Hoe ik van mijn hobby mijn werk maakte

‘Wat in jouw persoonlijke leven heeft je werkveld beïnvloed en wat heeft het je gebracht?’ vraagt Karin Ramaker op haar blog. Haar post is een mooie gelegenheid om wat zaken voor mezelf op een rijtje te zetten.

Foto: Roos Manintveld

Mijn persoonlijke interesse in strips en beeldcultuur heeft mijn werkveld bepaald. Ik schrijf over strips, beeldcultuur en film, interview stripmakers en kunstenaars en maak video’s over hen. Maar dat ik daar uiteindelijk voor gekozen heb, lag niet voor de hand. Ooit wilde ik filmmaker worden. Ik heb audiovisuele media gestudeerd aan de HKU en filmwetenschap aan de UvA, met als bijstudie journalistiek. Op de HKU heb ik filmtechnieken geleerd; bij filmwetenschap heb ik geleerd de ziel en constructie van een film te analyseren. (En nog wat andere dingen, maar dat terzijde.) Allemaal kennis die ik ook toepas bij het analyseren van strips.

Na een jaar lesgeven aan de UvA ben ik gaan freelancen. Stukken schrijven voor verschillende media en later een tijdje in vaste dienst voor Intermediair – schrijven over arbeid en werk, een heel ander onderwerp dan waar mijn hart lag, maar een goede manier om mijn pen te oefenen. Toen ik uiteindelijk weer ging freelancen besloot ik me te richten op een specifiek thema om mezelf te onderscheiden van mijn collega’s. De keuze was toen snel gemaakt. Over welk onderwerp raak ik nooit uitgepraat, wat blijft me eindeloos fascineren en inspireren en wat lees ik het liefste? Kortom, waar hou ik me graag me bezig en wil ik alles over weten? Strips en beeldcultuur dus.

Mensen associëren mij nu met het beeldverhaal, of herkennen mij nu in ieder geval als ‘die gast die over strips schrijft’. En dat is handig.

Nu schreef ik naast mijn werk voor Intermediair al geregeld over strips voor stripbladen en websites, maar toen ik me daarop ben gaan concentreren, werd niet alleen de frequentie groter, maar kreeg mijn identiteit als journalist ook een duidelijker vorm. Ik ben stripjournalist, zoals Dione de Graaff sportjournalist is. Mensen associëren mij nu met het beeldverhaal, of herkennen mij nu in ieder geval als ‘die gast die over strips schrijft’. En dat is handig.

Schoenmaker…
Nederland kent niet veel stripjournalisten. Goed, er zijn genoeg boekrecensenten die er af en toe een graphic novel bij doen, maar dat is net zo iets als een theaterrecensent een voetbalwedstrijd laten verslaan. Dat moet je niet willen.

Ook het bloggen heeft een grote invloed op mijn werkveld uitgeoefend. Ik heb het bloggen ontdekt in 2006. Daarvoor schreef ik al voor sites, maar af en toe een stukje inleveren of zelf bijna dagelijks een website runnen is heel andere koek. De kennis die ik vergaarde door het bloggen heb ik kunnen toepassen in mijn werk voor Intermediair, waar ik twee maanden na de geboorte van mijn blog begon te werken. Om de site IntermediairForward.nl te bestieren kwam kwam al die html- en SEO-kennis goed van pas.

In de loop der tijd is het bloggen heel belangrijk geworden voor mijn werk, mijn creativiteit en mijn persoonlijk leven. Ik heb veel nieuwe mensen ontmoet door het bloggen en daar zijn een paar dierbare vriendschappen uit ontstaan. Mensen die ik zonder het web en onze activiteiten daarop nooit had ontmoet waarschijnlijk.

Werkhobby
Mijn persoonlijke interesses zijn dus bepalend geweest voor mijn werkveld. Daarmee prijs ik mij gelukkig, want er is bijna niets leukers dan te mogen schrijven over zaken die je echt interesseren.

Al heeft dit natuurlijk ook een schaduwzijde: wie van zijn hobby zijn werk maakt, heeft geen hobby meer. Met andere woorden: alles wat ik te weten kom over strips, alles wat ik verneem uit de stripwereld, ieder bezoekje aan de stripwinkel, ieder beeldverhaal dat ik onder ogen krijg, is werk. Kan ik er iets mee? En zo ja, wie bied ik dit artikel aan? Zelfs als ik strips voor de lol lees, zoals de bundel Fantastic Four-verhalen van John Byrne in de Marvel Visionaries-reeks die ik nu aan het lezen ben, zit mijn brein te pruttelen op een artikel of blogpost hierover. Mijn werkveld heeft dus ook mijn persoonlijk leven sterk beïnvloed.

Toch, dat nadeel weegt niet op tegen de voordelen van schrijven over je passie en interesses. Het is een kwestie van doseren en op gepaste tijden de werkknop even uitdraaien.

 

Blogcollege op de Hogeschool Utrecht

Illustratie: Emma Ringelberg

Vandaag stond ik tegenover zo’n veertig tweedejaars studenten journalistiek van de Hogeschool Utrecht te praten over bloggen.

Sanne Hille, docent journalistiek & digitale communicatie, had mij gevraagd of ik een gastcollege wilde geven. Wie journalistiek bedrijft kan immers niet om de blogosfeer heen en daarom moeten de studenten als vak een blog bijhouden over een zelfgekozen onderwerp.

Nu praat ik over bloggen bijna net zo graag als over strips, dus ik nam de uitnodiging met veel plezier aan. In plaats van twee uur lang tegen de studenten een voorgekookt verhaal af te steken besloot ik een andere techniek toe te passen en maakte een Q&A van de sessie. Ze mochten me alles vragen over bloggen wat ze wilden weten. Het was voor mij een verrassing waar de studenten mee zouden komen.

Als huiswerk hadden de studenten de opdracht gekregen mijn site nauwkeurig te bestuderen. Tot mijn vreugde waren de journalisten in opleiding zeer gemotiveerd en stelden ze een reeks interessante vragen. Onder meer het wel of niet onder je eigen naam bloggen kwam ter sprake, een kwestie die mooi aansloot bij mijn blogpost eerder deze week. Een studente vroeg of onder mijn eigen naam bloggen niet te veel restricties met zich meebracht. Ja, doordat ik onder mijn eigen naam blog en mijn blog en site ook functioneren als levend visitekaartje, weeg ik af wat ik wel en niet vertel en hoe ik dingen op papier zet. Daarna gingen we dieper in op de voor en nadelen van anoniem bloggen.

Ook vroeg iemand of ik bewust geen advertenties op mijn blog heb staan, wat inderdaad het geval is. In principe wil ik mensen niet lastig vallen met marketing en reclame op mijn site. Dat soort onzin krijgen we dagelijks al genoeg over ons heen gestort. Daarbij vind ik dat je je als journalist autonoom moet opstellen. Ik wil me dus niet met bepaalde merken laten associëren.

Toen vroeg iemand of ik geen reclame maak voor een product als ik erover blog, als ik bijvoorbeeld een recensie schrijf. Dat is in principe zo, je kaart een boek of een strip aan en of je nu positief of negatief oordeelt, je maakt in zekere zin reclame voor dat product. Maar dat geldt natuurlijk voor alle vormen van media. Een politicus wiens quote het nieuws haalt, staat ook weer in de schijnwerpers. Daarbij schrijf ik soms over boeken die uitkomen, zonder deze per se te recenseren. Sommige strips, films of blogs vind ik erg goed en die geef ik graag wat aandacht. Vervelende pop-ups en andere storende advertenties zul je op mijn blog echter niet aantreffen, ook al heb ik in het verleden wel eens aanbiedingen gehad.

Volgend op de reclamevraag wilde iemand weten of ik mijn blog als journalistiek beschouw. Ja, ik ben freelance journalist en veel van de blogposts heb ik oorspronkelijk geschreven voor publicatie in kranten of tijdschriften. Bij het maken van die stukken hanteer ik journalistieke methoden. Ook reguliere blogposts moeten feitelijk kloppen. Soms deel ik als blogger mijn opinie met mijn lezers en ontstaan er interessante discussies over bepaalde kwesties. De input van lezers kan een rijke bron van informatie zijn voor een journalist en nieuwe invalshoeken bieden of tips voor verder onderzoek.

Wie mijn inspiratiebronnen zijn, wilde iemand weten. Nu publiceerde ik recent een lijstje van bloggers die mij in de afgelopen vijf jaar hebben beïnvloed, dus die vraag was makkelijk te beantwoorden.

Dit is slechts een greep van de vragen die ik vanmorgen voorgeschoteld kreeg. Ik vond het erg leuk om te doen en deze manier van de voor de klas staan spreekt me erg aan. Studenten konden zo precies de kwesties aansnijden waar ze meer over wilden weten. Tegelijkertijd zetten de vragen mij ook weer aan het denken over het hoe en waarom van mijn bloggedrag. Wat mij betreft was het dus een geslaagde sessie.

Blogexperts als Ernst-Jan Pfauth en Jeroen Mirck zullen in de komende weken de Hogeschool Utrecht bezoeken. Ik ben benieuwd naar wat zij te vertellen hebben.

 

Vakantieconclusies

De eerste week van mijn zomervakantie ben ik er samen met Linda tussenuit geweest. Een roadtrip door de lage landen die tot enkele nieuwe inzichten heeft geleid.

Oorspronkelijk zouden we een week naar Engeland gaan, maar gezien de rellen daar ben ik blij dat we de vakantie binnen de landsgrenzen hebben gevierd. We verbleven een paar dagen in Groningen en daarna een paar dagen in een hotel dat slechts diende als uitvalsbasis om omringende plaatsen te bezoeken. Het was een Van der Valk-hotel omringd door de A12. Precies, zo’n hotel dat doorgaans fungeert als decor voor zakendeals en buitenechtelijke relaties. Niet echt mijn plek, al hadden we ruime kamers en een bubbelbad tot onze beschikking.

Eerder schreef ik al eens over hoe je perspectief op je dagelijks leven verandert als je er een tijdje tussenuit gaat. Zoals we allemaal weten is het verdomd moeilijk om dat idee van ‘dingen moeten anders’ vast te houden op het moment dat je weer in de dagelijkse sleur terechtkomt. Daarom heb ik voor mezelf en voor de geïnteresseerde lezer een paar conclusies die ik tijdens de reis heb getrokken op een rijtje gezet. Een blog functioneert immers prima als een geheugensteuntje voor de blogger zelf.

  • De meest voor de hand liggende conclusie is natuurlijk dat ik het nieuws helemaal niet gemist heb. Afgezien van een verdwaalde Volkskrant die ik las, heb ik niet veel meegekregen van het nieuws. Over de rellen in Groot-Brittannië hoorden we pas weer toen we thuiskwamen. En hoe erg ik het ook vind dat dit soort dingen plaatsvinden in de wereld: het valt duidelijk buiten mijn cirkel van invloed, dus wat kun je met dit soort gebeurtenissen? Maar wat ik vooral niet heb gemist is nieuws over Wilders. Een Wilders-vrije week: het kan in Nederland als je geen actualiteiten volgt.
  • Natuurlijk wil ik daar niet mee zeggen dat je je rug naar de maatschappij moet toekeren en helemaal niet meer moet vernemen wat er in Nederland en omstreken gebeurt. Toch ontbijt ik tegenwoordig niet meer met het nieuws, maar kies ik een cd’tje uit om deze met aandacht te beluisteren terwijl ik de broodnodige voedingsstoffen tot me neem.
  • Een andere belangrijke conclusie: veel steden in Nederland lijken bedroevend veel op elkaar. We liepen door Duiven en Zevenaar, maar het had net zo goed Heerhugowaard kunnen zijn. De uitstraling van dat soort nieuwbouwwijken zijn vast heel goed voor de verkoop van prozac want ik word er in ieder geval behoorlijk bedroefd van. Aangezien we stiekem een beetje aan het kijken zijn waar we ons in de toekomst zouden willen vestigen, vallen er na deze reis dus een paar steden af als potentiële kandidaat.
  • Ik hou van bos! Nu wist ik dat al, maar nu ik weer eens door de bossen en over de heide heb gelopen, besef ik dat ik daar meer wil rondlopen in de toekomst.
  • Tijdens ons bezoek aan het Kröller-Müller Museum besloot ik om eens niet langs alle schilderijen te zappen. Meestal loop je de zalen door en pak je van alles wat mee. (Als je tenminste iets kunt zien: sommige exposities zijn zo druk dat je alleen maar de medebezoekers kunt aanschouwen.) Nu besloot ik een paar schilderijen die mijn aandacht trokken eens nauwkeurig te bestuderen waardoor ik veel meer oog had voor de details. Ook ervoer ik veel meer rust en had ik na het bezoek niet het gevoel een overdosis beelden in mijn hoofd gepropt te hebben.

Van het visuele verslag van de reis heb ik vandaag het eerste deel gepubliceerd op mijn fotoblog Daily Webhead.

Blogvriend Peter de Kock schreef recent over zijn motorvakantie en wat die reis hem voor inzichten heeft gebracht.

 

Joe Sacco: Oorlogsjournalistiek in stripvorm

Joe Sacco tekent boeiende journalistieke strips over conflictgebieden. Centraal staan persoonlijke verhalen. ‘Het gaat vooral over mensen die de dood net een stap voor blijven.

Joe Sacco (Malta, 1960) mag de vader van de journalistieke strip worden genoemd. Hij verbleef in brandhaarden als de Gazastrook, Bosnië, Irak en won prijzen met de strips die hij daarover maakte: geen oorlogsstrips vol heldendaden waarin geweld en militaire macht centraal staan en verheerlijkt worden, maar strips vol persoonlijk verhalen van de burgers die zowel de levensbeslissende momenten beschrijven als het leven van alledag.


In Moslimenclave Gorazde, dat in 2000 uitkwam maar recent pas in het Nederlands werd uitgeven, vertelt Sacco over de oorlog in voormalig Joegoslavië. Eind 1995, begin 1996 verbleef de stripmaker enkele maanden in Gorazde, een zwaar belegerde enclave waar de voornamelijk islamitische bevolking onder Servisch vuur lag. Hij interviewde tientallen bewoners die graag met iemand van buitenaf wilden praten. Journalisten werden warm onthaald, dit in tegenstelling tot Sarajevo waar men cynisch was tegenover de pers: ‘Alle media-aandacht had hun situatie niet verbeterd. Dat was heel anders in Gorazde dat al heel lang omsingeld was; de mensen hadden weinig buitenlandse gezichten gezien. Het was een goed moment om daar toen te zijn: de mensen begonnen zich te realiseren dat de oorlog echt voorbij kon zijn. Voor het eerst sinds jaren durfde men weer voorzichtig over de toekomst na te denken,’ vertelt Sacco vanuit zijn huis in Portland, Oregon.

Waarheidsgetrouwheid
Hoe onderscheidt Sacco bij de persoonlijke visies de waarheid van leugens en overdrijvingen? ‘Op basis van wat je weet van de situatie maak je een inschatting. Zodra het relaas te ongeloofwaardig wordt, voel je dat wel aan. Je bespreekt het met andere mensen die het ook hebben meegemaakt. Als de verschillende verhalen met elkaar overeenkomen, dan kun je er redelijkerwijs vanuit gaan dat het zo gebeurd is. Over het algemeen vertelden mensen mij geen spectaculaire verhalen vol heldendaden. Het gaat vooral over mensen die de dood net een stap voorblijven.’

Sacco komt zelf ook als personage in zijn strips voor. Hij verhaalt zijn ervaringen tijdens zijn verblijf in de conflictgebieden en vertelt open over zijn werkwijze.

Edin en Sacco (rechts)

Vervaagde herinnering
In Gaza 1956 onderzoekt de stripmaker twee Israëlische massamoorden op Palestijnse burgers die in 1956 plaatsvonden. In een hoofdstuk behandelt hij het vraagstuk van vervaagde herinnering. ‘Mensen kunnen zich dezelfde gebeurtenis op een heel andere manier herinneren. In sommige gevallen kun je die verhalen niet uit elkaar halen. Als drie mensen dezelfde gebeurtenis op een verschillende manier hebben meegemaakt, is de beste methode om alle versies te laten zien. In principe confronteer ik de lezer met de dilemma’s waar ik mee te maken heb als ik een dergelijk verhaal probeer te construeren.’

Opgroeien in de schaduw van de oorlog
Joe’s interesse in persoonlijke oorlogsverhalen begon op jonge leeftijd. Hij werd geboren op Malta, maar groeide op in Australië en Amerika. ‘Mijn ouders en de andere Europese immigranten die bij ons thuis in Australië op bezoek kwamen, hadden de Tweede Wereldoorlog overleefd en praatten daar veel over. Ik groeide min of meer op in de schaduw van die verhalen. Het idee van burgers in een oorlogssituatie heeft dus altijd in mijn gedachten gesudderd.’

Toen hij na zijn studie journalistiek geen baan kon vinden in de krantenjournalistiek viel Sacco terug op het maken van autobiografische en humorstrips, iets wat hij van jongs af aan al deed. Ondertussen begon hij te beseffen dat de Amerikaanse pers een onvolledig beeld schetsten in de berichtgeving over het Middenoosten. ‘Amerikaanse journalisten vinden zichzelf de koning van de journalistiek. Ze denken dat ze objectieve en onpartijdige reporters zijn, maar ondertussen schilderden ze Palestijnen steevast af als terroristen. Op een gegeven moment was ik erg boos over het feit dat ik verkeerd was ingelicht en uit die verontwaardiging kwam de drang voort om zelf uit te zoeken hoe de situatie in elkaar stak.’

Palestijnen en Israëliers
Sacco verbleef begin jaren negentig op de Westbank en Gaza. Het resultaat was het kloeke album Onder Palestijnen waarin de stripmaker de ervaringen van Palestijnen en Israëliërs in een sociale en politieke context zet. Hetzelfde doet hij overigens in zijn andere boeken: hij zoomt af en toe uit om de lezer van achtergrondinformatie te voorzien en het grote plaatje te tonen. Het resultaat hiervan is dat je meer inzicht krijgt in oorlogsituaties dan menig actualiteitenrubriek kan bieden.

Met de strip heeft Sacco een krachtig medium in handen om zijn ervaringen te boekstaven. ‘Zodra je een stripboek opent, trekken de beelden je direct het verhaal in. Je zit meteen in een specifieke situatie: of het nu Gorazde is of een Palestijns vluchtelingenkamp.’
Een tekenaar kiest zijn beelden heel bewust, kan elementen combineren om een geïnterpreteerde representatie van de werkelijkheid te geven. Een deel van de kracht van het medium is het feit dat het om een sequentie van beelden gaat, legt Sacco uit. ‘Een fotojournalist moet met één foto een situatie samenvatten. Een schrijver zegt bijvoorbeeld één keer dat het modderig was, maar met strip heb je acht tot twaalf plaatjes op een pagina, vaak met dezelfde elementen op de achtergrond. Je ziet bijvoorbeeld telkens weer de modder en de graffiti op de muren van een vluchtelingenkamp. Door de herhaling van de beelden dringen die details door tot je onderbewuste.’

Sacco is in de loop der jaren doelbewust meer realistischer gaan tekenen. ‘Dat dient het  journalistieke karakter beter dan de cartooneske stijl die ik van nature hanteer.’

Gruweldaden
Conform de realiteit van de oorlogsituaties, zijn Sacco’s strips niet gespeend van gruweldaden. In Gorazde snijden Serviërs te Visegrad moslims de keel door en gooien ze van de brug af. ‘Ik probeer geweld spaarzaam te verbeelden. Ik ga niet doen alsof gewelddadigheid niet bestaat door het niet te tekenen, maar ik wil het zo tekenen dat het niet heroïsch of spectaculair wordt. Geweld is verachtelijk,’ vindt de stripmaker.

Voor Sacco, die bevriend raakte met Edin, de Bosniër bij wie hij logeerde en die voor hem tolkte, was het moeilijk om bepaalde scènes op papier te zetten. Zoals het moment waarin Edin en de andere bewoners een massagraf vinden met daarin de lijken van hun vrienden en buren en hen moeten herbegraven. Sacco had Edin er ter plekke al over ondervraagd, maar besefte dat hij meer informatie nodig had toen hij eenmaal weer thuis aan het tekenen was. ‘Ik wist niet precies hoe die lichamen eruit zouden zien.’ Verontschuldigend vroeg hij zijn vriend er nog eens naar, ook zocht hij contact met iemand van gerechtelijke geneeskunde. ‘Als je iets tekent moet je je echt inleven. Dat kan soms zwaar zijn.’

Voor zijn nieuwe boek reist Sacco samen met journalist Chris Hedges naar postindustriële gebieden in Amerika. Dichter bij huis maar toch een andere wereld: ‘Je waant je welhaast in de derde wereld. Het zijn verloederde plekken, achtergelaten door Amerika, met veel werkloosheid en drugsgebruikers.’ Wederom zullen persoonlijke verhalen centraal staan.

Zojuist verschenen:
Moslimenclave Gorazde.
Uitgeverij Xtra € 24,90
ISBN 9789077766057

Gaza 1956: In de marge van de geschiedenis
Uitgeverij Atlas € 29.95
9789045017532

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #31.