Mooi is dat! bij de NOS

Dinsdag 2 november had NOS Headlines een item over het boek Mooi is dat! dat morgen op de Kunststripbeurs in Utrecht wordt gepresenteerd. Ik sprak Gert Jan Pos, intendant strips bij het Fonds BKVB eerder al over dit boek waarin 57 Nederlandse en Vlaamse literaire titels zijn verstript, ieder in één pagina.

Ook was er deze week een voorpublicatie van het boek in de NRC Next, dezelfde krant waar eerder ook de finalisten van de Benelux Beeldverhalen Prijs werden tentoongesteld. De prijs is in het leven geroepen door Pos, uitgeverij De Vliegende Hollander en nrc.next. Eerder dit jaar was er ook aardig wat media-aandacht voor het feit dat Nederland gastland was op FICOMIC, de grote stripbeurs in Barcelona, waar een delegatie stripmakers naar afreisde. In dat opzicht kun je stellen dat Pos met zijn stripprojecten aardig wat aandacht weet te generen, een van de taken die hij meekreeg bij zijn aanstelling als intendant in mei vorig jaar.

Ik ben benieuwd of alle media-aandacht voor Mooi is dat! ook daadwerkelijk tot een goede verkoop gaan leiden. Dat moeten we nog even afwachten. In ieder geval liggen er 6.000 exemplaren klaar.

 

Mooi is dat!: Eenpaginaklassiekers

In Mooi is dat! zijn 57 literaire klassiekers elk in één pagina verstript. Het koffietafelboek wordt zaterdag 6 november tijdens de Kunststripbeurs op het HAFF gepresenteerd. Een interview met Gert Jan Pos: ‘Er zit geen slechte pagina tussen!’

Mooi is dat! bevat 57 uiteenlopende verstrippingen van Nederlandse en Vlaamse klassiekers. De stripmakers, waaronder 14 Vlaamse, kregen de opdracht om een literair meesterwerk in één geïllustreerde pagina te vatten. In ieder geval moest het verhaal duidelijk zijn. Initiatiefnemer Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds BKVB, deed samen met Pieter Steinz en Rienk Tychon de redactie van het boek. Steinz, chef NRC Boeken, schreef per titel een begeleidende tekst over het verhaal en de publicatiegeschiedenis van het boek. De stripintendant aan het woord:

Wat is het idee achter deze uitgave?
‘Het is een staalkaart van Nederlands en Vlaams talent op stripgebied. Ook hoop ik een einde te maken aan al dat geklets over literaire verstrippingen. Men denkt daarbij meteen aan De Avonden van Dick Matena, de stripversie waarin de tekst van Reve integraal werd gebruikt, maar zo hoeft het natuurlijk helemaal niet. De bundel laat dus zien hoe het óók kan. Wat betreft aanpak en stijl is het een heel uiteenlopende uitgave geworden. Soms heeft een stripmaker het hele boek samengevat in één pagina, anderen hebben één scène verkozen tot sleutelscène.’

Door de vrije interpretaties is het als uittrekselboek niet echt geslaagd.
‘Ik zie ook wel dat het op sommige punten wel heel erg artistiek en los is geworden. Het is daardoor niet geschikt voor op school, dat was leuk geweest, want dan gaat de oplage meteen omhoog.’

De eerste druk bestaat uit zesduizend exemplaren. Wie hoop je ermee te bereiken?
‘Ik denk dat mensen die in literatuur geïnteresseerd zijn wel willen zien hoe hun favoriete boek is verstript. Ook hoop ik dat men uit nieuwsgierigheid de oorspronkelijke boeken gaat lezen om de tekeningen beter te begrijpen. Om het boek te promoten is er een bijbehorende reizende expositie die 13 november in de OBA wordt geopend door Tommy Wieringa. Mooi is dat! wordt al veel besteld door boekhandelaren. Misschien wordt het meteen wel een bestseller.’

Als dat het geval zou zijn, wat is dan de volgende stap?
‘Ik ben in gesprek met het EYE Film Instituut en het Filmfonds om iets met Nederlandse speelfilms en strips te doen. Maar hoe we dat gaan aanpakken weet ik nog niet. Misschien laten we dan per film een filmaffiche maken.’

Voor een staalkaart mis ik wel bepaalde namen. Hoe zijn de stripmakers geselecteerd?
‘Ik heb alle stripmakers die ik goed vind gevraagd. Sommige mensen hebben afgezegd wegens tijdgebrek of omdat ze er geen zin in hadden. Ik had Judith Vanistendael er graag in gehad en Hanco Kolk. Ik vind het te pikant om te vertellen wie ik niet heb gevraagd.’

Loop je zo niet het risico dat sommige mensen zeggen dat de favorieten van Pos weer een klusje hebben gekregen?
‘Als stripintendant mag ik zeggen wie ik goed vind en me daarop concentreren. Als mensen erover willen discussiëren dan is dat prima. Ik ben daar heel open over. Binnen elke culturele kring is er natuurlijk wel sprake van een onuitgesproken hiërarchie. Onderling weet iedereen eigenlijk wel wie de beste is.’

'Het lied der dwaze bijen' door Jan Cleijne

Hoe zijn de titels geselecteerd?
‘De stripmakers mochten kiezen uit een lijst waar ik de, in mijn ogen, honderd belangrijkste titels uit de Nederlandse literatuur op heb gezet. Pieter Steinz heeft daar nog wat aan toegevoegd en we hebben overlegd met het Nederlands en het Vlaams Fonds voor de Letteren. De Aanslag stond wel op de lijst, maar is niet gekozen door de stripmakers. Daar zit dus verder geen plan achter.’

Er zitten opvallend veel oude teksten van voor de twintigste eeuw tussen.
‘Middeleeuwse verhalen zijn het beste om te verstrippen want het zijn heel mooi afgeronde verhalen. Karel ende Elegast is net een Suske en Wiske-verhaal. De Avonden verstrippen is toch iets ingewikkelder, al staat die er gelukkig wel in.’

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #44.

 

Stripster doet het op z’n Spaans

De nieuwssite StripSter bestaat tien jaar. Dat wordt onder andere gevierd met enkele specials. En daar wil ik best even reclame voor maken.

StripSter bevat nieuwsberichten over de Nederlandse en Vlaamse strip. Ook biedt men tekentalent een podium. De site wordt gecoördineerd door Henk Schouten. 1 augustus 2000 ging StripSter officieel online.

De meest recente special gaat over strips in Spanje. De Spaanse pepers zitten kennelijk nog in de lucht van het schoolreisje van intendant Gert Jan Pos naar FICOMIC eerder dit jaar.

Voor de special hebben 14 grote Spaanse striptekenaars werk ingestuurd, zoals José Luis Munuera, Paco Roca, Bartolomé Seguí, Jaime Martín. Volgens StripSter is het werk nog nergens anders verschenen. Wie meer wil weten over de strip in Spanje, leest het artikel ‘Striptekenaar in Spanje‘ van Santiago Martin. Martin is een van de redacteuren van de site en tekenaar. Tot slot hebben enkele Nederlandse tekenaars impressies van Spanje getekend.

 

Kickboksende Marokkaanse meiden verstript

In Chicks, Kicks and Glory staan de levensverhalen van kickboksende Marokkaanse meiden centraal, verbeeld door zeven stripmakers.

Kickboksen lijkt in eerste instantie een mannensport. Toch is deze vechtsport erg populair onder meiden van Marokkaanse komaf. Stripmakers Peter Pontiac, Farida Laan, Maaike Hartjes, Mike Kok, Sandra de Haan en het duo Henrike Olasolo en Christina Richarte verstripten in korte verhalen de ervaringen van kickboksende Marokkaanse meiden. De expositie van deze strips is het speerpunt van het multidisciplinaire project Chicks, Kicks and Glory van Imagine IC, dat ook een dansvoorstelling en striptekenworkshops omvat.

Aan de basis ligt een verkennend onderzoek van antropoloog Jasmijn Rana, onderzoeker aan het Amsterdam Institute for Social Science Research van de UvA en projectmanager bij Imagine IC in Amsterdam Zuidoost. ‘Ik wilde vooral onderzoeken hoe deze meiden tot de keuze komen om te gaan kickboksen. Wat hun motivatie is,’ vertelt Rana.

Blauwe plekken
Toen de antropologe de sportschool bezocht, viel het haar op een gegeven moment op dat er relatief veel Marokkaanse vrouwen het kickboksen beoefenen. Om dit verder te onderzoeken is ze, in het kader van participerende observatie, zelf ook gaan kickboksen. ‘Het is bij zo’n lichamelijk onderwerp belangrijk dat je ook zelf doet. Je kunt wel over kickboksen praten, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt en gevoeld hebt, wie ben je dan om daar iets over te zeggen?’ Het kickboksen gaat haar steeds beter af. Lachend: ‘Ik ben geen beginner meer en heb minder blauwe plekken dan toen ik begon. Ik krijg wel eens in de training het verwijt dat ik er niet met mijn hoofd bij ben, maar dat ben ik natuurlijk op een heel andere manier. Ik probeer namelijk ook in de gaten te houden wat er om me heen gebeurt.’

Rana voerde haar onderzoek uit op kickboksscholen en clubs in onder andere Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, en de Marokkaanse steden Rabat en Berkane. Nadat ze zich bekend had gemaakt als antropoloog, voerde ze informele gesprekken en interviews met verschillende kickboksters die ze daar had leren kennen. ‘De kleedkamer is een goede plek om informatie op te doen,’ vertelt Rana. ‘Het is een vrij moeilijke groep om interviews mee te voeren. Vaak haken ze af als je met een taperecorder aan komt. Ik heb die meiden vooral goed leren kennen door bijvoorbeeld met ze te gaan shoppen en met ze te hangen in de stad. Dat werkte heel goed.’ Verder interviewde ze wethouders en eigenaren van sportscholen.

Fragment van de strip van Sandra de Haan

De populariteit van kickboksen heeft volgens de antropologe deels te maken met het feit dat het relatief veel wordt aangeboden in de directe leefomgeving, via buurthuizen bijvoorbeeld. ‘Het is een populaire sport in Marokko en veel Marokkaanse jongens in Nederland doen aan kickboksen. Veel meisjes kennen de sport dus via een bekende. Sport is ook vaak gerelateerd aan klasse, een bepaalde groep doet nu eenmaal een specifieke sport graag. Ook is kickboksen een relatief goedkope sport.’

Hoewel voor de dames een belangrijke motivatie het krijgen van een gezond en strak lijf is, speelt ook vaak een rol dat de ouders bepaalde sporten afkeuren. ‘Sommige meiden zouden wel een andere sport willen doen, maar dan hebben de ouders daar een probleem mee. Voor zwemmen moet je een zwempak aan en voor hockey een kort rokje. Ze kiezen daarom liever voor een sport waar de vrouwen apart kunnen trainen of waar ze hun eigen kleding kunnen kiezen.’

Ook de mededeling dat ze willen kickboksen wordt niet altijd met open armen ontvangen. De dames gaan op verschillende manieren met deze weerstand uit de omgeving om. Een deel kiest ervoor niet te gaan sporten om de wens van hun ouders te respecteren, anderen nemen hun moeder mee naar de training om te laten zien wat er gebeurt. Rana: ‘Wanneer een moeder bezwaar maakt omdat haar dochter islamitisch is, komen sommige meisjes met argumenten uit de islam. De profeet heeft gezegd dat je voor lichaam en geest moet zorgen en daar hoort sport ook bij.’

Verstrippen
Rana wilde meer met haar onderzoek doen dan alleen een rapport publiceren. ‘Als wetenschapper moet je ook teruggeven aan de samenleving,’ vindt ze. Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken werd voor het medium strip gekozen. De graphic novel is de laatste tijd in opkomst. Het is een trend om levensverhalen van bekende figuren als Anne Frank en kunstenaars als Vincent van Gogh te verstrippen. Bij Imagine IC worden verhalen over migratie en multiculturele activiteiten verteld via tentoonstellingen en multimediaprojecten, in samenwerking met kunstenaars en wetenschappers. De organisatie ontbeerde echter kennis over de Nederlandse stripwereld. Met behulp van Gert Jan Pos, stripintendant bij het Fonds BKVB, werden de stripmakers voor het project gevonden.

Rana: ‘Het proces is redelijk organisch verlopen: ik heb zes levensverhalen uitgedeeld. Deze waren deels geconstrueerd om de privacy van de geïnterviewden te waarborgen. De tekenaars hebben op basis van de thema’s die uit de verhalen naar voren komen een scenario gemaakt.’

Illustratie: Mike Kok

Farida Laan zette de beoefening van de sport tegenover de uitvoering van het islamitische gebed. Dat familie een belangrijke rol speelt in de sportkeuze van de meisjes, maakt het stripverhaal van mangatekenaar Mike Kok duidelijk. De Marokkaanse Rachida moet niet alleen opboksen tegen haar opponenten in de ring, maar moet ook de strijd aangaan met vooroordelen uit haar omgeving. Kickboksen is niet voor meisjes, vindt haar vader. Volgens haar moeder is Rachida als tiener te oud om samen met jongens in dezelfde ruimte te sporten. Pas wanneer haar broer en een vriend op haar ouders in praten, mag ze lessen volgen in het buurthuis.

Bakvissen
De verhalen zijn getoetst aan de werkelijkheid, maar bevatten ook fictionele elementen. Zoals de strip van Sandra de Haan over de Rotterdamse Aicha. Dankzij haar kickbokstraining weet ze de jongen waar ze verliefd op is te redden van een straatrover. Ze is bang dat zijn mannelijke trots nu gekrenkt is en dat er ze een romance wel kan vergeten. De Haan: ‘In die cultuur is het toch wel zo dat de jongen het meisje hoort te beschermen. Als zij op een gegeven moment de rol van redder op zich neemt, wordt de rolverdeling omgegooid.’ De Haan, die doorgaans autobiografische strips maakt, vond het spannend om een strip te maken over een onderwerp dat ver van haar afstaat. ‘Ik vind het leuk om een fictieverhaal te maken dat de kernzaken waar deze meiden mee bezig zijn, raakt,’ vertelt ze.

‘Wat betreft de problemen waar ze tegenaan lopen en de interesses die ze delen, zijn Marokkaanse meisjes net zo goed bakvissen als autochtone leeftijdsgenoten. Die zitten met elkaar ook alleen maar over jongens te kletsen.’ Toch staat ze als blanke Hollandse vrouw van 41 ver af van de specifieke cultuur van de Marokkanen. ‘Hun taalgebruik is anders, maar hoe ze precies praten weet ik niet. Gelukkig heeft Jasmijn de tekst gelezen en er een paar woorden uitgehaald die de meiden niet zouden gebruiken.’

De meeste stripmakers hebben een bezoekje gebracht aan de sportschool om een paar van de sporters te ontmoeten. De Haan gebruikte foto’s en een video op YouTube om het vechten te verbeelden en hoe de sportkleding eruit ziet: ‘Voor mij is de kickboks scene een ver-van-mijn-bedshow.’ De stripverhalen hebben doorgaans een positief einde. Jasmijn Rana, die zich verder in de kwestie wil verdiepen door een promotieonderzoek, is zelf ook tevreden over het verloop van het project: ‘Hoewel het in Frankrijk al langer voorkomt, spelen islamitische meisjes in Nederland nauwelijks de hoofdrol in stripverhalen. In Burka Babes van Peter de Wit komen ook hoofddoeken voor, maar dat is een cartoon en heeft niets met de werkelijkheid te maken.’

Op 16 september opent Imagine IC de tentoonstelling ‘Chicks, Kicks and Glory.’ De tentoonstelling loopt tot februari 2011 en reist daarna door naar het Gemaal op Zuid in Rotterdam.

Dit artikel stond woensdag 25 augustus in Het Parool.