Op de tekentafel: Ronson Inc.

Ronson Inc. draait om twee rivaliserende detectivebureaus. Het degelijke Pinkerton Agency versus Ronson Inc. dat gehuisvest is in het povere mijnstadje Dalbart. Bij Ronson werken geen nette, in tweed gehulde detectives, maar eerder types die net zo fout zijn als de schurken waar ze op jagen. De ontstaansgeschiedenis van deze Nederlandse westernstrip.

Ronson Inc. is het geesteskind van Willem Ritstier en Minck Oosterveer, twee stripmakers die al jaren met elkaar samenwerken. De ontstaansgeschiedenis van Ronson Inc. kende echter een moeilijke start. Rob van Bavel vroeg of het stripmakerteam een strip wilden maken voor Eppo toen ze al met de spin-off van Storm bezig waren. Het was aan hen om iets te verzinnen.

Oosterveer liet zich inspireren door The Untouchables, de federale agent Elliot Ness die samen met zijn team de gangster Al Capone gevangen wist te zetten. Alleen zag Oosterveer geen onkreukbare helden voor zich. De hoofdrolspelers van de nieuwe strip moesten zelf corrupt en halve moordenaars zijn. Ritstier stelde voor om met dat uitgangspunt een western te maken.

Terug naar het Westen
Grappig genoeg waren beide stripmakers niet echt fan van het genre. In eerste instantie wist Oosterveer dan ook niet zeker of hij daar wel trek in had. ‘Vroeger was ik wel fan van het genre, als puber bekeek ik zo’n beetje iedere western die er was, maar dat is op een gegeven moment overgegaan.’ Door de televisieserie Deadwood werden Ritstier en Oosterveer weer enthousiast over de western. Oosterveer: ‘Deadwood is meer een shakespeareaans verhaal dan dat het een echte western is. Hoewel zoiets te ingewikkeld voor een strip zou zijn, heb ik er wel een paar elementen uit gebruikt: dat de setting een mijnstad is, een kamp zonder orde en gezag, dat zich niet in de prairie bevindt maar ergens in de bossen.’

Met Elliot Ness in het achterhoofd kwamen de stripmakers op het idee van een detectivebureau. Indertijd waren er daar veel van. Het bureau van Pinkerton was de grootste. De medewerkers van Ronson zijn ontslagen door Pinkerton omdat ze zichzelf niet netjes gedroegen en zijn hun eigen bureautje begonnen. Hun belangrijkste taak is het beschermen van de mijntransporten.

Historische figuren
In het eerste verhaal, ‘De afrekening’, werden de personages geïntroduceerd. ‘Eigenlijk heb ik gewoon een groep personen bij elkaar verzonnen, zoals ik meestal doe,’ zegt Ritstier. ‘Ik heb niet echt naar bestaande figuren gekeken.’ Desalniettemin hebben de Pinkertons echt bestaan. Alan Pinkerton was de oprichter van het bureau, een Ierse immigrant die zich in de burgeroorlog specialiseerde in het beschermen van de president.

Het uiterlijk van het personage Denny Forever ontleende Oosterveer aan de Amerikaanse acteur Morgan Freeman. ‘Ik moest aan Freeman denken, vooral omdat hij dit soort rauwe personages gespeeld heeft. Daarbij is hij om te zien niet heel knap. Dat wilde ik erin hebben.’ Het stadje Dalbart staat model voor de vele mijnkampen die er indertijd waren. Die werden soms heel snel uit de grond gestampt als mensen dachten dat er veel goud te vinden was. In eerste instantie waren het eerst tentenkampen, later werden er ook huisjes gebouwd.

Ritstier verdiepte zich in de materie via verschillende bronnen: ‘Voor Ronson Inc. bestond mijn research vooral uit het lezen van boeken. Vooral Engelse boeken, want in het Nederlands is er niet veel over te vinden. Daarnaast raadpleegde ik internetbronnen en bekeek ik westerns.’

Moeilijke start
Oosterveer geeft toe dat hij in het begin moeilijk zijn draai kon vinden bij dit project. ‘Dat het nieuw was voor mij maakte het interessant, maar ik moest er ook erg aan wennen. Om een western goed te maken heb je verschrikkelijk veel documentatie nodig.’

Maar er was nog een ander probleem, Oosterveer was namelijk niet erg tevreden over het verhaal. ‘Het eerste verhaal ging overal naar toe, het was geen duidelijk geheel,’ zegt de stripmaker. ‘Ik moet er wel bij zeggen dat ik dat vond. Anderen zullen daar heel anders over denken. Er zijn ook recensenten die ‘De Afrekening’ goed vonden.’

Ritstier heeft ook een ietwat andere mening dan zijn collega: ”De afrekening’ is een typisch eerste verhaal, waarin ieder belangrijk personage wordt geïntroduceerd. Deze opzet zie je ook vaak in pilots van tv-series. Voor een introductieverhaal vind ik het zeker niet slecht. Een ander feit is dat we allebei altijd een soort van opstartproblemen hebben bij een eerste verhaal. Bij Nicky Saxx was dat niet anders.”

Oosterveer kan zich beter vinden in het nieuwe verhaal. ‘Het gaat nu een stuk lekkerder,’ vindt de stripmaker. ‘Dit plot heeft minder zijtakken en de scènes lopen nu op een meer natuurlijke manier in elkaar over.’
Ritstier: ‘Minck vond het eerste verhaal ook niet hard genoeg. Die schade heb ik met ‘Goudeerlijk’ behoorlijk ingehaald.’

Werkwijze
Nadat besloten was dat Oosterveer en Ritstier een western voor Eppo zouden maken, schreef Ritstier eerst een synopsis, met daarin een beschrijving van het verhaal en de hoofdfiguren. Het scenario werd vergezeld door een schets met daarop de cast en door een proefpagina, geïnkt in zwart-wit. Dit werd later de eerste pagina van het album. Na het zien van dit materiaal werd het project meteen door hoofdredacteur Rob van Bavel goedgekeurd.

Ritstier schreef de eerste pagina’s script aan de hand van de synopsis. In dit gedetailleerde script staat wat er per plaatje gebeurt en welke dialogen de personages uitspreken. Ritstier stuurde iedere keer een aantal pagina’s script naar Oosterveer. Ronson Inc. is dus in etappes getekend. Het team had twintig pagina’s af voordat de eerste aflevering in Eppo werd gepubliceerd.

Het verleden in beeld
Voordat Oosterveer kan gaan tekenen is er vaak research nodig, zeker bij een strip die zich in 1870 afspeelt. Een periode waarin de fotografie nog in haar kinderschoenen stond. Er werd nog gefotografeerd op glazen platen die een lange belichtingstijd nodig hadden. Je ziet dan ook weinig mensen op die foto’s, want die moesten lang stil staan, maar gebouwen des te meer. Oosterveer maakt gebruik van boeken vol foto’s, maar er zijn ook aardig wat websites met beeldmateriaal te vinden.

‘In het begin moest ik de stad opzetten, dus dan is de vraag hoe zo’n kamp er eigenlijk uitzag,’ vertelt de tekenaar. ‘Er staan er nog aardig wat van overeind, want die Amerikanen hadden de gewoonte iets op te bouwen en daarna nooit meer af te breken. Er zijn dus ook foto’s van hoe het er nu uitziet.’ De kleding uit die tijd vormde een andere uitdaging. ‘Op de foto’s is vrij moeilijk te zien hoe de kleding in elkaar zat, daar moet je dan verder voor zoeken. Je hebt sites waar je kleding kunt bestellen die in de stijl van die tijd is. Die kleding is vaak authentiek. Het is echter moeilijk om het juiste jaartal te achterhalen, want vaak staat er geen datum bij of weet men het maar ongeveer. Gelukkig deden mensen toen twintig jaar met een kledingstuk, dus er is wel een zekere marge.’

Langgerekte lijnen
Als het onderzoek gedaan is, maakt Oosterveer kleine schetsjes. Vaak ziet hij bij het lezen van het script al voor zich wat hij gaat doen, hij hoeft daarom niet eerst uitgebreide thumbnails te maken. Meestal houdt hij het bij de vlakverdeling van de pagina: hoe groot de individuele kaders moeten worden en hoe de plaatjes verdeeld moeten worden over de pagina. Oosterveer bepaalt de découpage. Daarna werkt hij de tekening in potlood uit.

Opmerkelijk detail is dat hij het allemaal uitwerkt op hetzelfde stukje papier: ‘Oorspronkelijk maakte ik krantenstrips, waar je helemaal geen tijd hebt om allemaal aparte schetsen en dingen te maken. Dus ik ben gewend om het in een keer te doen.’

Oosterveer gebruikt 250 grams papier van het merk Schoeller Duria. Met een Raphael no. 3 penseel inkt hij direct op de potloodtekening. ‘Ik gebruik de 8408 die lange haren heeft. Hier krijg je een langgerekte lijn mee die soepel en vloeiend is. Hiermee voorkom je zo’n typische penseelhaal, die van smal naar dik loopt en daarna weer smal eindigt.’

Wat de strip kenmerkt zijn de relatief grote kaders. ‘Er gebeurt ontzettend veel in Ronson Inc.,’ legt Oosterveer uit. “Dat wil ik niet allemaal in kleine plaatjes proppen.’

Studio Leonardo doet de inkleuring. De tekenaar bepaalt de grootte van de tekstballonnen. De lettering van de ballons worden door de redacteuren van Eppo gedaan.

Dit artikel is gepubliceerd in Eppo #25 (2010).

 

Film A-Z: O

Oh, oh, oh, het is weer tijd voor mijn Film ABC. De volgende is over twee weken, vrijdag 13 augustus. Enjoy.

Once Upon A Time In The West (Sergio Leone, 1968)
In het westerngenre kun je er niet omheen: een cinematografische mijlpaal van Sergio Leone, de man die het genre ander leven inblies. Een filmopera die een geheel eigen ervaring biedt en waar de filmmuziek van Ennio Morricone net zo legendarisch is als de film zelf. De muziek van Morricone werd vroeger vaak bij ons thuis gedraaid. Het is heel herkenbare, uitgesproken filmmuziek die perfect past bij de levengrote vergezichten en filmbeelden van Leone. Groot, groter, grootst. In de recente film Inglourious Basterds, wat eigenlijk een western is die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelt, ‘leent’ Tarantino veel shots en sfeer van het oeuvre van Leone. Vooral de openingsscene had zo door de Italiaanse filmmaker gemaakt kunnen zijn. Maar goed, dat zijn we wel gewend van Tarantino, de man van de filmcitaten.

One Flew Over the Cuckoo’s Nest (Milos Forman, 1975)
Dat Jack Nicholson een acteerkanon is, hoef ik niemand te vertellen. Misschien is dit wel de beste rol die hij ooit gespeeld heeft. Ik zag de film en las het boek van Ken Kesey voor mijn Engelse literatuurlijst. Twee meesterwerken. (Nee, daar bedoel ik niet die literatuurlijst mee.)

Ik heb het zelf niet zo op met autoritair gedrag en kan me daarom heel goed vinden in Randle P. McMurphy die het opneemt tegen bitch zuster Ratched (perfect neergezet door Louise Fletcher). Ratched maakt misbruik van haar positie als capo op een afdeling geesteszieken. McMurphy denkt een gevangenisstraf op een makkelijke manier uit te zitten door zich psychisch onwel te laten verklaren en op deze afdeling te vertoeven, maar krijgt al snel aanvaringen met de onrechtvaardigheid van het beleid van Ratched. Prachtig om te zien hoe McMurhphy deze mensen uit hun geestelijke winterslaap weet te halen en in opstand weet te brengen. In dat opzicht is hij een echte leider voor het schaapachtige volk. Natuurlijk moet hij daar uiteindelijk voor gestraft worden. McMurphy is immers een martelaar. Gelukkig weet de Indiaan, die uiteraard Chief heet, te ontsnappen wanneer McMurphy erin is geslaagd om hem zijn eigenwaarde weer in te zien.

In dat opzicht lijkt het verhaal van One flew ook wel op Dead Poets Society, waarin leraar Robin Williams jonge studenten voor zichzelf leert denken in een strenge kostschool. Hij brengt ze in aanraking met poëzie en de bitterkoekjes die de autoriteiten hen voorschotelen niet als zoete koek te slikken. Mooie film is dat ook.

Ratched staat wat mij betreft voor alle domme ambtenaren waar we als gewone burgers mee te maken krijgen. Van die regelvolgers en cijferneukers die het leven onnodig onaangenaam maken. Laat je McMurphy dan ook de vrije loop als je met dat soort gasten te maken krijgt, zou ik zeggen. Maar zorg wel dat je net zoals Chief weet te ontsnappen.

 

Film A-Z: G

We zijn alweer bij de G van mijn Film ABC. De G van goede films, of in ieder geval: de films die ik goed vind en die mij op de juiste manier wisten te raken.

Ghostbusters (Ivan Rietman, 1984)

Ik ben zo gek op deze flick dat ik vorig jaar in New York speciaal de bibliotheek bezocht waar een van de scènes is opgenomen.

Ghostbusters is een origineel idee bedacht en opgeschreven door Harold Ramis en Dan Aykroyd, over een stel wetenschappers die hun brood proberen te verdienen met het vangen van spoken. Ze beginnen hun bedrijfje net op tijd, want Gozer de Gozerian staat op het punt om tot onze wereld toe te treden. En dat is niet best.

Het gevolg is een supergrappig script, voor die tijd indrukwekkende specialeffects en bij het opnieuw bekijken van Ghostbusters warme nostalgische gevoelens. Voor spoken ben ik nooit bang geweest, en samen met Peter Venkman, Ray Stantz, Egon Spengler en Winston Zeddmore kan ik hartelijk om hun doorzichtige verschijning lachen.

Daarbij bevat de film belangrijke datingtips, zoals deze:
‘There is no Dana, there is only zuul!’

Pas maar op, voordat je het weet blijkt je date bezeten te zijn door een of ander bovennatuurlijke poortwachter. Gij zijt gewaarschuwd.

The Good, The Bad and The Ugly (Sergio Leone, 1966)
De titel mag dan ook verwijzen naar de drie belangrijke hoofden van wijlen Balkenende IV, maar daar draait deze ultieme spaghettiwestern natuurlijk niet om. Al vindt regisseur Martin Koolhoven deze film van Sergio Leone niet exemplarisch voor de spaghettiwestern omdat:

Die films zijn niet representatief voor de 600 andere spaghettiwesterns die er zijn gemaakt. Meestal “kleine” films, gemaakt met beperkte budgetten. Django van Sergio Corbucci is archetypischer en is ook heel invloedrijk geweest. Het gaat er allemaal veel harder, gemener en smeriger aan toe. Het aantrekkelijke van de spaghettiwestern is dat die niet volgens de normale morele codes van Hollywood zijn gemaakt. (Zie dit artikel op Cinema.nl.)

Dat zal dan wel: ik vind The Good, The Bad and The Ugly gewelddadig genoeg, en een prachtig verhaal over een mysterieuze revolverheld – mooi ouderwets woord is dat trouwens – gespeeld door Clint Eastwood. Samen met twee vreemdelingen, de slechterik (Eli Wallach) en de lelijke (Lee van Cleef) probeert hij een fortuin aan gestolen goud op te sporen. Maar hoe betrouwbaar zijn dieven? Hun zoektocht leidt naar een van de beste climaxen uit het western genre.

Ghost World (Terry Zwigoff, 2001)


Toen ik de trailer van Ghost World voor het eerst zag, dacht ik dat de film geen bal aan zou zijn. Zo zie je maar hoe een slechte trailer kan bedriegen, want deze stripverfilming is het kijken meer dan waard. Dankzij een gevat script, interessante personages en prima vertolkingen van Thora Birch, Steve Buscemi en Scarlett Johansson voordat ze een echte seksbom werd. (Wordt dat woord nog wel eens gebruikt eigenlijk, ‘seksbom?’ Klinkt als een moslimterroriste in burkini.)

Het is vooral het einde dat deze film magisch maakt. Als Enid de stad verlaat en het verhaaltje uitrijdt in een bus die al jaren is opgeheven. Mooi statement over eigenheid en over je eigen weg in slaan. Overigens is de strip van Daniel Clowes waar de film op gebaseerd is, ook heel goed.

The Graduate (Mike Nichols, 1967)

Er zijn van die films die je altijd bijblijven en je keer op keer kunt zien. The Graduate is voor mij zo’n film. Deze flick van Mike Nichols was mijn eerste kennismaking met acteur Dustin Hoffman en de muziek van Simon & Garfunkel.

The Graduate is een boeiende klassieker die gaat over het verzet tegen de oudere generatie: Benjamin Braddock (Dustin Hoffman) valt na zijn studie in het spreekwoordelijke zwarte gat. Hij leeft in een vacuüm van verveling: dagenlang dobbert hij rond op een luchtbed in het zwembad, zoals hij doelloos door het leven drijft. Benjamins toekomstplannen zijn vaag: ‘Ik wil dat mijn toekomst ánders is’, vertrouwt hij zijn vader tijdens zijn afstudeerfeestje toe. Ondertussen verleidt Mrs. Robinson (Anne Bancroft), en krijgt hij een verhouding met deze oudere vrouw terwijl hij liever een relatie begint met haar dochter Elaine (Katharine Ross). Als hij een einde aan de affaire maakt is Mrs. Robinson het daar natuurlijk niet mee eens en ze zal er alles aan doen om de relatie tussen Benjamin en Elaine te stoppen.

De kinderen willen voor zichzelf een ander leven dan hun ouders die vast zitten in een standaardleven en ongelukkig huwelijk – gedoemd om tot het einde der tijden samen te blijven. Elaine trouwt met een ander, een jongen die wél door haar ouders als ideale schoonzoon wordt beschouwd, maar kiest na de huwelijksvoltrekking alsnog voor Ben.

Het venijn van The Graduate zit aan het einde, want het is nog maar de vraag of Benjamin en Elaine het lot van hun ouders kunnen ontlopen. Wanneer Benjamin Elaine voor het huwelijksaltaar heeft weggeroofd, rijden ze weg in de bus, hun toekomst tegemoet. Het is echter de vraag of ze de valkuilen waarin hun ouders zijn gestapt kunnen vermijden. Als de spanning van het moment uit hun lijven is weggeëbd, zwijgen ze, alsof ze elkaar niets meer te vertellen hebben. Het nummer ‘The Sound of Silence’ onderstreept dit idee.

Groundhog Day (Harold Ramis, 1993)
De tweede film met Harold Ramis en Bill Murray in deze aflevering van mijn film A-Z, dit keer ook geregisseerd door Ramis. Stel je eens voor dat je de ergste dag van je leven telkens overnieuw moet beleven. Bill Murray, die weerman Phil Connors speelt die voor het vierde achtereenvolgende jaar moet afreizen naar Punxsutawney, Pennsylvania, om te zien of de bosmarmot zijn gezicht laat zien of niet, maakt er maar het beste van, krijgt er op den duur lol in en verovert het hart van Andy MacDowell.

Het verhaal gaat natuurlijk over een man die langzaam zijn karakter moet aanpassen en soms zijn daar bovennatuurlijke narratieve middelen voor nodig. Bill Murray speelt perfect de cynische (weer)man die zich niets laat wijsmaken. Een rol die hem op het lijf geschreven is en doet denken aan personages als Frank Cross uit Scrooged. De laatste jaren is er een echte Murray revival, waarin hij tot mijn vreugde ook andere kanten van zijn acteertalent toont.

Groundhog Day won onder meer een BAFTA Award voor beste script, een British Comedy Award voor beste filmkomedie en een Saturn Award voor beste actrice (Andie MacDowell). In 2006 werd de film aan het Amerikaanse National Film Registry toegevoegd vanwege de culturele, historische en esthetische waarde van de film.

Hoewel de film dus over een herhalende dag gaat, is hij mij nog niet gaan vervelen.

Bekijk deze scènes maar eens:


Volgende week de filmtitels die met een H beginnen.  Maar eerst wil ik natuurlijk van jullie horen welke G-films jullie favorieten zijn en waarom.

 

Film A-Z: B

Zoals iedere liefhebber heb ik zo mijn favorieten. Het leek me tijd om deze met de wereld te delen. Dat doe ik in de vorm van een ABC, omdat ik eerlijk gezegd niet een nummer één heb. En als die er al is, dan is het morgen weer een andere film. Daarom presenteer ik de komende weken op vrijdag mijn, geheel particuliere, film ABC.

Vandaag deel twee van mijn Film ABC. Er zijn veel goede films die met een B beginnen, dus dit keer maar liefst zeven flicks. Ik vond het leuk om de reacties op de A-films te lezen. Schroom dus niet om onder deze post je eigen favoriete films toe te voegen die met een B- beginnen. En antwoord te geven op deze vraag: Welke van mijn rijtje heb je gezien en wat vond je van ze?

Back to the Future (Robert Zemeckis, 1985)

Het script geschreven door Robert Zemeckis en Bob Gale een schoolvoorbeeld van hoe je in Hollywood een scenario dient te pennen. Alles klopt binnen het verhaal: wat je in de eerste tien minuten ziet aan details en gebeurtenissen, wordt later volledig uitgespeeld. Geen overbodige details of scènes. Ieder zinnetje uit de dialoog staat in dienst van het verhaal. Daarnaast prachtige specialeffects en heerlijk gestoei met tijdsparadoxen. En natuurlijk wonderboy Michael J. Fox en Christopher Lloyd als enthousiaste, gekke professor.

Batman (Tim Burton, 1989)
Ik geef als eerste toe dat deze film niet zonder gebreken is, maar ik hou een zwak voor Michael Keatons Bruce Wayne en de prachtige gothicsfeer die Gotham City in deze film heeft. Mijn oordeel is niet gespeend van enige nostalgie. Burtons eerste Batman-film introduceerde mij met een paar nieuwe dingen die tot de dag van vandaag deel uitmaken van mijn leven: het werk van Tim Burton, de muziek van Danny Elfman, mijn passie voor cinema en natuurlijk een diepgeworteld plezier aan de verhaalwereld van de Batman. Ook de muziek van Prince leerde ik kennen, hoewel ik die tegenwoordig bijna niet meer draai. Sommige dingen ontgroei je. Maar mijn passie voor Batman-strips, Burton en Elfman is gebleven. Ik schreef ooit een paar blogposts over Batman van Burton. The Bat & Prince; De wereld van Tim Burton; Terug naar de bron; Waarom Batman en de Joker niet zonder elkaar kunnen en Nicholson, de Joker op het lijf geschreven.

The Big Lebowski (Coen Brothers, 1998)
Misschien wel de beste film van de Coen Brothers. Dat hij alweer 12 jaar oud is, zie je er niet aan af. Jeff Bridges speelt de rol van zijn leven als hippie of leeftijd Lebowski en John Goodman is goed te pruimen in de rol van Walter Sobchak, de geflipte vriend van Lebowski met een oorlogstrauma. Kijk maar naar deze compilatie (maar ga vooral de hele film zien:)

The Big Sleep (Howard Hawks, 1946)


The Big Sleep
wordt, evenals The Maltese Falcon, in vrijwel elk handboek en door vrijwel iedere filmliefhebber als hoogtepunt van de Film Noir bestempeld. Film Noir refereert naar die Hollywood films uit de jaren veertig en vijftig die zich afspelen in een wereld van donkere natte straten, in steden waar misdaad en corruptie heersen; een wereld vol duistere schaduwen en wanhoop, waar vervreemding en paranoïde gevoelens de actie van de personages bepalen.

Wat maakt deze Noir-film zo goed? Als eerste speelt Humphrey Bogart – een van de meest prominente acteurs uit Hollywood jaren ’40 en ’50 – de rol van Philip Marlowe; een rol waarmee hij de belichaming werd van de filmdetective (niet in de laatste plaats omdat hij tevens de rol van detective Sam Spade op zich heeft genomen in The Maltese Falcon; vaak genoemd als de eerste Film Noir.) Het spel tussen Bogart en Lauren Bacall, een belangrijk element in The Big Sleep, is sterk en straalt dat nu ook nog uit. Bacall is een van de eerste femme fatales van het witte doek en vormde samen met Bogart een van de klassieke romantische koppels van Hollywood.

The Blues Brothers (John Landis, 1980)
Het genre musical is niet aan mij besteed. Toch vind ik dit een van de beste muzikale films ooit. Prachtige gastoptredens van James Brown, Aretha Franklin, Ray Charles en Matt ‘Guitar’ Murphy. Erg grappig verhaal waarin de twee criminelen Jake (John Belushi) en Elwood (Dan Aykroyd) Blues hun band weer samenbrengen om geld in te zamelen voor het Katholieke tehuis waar ze opgroeiden. Ze zijn niet te stoppen, want they are on a mission from God. De laatste achtervolgingsscene is een klassieker. Prachtig om te zien hoe de oude Dodge, na al die lanceringen, uit elkaar valt op het moment dat de twee broers hun doel bereikt hebben. En natuurlijk: de beste film van de onvergetelijke John Belushi.

The Breakfast Club (John Hughes, 1985)

Van de koning van de tienerfilm, John Hughes, die ons vorig jaar is ontvallen. Met films als Pretty in Pink, The Breakfast Club en Ferris Bueller’s Day Off, sprak hij de jongeren van de jaren tachtig aan. Hughes toonde ons innemende, gewiekste tieners met al hun angsten, onzekerheden en rebelsheid. Hij introduceerde acteurs als Molly Ringwald, Anthony Michael Hall, Ally Sheedy en Judd Nelson. Het is ook nu nog boeiend om te zien hoe regisseur John Hughes tieners met uiteenlopende karakters naar elkaar toe laat groeien tijdens een zaterdag nablijven op school.

Butch Cassidy and the Sundance Kid (George Roy Hill, 1969)
Butch Cassidy en The Sundance Kid zijn twee outlaws. Wanneer ze te vaak een trein overvallen wordt er een speciale posse achter ze aan gestuurd. Ze vluchten en belanden uiteindelijk in Bolivia, maar het blijkt lastig bankenovervallen als je de taal niet spreekt.
Wederom een film met Robert Redford in dit overzicht. Dit keer speelt hij met Paul Newman in een van de leukste films uit de jaren zestig. Het klassieke verhaal over Butch Cassidy (Newman) en the Sundance Kid (Redford) wordt lichtvoetig gebracht, maar de vriendschap tussen de twee mannen lijkt er niet minder echt door. Deze acteurs zijn goed op elkaar ingespeeld, alsof ze elkander al jaren kennen. De film is mooi gefotografeerd en bevat maar liefst drie muzikale sequenties, gecomponeerd door Burt Bacharach: toch uniek in die tijd in dit genre. Het nummer ‘Raindrops keep falling on my head’ werd een hit en klinkt nu ook nog prima in het gehoor.

Regisseur George Roy Hill vermengt verschillende filmtechnieken, de middelste muzieksequentie is een fotomontage waarin de acteurs zijn gemonteerd in oude archieffoto’s en de film eindigt op een dramatisch hoogtepunt met een stilstaand beeld. De aanhoudende achtervolging van de posse is adembenemend. En ook bijzonder: geen van de actiescènes heeft filmmuziek. Een uniek juweeltje in het genre van de western.