Stripcollectie P. Hans Frankfurther naar Bijzondere Collecties van de UvA

Wat heeft de Universiteit van Amsterdam met strips? Nou best veel. De Bijzondere Collecties van de UvA bevat een groot striparchief waar Jos van Waterschoot de adjunct-conservator van is. Een archief vol Nederlandse striphistorie: strips, documentatiemateriaal, krantenknipsels, het Oberon/Big Balloon archief en de collectie van stripverzamelaar en oprichter van Het Stripschap P. Hans Frankfurther. Zaterdag 19 november wordt het deel van zijn collectie dat nog niet was ondergebracht bij de rest gevoegd. 

Het betreft het tweede deel van de collectie van Frankfurther; ongeveer 20.000 albums en boekjes. Het eerste deel (de documentatie, secundaire literatuur en stripparafernalia) vormde al in 1970 de basis voor het Stripdocumentatiecentrum Nederland (SDCN), indertijd opgericht door het Stripschap en de Universiteitsbibliotheek van de UvA. De taak van het Stripdocumentatiecentrum, nu de Stripcollectie van de Bijzondere Collecties, was en is de geschiedenis van de strip in Nederland te documenteren.

Dick Bos. Illustratie: Alfred Mazure

De collectie van Frankfurther bestaat onder andere zeldzame en kostbare strips, zoals oude en zeldzame Bommelverhalen, een kleine maar bijzondere verzameling pornografische strips en bijzondere reclame-uitgaven, zoals Boffie van de Koffie van Albert Heijn. Ook bevat de verzameling de hele reeks Dick Bos in eerste druk in een speciaal daarvoor vervaardigde houten cassette.

Eind vorig jaar kreeg ik voor een artikel een rondleiding door het depot in de Bijlmer. De klimaatkamers staan vol met compactus kasten vol boeken, tijdschriften, proefschriften, manuscripten en administraties van uitgeverijen. Indrukwekkend en bovenal heel veel materiaal.

De dochter en zoon van P. Hans, Tamar en Guido Frankfurther dragen zaterdag het tweede gedeelte van de verzameling over aan de UvA. Hiermee is een veertig jaar oude belofte ingelost en wordt bij de Bijzondere Collecties nu één van de grootste openbare stripcollecties van Nederland bewaard.

 

 

Stripschrift krijgt Frankfurtherprijs

De redactie en de medewerkers van het stripinformatietijdschrift Stripschrift krijgen dit jaar de P. Hans Frankfurtherprijs toebedeeld.

Deze prijs wordt ieder jaar uitgereikt aan een persoon of personen die zich in het afgelopen jaar op bijzondere wijze heeft/hebben ingezet voor het medium strip. De prijs is vernoemd naar de oprichter van Het Stripschap, P. Hans Frankfurther die in 1968 zelf het stripblad oprichtte. Daarmee is de cirkel weer mooi rond.

Dat het blad niet eerder de prijs heeft gekregen komt doordat er altijd wel iemand van de redactie in de commissie zat. Jezelf nomineren zou vreemd zijn, aldus het persbericht van Het Stripschap. Tijdens de Stripdagen in Evenementenhal Gorinchem te Gorinchem wordt de Frankfurtherprijs uitgereikt, evenals de Stripschapprijzen en de De Bulletje en Boonestaak Schaal die dit jaar is Eiso Jan Gerhard Toonder, zoon van Marten Toonder.

Dit is overigens niet de eerste keer dat de prijs wordt uitgereikt aan een tijdschriftenredactie. In 1983 was de eer voor de redactie van Donald Duck en in 1995 voor Zone 5300.

Uit het juryrapport:

De grafische vormgeving (van Stripschrift, MM), die in binnen- en buitenland groot respect afdwingt, is van Rudy Vrooman. De eindredactie is al zo’n twintig jaar met schijnbaar onvermoeibare inspanning in handen van Arco van Os. De druk die dat met zich meebrengt, moet gigantisch zijn. Wij hopen dat deze prijs een uiting is van de waardering die er in heel stripminnend Nederland is voor zoveel kennis, zoveel smaak en zoveel toewijding.

Vorig jaar kreeg uitgever Ger van Wulften de P. Hans Frankfurther uitgereikt. Toen ik hem naar aanleiding daarvan sprak voor een interview in de VPRO Gids, deed Van Wulften enkele pittige uitspraken over de Stripdagen. Negatieve uitlatingen over dit stripfestijn zullen dit jaar niet vallen door de winnaars van de prijs, want Arco van Os, die zich al jaren inzet voor Stripschrift, is tevens festivaldirecteur van de Stripdagen. De Nederlandse stripwereld is, zoals Jeroen Mirck ook aangeeft in zijn stukje over Stripschrift, immers een klein dorp waar iedereen elkaar kent.

 

Minck Oosterveer krijgt Stripschapprijs in Gorinchem

Minck Oosterveer. Foto: Michael Minneboo

Stripmaker Minck Oosterveer krijgt dit jaar de stripschapprijs voor zijn gehele oeuvre.

Wat mij betreft is de prijs Minck van harte gegund. Krantenstrips Nikki Saxx en Zodiak zijn enkele titels die Oosterveer samen met Willem Ritstier maakte. Recent werd in Eppo de eerste aflevering van een spin-off van Storm, gemaakt door dit duo, gepubliceerd.

Oosterveer  is een van de weinige Nederlandse stripmakers die ook in de Amerikaanse comicsindustrie wist door te breken. Zijn realistische stijl sluit ook goed aan in die markt. Zo tekent hij The Unknown naar een scenario van Mark Waid. Niet de minste schrijver op comicsgebied.

Maar het is het stripschap natuurlijk vooral te doen om zijn werk voor de Nederlandse strip en roemt de stripmaker om zijn realistische tekenstijl.

‘Belangrijk in de keuze van Minck Oosterveer is ook het feit dat hij langzamerhand één van de weinige realistische striptekenaars van Nederland is. Om een goede realistische strip te tekenen, heb je een gedegen opleiding nodig en je moet de kunst verstaan om veel pagina’s te kunnen maken in de altijd te krappe tijd. Het is niet voor niets dat er zo weinig van dat soort tekenaars zijn in Nederland, en als ze er al zijn, dan werken ze voor het buitenland of in de reclame,’ laat de jury middels een persbericht weten.

Samen met Ritstier maakte Oosterveer ook twee albums van de westernstrip Ronson Inc. (Zie hier een uitgebreid artikel over de ontstaansgeschiedenis van deze strip.) Recent liet Oosterveer weten te stoppen met het tekenen van deze strip die in afleveringen in de Eppo verscheen. Oosterveer wil zich meer gaan toeleggen op de buitenlandse markt.

Stripdagen in Gorinchem
De Stripschapprijzen worden zoals altijd uitgereikt op de stripdagen. Die zijn verhuisd van Houten naar Evenementenhal Gorinchem in Gorinchem. Ze vinden plaats in het weekend van 12 en 13 maart.

Is het niet snel, nu alweer Stripdagen, een ruim halfjaar na de vorige editie? Het is een legitieme vraag. De stripdagen zijn verhuisd van september naar maart, wat alles te maken heeft met het feit dat de stripbeurs georganiseerd door Rob van Bavel in september dit jaar in Breda zal plaatsvinden. Twee beurzen in dezelfde maand is wellicht te veel van het goede.

En waarom Gorinchem, wederom een kleine plaats in plaats een wereldstad als Rotterdam of Amsterdam?

Meerten Welleman, voorzitter van het Stripschap, liet er eerder op deze site het volgende over weten:

‘De Stripdagen wordt in 2011 opnieuw georganiseerd in een kleine stad. En dat heeft natuurlijk een reden. De huren van vergelijkbare evenementenhallen in de grote steden liggen een paar 100 % hoger dan wat wij betalen voor Expo Houten en Evenementenhal Gorinchem. Aangezien wij niet gesubsidieerd worden, zoals Stripdagen Haarlem en Stripfestival Breda, moeten we op de kleintjes letten. En werken we vooral met enthousiaste vrijwilligers, die gelukkig een grote liefde hebben voor strips.’

 

Por Dios: Nostalgische striptrip in nieuw jasje

In het nieuwe striptijdschrift Por Dios worden oude strips geheel opgepoetst opnieuw uitgebracht. De stripcollectie van de UvA speelt hierin een belangrijke rol.

Vrijdagochtend, Amsterdam Zuidoost. Het boekendepot van de Universiteit van Amsterdam is gehuisvest in een onopvallend gebouw dat tegen het AMC aanleunt. Terwijl de temperatuur buiten rond het vriespunt ligt, zitten de ontelbaar cultuurhistorische schatten van de Bijzondere Collectie van de UvA er met 18,5 graad en een 50% luchtvochtigheid warmpjes bij. De klimaatkamers staan vol met compactus kasten vol boeken, tijdschriften, proefschriften, manuscripten en administraties van uitgeverijen.

Ook de stripcollectie is hier deels opgeslagen. 500 meter aan Nederlandse striphistorie: strips, documentatiemateriaal, krantenknipsels en het Oberon/Big Balloon archief, de reden waarom adjunct-conservator Jos van Waterschoot mij vandaag rondleidt. Het archief representeert de hoogtijdagen van de Nederlandse striptijdschriften in de jaren zeventig tot en met jaren negentig, toen de lezer eerst met Pep en later door onder andere Eppo getrakteerd werd op een ruim aanbod aan Nederlands en buitenlands striptalent. ‘Van de mainstream strip is hier zo’n 85% vertegenwoordigd,’ zegt Van Waterschoot.

‘De collectie is waardevol, omdat het originele werk vaak zoek is. Dat is verspreid geraakt, verkocht aan particulieren en verzamelaars. Stripmakers hebben vaak thuis nog wel wat liggen, maar wat als ze komen te overlijden, of ze verpatsen de boel als ze financieel aan de grond zitten? Dit materiaal komt vaak het dichtst bij de bron.’

Film van 'Franka' boven op de kleurensheet.

Onzichtbaar
De stripcollectie vormt voor een groot deel de basis van het nieuwe gezinstijdschrift Por Dios. Ieder nummer bevat een compleet, eerder uitgebracht stripverhaal van albumlengte, bijvoorbeeld van Storm of Franka, aangevuld met korte verhalen. Dit zijn deels oude bekenden als De Generaal en Stampede, deels nieuwe afleveringen van onder andere Elsje en Rembrandt. Por Dios is dus een nostalgische leestrip in een nieuw, modern jasje. De titel verwijst naar de ondertitel van de Pep: ‘Por Dios (Jeetje of Bij God), wat een blad!’

Het idee kwam van uitgever Rob van Bavel, die met de nieuwe Eppo twee jaar geleden inspeelde op de nostalgische gevoelens van een generatie ouderwordende stripliefhebbers. Eppo bevat nieuwe afleveringen van oude mainstream strips of geheel nieuwe strips die qua sfeer in het verlengde liggen van wat er vroeger in het striptijdschrift stond. Naar eigen zeggen spraken lezers Van Bavel geregeld op beurzen aan en vroegen waarom hij een klassieke strip als De Generaal van wijlen Peter de Smet niet opnieuw uitgaf. Ook merkte Van Bavel dat er bij een nieuw Storm-album toch zo’n vijfduizend exemplaren van een heruitgave van een oude Storm werden verkocht.

Er is dus vraag naar oude albums, maar met alleen de albumverkoop komt de uitgever niet uit de kosten. Het oude materiaal moet gedigitaliseerd en opnieuw worden ingekleurd. Door de strips eerst in een tijdschrift en later als album aan te bieden, worden de kosten beter gedekt. Een bijkomend voordeel is dat tijdschriften veel beter zichtbaar zijn in de boekwinkel dan strips. ‘Die zijn vaak niet zichtbaar in de winkel en zitten al helemaal niet in het tijdschriftenrek. Als je mazzel hebt vind je helemaal achterin een plankje. Als je strips uitgeeft in tijdschriftvorm omzeil je dat probleem.’

Ongedierte
Van Bavel ging te raden bij Van Waterschoot om te horen wat er allemaal in de stripcollectie van uitgeverij Big Balloon zat. Ongeveer zeven jaar geleden kwam dit archief in handen van het Stripschap, de collectie van het Stripschap is weer ondergebracht bij de Bijzondere Collecties.

‘Big Balloon hief de striptak op en wilde van het materiaal af,’ vertelt Van Waterschoot. ‘Alles hing in hangmappen en lag in ladekasten, in de kelder naast het fietsenhok. Een liefdeloze omgeving. Samen met Meerten Welleman heb ik in twee volle dagen dat archief leeggehaald. We hebben iets van 150 verhuisdozen gevuld met stripdossiers. Dat was een kwestie van een stapel oppakken en willekeurig in een doos gooien.’ Voordat een archief gerubriceerd wordt staat het eerst een maand in een quarantainekamer. Daar wordt het gecheckt op beestjes en schimmels. Eventueel ongedierte wordt vergast, schimmels worden verwijderd.

Vanaf 1931 in 'De Telegraaf': 'De avonturen van Mikkie Muis. Voor iedereen en elken dag.'

De grote omvang van het Big Balloon-archief zorgde in eerste instantie voor een wanhopig gevoel bij de conservator, die slechts 8 uur per week aan strips mag besteden: ‘Hoe krijg ik dit in godsnaam allemaal uitgezocht en verpakt?’ Uiteindelijk duurde het een kleine vier maanden, verspreid over een jaar, voordat alles netjes gerubriceerd en zuurvrij verpakt in de compactus-kast stond waar we nu voor staan.

Van Waterschoot haalt willekeurig een kartonnen doos van de plank. Hierin zit een zuurvrije map met daarin een album van De Familie Fortuin van Peter de wit. Behalve een gedrukt stripalbum bevat het dossier ook de originelen. Meestal zijn dit niet de originele tekeningen maar de films met daarop de geïnkte zwart-witpagina’s. De polyesterfilms lijken op doorzichtige overheadsheets. Op een sheet staat een strippagina, soms is voor iedere basiskleur een sheet.

De jas van de Generaal
De films worden op de redactie van Por Dios gescand op 1200 dpi. Het scannen en digitaal oppoetsen van de strips kost ongeveer een half uur per pagina, laat DTP’er Pieter Koertshuis weten. ‘Er zitten allemaal lijmresten en vuiltjes op de films. Toch zijn ze in goede staat, er zitten bijvoorbeeld geen scheurtjes of vouwen in. Ook zijn er gelukkig geen stukken uitgeknipt. Dat werd vroeger wel eens gedaan als er teksten werden gecorrigeerd,’ zegt Koertshuis.

Door de goede staat van de films moet er zelden iets gerestaureerd worden. Af en toe wordt er een lijntje bijgewerkt. Daarna worden de scans opnieuw ingekleurd. ‘Laatst moest ik nog de exacte kleur blauw van de jas van De Generaal bepalen. Toen heb ik het oorspronkelijke album erbij gehouden om deze op zicht te bepalen, maar je kan ook met een kleurboek de kleur opzoeken. Dan weet je bijvoorbeeld dat die jas 100 cyaan is. Kleurwaarden lopen van 10 tot 100.’

Geen extreme dingen
Por Dios, dat in een oplage van 30.000 exemplaren verschijnt, is bedoeld voor het hele gezin. ‘De Eppo is voor de mannelijke lezer boven de dertig, daar kan een beetje bloot of geweld in voorkomen. In Por Dios zullen we geen extreme dingen gaan doen.’ Toch is er een duidelijke wisselwerking tussen beide bladen. Dick Matena liet Van Bavel weten weer nieuwe afleveringen van zijn sciencefictionstrip Virl te willen maken. ‘In Por Dios kunnen we straks het allereerste verhaal van Virl herpubliceren om de lezer kennis te laten maken met deze strip. In de Eppo komt daarna het nieuwe verhaal. Op die manier heb je een mooie overlapping en maakt de jeugd kennis met klassiekers.’

Stripdocumentatiecentrum
De UvA heeft liever dat we spreken over De Stripcollectie van de afdeling Bijzondere Collecties, maar iedereen kent het archief als het Stripdocumentatiecentrum Nederland. Dit werd in 1970 opgericht door de Universiteitsbibliotheek Amsterdam in samenwerking met Het Stripschap. De 11 compactus-kasten van de stripcollectie zijn niet te missen in het depot in de Bijlmer, want op de eerste kast hangt een gekopieerde strippagina van de Familie Doorzon. Tegenwoordig staan de kasten op slot. Vroeger kon men met wat moeite en door verboden toegangsbordjes te negeren via het AMC in het UvA-gebouw komen. Vooral de verzameling pulpstrips, waar ook pornografische beeldverhalen onder vallen, was erg in trek. Men vermaakte zich er blijkbaar mee in de pauze, maar zat niet alleen te lezen: de eerste keer dat Van Waterschoot in het archief kwam trof hij, naast afgekloven boterhammen, pornostrips aan die dichtgeplakt zaten.

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #3.