Crumb bij Horizonverticaal

De echte fans hebben hem natuurlijk allang gezien, maar ook die mogen vast komen kijken als de documentaire Crumb wordt vertoond in Horizonverticaal in Haarlem.

Robert Crumb zelfportret anno 2003.

Op donderdag 28 april wordt daar namelijk deze prachtige documentaire over een van de meest eigenzinnige Amerikaanse undergroundtekenaars gedraaid. Terry Zwigoff, die later ook Ghost World regisseerde, maakte de film.

Film kijken in Horizonverticaal betekent: boeiende programmering + bier en wijn en popcorn + plas- en rookpauze.Toegang is gratis. Deur open om 20:30. De film begint om 21:00. Je wordt niet thuisgebracht.

De film wordt vertoond te midden van de expositie cartoons over literatuur. Kun je die ook meteen even meepakken. Het een en ander is georganiseerd door Robert Schuit, die ook verantwoordelijk is voor de literaire avond op 16 april. Reve-biograaf Nop Maas houdt een lezing over Gerard Reve, daarna lezen jonge schrijvers AHJ Dautzenberg, Tim Foncke en Joubert Pignon voor uit eigen werk.

Mocht je je afvragen wie die Dautzenberg ook alweer is: hij liet recent nog drie fictieve interviews met Lemmy Kilmister publiceren in de VPRO Gids zonder dat hij de hoofdredactie ervan op de hoogte had gesteld dat de stukken uit zijn duim waren gezogen. Hij voerde in de interviews Kilmister op als economisch wonderkind. Fans van de heavy metalband Motörhead weten dus waar ze de auteur op 16 april kunnen vinden.

Een fragment uit Crumb:

 

Het begon met een dansend zakje 2

Vorige week liep ik over het Leidseplein, toen er opeens een balloon voorbij rolde, voortgedreven door de wind. Even dacht ik een American Beauty momentje te beleven en haalde mijn cybershot tevoorschijn om dit vast te leggen.

Het leven loopt vaak anders dan in de film. Terwijl de ballon doorrolde, dook opeens een onverwacht acteurtje op die de video een nieuwe wending gaf en de ballon een andere richting op stuurde. De ballon trok zich er uiteindelijk weinig van aan en hervond zijn route al snel.

Naar het schijnt heeft het de filmmakers ook behoorlijk wat moeite gekost om het plastic zakje in American Beauty gewichtloos door de wind te laten bewegen. Buiten beeld stonden er een paar flinke windmachines te blazen om een scène te reconstrueren die regisseur Sam Mendes ooit zelf onverwachts had meegemaakt. Soms kost het moeite om levenspoëzie te reconstrueren.

 

Het begon met een dansend zakje…

Ik denk dat het begon met het vliegende zakje in de film American Beauty. Dat zakje dat in de wind danste en de video-opname van Ricky Fitts die dit prachtige stukje levenspoëzie vastlegde.

Ricky Fitts, de jongen die, ondanks de narigheid in zijn leven veroorzaakt door zijn strenge vader, toch altijd oog hield voor mooie dingen.

Ik meen me te herinneren dat regisseur Sam Mendes dat ooit zelf eens had gezien en erdoor geïnspireerd raakte. Net zoals ik dus door zijn film op een idee kwam.

Het idee dat het leven soms van dit soort kleine cadeautjes geeft. Een moment van schoonheid dat, net als het leven zelf, voorbij is voordat je het weet. Je moet er dus goed opletten en ervan genieten zolang het kan.

Maar het dagelijks leven is jachtig en tegelijkertijd zo vol met beslommeringen dat je dat genieten vaak vergeet. Je hoofd zit soms zo vol van alles dat er geen ruimte meer lijkt voor dat soort kleine momentjes. Maar die momentjes zijn belangrijk, essentieel zelfs.

Het zijn die kleine dingen: een zakje dat door de kolkende wind lijkt te dansen, een meisje op een fiets dat voorbijschiet en naar je glimlacht, twee tortelduifjes op een tak die hun kopjes tegen elkaar wrijven. Die jogger in het knalrode pak die puffend voorbij stoomt in het Vondelpark, de verborgen belofte in de koffieverkeerd die stomend voor je staat of gewoon het moment dat je op de bank zit even niets meer moet.

Dit soort momenten vasthouden niet onmogelijk doch niet gemakkelijk. Ze zijn snel vergeten. Video biedt in sommige gevallen uitkomst en biedt bovendien de mogelijkheid om ze te delen. Laatst legde ik uit het raam enkele vogeltjes in de sneeuw vast. Nu ben ik geen ornitholoog en heb vaak geen idee hoe die vogels heten. Maar die kennis is ook niet nodig om van het beeld te genieten.

Door de video online te zetten kunnen anderen ook uit mijn raam kijken op het moment dat het sneeuwde.

Zelf ook een mooie video gezien? Zet een linkje in het commentformulier en vertel wat het met je deed, als je wilt.

 

The Doors: When you’re strange

Iedere film over The Doors gaat onvermijdelijk eigenlijk over de leadsinger, Jim Morrison. De charismatische Morrison zal door fans gezien worden als een zanger met een bijzondere stem en poëtische teksten, de haters kijken wellicht niet verder dan het enfant terrible dat stoned van drank en drugs stampij maakte op het podium, politieagenten uitdaagde en ooit het publiek dreigde zijn geslacht te tonen tijdens een concert.

Die schaduwkant gaf Morrison zelf de naam Jimbo mee. Mijns inziens is het vooral die laatste versie van Morrison die de meeste aandacht krijgt in de documentaire. Al zal dat niet Tom DiCillo’s intentie zijn geweest, want hij benadert Morrison toch vooral als een fan en houdt de mythe van de op 27-jarige leeftijd overleden zanger in stand.

‘De meeste aandacht gaat naar Jim. Als dat Robby (Krieger), Ray (Manzarak) of John (Densmore) al stoort, laten ze het niet merken. Jim wentelt zich in alle aandacht. Hij lijkt voor de roem te zijn geboren. Alles wat hij doet lijkt briljant of briljant berekenend te zijn,’ vertelt acteur Johnny Depp die de voice-overtekst insprak. We zien Jim te midden van zijn fans, vlak voor een concert. Hij bladert door een boek over The Who die in het voorprogramma staan. Depp vervolgt: ‘Het is moeilijk te zeggen of hij gewoon zijn fans ontmoet of dat hij iets cruciaals aan hen onttrekt. Alsof hij slechts kan bestaan door hun aandacht.’
Dat was bij de eerste publieke optredens wel anders: de onzekere Morrison stond met zijn rug naar het publiek toe, net als bij de repetities.

DiCillo behandelt de carrière van The Doors in chronologische volgorde van de begindagen in 1965 tot en met de dood van Jim in 1971. Het verhaal blijft aan de oppervlakte en zal de echte fans weinig nieuws brengen. Toch is de film bijzonder, want DiCillo vertelt het verhaal door op een intelligente manier archiefmateriaal over The Doors en hun tijd aan elkaar te monteren. Daarmee duidt hij de tijdsgeest en de rol die The Doors in de tegencultuur speelden. Ook gebruikte hij fragmenten uit de film HWY: An American Pastoral, een zelden te vinden independent film uit 1969 van Morrison en Paul Ferrara (de laatste krijgt de regiecredit op IMDB) waarin Morrison een lifter speelt. We zien Morrison onder meer achter het stuur van een Mustang terwijl op de radio een nieuwsbericht over zijn mysterieuze dood in Parijs te horen is. De stukjes van HWY fungeren als een rode draad in de film, net als de geest van Jim door When you’re strange waart.

Oorspronkelijk had de regisseur zelf de voice-over gedaan, en zo werd de film ook voor het eerst vertoond tijdens het Sundance Film Festival, maar zijn monotone manier van spreken werd niet door recensenten gewaardeerd, al werd de film over het algemeen goed ontvangen.

Zelf vond ik de opnames ten tijde van de plaat The Soft Parade het interessantst, maar ik hou dan ook erg van kijkjes in het maakproces van albums. We zien The Doors in de studio, waar ze maar liefst 11 maanden lang aan het album werken. Een duidelijk contrast met een paar jaar eerder: het eerste album namen ze op in vijf dagen. Tijdens The Soft Parade periode zit Morrison duidelijk diep in de fles met zijn hoofd, de sfeer in de band is niet best en op creatief vlak valt er daardoor nog veel te wensen.

Geen idee of er meer filmmateriaal van studio-opnames te vinden is, maar mijn honger is door When you’re strange alleen maar groter geworden.

When you’re strange, USA
Regie: Tom DiCillo
Met: The Doors, Johnny Depp
DVD: E1 Entertainment

Deze recensie staat ook op het filmblog van Zone 5300.