bitch. ‘Dat moet hij zelf weten mevrouw, daar heb ik geen boodschap aan.’‘Ja, goed, wanneer kan ik de enquête op komen halen, morgenavond rond vijf uur?’‘Ik ben pas tegen zeven uur thuis, kan ik hem niet opsturen? Da’s wel zo makkelijk, dan kijk ik er dit weekend even naar.’‘Nee, ik moet hem zelf komen ophalen. Wanneer kan het, maandag om zeven uur dan – het moet snel gebeuren.’ Even vroeg ik me af of ik met de zus van Rita Verdonk te maken had: ze wilde mij om een gunst vragen om een of andere saaie enquête in te vullen, maar ondertussen werd ik behandeld of ik asiel wilde aanvragen. En wat had het invullen van een enquête voor zin?: ik heb de laatste tien jaar niet echt gemerkt dat de overheid, op zowel lokaal als nationaal niveau, luistert naar wat de mensen willen.‘Weet je wat, ik heb geen tijd voor deze onzin.’‘Lekker gemakzuchtig weer,’ bitste Rita aan de andere kant van de hoorn. ‘Welke reden kan ik opgeven voor dit gebrek aan medewerking?’‘Geen tijd, geen zin of wel wat beters te doen. Mevrouw, kies er maar een uit. Dag!’.

Film: The Prestige

Thursday, February 8th, 2007

De rivaliteit tussen twee illusionisten loopt hoog op en door hun zucht naar roem en macht brengen beide heren zelfs hun naasten in gevaar. Christopher Nolan heeft met The Prestige een kunstige illusie afgeleverd.

In het persmateriaal van The Prestige wordt door de filmmakers verzocht niet te veel van het mysterie van de film te onthullen. Wie immers weet hoe een trucje werkt, is niet meer geboeid. Toch is The Prestige meer dan een trucje en regisseur Christopher Nolan meer dan een simpele goochelaar. Zijn films Memento, Batman Begins en in mindere mate Insomnia waren stuk voor stuk cinematografische juweeltjes. The Prestige, met een heerlijke cast, mooie shots en een mysterie vol dubbele bodems en kwinkslagen, is een film die tot het laatste moment blijft boeien.

Rivalen
De wens van de filmmakers in ere houdend, zal ik niet te veel onthullen over de plot van de film behalve dan dat alles draait om twee illusionisten, die door onderlinge rivaliteit verwikkeld raken in een levenslange strijd om macht en status. Vanaf het eerste moment dat Robert Angier (Hugh – Wolverine – Jackman) en Alfred Borden (Christian – Batman – Bale) elkaar ontmoeten, zijn ze concurrenten. Hun aanvankelijk vriendschappelijke competitie evolueert tot een bittere rivaliteit die gevaarlijk en dodelijk blijkt te zijn.Het verhaal van The Prestige speelt zich af tegen de achtergrond van het Londen van rond 1900 – een romantisch decor in een tijd vol nieuwe spannende uitvindingen zoals film, elektriciteit en andere moderne snufjes. In tegenstelling tot de meeste period pieces vervallen de personages niet in stoffig formeel taalgebruik. Sterker nog: iedereen komt verdacht eigentijds over in wat toch een kostuumdrama lijkt. De rivaliteit tussen de illusionisten, hun drive om de beste te zijn, is immers van alle tijden. Daarentegen hadden goochelaars in die tijd veel meer allure dan tegenwoordig. Ze waren niet de schertsfiguren die wij nu kennen: de Klokjes, Kazans en Copperfields.

A kind of magic

De negentiende eeuw was de tijd van wetenschappelijke en industriële vernieuwing en mensen hadden behoefte aan magie. Of deze nu door technische ontwikkelingen werd voortgebracht of werd vertoond op het podium maakte niet zo veel uit. Tegenwoordig bevat de wereld nog maar weinig magie; mensen verlangen echter naar verrassingen en het onverklaarbare. Daarin schuilt de kracht van de illusionist. We laten ons graag beduvelen, zolang we weten dat het om illusie gaat. Je gelooft immers niet echt dat Hans Klok zijn assistentes doorzaagt. Als dit wel zo was geweest, had het publiek echt wel anders gereageerd.

De link tussen wat filmmakers doen en magiërs doen is snel gelegd. Film is in wezen ook een magische truc: 24 beeldjes worden per seconde twee keer vertoond op een witdoek. Door de trage reactie van onze ogen, komen deze beeldjes tot leven. Net als bij een goede goocheltruc is de filmtoeschouwer mede verantwoordelijk voor de illusie. Bij film zorgt de traagheid van het oog ervoor en bij een goocheltruc laten we ons bewust afleiden zodat we niet zien hoe de truc wordt uitgevoerd – we willen immers bedonderd worden en ons verbazen over een schijnbaar onmogelijke gebeurtenis. Jonathan Nolan (broer van en mede scriptschrijver) zegt hierover:

‘The real world is rigid, there’s not a lot of mystery to it, but people don’t want that to be the case – and that’s where magic comes in. If we’ve got all the rules figured out and this is the way the world works where you got a job, save your money and then die – well, who wants to live in that world? I think we all would prefer that the universe have some surprises, some tricks up its sleeve’.

The Plegde
Zoals in bijna alle filmrecensies over de film beschreven staat, heeft Christopher Nolan zijn film gestoeld op de drie basisaktes van een goocheltruc. Eerst is er the Plegde: de illusionist toont je iets gewoons. Dan volgt the Turn: de illusionist laat het gewone iets ongewoons doen. Uiteindelijk is er the Prestige: de climax van de truc die iets ongelooflijks laat zien. In deze structuur mixt illusionist Nolan elementen als een perfecte cast, mooi camerawerk en een boeiend plot dat tot op het laatste moment niet al zijn geheimen wil prijsgeven en daarmee verfrissend en niet typisch Hollywood aanvoelt.

The Prestige concentreert zich tot het conflict tussen de rivalen Angier en Borden en de prijs die de heren moeten betalen voor deze strijd. Het gaat dus niet om de goocheltrucs, maar om de magie achter de schermen. Nolan zou Nolan niet zijn als we niet getrakteerd worden op enkele plottwists en verrassingen waardoor je op een gegeven moment niet meer weet voor welk van de twee je nu precies sympathie moet voelen. Beide mannen hebben hun prés en een duidelijke reden voor hun handelen. The Prestige is gebaseerd op het gelijknamige boek van Christopher Priest. Christopher Nolan schreef samen met zijn broer Jonathan aan het script en wist het gelaagde boek vol dagboekfragmenten en plotwendingen terug te brengen tot een film van ruim twee uur. (Daar kan Peter Jackson dus nog iets van leren.)

Bowie
Nolan bedient zich van een voortreffelijke cast: Hugh Jackman en Christian Bale zijn aan elkaar gewaagd. Sir Michael Caine hoeft tegenwoordig alleen nog maar aanwezig te zijn in een scène om zijn presence te laten gelden en speelt de rol van vertrouweling en ingenieur – de techneut achter de goocheltrucs – bijzonder solide. Scarlett Johansson heeft al eerder aangetoond wat ze in huis heeft en stelt ook nu niet teleur. Ze heeft een kleine, doch significante rol. Opvallend lid van de cast is niemand minder dan David Bowie. Bowie heeft – zowel als popartiest als acteur – al een reeks vreemde personages op zijn naam staan. Nikola Tesla mag dan een Servisch accent hebben en een excentrieke wetenschapper zijn, Bowie speelt hem voor zijn doen erg ingetogen. Tesla is het enige personage in de film dat niet fictief is en is de uitvinder van onder andere de Teslaspoel en heeft veel betekend voor de uitvinding van wisselstroom en de radio. Alle acteurs geven dit verhaal vol goochelarij en een snufje magie de juiste realistische zwaarte mee waardoor de wereld van 1900 geloofwaardig tot leven komt. And what a strange and wonderful world it is…

De geest van Jim Morrison

Monday, February 5th, 2007

De geest van Jim Morrison waart nog steeds rond in de muziek van The Doors en in ons onderbewustzijn.In de winter van 2000 was ik samen met mijn toenmalige vriendin op het kerkhof Père Lachaise in Parijs. Het beroemde kerkhof waar de tombes lijken op kleine huisjes, een soort van dorp van de doden, met straatjes en een stadsplattegrond. Het was oorspronkelijk de plek waar de Jezuïeten een groot pand hadden staan. Maar deze werden begin 20ste eeuw door de regering opgeheven. Er liggen een hoop beroemde lijken, waaronder Jim Morrison – de zanger van The Doors.

Fotogeniek
Morrison stierf op 27 jarige leeftijd in Parijs. Als je er toch bent, kun je niet om Jim heen en moet je even langs gaan. Het graf van Morrison wordt nog altijd druk bezocht. Toen ik er was stond er constant een bewaker bij die de boel in de gaten hield. Het graf is vaak door bezoekers beschadigd. Nu lag er alleen nog een rechthoekige steen met een deken aarde in het midden. Op de zwarte aarde gooiden mensen geld, briefjes, bloemen en brandden ze wierrook. Er stonden enkele Amerikanen bij het graf. Ze maakten foto’s. (Jippie op de foto met het graf van James Douglas Morrison.)Wie de film The Doors van Oliver Stone heeft gezien, weet dat het graf er eerst anders uitzag: een buste boven een vol gekladderde steen. De film schets overigens een fascinerend portret van de zanger en zijn extreme uitspattingen. Stone concentreert zich volledig op Morrison en laat de andere Doors onderbelicht.

Hypnose
Morrison stierf in 1971 en liet een boeiende muzikale erfenis na. De muziek van The Doors is legendarisch en klinkt ook nu nog erg bijzonder. Ze zijn een genre op zichzelf. Het geluid van de band is tijdloos en toch erg gesitueerd in de psychedelische tijd van de tweede helft van de jaren zestig. The Doors klinken als de schaduwzijde van de ‘Summer of Love’. Alsof je bent doorgedrongen tot het onderbewuste en die gedachten worden uitgedrukt in de muziek en teksten van The Doors. Het onderbewustzijn van Morrison is gevuld met een fascinatie voor de dood en pijn, seks, slangen, sjamanisme en loskomen van het keurslijf waarin de maatschappij je perst in de hoop door te breken naar de ware zelf – alles verpakt in hypnotiserende poëzie.

Onder de tafel
Toen ik bij het graf stond, merkte ik niets van de geest van Jim Morrison. (Persoonlijk heb ik ook niet veel met graven moet ik zeggen, al is het onontkoombaar dat ik er ooit zelf een betrek.) Morrisons geest waart wat mij betreft rond in de muziek. Jim zingt daarin soms alsof hij in een trance is. Hij klinkt alsof hij niet meer in de wereld is – alsof hij is doodgegaan en teruggekomen. In de muziek is de deze poëet, zanger, sjamaan, Lizard King, druggie voor altijd onsterfelijk. The Rolling Stones mogen dan gekoketteerd hebben met de duivel en ‘sympathy’ voor hem voelen – de stem van Morrison klinkt alsof hij de devil himself ontmoette en onder de tafel heeft gedronken. The Doors komen zo nu en dan terug in mijn leven. Tijdens mijn studie schreef ik een paper over de film Apocalypse Now – een analyse van het personage Kurtz. Het nummer ‘The End’ dat in de film zit, speelde toen weken in mijn hoofd. Laatst vond ik het boek People Are Strange – The Ultimate Guide to The Doors van Doug Sundling. Wanneer ik dit boek uit heb en alle albums weer heb grijsgedraaid, zal ik in de toekomst onvermijdelijk weer in aanraking komen met The Doors. Ze gaan nooit weg, maar sluimeren altijd ergens in mijn onderbewustzijn.

Laat me slapen…

Friday, February 2nd, 2007

Vanmorgen droomde ik dat ik wakker werd.Ik sleepte mezelf uit bed en ging met tegenzin de koude ochtendlucht tegemoet. Tot mijn grote verbazing trof ik twee reparateurs in mijn gang aan. Ze hadden mijn deur ontwricht en waren een nieuwe aan het plaatsen. Er gaapte ook een groot gat in de grond waar onheilspellend licht uit scheen.Verbaasd vroeg ik wat de heren in mijn gang deden op de vroege ochtend. Ze kwamen de deur vervangen. Ik wilde ze wegsturen; ik moest zo naar mijn werk en wilde geen vreemden in mijn huis achterlaten. De mannen wilden echter niet wijken. Mijn deur moest per se nu vervangen worden, waarom werd me niet helemaal duidelijk, maar ik besloot het er maar bij te laten. (Het was veel te vroeg voor dat soort discussies.)
Ik keerde me om naar de slaapkamer en trof daar al mijn buren aan. Ze stonden gedromd rond de muur naast mijn kledingkast. Daarop had de huisbaas een mededeling geplaatst. Of we het pand in moderne of emostijl wilde laten restaureren wilde hij weten.Een onbekende buurvrouw tikte op mijn schouder. Ik draaide me om en voordat ik iets kon zeggen, begon ze me heftig te tongzoenen. Niet dat ik negatief sta tegenover dergelijke activiteiten, maar toch vroeg ik me af hoe ze me zo kon tongen. Ik was immers net ontwaakt en had de smaak van een dood vogeltje in mijn mond. Het kon haar echter niet deren.Met een schok werd ik wakker. Voorzichtig stapte ik uit bed en liep de gang in. Mijn deur was dicht, er waren geen reparateurs, buren of onbekende buurvrouw te bekennen. Alleen dat laatste vond ik enigszins spijtig.