Posts belonging to Category 'Striprecensie'

Marvel 1602: Marvelhelden in een historisch jasje

In Marvel 1602 verplaatst Neil Gaiman bekende iconen van het Marvel universum naar het titeljaar, de tijd waarin koningin Elizabeth heerst over Engeland en waar magie, bijgeloof en wetenschap hand in hand gaan.

De oerknal van het Marvel universum zoals de superheldenliefhebber dat nu kent, vond in 1961 plaats toen Stan Lee en Jack Kirby The Fantastic Four creëerden. Dit viertal superhelden moest een antwoord zijn op The Justice League of America van concurrent DC en bood bovendien een nieuwe invalshoek op het genre: Lee bedacht helden van vlees en bloed die net zo goed met dagelijkse problemen te kampen hebben als boze buitenaardse krachten en criminelen. Al snel volgde een succesvol arsenaal aan superhelden met hetzelfde achterliggende idee.
Het einde
In Marvel 1602 verplaatst de gerenommeerde auteur Neil Gaiman bekende iconen van het Marvel universum als Spider-Man, de X-Men, Daredevil, en Dr. Doom naar het titeljaar, de tijd waarin koningin Elizabeth heerst over Engeland en waar magie, bijgeloof en wetenschap hand in hand gaan. Het einde der tijden lijkt nabij: er heersen vreemde weersomstandigheden en steeds vaker duiken er jongeren op met bovenmenselijke gaven die als duivelsgebroed verketterd worden. Als het leven van de koningin wordt bedreigd door gevleugelde handlangers van de gestoorde tiran Von Doom, is het aan inlichtingenofficieel Sir Nicholas Fury, hofmagiër Stephen Strange en hun bondgenoten om de mysterieuze oorzaak van deze gebeurtenissen te ontrafelen en het einde van de wereld te voorkomen.

Gaiman is niet de eerste de beste: zijn Sandman-reeks mag tot de klassiekers onder de comics genoemd worden; als romancier van boeken als American Gods en kinderboeken als Coraline en The Graveyard book heeft hij een stevige reputatie als het gaat om het schrijven van boeiende sciencefictionverhalen. Toch vertilt de Engelse schrijver zich aan 1602, dat door de vele dialoogscènes een log verhaal is geworden en maar langzaam op stoom komt. Gaiman zet een boeiende sfeer neer, maar voor een superheldencomic zijn de actiemomenten schaars en kortstondig.

Het idee om de overbekende iconen in een zeventiende-eeuws jasje te steken roept in beginsel nieuwsgierigheid op: hoe zien de superhelden er in deze setting uit en wat is hun rol in het geheel? Soms weet Gaiman met simpele doch leuke alternatieven te komen: The Fantastic Four hebben hun space-shuttle ingeruild voor een zeewaardig schip en zijn verder redelijk hetzelfde gebleven. Daredevil is een blinde, Ierse troubadour. Peter Parker is het hulpje van Fury, maar is in de versie van Gaiman inwisselbaar met ieder ander personage. Niets van wat Peter uniek maakt zie je in deze strip terug. Een gemiste kans.

Streepjes
Het tekenwerk van Andy Kubert werd niet geïnkt maar direct door Richard Isanove digitaal ingekleurd. Het effect hiervan is dat de lijnen veel zachter zijn. In combinatie met het gekozen kleurenpalet wordt het romantische beeld van de verhaalsetting hierdoor versterkt. Net als bij de comic Origin, waarin boeiend de oorsprong van Wolverine uit de doeken wordt gedaan, gebruikt Isanove diagonale streepjes door alle tekeningen heen om zo ‘een schilderachtig effect’ te creëren. Deze techniek wekt echter vooral irritatie op.

Marvel 1602 werd in 2003 gepubliceerd als achtdelige reeks en kreeg later enkele vervolgen. Nona Arte publiceerde dit jaar de Nederlandstalige trade paperback.

Neil Gaiman, Andy Kubert – Marvel 1602
(Nona Arte, €19,90)

Striprecensie: Mijn eerste keer

Voor alles is er een eerste keer: de eerste zoen, de eerste keer seks, je eerste schooldag, je eerste werkdag… en voor tekenaars is er de eerste keer modeltekenen. Aimée de Jongh (1988) maakte over deze gebeurtenis een kort stripverhaal dat ze op Strip Turnhout presenteerde.

In de anekdotische smallpress-uitgave Mijn eerste keer vertelt de stripmaakster met humor hoeveel moeite ze had met het tekenen van haar eerste mannelijke naaktmodel – haar eerste confrontatie met het naakte mannenlichaam. De cover maakt meteen de oorzaak van haar probleem duidelijk: Aimée staart met het schaamrood op de kaken naar het geslachtsdeel van het model. Subtiel laat ze in de eerste schetsen de plek tussen zijn benen geheel leeg: de zestienjarige tekenares kan er in eerste instantie nog niet goed mee omgaan.

De Jongh tekent de strip in haar bekende snelle lijnvoering die ieder plaatje een levendige dynamiek geeft. Mijn eerste keer is een fijn tussendoortje. Het wachten is nu op De Jonghs eerste serieuze striproman.

Mijn eerste keer en andere smallpress-boekjes van Aimée de Jongh zijn te bestellen bij Amazing & Uncanny Comics. Daar zijn ook de smallpress-uitgaven van Kenny Rubenis te bestellen. Amazing & Uncanny comics is een initiatief van De Jongh en Rubenis. Ze geven samen hun werk uit.

Striprecensie Death of Spider-man: Peter Parker verdient een betere schrijver

Een paar maanden geleden was de dood van Spider-Man groot nieuws. Nou ja, de dood van de Spider-Man uit het ultimate universum. De alternatieve, geüpdatet versie van Peter Parker die een jongere doelgroep moet aanspreken. In een verhaal dat meerdere comics beslaat sterft hij uiteindelijk in een gevecht met Norman Osborn. De hardcover trade paperback is net uit: Death of Spider-Man verzamelt Ultimate Comics Spider-Man #156 tot en met #160. Het boekje is zeker niet het beste werk dat Michael Bendis ooit schreef. Dat komt vooral door slecht redactiewerk.

Eigenlijk sloeg ik de strip behoorlijk ontevreden dicht toen ik klaar was met lezen. Waarom? Het verhaal van de dood van Spider-Man loopt parallel aan een verhaal dat Ultimate fallout heet. Nu zijn crossover verhalen heel gebruikelijk in de comicswereld. Meerdere verhaallijnen lopen tegelijk door diverse series om de verkoopcijfers op te peppen. Normaliter wordt er daarbij ook aan de lezer gedacht: die wordt op de hoogte gehouden van wat er in de andere series gebeurt voor het geval dat hij deze afleveringen niet gelezen heeft. Zo kun je rustig je strip lezen en ben je toch van alles op de hoogte. Dit verzaken Bendis en de redacteur waardoor er behoorlijk plotgaten in zijn verhaal zitten.

Slordig. Peter Parker verdient een beter geschreven einde.

Een voorwoord had heel gemakkelijk kunnen duidelijk maken dat er überhaupt sprake was van een crossover-verhaal. Maar nee, de dood van Spider-Man is niet eens belangrijk genoeg voor een kleine inleidende notitie. Er wordt slechts kort samengevat wat er in de vorige delen is gebeurd, maar over Ultimate fallout wordt geen woord gerept. Gedurende het verhaal wordt er wel verwezen naar een groot gevecht in de stad waar veel helden bij betrokken zijn, maar een kleine toelichting hierop ontbreekt.

Spider-Man raakt dodelijk gewond als hij een kogel opvangt die voor Captain America is bedoeld. De kogel wordt nota bene afgeschoten door The Punisher. Wie alleen Ultimate Comics Spider-Man leest, en degene met de trade in handen doet dat, weet niet waarom The Punisher op Captain America schiet. Het is voor de lezer ook een raadsel waar Captain America en de andere mensen die bij het schietincident aanwezig waren, gebleven zijn als Peter Parker weer bijkomt. Heeft Captain America, het levende symbool van de Amerikaanse droom, werkelijk de jonge held die zijn leven redde in de steek gelaten? Is hij een kopje koffie voor hem gaan halen of misschien een dokter? Ik heb geen idee, want Bendis maakt er geen woord aan vuil.

Om te weten wat er precies is gebeurd, word ik geacht Avengers vs. Ultimates #4 te lezen. Niet dat dit ergens staat vermeld overigens. Vroeger voegde de redacteur van de comic dit soort informatie toe, maar kennelijk is dat tegenwoordig te veel werk voor de heren.

Maskerloos
Wat mij altijd heeft geërgerd aan de Ultimate verhalen van Spider-Man is dat hij om de haverklap wordt ontmaskerd. Dat begon al bij de eerste delen. Ik geloof dat er in deze versie van New York weinig schurken rondlopen die niet weten dat Peter Parker Spider-Man is. Dat een schurk op de hoogte is van Spider-Mans geheime identiteit, kan een mooi uitgangspunt zijn: als Norman Osborn aan het begin van het verhaal samen met een stel superschurken ontsnapt uit de cel van S.H.I.E.L.D wil hij Peter Parker vermoorden omdat hij weet dat de zestienjarige Spider-Man is – de held die zijn leven zuur maakt. Een grotere dreiging is niet denkbaar.

Maar Peters buren wisten nog van niets van zijn spinachtige eigenschappen. Als Norman Osborn (The Green Goblin), Sandman, Electro, Vulture en Kraven op de deur kloppen van het huis van May Parker en daar Iceman en Human Torch aantreffen, komt Spider-Man doodleuk zonder masker op zijn hoofd de straat in lopen om de schurken uit te schakelen. Weg geheime identiteit. Misschien wordt Peters plotselinge afkeer voor maskers verklaard in die andere serie, maar wederom wordt daar dan geen woord over gerept.

Tot zover mijn geraas over de slechte kant van Bendis schrijfwerk betreffende de dood van Peter Parker.

De tekeningen van Mark Bagley zijn goed, Bendis schrijft goede dialogen. Ondanks de zware verwondingen weet Peter zich door zijn doorzettingsvermogen en een paar scherpe grappen, staande te houden. Bendis heeft de personages goed in de vingers zitten. Hij kent Peter door en door. Dat mag ook wel na meer dan honderdvijftig nummers.

Er zitten een paar mooie elementen in het verhaal. Tante May schiet Electro neer als die een dodelijke stroomstoot aan Peter wil geven. Ook Mary Jane komt Peter te hulp: ze ramt The Green Goblin frontaal met een busje. Het is mooi om te zien dat de vrouwen in Peter Parkers leven een aardige tik weten uit te delen en hun mannetje staan.

Als Peter in de armen van Mary Jane definitief bezwijkt aan zijn verwondingen, is het een emotionele scène die bij deze lezer ook de juiste snaar wist te raken. (Ultimate of niet, het is toch Peter Parker die hier ligt dood te gaan. Dat laat me niet onberoerd.)

Peter offert zichzelf op om zijn naasten te redden. Een heldendood. Jammer dat zijn offer bezoedeld is door het onverschillige redactiewerk van Marvel en het slechte schrijfwerk van Bendis. Van een van de topschrijvers van Marvel mag je beter verwachten.

Striprecensie: Brooklyn Dreams

‘I’ll weave you some lies about my life. Who knows? With a little luck they just turn out to be true.’ Vincent Carl Santini.

Koos ik deze strip uit of koos deze strip mij uit? Afgelopen zondag was ik op de boekenbeurs in Antwerpen om Craig Thompson te interviewen en zocht leesvoer voor de terugreis. Bij Pinceel vond ik Brooklyn Dreams geschreven door J.M. DeMatteis en geïllustreerd door Glenn Barr. Een goed verhaal boeiend gevisualiseerd.

Waar beoordeel ik een strip in eerste instantie op? Op het tekenwerk. En het tekenwerk van Barr sprak me in het bijzonder aan. Natuurlijk is het belangrijk dat een strip goed geschreven is: een boeiend verhaal bepaalt voor een groot deel het leesgenot. Maar een mooi verhaal dat slecht is gevisualiseerd, tja, dat lees je toch niet voor je lol. Ik kan een legio strips noemen die het aanzien niet waard zijn, maar daar komen we een andere keer wel over te spreken. Nu wil ik het over Brooklyn Dreams hebben.

De blast
DeMatteis schreef een fictief memoir van Vincent Carl Santini. Santini op latere leeftijd vertelt de lezer over zijn jeugdjaren in Brooklyn. Hij was de typische angry young man: een outcast die zo’n beetje iedereen in zijn omgeving haatte. Hij was niet vies van drugs en gebruikte deze dan ook veelvuldig. Met wisselend resultaat. Santini vertelt over zijn familie, zijn beste jeugdvriend ‘Shane’, zijn eerste grote liefde en het overwinnen van zijn doodsangst. Alles wat hij vertelt leidt naar het grote moment in zijn leven, een openbaring waarin hij verlicht raakt en iets ervaart wat hij als god beschrijft. Noem het de blast voor mijn part, maar maak je geen zorgen, de strip is niet stichtelijk in welke zin dan ook en Santini is allesbehalve een Andries Knevel. Hij is dus geen zure godaanbidder die vindt dat je moet branden in de hel als je de bijbel niet woord voor woord gelooft. Ook atheïsten en godsdiensthaters, waar ik er zelf een van ben, kunnen dit boek dus met een gerust hart openslaan.

Ongetwijfeld haalde DeMatteis veel inspiratie uit zijn eigen jeugd: ook hij groeide op in Brooklyn. Fake memoir of niet, deze strip voelt meer waarheidsgetrouw aan dan menig autobiografische strip die ik in de afgelopen jaren heb gelezen.

Waarom is deze strip nu zo boeiend? Allereerst is DeMatteis een geweldige schrijver. Zijn dialoog rolt heel natuurlijk van de tongen van zijn personages. Iedere zin, ieder woord staat op de juiste plek. DeMatteis laat Santini de lezer rechtstreeks aanspreken en een boeiende monoloog houden. Daarbij speelt hij constant met de verwachting van de lezer. DeMatteis kondigt een bepaalt onderwerp aan, maar verzandt daarna pagina’s lang in allerlei terzijdes en mijmeringen die het leven van Santini tot een kleurrijk geheel maakt. Soms slaat DeMatteis wel wat door met de loze beloftes, en duurt het wat lang voordat hij zijn punt maakt, maar als hij uiteindelijk tot de kern van zijn verhaal komt, was het zeker het wachten waard.

Absurd maar geloofwaardig
Daarbij zijn de avonturen van Santini nogal grappig. De zwarte humor druipt van de pagina’s, wat niet in de laatste plaats komt door het fantastische tekenwerk van Barr. Barr tekent het heden waarin Santini zijn relaas doet aan de lezer in een realistische stijl maar toont het verleden in een meer cartooneske stijl die perfect aansluit bij de aan het absurdisme grenzende herinneringen van Santini. Zeker de geschiedenis van diens familie, wiens leden niet geschoond zijn van zekere stereotyperingen, kan alleen maar in een groteske tekenstijl worden verbeeld.
Barr mengt verschillende teken- en schildertechnieken door elkaar en smeedt zo een prachtig tableau dat door gretige ogen geconsumeerd dient te worden.

Brooklyn Dreams kwam in 1994 uit als limited serie van vier delen. Er is een gebundelde softcover te koop van Paradox Press (DC Comics). Overigens ben ik niet echt te spreken over de kwaliteit van de bundel: het eerste exemplaar viel na het lezen van twintig pagina’s uit elkaar. Slecht gelijmd en snel omgeruild voor een iets steviger versie.

Dus, koos ik Brooklyn Dreams uit of koos deze strip mij uit? Soms kom je een aansprekend verhaal op precies het juiste moment tegen, het moment dat je er open voor staat. Er zijn niet veel strips die mij op een persoonlijk niveau weten te raken. In Blankets van Craig Thompson die ik twee weken geleden las als research herkende ik veel en ook Brooklyn Dreams wist op dat vlak indruk te maken. Maar hoe precies vertel ik je wellicht een andere keer. Je mag me in ieder geval een tevreden striplezer noemen.