Posy Simmonds: ‘Ik dacht: Sterf!, maar Gemma wilde niet’

Posy Simmonds. Foto: Victor Schiferli

Posy Simmonds was jaren een goed bewaard geheim van de Britse strip. Met stripromans over de getormenteerde heldinnen Gemma en Tamara brak ze in het buitenland pas echt door als stripmaker. ‘Opeens was ik een graphic novelist!’

‘Het tekenen vind ik het leukste gedeelte van mijn werk. Je kunt dan lekker zingen of muziek luisteren. Als ik aan het arceren ben is het fijn om Bach te draaien. Dan kan ik in het ritme van de muziek de lijnen trekken. Als ik iets dramatisch moet tekenen, draai ik iets verdrietigs. Bijvoorbeeld ‘Dido’s Lament’, een prachtige aria van componist Henry Purcell. Goed, ik moet er niet te hoogdravend over doen, want uiteindelijk hebben we het over het schrijven over stripfiguren, maar het helpt wel bij het werk om in de juiste gemoedstoestand te komen,’ zegt Posy Simmonds.

Tot enkele jaren geleden was Simmonds (Berkshire, 1945) een goed bewaard geheim van de Britse stripwereld. Jarenlang werkte ze als illustrator en stripmaker voor verschillende kranten en tijdschriften. Daarnaast illustreerde en schreef ze kinderboeken.
In eigen land is ze een gelauwerd vakvrouw. Ze kreeg tweemaal de prijs voor beste cartoonist van het jaar. In 2002 werd ze opgenomen in de Orde van het Brise Rijk voor haar verdiensten voor de krantenindustrie. Hoewel ze in 1981 al een graphic novel publiceerde, geniet ze naar eigen zeggen pas echt bekendheid als stripmaker sinds de publicatie van de stripromans Gemma Bovery (inderdaad, niet ‘Bovary’) en Tamara Drewe. ‘Jarenlang was ik een illustrator voor kranten, maar door die boeken ben ik op eens een stripmaker geworden, een graphic novelist!’ zegt Simmonds met een glimlach, niet gespeend van enige zelfspot. ‘Ik heb een heel nieuwe wereld ontdekt. Heel bijzonder, ik word nu op verschillende plekken uitgenodigd. Dat is niet het geval als je voor kranten tekent, dan zit je vooral thuis te werken.’

Ik spreek haar in december op het Strip Turnhout festival waar ze eregast is. Op het tweejaarlijkse Vlaamse festival staat de Britse strip centraal.

Schoonmaakster
Simmonds is een dame op leeftijd, ze praat met zachte stem maar toont zich een geanimeerd spreker. Soms praat ze vloeiend Frans: als tiener studeerde Simmonds beeldende kunst aan de Sorbonne in Parijs. Daarna volgde ze een opleiding grafisch ontwerp aan de Central School for Art and Design in Londen, waar ze tekenen en graphic design studeerde. Toen Simmonds in de tweede helft van de jaren zestig de collegebanken verliet, wist ze niet meteen wat ze wilde gaan doen. Ze stelde een portfolio samen en liep de deuren van kranten, redacteuren en uitgevers plat. ‘Ik ging bij iedereen langs die illustraties gebruikte. In het begin ving ik vaak bot. Dus werkte ik als schoonmaakster en hondenuitlater. Een van de eerste illustraties die ik gepubliceerd kreeg was voor de vrouwenpagina van The Times. Ik was al eerder bij ze langs geweest, maar toen hadden ze geen werk voor me. Op een gegeven moment belden ze op. Ze hadden een gat op de pagina; of ik daarvoor een illustratie wilde maken voor vijf uur die middag. Ik hou erg van deadlines. De spanning zorgt ervoor dat de ideeën komen.’

Scene uit 'Gemma Bovery'

Simmonds illustreerde in beginsel artikelen over prozaïsche onderwerpen als isolatie, begrafenisondernemers en verzekeringen. Het echte stripwerk mocht ze voor The Sun in 1969 maken, met de dagelijkse strip Bear. Later volgde regulier illustratiewerk voor The Guardian en cartoons over de literaire wereld. Simmonds: ‘Wat ik fijn vind aan werken voor een krant is dat het vergankelijk is. Na een dag verdwijnt het. Maar ja, nu niet meer, want op het web is het blijvend.’

Lezerspost
In 1977 mocht ze voor The Guardian een strip maken voor de vrouwenpagina: The Silent Three of St Botolph’s. De strip ging voornamelijk over de familie Weber, middleclass inwoners in Londen. ‘Mijn opdracht was om over de lezers van The Guardian te schrijven, verder mocht ik het overal over hebben, van scheidingen tot anticonceptie,’ zegt Simmonds. ‘Die strip kwam uit in de tijd dat vrouwenemancipatie een belangrijk en nieuw onderwerp was. De vrouwenpagina was berucht. Het waren interessante tijden. Mannen waren bang dat je hun stropdassen doorknipte of hun broek in de fik stak,’ zegt Posy met een serieus gezicht, maar ze vervolgt met: ‘I’m kidding.

Ruim tien jaar lang stond er iedere week een nieuwe aflevering van The Silent Three in de krant. Simmonds leverde vaak sociaal commentaar in haar werk en wist haar lezers te beroeren. De strip was zo’n succes dat de personages kerst- en valentijnskaarten van lezers kregen toegezonden. Ook de stripmaakster kreeg postzakken vol: ‘Mensen legden mij hun problemen in hun brieven voor en vroegen me om raad. Soms kregen de personages ook dat soort brieven. Ik schreef de lezers terug dat ik niet de kennis in huis had om ze te helpen. Je kunt mensen raken door schaamte. Als je over bepaald gedrag iets schrijft dan schrijven mensen je dat ze zich weliswaar schamen maar zich er wel in herkennen.’

Gemma denkt aan haar minnaar uit: 'Gemma Bovery'

Overspel
Het grote publiek buiten Engeland kent Simmonds vooral vanwege haar graphic novels Gemma Bovery en Tamara Drewe. Twee heldinnen die nogal wat ophef veroorzaken in hun directe omgeving en die zijn verwikkeld in overspelige relaties. Overspel fascineert Simmonds niet in het bijzonder, het is een prominent thema in de literaire bronnen waar ze zich door liet inspireren.

Gemma Bovery is Simmonds vrije, eigentijdse en satirische bewerking van Gustave Flauberts Madame Bovary. Gemma en haar man Charlie Bovery verhuizen van Londen naar Normandië waar Gemma zich al snel begint te vervelen. Ze verlangt terug naar haar ex-minnaar Patrick en begint een relatie met een jonge Franse rechtenstudent. De plaatselijke bakker Raymond Joubert raakt geobsedeerd door Gemma: in zijn ogen lijkt haar leven precies dat van haar literaire naamgenoot te volgen.

Prinses Diana

Gemma Bovery heeft de ogen van Prinses Diana.

Gemma Bovery verscheen zes dagen per week als vervolgverhaal in The Guardian. Simmonds kwam op het idee van de bewerking door een toevallige ontmoeting: ‘Ik was in Italië en ik zag een Italiaanse vrouw die me deed denken aan Madame Bovary. Ze had haar handen vol Prada-tassen en net gekochte kleren. Ze leek erg verveeld en pissig. Op dat moment kochten veel Engelsen huizen in Normandië en de Dordogne. Ik besloot dat Gemma Engelse zou zijn en dat haar leven op een bepaalde manier het verhaal van Flaubert zou weerspiegelen. Het uiterlijk van Gemma baseerde ik op Diana, de prinses van Wales, die toen nog leefde. Ik vond de manier waarop Diana vanuit haar ooghoeken omhoog kon kijken, heel intrigerend. Ik heb Gemma dezelfde ogen gegeven.’

Net als in Flauberts roman moest Simmonds heldin sterven. Toch ging dat niet zo makkelijk: ‘Net als Madame Bovary zou Gemma zelfmoord plegen. Ik was de aflevering aan het maken waarin ze een overdosis nam, maar op de een of andere manier wilde ze niet sterven. Ik dacht: “Sterf!”, maar ze kwam telkens weer overeind en zei: “Nee, dit doe ik gewoon niet.” Toen realiseerde ik me dat haar karakter was veranderd. Ze was niet suïcidaal, maar iemand die zichzelf opnieuw zou uitvinden. Toch moest ik haar wel vermoorden, want het verhaal wordt in flashback verteld en in de eerste aflevering staat dat Gemma dood is.’ Uiteindelijk zou Gemma stikken in een stuk brood van bakker Joubert, terwijl haar man en haar ex-minnaar met elkaar op de vuist gaan. Zo waren de drie mannen in Gemma’s leven verantwoordelijk voor haar dood.

Minnaars
Tamara Drewe, de heldin uit het gelijknamige feuilleton, de striproman en de verfilming door Stephen Frears, overleeft het verhaal gelukkig wel. Omdat de reeks oorspronkelijk in de literaire sectie van The Guardian stond, wilde Simmonds een verhaal maken over een toevluchtsoord voor schrijvers op het platteland. ‘Pas toen ik me deze plek, verborgen in het landschap, voorstelde, dacht ik aan “Far from the madding crowd”. Een welbekend citaat van het gedicht “Elegy Written on a Country Graveyard” van Thomas Gray, dat gaat over het platteland. Hardy gebruikte het als titel voor zijn boek over een vrouw met drie potentiële minnaars. Dat leek me een interessante situatie. Gemma en Tamara zijn uiteindelijk mijn verhalen, ik leen bepaalde elementen uit de literaire bronnen. Het is niet belangrijk dat je de bronnen kent, maar als je ze wel gelezen hebt, geeft dat de leeservaring iets extra’s.’

In Simmonds nieuwste project zit ook een negentiende-eeuwse roman begraven. ‘Op dit moment praat ik er nog niet graag over, want als je eraan werkt is een boek als een luchtkussen: zodra je erover begint te praten loopt de lucht eruit. Meer wil ik er niet over zeggen, behalve dan dat alle menselijke zwaktes er in zullen zitten.’

Pagina uit 'Tamara Drewe'

Knip- en plakwerk
De term graphic novel lijkt te zijn uitgevonden voor de grafische vertellingen van Simmonds waarin ze op effectieve wijze stripstroken en proza afwisselt. ‘Daar ben ik aanvankelijk opgekomen vanwege efficiëntie. Ik had met Gemma Bovery een behoorlijk lang verhaal dat in honderd afleveringen verteld moest worden, en ik had een grote ruimte op de pagina te vullen. Ik wilde de lezer waar voor zijn geld geven. In een aflevering moet echt iets gebeuren. Achteraf gezien gaf deze manier van vertellen me de mogelijkheid om een meerstemmig verhaal te maken. Ik kon zo makkelijk wisselen van verhaalperspectief. Ik kon bijvoorbeeld beginnen met de gedachten van een personage, gevolgd door een stuk beschrijving dat het eerdere stuk verdiept of tegenspreekt. Vervolgens kon ik op een ander personage overspringen.’

Simmonds heeft sinds anderhalf jaar een computer, maar maakt haar strips nog geheel met de hand. Zij ontwerpt de lay-out van de pagina’s en schrijft de tekst eerst uit. Haar man Richard, die typograaf is, tikt deze in op zijn pc, waarna Posy de print tussen de stripplaatjes plakt.

De Australische schrijver Clive James roemt Simmonds om haar goede gevoel voor dialoog. Vaak overhoort ze mensen als ze op locatie research doet voor haar verhalen. Voor Tamara Drewe maakte Simmonds op locatie veel tekeningen en nam enkele foto’s. ‘Herkenbaarheid is heel belangrijk in mijn werk. Het landschap is als dat van Dorset. Engelse lezers herkennen het soort boerenhoeve waar de schrijvers verblijven meteen.’

Gemma Bovery en Tamara Drewe zijn door De Harmonie uitgegeven.

Dit interview is in VPRO Gids #1 (2012) gepubliceerd.

 

Striprecensie: Mijn eerste keer

Voor alles is er een eerste keer: de eerste zoen, de eerste keer seks, je eerste schooldag, je eerste werkdag… en voor tekenaars is er de eerste keer modeltekenen. Aimée de Jongh (1988) maakte over deze gebeurtenis een kort stripverhaal dat ze op Strip Turnhout presenteerde.

In de anekdotische smallpress-uitgave Mijn eerste keer vertelt de stripmaakster met humor hoeveel moeite ze had met het tekenen van haar eerste mannelijke naaktmodel – haar eerste confrontatie met het naakte mannenlichaam. De cover maakt meteen de oorzaak van haar probleem duidelijk: Aimée staart met het schaamrood op de kaken naar het geslachtsdeel van het model. Subtiel laat ze in de eerste schetsen de plek tussen zijn benen geheel leeg: de zestienjarige tekenares kan er in eerste instantie nog niet goed mee omgaan.

De Jongh tekent de strip in haar bekende snelle lijnvoering die ieder plaatje een levendige dynamiek geeft. Mijn eerste keer is een fijn tussendoortje. Het wachten is nu op De Jonghs eerste serieuze striproman.

Mijn eerste keer en andere smallpress-boekjes van Aimée de Jongh zijn te bestellen bij Amazing & Uncanny Comics. Daar zijn ook de smallpress-uitgaven van Kenny Rubenis te bestellen. Amazing & Uncanny comics is een initiatief van De Jongh en Rubenis. Ze geven samen hun werk uit.

 

Michiel van de Pol: ‘Sommige dingen beleef je in eenzaamheid’

Zaterdag kreeg stripmaker Michiel van de Pol ((1965) de Willy Vandersteenprijs uitgereikt. Zijn striproman Terug naar Johan was volgens de jury het beste Nederlandstalige beeldverhaal van de afgelopen twee jaar.

Van de Pol kreeg de tweejaarlijkse Vandersteenprijs, vernoemd naar de geestelijk vader van Suske en Wiske, uitgereikt tijdens het Gala van de Vlaamse strip tijdens het Strip Turnhout festival. ‘Het was echt een enorme verrassing, ik wist niet eens dat mijn uitgever het boek had ingezonden. Zo’n prijs is een steuntje in de rug, het is altijd fijn als mensen waarderen wat je doet,’ vertelt de stripmaker die nu vijfduizend euro rijker is. Aan de Vlaams-Nederlandse stripprijs is ook een tentoonstelling over het winnende album verbonden die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn.

De Vandersteen-jury prees ‘de kwetsbare en humoristische manier waarop Van de Pol herkenbare en persoonlijke situaties neerzet. Met een schijnbaar nonchalante eenvoudige stijl creëert hij meerdimensionale personages van vlees en bloed.’

Autobiograaf
Van de Pol debuteerde in 1996 met de gagstrip Mol in het Sjors en Sjimmie Stripblad. Naar aanleiding van de geboorte van zijn eerste zoon startte hij een dagboekstrip die in 2000 gebundeld werd als Medicijnman: of het getekende leven van Michiel van de Pol. ‘Bij de geboorte van Kas ben ik eerst over hem strips gaan maken. Ik wilde een verslag maken van zijn ontwikkeling. Na een tijdje was dat niet meer genoeg als onderwerp en gingen die strips meer over mezelf.’

Vijf jaar geleden won de Nederlandse stripauteur met zijn humoristische autobiografische strip Cartoondiarree de Stripstrijd van Het Parool. De strip sierde twee jaar lang de krant. Kenmerkend aan zijn cartoons en strips is de groteske tekenstijl. Van de Pol: ‘Ik gebruik humor om de boel te relativeren, want ik vertel in wezen heel serieuze dingen.’

Hormonen
In Terug naar Johan uit 2010 verhaalt Van de Pol op ontroerende en humoristische wijze hoe hij en jeugdvriend Johan tijdens de puberteit langzaam uit elkaar groeien. Geleid door zijn hormonen begint Michiel zich steeds meer te interesseren voor meisjes en seks, terwijl Johan zich verdiept in insecten en het in elkaar zetten van elektronica. ‘Ik had indertijd het gevoel dat ik allerlei heftige gevoelens alleen doormaakte. Ik praatte daar nooit met mijn vrienden over,’ zegt Van de Pol. ‘Aan het einde van het boek kom ik erachter dat Johan hetzelfde doormaakte als ik, maar op dat moment is er al een onherstelbare breuk in onze vriendschap ontstaan. Die breuk was niet nodig geweest als we erover hadden gepraat. Sommige dingen beleef je in eenzaamheid.’

Van de Pol begon in zijn strips met het registeren van gebeurtenissen, maar gaandeweg is hij de dingen steeds meer naar zijn hand gaan zetten. De stripauteur noemt zijn striproman dan ook semi-autobiografisch: ‘Ik maak gebruik van autobiografische elementen, maar ik ga daar in grote vrijheid mee om. Ik ben altijd dicht bij de waarheid gebleven, maar vind het interessant om te zien hoe ver je kunt gaan in het verzinnen van dingen terwijl je toch het gevoel hebt dat het waarachtig blijft. Het personage Johan is bijvoorbeeld samengesteld uit verschillende personen. Er zit veel van mijn broer in Johan, onder andere dat hij een schrift vol met pornografische afbeeldingen bijhoudt. Ik vond dit bij Johans karakter passen en dat het een extra dimensie aan het verhaal gaf.’

Jeugdliefde
Hoe reageert Michiels directe omgeving op het autobiografische werk? ‘Ik heb er geen slechte ervaringen mee, maar ik vond het behoorlijk eng om het boek Michieltjes jongenshart door mijn vrouw te laten lezen. Dat ging namelijk over een vorige liefde waar ze niets van afwist. Uiteindelijk vond ze het heel mooi. Het is eigenlijk ook een soort van liefdesverklaring aan haar. ‘ Voor zover Van de Pol weet heeft Johan het album over hun vriendschap nooit gelezen.

Op dit moment werkt Van de Pol druk aan zijn volgende boek dat Scherpschutters zal heten. Hierin behandelt hij de relatie met zijn vader die 25 jaar geleden is overleden. ‘In een zin samengevat gaat het boek over het feit dat je meer op je vader lijkt dan je in eerste instantie zou willen. In het begin stonden we heel erg tegenover elkaar, we konden helemaal niet met elkaar opschieten. Ik zette me erg af tegen mijn vader. Hij had een hartkwaal en ik heb epilepsie. Onder invloed van onze beider kwalen komen we langzaam maar zeker nader tot elkaar.’

De nieuwe striproman komt juni volgend jaar uit bij Oog & Blik/De Bezige Bij.

Dit interview stond in Het Parool van donderdag 15 december.

 

Merho wint de StripVos 2011

Tijdens het Gala van de Vlaamse Strip kreeg de Antwerpse stripmaker Merho (pseudoniem van Merhottein, 1948) de StripVos. Deze carrièreprijs wordt uitgereikt door het Stripgilde, de beroepsvereniging van striptekenaars in Vlaanderen.

De Stripvos wordt uitgereikt door het Stripgilde aan personen of instellingen die met hun activiteiten van grote betekenis zijn of zijn geweest voor de Vlaamse stripwereld.

Merho is de geestelijk vader van de strip De Kiekeboes, een van de populairste strips in Vlaanderen die volgend jaar alweer 35 jaar bestaat. De Kiekeboes gaat over een doodgewoon doorsnee gezin dat in de meest ongelofelijke avonturen terechtkomt.

Uit het juryrapport:
Robert Merhottein, alias Merho, is in de loop der jaren een vaste waarde geworden in het Nederlandstalige striplandschap. Zijn reeks Kiekeboe, die het levenslicht zag in 1977, en aanvankelijk op heel wat weerstand en weinig vertrouwen stuitte is intussen uitgegroeid tot één van de best verkochte reeksen in Vlaanderen. Robert dankt zijn succes aan een ijzersterk geloof in het eigen concept, aan een intelligente verhaalopbouw en een accuraat inspelen op de trends en eigenheden van de tijd, zonder dat zijn verhalen daarbij gedateerd worden. In zijn strips worden de maatschappelijke tendensen op een slimme manier in de verhaallijnen verwerkt en bovendien durft hij er heikele maatschappelijke thema’s een plaats in geven. Robert is een vakman, die vanuit een sterke discipline zijn reeks heeft uitgebouwd. Zijn grafische aanpak is efficiënt en consequent. Bovendien zijn de Kiekeboes de laatste succesvolle reeks die volledig op eigen benen kan staan zonder de ondersteuning van andere media. Zijn frisse humor, zijn woordspelingen en zijn creatief taalgebruik doen hem uitstijgen boven de mainstream familiestrip.

Museum K
In de Warande, het pand waar ook Strip Turnhout plaatsvond, is tot en met zondag 8 januari 2012 een tentoonstelling te zien waarin de relatie tussen De Kiekeboes en de wereld van de kunst in kaart gebracht wordt. Museum K is een weergave van de verwijzingen naar de wereld van de kunst die in de strips van Merho zitten. Merho is namelijk een groot bewonderaar van cabaretiers, schilders, filmmakers, acteurs en kunstenaars allerhande. Zijn strips bulken van de verwijzingen naar die wereld. Van Museum K is ook een boek verschenen.