Vals licht: Verliefd op een prostitué

Ik ben in Vals Licht van Joost Zwagerman begonnen. Het boek is inmiddels alweer twintig jaar oud en hoewel ik een Zwagerman-fan ben, heb ik het nog nooit gelezen. Het uitgangspunt van het verhaal intrigeert mij.

Simon Prins, een luie student Nederlands die prima tevreden is met het halen van zesjes, raakt verliefd op een prostitué. Dit gegeven roept meteen een legio interessante vragen op. Wat maakt dit meisje zo aantrekkelijk voor hem? Wordt zij ook verliefd op Simon en is dat eigenlijk niet zeldzaam? Ik neem aan dat prostituees een soort van professionele afstand bewaren waar het hun klanten betreft en dat ze zich emotioneel afsluiten tijdens hun werk. Hoe reageert haar pooier op deze liefde? En hoe is het voor Simon om zijn hart te verliezen aan een vrouw die voor haar werk seks heeft met andere mannen?

Zelf ben ik nog nooit verliefd geworden op een prostitué. In alle eerlijkheid moet ik zeggen nog nooit van hun diensten gebruik te hebben gemaakt. Ik loop wel eens door de Spuistraat waar ook wat dames achter het raam zitten te werken en ik voel me daar nooit gemakkelijk bij. Betaalde seks: het is simpelweg niet mijn ding.

Toch ben ik zeer benieuwd naar hoe Zwagerman deze situatie heeft uitgewerkt.

In de film True Romance (Tony Scott, 1993) wordt hoofdpersoon Clarence (Christian Slater), werkzaam in een stripwinkel, verliefd op de callgirl Alabama (Patricia Arquette, ver voordat ze paranormale huismoeder werd). Als ik me goed kan herinneren was Clarence haar eerste klus, een verjaardagscadeau, desondanks moet hij bij haar pooier langs om haar uit het leventje te halen. Die confrontatie verloopt nogal bloederig en Clarence pakt per ongeluk een koffer cocaïne mee in plaats van Alabama’s kleding. Wat volgt is een gewelddadige roadmovie vol met bijdehand uitgedachte dialogen zoals alleen Quentin Tarentino die kan schrijven.

Tony Scotts film is een heel andere benadering van een soortgelijk uitgangspunt als dat van Vals licht. Ik vermoed dat het boek van Zwagerman een minder gewelddadige uitwerking heeft, maar minstens zo intrigerend is.

 

Joost Zwagerman: ‘Straks lezen we allemaal hetzelfde boek’

Gaat de boekhandel zoals we die nu kennen, verdwijnen? Als we deze reportage van het Tros-programma Een Vandaag mogen geloven, ziet het er niet best uit. Ook het Parool schrijft dat de keten Selexyz moet inkrimpen.

Nu werd er een paar jaar geleden ook al gewaarschuwd dat de boekhandels het moeilijk hadden en de concurrentie met webwinkels niet aankonden. Maar gezien de signalen, ziet het er nu toch naar uit dat er veel boekwinkels zullen sluiten en dat we binnenkort in een land met alleen maar Ako’s en Bruna’s zullen leven. In onderstaand interview, een langere versie dan in de reportage is gebruikt, maakt schrijver Joost Zwagerman duidelijk waarom het erg is als de boekhandel zou verdwijnen.

sitestat

Ik zou het ook erg jammer vinden als er geen plek meer zou zijn om te struinen en toevallige ontdekkingen te doen. Ik ga in het weekend graag even in de boekhandel kijken wat er voor interessants is uitgekomen. Het is een fijne plek om rond te hangen, covers te bestuderen en inspiratie op te doen. Al koop ik ook net zo goed ook boeken en strips online, want dat scheelt vaak veel geld.

Zijn boeken niet vaak te duur? Zwagerman vertelt in het interview dat de vaste boekenprijs erg belangrijk is voor de auteurs. Die verdienen namelijk al niet veel aan het schrijven. Het is natuurlijk gek dat degene die het boek schrijft en dus maanden, zo niet jaren van zijn leven in een boek investeert, daar op financieel vlak het minste voor terugkrijgt. Ik begrijp Zwagermans argument tegen het verlagen van de vaste boekenprijs dus heel goed, maar als boekhandels zelf meer mogen bepalen hoe duur hun aanbod wordt, kunnen ze dan niet beter met elkaar concurreren? En als het leeswerk goedkoper is, zijn we dan niet geneigd om meer te kopen of om sneller een boek op de gok mee naar huis te nemen? Zou het verdwijnen van de vaste boekenprijs dus een grotere overlevingskans voor de winkels opleveren?

 

Een fijne aflevering van DWDD

Afgelopen dinsdag was de beste aflevering van De Wereld Draait Door sinds tijden op de buis.

Je mag me best een fan van DWDD noemen. Ik vind het vakwerk: 5 dagen per week een onderhoudende en snelle talkshow op de buis brengen waar ongeveer 1 miljoen paar ogen naar kijken.

Van de duizend afleveringen heb ik er een hoop gezien, toch is mijn belangstelling in het programma tanende. Dat komt vooral doordat ik te vaak dezelfde koppen aan de tafel van Matthijs zie. Op een gegeven moment heb je je portie Rottenberg, Kelder, De Hond en Boomsma wel gehad. Ik kan zelfs Carice van Houten bijna niet meer zien. En dat wil wat zeggen, want ik kijk en luister graag naar Neerlands beste actrice van dit moment. En ook met flauwigheden als Downistie scoor je bij mij geen punten. Over zapmomentje gesproken.

Kortom, het seizoen dat DWDD een nipkowschijf in ontvangst mocht nemen, zag ik de minste afleveringen. Het meeste zag ik een dag later online als een bepaald item me aansprak. (Volgens mij is dat sowieso de toekomst van televisie, maar dat terzijde.)

Zo, dat is eruit.

Afgelopen dinsdag was echter een prachtige uitzending. Dat kwam allereerst door de onderwerpen die behandeld werden. Het feest begon met een programma rondom fancultuur van Upload cinema. Heerlijke Youtube-video’s waarin de excessen van de adoratie werden verkend en getoond. Gevolgd door de immer boeiende Joost Zwagerman die dankzij zijn enthousiaste lezing voor eens en voor altijd duidelijk maakte dat de Nachtwacht van Rembrandt toch een van de belangrijkste kunstwerken is die de Nederlandse cultuur heeft voortgebracht.

Ik vind het heerlijk om Zwagerman te horen oreren over welk onderwerp dan ook, maar over Kunst in het bijzonder. De Nachtwacht – dat schilderij kennen we nu zo langzamerhand wel zou je denken. Na het relaas van Joost ga ik toch weer met frisse ogen naar dit doek kijken. En dat is toch de kracht van een bevlogen betoog: je kijkt weer een beetje anders naar de wereld.

De aflevering werd afgesloten met de aanwezigheid van soullegende Bill Withers. Dit weekend wordt een speciale tribute in Carré opgevoerd waarin al zijn grote hits, en dat zijn er nogal wat, worden uitgevoerd door een divers leger artiesten. Jammer dat hij niet aan tafel zat maar Trijntje Oosterhuis en Ruben Hein wel. Ongetwijfeld naar de wens van Withers zelf, die soms toch wat werd gevraagd en snel een hengelmicrofoon onder zijn neus kreeg gedouwd. Een beetje rommelig allemaal, maar dat was juist charmant. Televisie mag soms best een beetje los zijn.

Een belangrijke factor voor de sfeer in het programma is natuurlijk de tafelheer of -dame. In dit geval was dat Claudia de Breij die toch een van mijn favoriete bijzitters van Matthijs is. Met Marc-Marie en Mulder om het trio af te maken.

Een DWDD zonder politiek, wat een verademing!
Een DWDD met een lekker bandje. Nou komt dat wel vaker voor, maar ik was zeker gecharmeerd van de Duitse Stefany June.
Maar bovenal een DWDD waar de passie voor cultuur en de plezier in het televisie maken van afdroop!

Morgen is de laatste uitzending van het seizoen. Gelukkig kan ik op deze aflevering een tijd teren.

 

Zwagerman over kunst: Alles is gekleurd

Alles is gekleurd: omzwervingen in de kunst van Joost Zwagerman, is een verzameling essays, artikelen en recensies die reiken van de gelaagdheid van de schilderijen van Mark Rotkho tot de vraag wat Kate Moss tot levend kunstwerk maakt.

Een deel ervan verscheen eerder in andere vorm in bladen als Vrij Nederland, NRC Handelsblad, Hollands Diep en Passionate. Aangezien tijdschriften zich vooral met de actualiteit bezighouden is de arbitraire onderwerpkeuze veelal ingegeven door wat er in de afgelopen jaren werd geëxposeerd of is uitgebracht.

Tot mijn grote plezier besteedt Zwagerman een aantal artikelen aan Andy Warhol, waaronder een interview met Lou Reed, opgeschreven als een nukkige monoloog. Dat Reed een verschrikkelijke eikel tegen journalisten kan zijn is bekend, maar door zijn snauwende uitspraken nog eens woordelijk op te schrijven geeft Zwagerman de muzikant levensecht weer.
Middels ellenlange opsommingen van de vele soorten vrouwen, types schaamhaar en onmogelijke seksstandjes uit Ik, Jan Cremer 3 legt de auteur in een recensie haarfijn en met humor bloot dat deze roman niet meer is dan een opsomming bravourepraat van een man die zich een midlifecrisis uit schrijft.

Pulserende schilderijen
Zwagerman analyseert, zoals in het essay over de kleurvlakken in de schilderijen van Mark Rothko. Deze kleurvlakken ‘pulseren’, aldus de schrijver. Dat komt volgens Zwagerman omdat Rothko met ongewoon dunne verfoplossingen werkte die hij laag voor laag aanbracht. Tussen de verschillende kleurlagen bracht hij vernislagen aan. Zelfs de zwarte vlakken van de donkere doeken zijn levendig, wat komt doordat de schilder onder het zwart lagen lichtere kleuren aanbracht. Interessant om te lezen!

Zwagerman schrijft helder en toegankelijk, wat hem een van de beste essayisten van onze tijd maakt. De stem van de schrijver is altijd duidelijk aanwezig, alsof de lezer direct wordt aangesproken. Hij maakt ons deelgenoot van zijn visie, bewondering en verwondering, maar vooral ook van zijn persoonlijke ervaringen bij het aanschouwen van kunst.

Het is niet verwonderlijk dat Zwagerman in het tv-programma De Wereld Draait Door eens per maand een verhaal over kunst houdt, als ware hij de nieuwe Henk van Os. In hetzelfde programma gaf hij een verklaring voor de titel van zijn bundel, die verwijst naar een gedicht van K Schippers. Het is een aansporing om goed om je heen te blijven kijken: ‘Het hedendaagse, de elementen die we allemaal geneigd zijn te veronachtzamen zijn absoluut het bekijken waard.’

Dat de visie van de aanschouwer soms ook gekleurd kan raken behandelt Zwagerman in de laatste bijdrage in het boek, ‘Busje schept man’, dat verder niets met kunst te maken heeft. Hierin verhaalt de schrijver minutieus hoe hij door een asociale zwarte jongen van zijn fietst werd getrapt en hoe hij daarna de wereld door angstige ogen is gaan bekijken. Het is te hopen dat dit Zwagermans observatievermogen niet permanent heeft verkleurd.

Toch nog een kritische kanttekening bij de uitgave. Heel spijtig is het lage aantal illustraties. Zwagermans teksten maken nieuwsgierig naar de kunstwerken, maar de meeste ontbreken in het boek en zal de lezer via google tot zich moeten nemen.

Vier sterren!

Joost Zwagerman – Alles is gekleurd
(De arbeiderspers, € 24.95)

Deze recensie is in ingekorte vorm, gepubliceerd in Zone 5300 #93.