Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for October, 2006

Webcomic: Review Alien loves Predator

Monday, October 9th, 2006

Een strip waarin Alien en Predator samen een appartementje in New York delen klinkt als een hilarische situatie. Gelukkig maakt de strip in veel opzichten de verwachtingen die deze premisse oproept ook waar. Niet-politiekcorrecte humor in een fotografisch jasje.De webcomic Alien Loves Predator (ALP), van stripmaker Bernie Hou is een mooi voorbeeld van een goede fotostrip. Persoonlijk heb ik de algemene aversie tegen fotostrips nooit goed begrepen. Niemand heeft ooit gezegd dat strips getekend moeten zijn. Strips zijn wat Will Eisner sequential art noemde, en de visuele kunstvorm kan net zo goed uit een serie foto’s bestaan. Speelgoed
Voor ALP worden allerlei speelgoedfiguurtjes gebruikt. Niet alleen voor de twee hoofdrolspelers, ook veel bijfiguren worden door speelgoed uitgebeeld, waaronder Barbiepoppetjes. Hou verandert de lichaamshouding en de gezichtsexpressie van de figuurtjes en zet ze met zorg en aandacht in de mise-en-scène. Op het vlak van expressiviteit doet de strip dus niet onder voor een getekende strip. Soms worden ook foto’s van mensen gebruikt. Tot slot maakt Hou gebruik van focusverlegging om de plaatjes diepte mee te geven. De collage van verschillend bronmateriaal wordt tot één geheel gesmeed en dikwijls zijn de plaatjes een feest voor het oog. Het fotomateriaal opent de deur voor vele visuele grappen. Een meerwaarde zijn de vaak realistische New Yorkse decors die een herkenbaarheid aan de strip geven en de vreemde fictieve wezens in de echte wereld plaatsen. Door de speelgoedfiguurtjes in een foto te plaatsen ontstaat een vreemd soort tegenstelling die vaak op de lachspieren werkt, zoals hier en hier. Het feit dat de strip uit foto’s bestaat geeft het geheel dus een meerwaarde. Naar mijn mening was de strip ook niet zo leuk geweest als alles ‘gewoon’ getekend was. Stedelingen
Dat het hier om Alien (Abe) en Predator (Preston) gaat, is volgens striprecensent Gary Tyrell (Fleen) bijzaak. Tyrell merkt in zijn review over ALP op dat de comic in wezen gaat over het leven in New York City. (En daar lopen nu eenmaal wel vaker vreemde types rond, dus waarom niet een paar ‘allochtonen’ van buiten onze melkweg?) Abe en Preston zijn gewoon twee huisgenoten die een appartement delen in de Big Apple. De bekende problemen van de grote stad, verdwaalde taxichauffeurs, huizenjacht, discriminatie, frustratie in het openbaar vervoer, worden gemixt met tekenen van deze tijd, zoals speeddating, het leven van een (Amerikaanse) consument, de dreiging van terrorisme en ruzie met voicemail.
Sitcom
Ondanks hun opmerkelijke verschijning komen Alien en Predator dus in normale situaties terecht. Als Prestons ogen achteruitgaan moet hij op een gegeven moment een bril aanschaffen. Dit gegeven zou belachelijk zijn in de originele Predator-context, maar is heel passend in deze strip waarin het moordlustige monster is teruggebracht tot bijna menselijke proporties. ALP doet een beetje denken aan een sitcom rondom twee huisgenoten in een herkenbare Amerikaanse stad. Beide hoofdrolspelers hebben, zoals dat hoort bij komische duo’s, een tegenovergesteld karakter: de ene is tamelijk dom, de ander iets slimmer. Zo nu en dan komen er beroemde gasten voorbij om de afleveringen op te leuken. Gastrollen van Jezus als nieuwe slagman voor de New York Yankees, de King of Flop, Bill Clinton en Eliza Dushku. Ook hier speelt het fotoaspect een grote rol. De strip waarin Bill Clinton vreemdgaat met de ex van Preston, werkt op visueel vlak juist zo goed omdat Clinton hier geplaatst wordt tussen speelgoedpoppetjes. Los van de situatie waarin de twee heren verkeren, komt een deel van de humor voort uit het feit dat het hier gaat om (speelgoedversies) van Alien en Predator. Hou maakt dan ook regelmatig grappen die gaan over het uiterlijk van de twee filmmonsters. In tegenstelling tot wat Tyrell beweert gaat de strip dus niet alleen over het leven in New York. Dat het hier gaat om Alien en Predator is maakt de strip bijzonder – de hoofdrolspelers zijn niet inwisselbaar voor andere personages. Al heeft Tyrell natuurlijk wel gelijk dat de locatie een belangrijke rol speelt in het verhaal. Na alle lof toch nog een puntje van kritiek. De humor van Alien Loves Predator is ietwat puberaal en is soms behoorlijk ‘fout’ (en wat mij betreft daardoor leuk), en zal daarom niet ieders ding zijn. In principe doen Abe en Preston als het gaat om tits and fart jokes niet onder voor bijvoorbeeld Dante en Randal uit Clerks (I+II), al moet gezegd worden dat de grappen en dialogen uit ALP nooit het niveau van Kevin Smiths werk halen. Daarvoor zijn ze veelal te flauw en missen ze een verbredende context die ruimte biedt voor een diepere laag, wat bij Smits werk wel vaak het geval is. Ook is er in de 200+ afleveringen nergens sprake van karakterontwikkeling. Dat kan lang goed gaan zolang de maker nieuwe interessante (bij)figuren introduceert. Maar op een gegeven moment gaat de lol er toch wel wat van af. Gelukkig kunnen we dan nog altijd genieten van de mooie plaatjes. Voor veel meer webcomic reviews zie: Clickburg.nl

Gastauteur: Achter de schermen bij Sl8n8

Saturday, October 7th, 2006

Vanaf deze maand zal af en toe een gastschrijver publiceren op Mike’s Webs. Het spits wordt afgebeten door Barbara. Mag ik mij even voorstellen? Mijn naam is Barbara en ik ben bezig met mijn laatste jaar van mijn opleiding tot make-up artist. Dit is een mooi woord voor visagie, grime, haarwerk, hairstyling en specialeffects. Voor deze opleiding heb ik stage gelopen bij de nieuwe Nederlandse horrorfilm Sl8n8.

Tijdens deze stage heb ik meegelopen met de visagiste en rondgekeken op de set. Ik heb vooral bloed, zweet en stof bij gespoten als dit moest gebeuren, de acteurs begeleid op de set en op de monitor meegekeken of alles er wel goed uit zag. Meestal staan meerdere crewleden rond het kleine schermpje om te kijken of alles klopt. Je kunt dan meteen zien of er nog iets moet veranderen. Als er dan iets is wat niet klopt, heb je nog de tijd om dat te veranderen.

Verder heb ik heel veel gezien van alle wonden die gemaakt zijn voor deze film. De hoofden die in de film worden afgehakt stonden backstage. Alsof het niks voorstelde, gewoon tussen de waterkoker en een boodschappentas. Deze wonden en hoofden behoorden tot de specialeffects en zijn verzorgd door dezelfde man die ook aan The Lord Of The Rings heeft meegewerkt. Dan kun je je misschien wel voorstellen dat het er erg goed en vooral heel echt uit zag.

Het was erg gaaf om te zien hoe zo’n scène in elkaar wordt gezet. Ik kan me nog één moment heel goed herinneren. Ik stond op de monitor mee te kijken hoe een scène werd opgenomen. En ondanks dat ik allang had gezien hoe de wond was geplakt, dat ik wist dat het hartstikke nep was en dat het op 3 meter afstand gebeurde, was het een gruwelijk gezicht hoe er een hap uit de arm van Jop Joris werd gebeten. Dat is dan echt te danken aan het acteerwerk en hoe realistisch de wond eruitziet. Ik was dan ook erg benieuwd naar hoe die scène eruit zou zien op het grote witte doek.

Vrijdag 29 september was de première tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Ook ik mocht hierbij zijn, net als mijn medestagiaires. We waren erg benieuwd of ook onze namen op de aftiteling zouden staan en hoe de film zou worden ontvangen. We gingen naar binnen over de rode loper en kregen champagne bij binnenkomst.

Toen kwam het moment dat iedereen plaats mocht gaan nemen in de zaal. Op dat moment begint het een beetje te kriebelen. Dan begin je gewoon zenuwachtig te worden om het feit dat je een film te zien krijgt waar jij aan mee hebt gewerkt en dat andere mensen die film gaan bekijken en er hoogstwaarschijnlijk toch een mening over gaan vormen. Spannend! Om het nog spannender te maken kwam er eerst nog een man het podium op om een voorwoordje te doen. En toen gebeurde het, toen ging de film waar we met z’n allen hard aan gewerkt hadden, waar we vele dagen vroeg voor zijn opgestaan en pas laat op de avond van thuis zijn gekomen, in première!

Het was leuk om te zien dat ik eigenlijk bij heel veel scènes van die film aanwezig ben geweest. Maar het is wel heel raar, je kijkt opeens heel anders naar zo’n film. Ik ben zo bezig geweest om te kijken of het nou eigenlijk allemaal wel klopt, dat ik je niet eens zou kunnen vertellen of het nou een goede film is of niet. Ik kan je wel vertellen dat in mijn ogen alles klopt. En de specialeffects zijn zó mooi gedaan! Er werd zelfs 2 keer geapplaudisseerd omdat er op dat moment iemand werd afgeslacht en dat heel mooi in beeld werd gebracht.

En dan te bedenken dat er maar op één enkel moment de computer aan te pas is gekomen. Dat is op het moment dat de acteurs in een filmpje zien hoe er een geest bezit neemt van iemands lichaam en dat krijg je anders toch echt niet voor elkaar. Voor de rest is het allemaal handwerk en ziet het er erg goed uit.

Maar misschien ben ik wel een beetje bevooroordeeld. Daarom ga ik de film gewoon nog een keer bekijken om te zien of hij voor de rest ook goed is.Maar één ding scheelt: ook de media is erg te spreken over ‘onze’ Sl8n8. Ik zag in een recensie in Metro dat de film 4 van de 5 sterren krijgt. Dat noem ik goed. En dan ben ik trots om te zeggen dat ik erbij ben geweest.

En onze namen… die staan op de aftiteling!

Drijfveer

Thursday, October 5th, 2006

Laatst had ik een sollicitatiegesprek. Tijdens dit gesprek werd ik overvallen door een typische sollicitatievraag. Zo’n vraag waarmee ze proberen in te schatten wat voor persoonlijkheid je hebt. ‘Wat is je drijfveer in het leven?’ Die had ik moeten zien aankomen. Puf, goede vraag dacht ik. Wat is mijn drijfveer eigenlijk? Natuurlijk had ik moeten antwoorden dat ik erg veel ambitie had en veel wilde bereiken in het leven. Maar was dat wel zo?Ik ben niet echt een carrièremens. Op dit moment freelance ik met veel plezier. Werken op projectbasis en meerdere klussen tegelijk doen – daar word ik vrolijk van. Er zijn natuurlijk altijd magazines waar ik nog graag voor wil schrijven. In dat opzicht kun je wel van ambitie spreken. Toch denk ik bij het woord ambitie meer aan die jongens op de beurs die bezweet en schreeuwend aandelen of obligaties kopen. Of aan advocaten, investeerders en beleggers. Of lijstrekkers en kamerleden. Maar niet zo zeer aan mezelf. Daarvoor fladder ik nog te veel. Werken aan een carrière zou betekenen dat ik volledig volwassen zou moeten worden en daarvoor voel ik me nog te jong. In plaats van het correcte antwoord te geven, dat mijn ambitie en compatibiliteit met het bedrijfsleven zou aantonen, zei ik heel simpel dat mijn drijfveer voornamelijk lol is.

‘Lol is mijn drijfveer. Je kunt je druk maken over van alles in het leven; je kunt bang zijn voor wat je hierna staat te gebeuren, maar of er nu een wel of niet iets is na dit leven maakt eigenlijk niet uit. Het gaat er wat mij betreft om dat we in het leven zoveel mogelijk plezier beleven.’

De dag erna stond ik in de plaatselijke cd-winkel. Terwijl ik de dvd van Chasing Amy afrekende, begon de jonge verkoper spontaan zijn levensfilosofie uit te leggen. Hij vond dat we ons vooral niet zo druk moesten maken, want het leven was al kort genoeg. ‘Mensen die iedere dag een carrière najagen, en geen tijd meer hebben voor hun gezin of vriendin… nee, da’s niets voor mij,’ zei de jongen. ‘We moeten vooral lol hebben in het leven!’
Ik was het wel met hem eens. Ons leven kent in principe twee schaarse goederen: tijd en liefde. Hoewel het tweede goed haar eigen column afdwingt (en in haar complexiteit samenhangt met compassie, het goede doen en een heleboel andere zaken), sluit het eerste goed aan bij de Levensfilosofie van de Lol. Door die filosofie als leidraad te nemen, kun je, op het moment dat je je laatste adem uitblaast, in ieder geval met een glimlach op je leven terugkijken.
Hm, kennelijk had ik met bovenstaande antwoord toch een deel van mijn persoonlijkheid prijsgegeven.
In ieder geval had ik in de cd-verkoper alvast een medestander gevonden.

Film: Mother’s day

Tuesday, October 3rd, 2006

In het kader van het aankomende Halloweenfeest hier alvast een kort filmpje om in de stemming te komen. Kijk en huiverrrrr.Mocht je niets zien in de browser, klik dan op: http://video.google.nl/videoplay?docid=4340757424738956092

Film: How many roads

Monday, October 2nd, 2006

Vanavond heb ik in het plaatselijke filmhuis de film How Many Roads van Jos de Putter gezien. In deze film worden enkele Dylanisten geportretteerd. De film gaat dus niet over de carrière van Amerikaans beroemdste bard, maar over het effect van zijn muziek en vooral teksten op zijn fans.
Zoals De Putter het zelf heeft omschreven in een interview met Cinema.nl:

‘De echte Bob Dylan is zijn werk. En hoe zie je nu wat iemands werk is, als je kijkt naar wat ’t doet met gewone mensen.’

De teksten van Bob Dylan worden door menigeen tegen het licht gehouden al ware ze afkomstig uit een Heilige Schrift. Er wordt kracht en advies geput uit de teksten. En net zoals bij menig heilig boek, zijn de teksten zo te interpreteren dat je er altijd je gelijk mee kunt halen.
In How Many Roads vallen enkele zaken duidelijk op. Fans van Dylan zijn van alle leeftijden en geledingen. Zo maken we kennis met een joodse christen, een jonge soldaat en vrouw van in de veertig die door het land achter Dylan aan reist. Er zit zelfs een stel tienermeisjes bij die graag de muze van oude Bob zouden willen zijn.
Het zijn allemaal typen die eruit springen. Het zijn niet de succesvolle carrièrejagers zoals de American Dream vaak wordt voorgesteld. Al zijn het wel mensen die allemaal opzoek zijn naar geluk en op hun weg begeleiding vinden in het werk van Dylan. De man van de straat gezien via een vertekenend spiegelbeeld. De Putter toont een interessante doorsnede van Amerika op dit moment. Een Amerika dat anders is dan de tijd waarin Dylan als woordvoerder sprak voor de jonge generatie die tegen de oorlog was.
Dylan past in het rijtje van Lennon, Presley, Morrisson en andere pophelden die tot een bijna heilige status worden verheven door hun fans. (Met dit verschil dat Dylan, in tegenstelling tot de drie voorgaande genoemde popgoden, nog leeft.) Dergelijke verheerlijking mag je overdreven vinden. Het neigt naar een ziekelijke verering die kan leiden tot verkeerd fanatisme. Was het immers niet een fan van Lennon, Mark Chapman, die hem uiteindelijk doodschoot? Aan de andere kant is de verering van een popheld het bewijs van de kracht die muziek en teksten kunnen hebben op mensen. En dat is eigenlijk heel mooi.
How Many Roads is behalve een portret van deze fans ook een roadmovie die prachtige beelden van cameraman Vladas Naudzius bevat. Wat mij betreft een aanrader voor Dylanisten, maar ook voor een ieder die geïnteresseerd is in mensen die over hun passie in het leven vertellen.