KvK maakt doodleuk privéadres ZZP’er openbaar

Als zzp’er ben je verplicht om je bij de Kamer van Koophandel in te schrijven. Dat is mij als zelfstandige al jaren een doorn in het oog en ik beschouw die inschrijving dan ook als een extra en onnodige belasting omdat ik, tot nu toe, nog niets aan die inschrijving heb gehad. Behalve dan een grote berg reclamepost en vervelende telefoontjes van callcenters dan, want die inschrijfgegevens worden doodleuk doorgespeeld aan derden.

Maar die reclameberg is nog niet eens het ergste. Door de inschrijving is je bedrijfsadres online zichtbaar voor jan en alleman. Dat is vervelend als je bedrijfsadres en je privéadres dezelfde zijn. En dat is bij veel zelfstandigen het geval. En dat kan heel vervelende gevolgen hebben.

Bijvoorbeeld voor cabaretier Katinka Polderman. In haar Spits-column van 18 januari schrijft ze:

Wil je iemand bedreigen? Een podiumartiest, presentator, journalist of andere zelfstandige zonder personeel (ZZP’er) stalken of hem anderszins het leven zuur maken? In samenwerking met de overheid is daar een handige tool voor ontwikkeld: De Kamer van Koophandel. Het werkt heel gemakkelijk; het enige dat je hoeft te doen is naar www.kvk.nl gaan. Meteen op de voorpagina staat een gebruiksvriendelijke zoekbalk waar je alleen nog even de naam van het ZZP-slachtoffer in hoeft te vullen. Binnen seconden verschijnt het huisadres van de ZZP’er.

En Polderman is niet de enige zzp’er die hier een probleem mee heeft. Kunstenares Tinkebell en publiciste Karin Spaink delen de kritiek van Polderman. Pieter Hilhorst van het Vara programma De Ombudsman pakt de zaak op en ging samen met Polderman naar de KvK met de vraag of dit echt niet anders kan.

De uitzending is vrijdag 3 februari om 20.50 op Nederland 2.

Hieronder de oproep van Pieter om hierover mee te praten op Twitter.

Ook meepraten op Twitter? Gebruik dan #varaombudsman.

Katinka beschrijft in de column van deze week hoe het bezoek aan de KvK verliep.

Hier nog even de regels volgens die gezellige organisatie.

Edwin Mijnsbergen zet de privacyschendingen van de KvK nog eens duidelijk op een rij in een blogpost.

In de rubriek Spladodder! behandel ik allerlei zaken die wat mij betreft niet door de beugel kunnen. Beeld is van Hallie Lama.

 

Het monster dat gevoed moet worden

Illustratie: Emma Ringelberg

Bloggen doe je voor je plezier en omdat je iets kwijt wilt aan de wereld. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet.

Daar begint het bloggen wel mee, met de wens om mensen te bereiken. Om gehoord te worden. Om te delen wat jou zo enthousiast maakt, waar je je over verwondert, wat je bezighoudt. Prima redenen.

Toch kan het bloggen soms ook als een last aanvoelen. Opeens blog je niet meer omdat je het wilt, maar omdat je het gevoel hebt dat je moet. Dat je iets moet publiceren omdat er anders geen bezoekers op je site komen. Dat je iets moet publiceren omdat het alweer een paar dagen geleden is dat je een blogpost hebt geschreven. Dat je iets nieuws moet publiceren omdat er op de laatste paar teksten geen reacties binnenkwamen. Blijven produceren omdat mensen anders vergeten dat je blog bestaat. Uit het oog uit het hart. Zoiets.

Als je dat ervaart, lijkt je blog bijna als een monster dat gevoed moet worden. Een monster dat je aandacht vraagt, ook als je er geen zin in hebt. Een monster met een geeuwhonger die niet te stillen lijkt, want niet lang nadat je het monster gevoerd hebt met een verse blogpost, bekruipt je het onbehaaglijke gevoel dat je weer aan de slag moet.

Maar het monster dat gevoed moet worden is niet je blog. Je blog is namelijk maar een ding op het web, de plek waar je publiceert. Alle eigenschappen die je je blog toebedeelt, behoren jezelf toe. Je blog is namelijk niet meer of minder dan een verlengstuk van jezelf. Kortom, het monster dat gevoed moet worden, dat ben je zelf.

Ga maar na: publiceer je op zo’n moment nog omdat je iets kwijt wilt aan de wereld? Dat je het gevoel hebt dat je zult barsten als je niet je vingers over het toetsenbord laat gaan om over die ene film, strip, liedje of gebeurtenis te schrijven? Of publiceer je omdat je het gevoel hebt dat je wel moet om de verkeerde redenen? Omdat je reacties wilt bijvoorbeeld, of omdat je te veel naar je statistieken hebt zitten kijken en die je drijfveer vormen om door te bloggen?

Moet je blog gevoed worden, of je ego? Want, laten we eerlijk zijn, je aanwezigheid op het web, of het nu bloggen, Facebook of Twitter betreft, heeft ook met het ego te maken. De mens verlangt naar aandacht. Mis je de spotlight, de aandacht, de reacties? Als dit laatste het geval is, kun je het beste iets anders gaan doen. Even afstand van het bloggen nemen. Even goed nadenken over je motieven. Waarom blog je? Wat wil je ermee bereiken? Wat doet het voor jou?

Als je de antwoorden op die vragen kent, is je honger vast ook gestild. Je weet op zijn minst wie en wat je aan het voeren bent als je weer gaat bloggen.

(Deze blogpost is deels een antwoord op die van Peter de Kock.)

 

Treinmeisjes geportretteerd

traingirl-17-08-2011

© Sean van der Meulen

In de trein kun je van alles doen: lezen, gesprekken voeren, je adressenbestand in je telefoon opschonen en uit je neus eten. Maar je kunt ook interessante medepassagiers vastleggen.

Sean van der Meulen, tekenaar en blogger, tekent geregeld meisjes die hij tegenkomt in de trein. Een paar portretten heeft hij op zijn blog gezet, de rest kun je op Flickr bekijken.

Ik vind het een leuk project en vooral mooie portretten. Van der Meulen zet de dames raak neer op het papier. Ik vind netjes schrijven in een wiegelende trein al lastig.

Van der Meulen vertelde me via Twitter dat hij dit al een tijd doet, maar dat hij de laatste tijd weer wat vaker zijn pen oppakt. De meeste dames hebben het overigens niet door dat ze getekend worden. Soms willen ze het resultaat wel even zien.

Het tekenen van leuke vrouwen is overigens niet geheel zonder risico: ‘Één keertje was een dame wel heel geïnteresseerd in me en dat vond mijn vriendin minder leuk.’

Dit is een van mijn favoriete prenten uit de serie:

traingirl16082010

© Sean van der Meulen

 

 

Je blog als notitieblok

Illustratie: Emma Ringelberg

De laatste weken is er een leuke discussie, noem het dialoog, gaande tussen verschillende bloggers die ik graag volg. Daarin overheerst een nostalgisch gevoel waarin we terug willen naar hoe het bloggen ging voor de komst van sociale media. Je blog als centraal punt van al je activiteiten.

Nu kun je niet zo maar terug in de tijd en in principe hoeft dat ook niet: je kunt sociale media inzetten, maar dan moet je wel accepteren dat de discussie over wat je te zeggen hebt op verschillende plekken kan plaatsvinden.

Karins aanpak om op elkaar te reageren via blogposts spreekt me erg aan. Een eigen tekst bied je de ruimte om genuanceerd op iemand te antwoorden. Onder blogpost reageren is ook goed natuurlijk, zolang de reactie maar aan het blog gekoppeld is. Op Twitter verwaaien reacties veel sneller dan op een blog.

De laatste tijd voel ik behoefte om korte en krachtige posts te schrijven. Om mijn blog als een soort notitieboekje te gebruiken.

Dat wil zeggen: korte posts met een enkele observatie, een plaatje of video met een tekstje. Een korte recensie, een los idee, één gedachte – hup op het web. Blogpost hoeven wat mij betreft ook geen afgerond geheel te vormen, maar kunnen een work in progress zijn. Een schets, een opzetje dat later tot meer kan leiden.

Ik hoor doorgewinterde bloggers al denken dat zij al jaren doen wat ik hierboven beschrijf. En dat is natuurlijk ook zo. Het is Old Skool bloggen. Ik schrijf het hier op om mezelf er weer eens aan te herinneren.

Het blog als notitieblok. Daar was ik in het begin van michaelminneboo.nl huiverig voor, want het blog zit vast aan mijn portfolio-site. Voor potentiële nieuwe opdrachtgevers wil je als freelancer een zo goed mogelijke indruk maken. Maar daar heb ik in principe ook een archief voor aangemaakt waar ik een selectie plaats van de artikelen die ik in opdracht heb geschreven.

Een blog moet léven. Je moet er ideeën kunnen uitspreken en toetsen. Laten zien wat je bezighoudt, wat je fascineert.

Dus niets staat me meer in de weg om het vanaf nu anders aan te gaan pakken.