Posts belonging to Category 'Achtergrondartikel'

TV-programma Beeldverhaal: Reis door de stripwereld

In het nieuwe VPRO-televisieprogramma Beeldverhaal reist de kijker met stripmaker Jean-Marc van Tol door de stripwereld.

‘België is de bakermat van het beeldverhaal. Striptekenaars als Hergé, Franquin en Willy Vandersteen, bepaalden ooit de contouren van de strip,’ vertelt presentator Jean-Marc van Tol aan het begin van de aflevering ‘Suske en Wiske’. Samen met stripjournalist Toon Horsten loopt hij langs verschillende stripmuren in Brussel en Antwerpen waar men op een willekeurige straathoek een afbeelding van Lucky Luke, Guust Flater of Blake en Mortimer kan aantreffen. Strips zijn in België vanzelfsprekender dan in Nederland. Wellicht dat het nieuwe VPRO-televisieprogramma Beeldverhaal het Nederlands publiek meer stripminded zal maken.

Acht weken lang neemt stripmaker Jean-Marc van Tol de kijker mee op reis door de wereld van het beeldverhaal. ‘Het programma is geen Teleac-cursus, eerder een roadmovie. We willen de kijker meer te weten laten komen over strips en enthousiasmeren,’ legt eindredacteur en initiator Pieter Klok uit. De makers richten zich op volwassenen. ‘Het medium behelst meer dan alleen de Donald Duck. Er zijn natuurlijk heel veel strips voor kinderen, maar er zijn ook geweldige verhalen voor volwassenen. En soms wordt het bijna kunst, misschien is het zelfs wel kunst.’

Springplank
Gert Jan Pos, recent afgezwaaid als stripintendant van het Fonds BKVB, adviseerde en schreef de basisscenario’s waar het televisieteam op voortborduurde. Pos stelde voor per aflevering een specifiek thema te behandelen aan de hand van een strip of stripfiguur. Zo is psychiater Sigmund uit de Volkskrant de springplank om dieper te duiken in de krantenstrip en de vraag wat humor nu eigenlijk is.

Jan Kruis met Jean-Marc van Tol.

In de eerste aflevering is Jan, Jans en de kinderen, de populaire strip die sinds 1970 in de Libelle verschijnt, de aanleiding om de autobiografische strip te onderzoeken. Geestelijk vader Jan Kruis vertelt hoe hij zijn eigen gezinssituatie indertijd als inspiratiebron gebruikte voor zijn strip over de fictieve familie Tromp. Ook praat Van Tol met de jongere generatie autobiografen. Die voeren zichzelf op als stripfiguur en maken verhalen over hun dagelijks leven. Van Tol vraagt aan hen hoe eerlijk je kunt zijn als je beeldverhalen over je eigen leven maakt. Wat laten de stripmakers wel en niet zien?

Tekstballonnen
‘We pretenderen niet dat het programma volledig is en alles behandelt,’ zegt Klok. ‘We hebben onderwerpen gekozen die we gaaf vonden. Iedereen kent bijvoorbeeld Kuifje, maar lang niet iedereen weet dat dit ook het eerste moderne stripverhaal in Europa was. Dat wilden we graag vertellen. Daarom gaat er een aflevering over Kuifje en geestelijk vader Hergé.’
‘Hergé is de eerste in Europa die tekstballonnen gebruikte,’ vult Pos aan. ‘Het is bijzonder dat die er in het eerste Kuifje-album uit 1930 al in staan, terwijl Marten Toonder in 1950 de tekstballon nog afdeed als belachelijk en onnodig. Dankzij Toonder is de ontwikkeling in Nederland achtergebleven.’

Heinz.

Drie jaar geleden stapte Pieter Klok van productiehuis Human Factor stripwinkel De Noorman in Arnhem binnen om zijn verzameling Heinz-strips compleet te maken. ‘Ik keek eens rond naar alle stripboeken die daar lagen en besefte dat ik maar weinig strips kende. Welke zijn er allemaal en hoe is het in Nederland eigenlijk gesteld met de strip? Ik besloot me in de scene te verdiepen. Aangezien ik televisiemaker ben, vond ik dat daar een programma over moest komen.’

Stripmaker onder de stripmakers
De presentator moest de spil van het programma worden. Via een tip van beroepsgrappenmaker Owen Schumacher kwam Klok bij Jean-Marc van Tol terecht. Van Tol is de tekenaar en medebedenker van de populaire strip Fokke & Sukke. Daarnaast zet hij zich al jaren in om ervoor te zorgen dat het beeldverhaal meer aandacht krijgt. ‘Televisie is hét medium om een groot publiek te bereiken. Dat is goed, want heel veel mensen weten niet wat voor gave strips er in Nederland gemaakt worden,’ zegt Van Tol. ‘We zijn in de stripwereld lang bezig geweest met zeggen dat strips interessant zijn. Dat moet je niet zeggen maar laten zien, dan kan men zelf bepalen of het interessant voor ze is of niet. Ik wilde een goed programma maken waardoor de toeschouwer wellicht denkt: in plaats van een normaal boek koop ik eens zo’n gek stripboek. Wie weet spreekt het mij aan.’

Van Tols jongensachtige enthousiasme werkt aanstekelijk. In de aflevering ‘Suske en Wiske’ spreekt hij vol bewondering met Willy Linthout die met Jaren van de Olifant een persoonlijke strip maakte over de dood van zijn zoon. In de aflevering over superhelden hoort hij met verbazing aan dat Action comics #1 waar het eerste optreden van Superman in staat, tegenwoordig voor meer dan een miljoen dollar onder de hamer gaat.

Jean-Marc en de stripverzamelaar. Deze illustratie van Erik Kriek is een van de scèneovergangen van Beeldverhaal.

Veertien keer over
Een groot voordeel van Van Tol is dat hij zelf strips maakt en weet waar hij het over heeft. ‘Dat vonden veel stripmakers die we interviewden een verademing,’ zegt Klok.
Dat Van Tol geen raspresentator is, hebben de programmamakers ook gemerkt. Hij had vaak moeite met de voorgeborduurde tekstjes. Aangezien Klok per se niet op een voice-over wilde terugvallen om de boel aan elkaar te praten, improviseerde Van Tol ter plekke vaak de presentatieteksten. ‘In de België-aflevering loop ik richting de Vandersteen studio en vertel ik daar wat over. Dat hebben we geloof ik wel veertien keer overgedaan. Soms stond ik met mijn hoofd tegen een boom aan te beuken omdat ik weer Fokste en Sukste of iets dergelijks had gezegd.’

In dezelfde aflevering onderbreekt Van Tol plotseling een interview met de schrijver en tekenaar van Suske en Wiske als hij hoort dat de kleinzoon van Vandersteen in de andere kamer aan het werk is om die even te begroeten. Klok: ‘Die spontane acties werkten vaak heel goed maar daardoor zitten we in de montage soms flink te zuchten om het allemaal goed te knippen.’

Lost in translation

Haruko Kashiwagi met Jean-Marc.

Van april tot en met oktober trok Van Tol erop uit met Klok, cameraman/regisseur Martijn Tervoort en geluidsman Peter van den Berg, naar Amerika, Japan, België en Nederland om stripmakers te interviewen. De beste herinneringen houdt hij over aan Japan, waar de aflevering over manga is gedraaid. ‘Dat was net Lost in Translation,’ vertelt de stripmaker. ‘We spraken daar via een tolk: Edwin, een 25-jarige student Japans uit Nederland. Als vraagsteller ging ik heel raar Engels spreken, je denkt dat die Japanners het dan wel een klein beetje begrijpen. Maar ze begrijpen helemaal niets en jij begrijpt helemaal niets van het Japanse antwoord. Edwin was een zeer serieuze, ietwat bedeesde jongen. Bij onze eerste ontmoeting interviewde ik meteen Haruko Kashiwagi. Zij maakt erotische strips! Uiteindelijk kwam Edwin toch nog los. Op onze laatste dag hebben we een karaokebar bezocht en met zijn vijven op de nummer 1-hit van dat moment de polonaise gedaan.’

Onbereikbaar
Lang niet iedereen die op het verlanglijstje stond zit in het programma. Het lukte niet om Robert Crumb, boegbeeld van de Amerikaanse undergroundstrip, te interviewen. Ook bleef Stan Lee onbereikbaar. Schrijver Lee bedacht in de jaren zestig superhelden als Spider-Man, The Fantastic Four en de Hulk en ontketende daarmee een revolutie in het genre: hij maakte de superhelden meer menselijk. ‘Het lukte uiteindelijk niet om hem te spreken,’ vertelt Klok, ‘maar daar hebben we een mooie oplossing voor bedacht. Hij gaf een signeersessie op de Comic Con in San Diego. Je ziet Lee op de achtergrond terwijl Jean-Marc hem aanwijst: “Kijk daar is Stan Lee!” Die onbereikbaarheid maakt hem eigenlijk alleen maar groter.’

Striptelevisie
Televisie en strips: het is een lastig huwelijk. Strips dienen vaak als basismateriaal voor tekenfilmseries, maar programma’s waarin serieus over het medium gesproken wordt zijn als spelden in een hooiberg moeilijk te vinden. Een hele generatie groeide op met Wordt vervolgd van Han Peekel dat van 1983 tot 1997 op de buis was. Van Tol: ‘In het begin was Wordt vervolgd een serieus programma over strips. Ik heb echt goede interviews gezien met stripmakers. Het programma ging een beetje aan zijn eigen succes ten onder. Han Peekel had in de gaten dat die imitaties van Donald Duck het goed deden en toen kreeg je wedstrijden en dat soort dingen. Ik denk dat dit mede verantwoordelijk was voor het beeld dat strips alleen voor kinderen zijn.’

Tot nu toe was er weinig ruimte voor de strip op televisie. In de afgelopen jaren ging er soms een Avro Close-up over het beeldverhaal. Arnon Grunberg interviewde voor VPRO’s R.A.M. eens enkele bekende Amerikaanse stripmakers, waaronder legende Will Eisner. Maar daar is Van Tol niet erg over te spreken: ‘Ik vond het zo erg dat hij er zo weinig verstand van had, maar wel met zoveel pretentie vragen stelde. Met plaatsvervangende schaamte heb ik dat bekeken. Ik hoop dat uit het Beeldverhaal blijkt dat ik het werk boeiend vind en dat je dan als kijker voelt dat strips interessant zijn.’
Pos vult aan: ‘De volgende stap zou zijn dat strips ook behandeld worden in een boekenprogramma. In The New York Times wordt gewoon de nieuwe Batman besproken als graphic novel. Zo ver zijn we nog niet.’

Beeldverhaal wordt uitgezonden vanaf zaterdag 29 oktober, 23.05 uur op Ned2.

De leader van het programma:

Alle uitzendingen op een rij

29 oktober, aflevering 1: Jan, Jans en de kinderen
Centraal staat de autobiografische strip. Sommige striptekenaars gebruiken hun eigen leven als inspiratiebron, maar hoe ver gaan ze daarin en hoe eerlijk moet je zijn?
Gesprekken met onder meer Jan Kruis (Jan, Jans en de kinderen), Barbara Stok en Gerrit de Jager (De familie Doorzon).

5 november, aflevering 2: Superman
Waarom is de Amerikaanse superheldenstrip zo populair in de VS en wat maakt de superheld zo typisch Amerikaans? Aan het woord komen onder andere Chris Claremont (scenarist van X-men), David Finch (tekenaar/scenarist van Batman: The Dark Knight) en stripverzamelaar/BBC-presentator Jonathan Ross.

12 november, aflevering 3: Olivier B. Bommel
Een aflevering over de Nederlandse strip met de focus op de Bommel-strip. Wat maakt deze zou bijzonder en wat is de invloed van Marten Toonder op de Nederlandse strip? Tekenaar Dick Matena, verzamelaar Hans Matla en Pieter Steinz, chef boeken NRC, leggen het uit.

19 november, aflevering 4: Kuifje
Over welke rol de strip Kuifje heeft gespeeld bij het ontstaan van de moderne Europese strip en welke invloed geestelijk vader Hergé op het beeldverhaal heeft gehad. Jean-Marc van Tol praat onder andere met Joost Swarte (tekenaar en Kuifje-kenner) en Henk Kuijpers, tekenaar van Franka.

26 november, aflevering 5: Astroboy
Manga is de Japanse stijl van strips maken. Wat maakt deze strip zo typisch Japans en hoe komt het dat manga in Japan zo enorm populair is?
Met Japanse stripmakers Yoshihiro Tatsumi en Haruko Kashiwagi.

3 december, aflevering 6: Mr. Natural
De undergroundstrip is een alternatieve stroming die in Amerika ontstond en in Nederland navolging kreeg. Maar bestaat underground nog wel?
Van Tol in gesprek met de Amerikaanse undergroundtekenaar Jerry Moriarty, Peter Pontiac en Evert Geradts, tekenaar en oprichter van het stripblad Tante Leny presenteert.

10 december, aflevering 7: Suske & Wiske
België is een belangrijk stripland vanwege strips als Suske en Wiske, maar ook woont er een belangrijke nieuwe generatie stripmakers. Van Tol spreekt onder andere met stripjournalist Toon Horsten, veelbelovend talent Brecht Evens en Luc Morjaeu en Peter van Gucht, de tekenaar en scenarist van Suske en Wiske.

17 december, aflevering 8: Sigmund
Over krantenstrips en tekenaars die elke dag grappig moeten zijn. Maar wat is dat dan, humor? Onder meer Peter de Wit, geestelijk vader en tekenaar van Sigmund, Mark Retera van Dirkjan en Ronald Giphart praten daarover met Jean-Marc.

Hier alvast een voorproefje:

Dit artikel is in VPRO Gids #44 gepubliceerd.

Stripmakers protesteren tegen cultuurbezuinigingen

Stripmakers protesteren tegen de buitenproportionele cultuurbezuinigingen van het kabinet met een ludieke actie.

Wie vandaag op de strippagina van Het Parool kijkt, ziet dat de stripfiguren van de strips S1ngle, DirkJan en Piet & Riet van de buis een opvallende metamorfose hebben ondergaan. Ze zijn harkpoppetjes geworden: een protestactie van stripmakers tegen de buitenproportionele bezuinigingsplannen op kunst en cultuur van het kabinet. Staatssecretaris Halbe Zijlstra wil in totaal 200 miljoen euro bezuinigen.

De protestactie komt uit de koker van stripmakers Peter de Wit en Hanco Kolk. De Wit licht toe: ‘Ik had een ideetje voor een proteststripje voor S1ngle over de bezuinigingen. Toen Hanco en ik erover zaten te praten bedachten we dat ik het ook wel voor Sigmund kon doen. Dan zouden we twee keer hetzelfde stripje hebben.’
Het duo besloot andere stripmakers te vragen mee te doen met de actie. Ze plaatsten een oproep op het online stripmakersforum en benaderden een aantal collega’s per mail.

Ondere anderen Hein de Kort, René Leisink (Argus), Pieter Geenen (Anton Dingeman), Jean-Marc van Tol (Fokke & Sukke) en Peter van Straaten doen mee met hun dagkrantstrip. Sommige stripmakers zoals Floor de Goede, plaatsen hun proteststrip online. De strips zijn allemaal vandaag in de krant verschenen.

Kneuterig
‘De bedoeling is dat men een kneuterig harkpoppetje maakt van zijn stripfiguur en er dezelfde tekst bij schrijft: “Verdorie, die bezuinigingen op de kunst treffen ook onze strip!” Het aardige is dat iedereen dezelfde of ongeveer dezelfde tekst aanhoudt, dat vergroot het effect,’ aldus De Wit.

Peter van Straaten maakte er een variant op. ‘Ik wist niet dat er een speciale tekst onder moest. Ik heb nu een harkpoppetje getekend en daarnaast een vrouw in mijn eigen stijl die zegt “Wat zie je er uit! Moet dat van Halbe Zijlstra?”.
‘Ik heb geprobeerd om het er zo slecht mogelijk uit te laten zien,’ vertelt Mark Retera van DirkJan. ‘Dat valt nog niet mee. Je moet daar toch wel een klein beetje over nadenken.’

Steuntje in de rug
De bezuinigingsvoornemens treffen het theater en beeldende kunst het hardst. Wat precies het effect van de bezuinigingen op de Nederlandse strip zal zijn, valt op dit moment nog niet te voorspellen. Er wordt gekort op allerlei kunstenaarsregelingen, dus ook op de subsidieregelingen bij het Fonds BKVB waar stripmakers aanspraak op maken.

De stripmakers laten weten dat de actie vooral is bedoeld om andere kunstenaars te steunen. ‘Het is fijn om hardop te kunnen zeggen dat je het er niet mee eens bent, of dat in ieder geval op papier te doen,’ zegt Gerben Valkema, tekenaar van het bijdehante stripfiguurtje Elsje. ‘Geen van de krantenstrips die mee doen wordt gesubsidieerd. Ik denk niet dat wij er meteen last van hebben, maar ik vind dat je niet alleen voor je eigen hachje moet opkomen. Zo laten we met de strip zien wat er wel staat te gebeuren in het theater en met orkesten als daar de subsidies stoppen. Wat ons vooral tegen de borst stuit is dat die bezuinigingen met de botte bijl worden uitgevoerd.’

Retera vult aan: ‘Het gaat erom dat mensen aan het denken gezet worden. Al denk ik niet dat men er in Den Haag wakker van zal liggen, is het toch goed om iets te laten horen.’

Peter de Wit relativeert het mogelijke effect van de actie zelf ook: ‘Ik noem het een ludiek actietje. Een steuntje in het ruggetje van de kunst. Veel meer moet je er ook niet achter zoeken. Ik verheug me wel op het effect dat het op de regionale kranten zal hebben. Daarin staan de strips S1ngle, De Rechter en Elsje. Drie strips met harkpoppetjes onder elkaar: dat heeft toch een aardig versterkend effect.’

Dit artikel is maandag 4 juli in Het Parool gepubliceerd.

X was hier: Met telefoon, video en strip terug in de tijd

Het Nationaal Historisch Museum ligt onder vuur. Toch is er een nieuw project: X was hier. Op 45 historische locaties komt de geschiedenis tot leven met behulp van video’s en stripverhalen.

‘Geschiedenis is overal. Ver weg, dichtbij, maar altijd op een plek,’ zegt historicus en literatuurcriticus Hans Goedkoop in de introductievideo van X was hier. In dit nieuwe project wil het Nationaal Historisch Museum (NHM) jaarlijks maximaal vijftig historische locaties toegankelijk maken aan de hand van een thema van de Maand van de geschiedenis. Oktober vorig jaar was het thema land en water.

Begin dit jaar selecteerde de redactie van X was hier rond dit thema 45 locaties waar een bijzonder verhaal aan verbonden is.
‘Het doel van het NHM is om zoveel mogelijk mensen te bereiken, historisch besef bij te brengen en geschiedenis onder de aandacht te brengen. Met X was hier willen we duidelijk maken dat geschiedenis overal om ons heen is en dat je er niet perse voor naar een instelling hoeft,’ aldus Elisabeth Wiessner, communitymanager bij het NHM.
Elke locatie heeft een uniek symbool dat als marker in het landschap staat. Dit symbool kan met de iPhone gescand worden om toegang te krijgen tot een video waarin Hans Goedkoop uitlegt welke belangrijke historische gebeurtenis er op die plek heeft plaatsgevonden.

Martijn van Santen over het slachtveld in Ane Overijssel.

Bijvoorbeeld het dorpje Ouwerkerk waar in 1953 een enorm gat in de dijk werd geslagen tijdens de watersnoodramp en Fort Pampus, een militair fort uit 1895 dat onderdeel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam. Ook buitenlandse locaties als de vulkaan Mount Scenery op het eiland Saba, het hoogste punt van de Nederlanden, komen aan bod.

Van nul tot nu 2.0
Naast de video is er extra informatie beschikbaar: teksten, foto’s én een strip. ‘We willen met de strip een nieuwe doelgroep aanspreken, namelijk mensen tussen de twintig en veertig, die doorgaans te druk met gezin en carrière zijn om aan museumbezoek toe te komen. De strip zal als beeldtaal meer mensen aanspreken dan oude foto’s of filmpjes. De doelgroep is bekend met strips, iedereen kent de geschiedenisserie van Nul tot nu.’

Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds voor Beeldende Kunsten, vormgeving en bouwkunst, benaderde de stripmakers. Hij selecteerde oudgedienden als Eric Schreurs en Hanco Kolk afgewisseld met jong talent als Merel Barends en Martijn van Santen. De makers kregen de basisinformatie van het museum, daarbij zochten ze vaak zelf naar aanvullende informatie en bezochten sommigen ook de historische locaties.

Potje schaak
Hoewel het eindresultaat wel enige aansluiting moest hebben met het basisverhaal, waren de stripmakers verder vrij om hun eigen interpretatie hierop los te laten. Dit leidde tot 45 heel diverse één-pagina-strips over grote gebeurtenissen en persoonlijke verhalen in uiteenlopende tekenstijlen. Sommige beeldverhalen blijven dicht bij de historische gebeurtenis, zoals Hanco Kolks geschiedenisles over de stichting van Nieuw Amsterdam dat later New York werd. Anderzijds laat Jeroen Funke zijn vaste dierfiguur Victor de rol van Hugo de Groot spelen. In Funkes eigentijdse versie ontsnapt De Groot niet uit Slot Loevestein, maar gebruikt hij zijn boekenkist om beste vriend Vishnu naar binnen te smokkelen zodat ze samen kunnen schaken.

(Klik 2X voor grotere versie.)

‘In de praktijk zie je dat veel stripmakers een stukje uit het script hebben gehaald en dat hebben benadrukt. Soms is het een aanvulling op wat wij vertellen,’ zegt Wiessner. Peter Pontiac verwerkte bijvoorbeeld krantenartikelen die hij vond tijdens zijn onderzoek in de Koninklijke Bibliotheek. Pontiac tekende het verhaal van Klaas Bording en zonen voor wie een dagje ijsvissen bij Vollenhove in Overijssel in 1849 uitliep op een drama: het ijs brak, waardoor de vissers 14 dagen op een ijsschots ronddreven voor ze werden gered.

Eigen verhaal
Gisteren zijn alle symbolen op de locaties  aangebracht en is X was hier echt begonnen. Momenteel is de App alleen op de iPhone beschikbaar, volgend jaar hoopt het NHM dit uit te breiden naar andere smartphones. De geschiedschrijving staat ook op de site Xwashier.nl, waar bezoekers hun eigen verhaal kunnen toevoegen of op dat van een ander kunnen reageren. ‘Wij nemen het grote verhaal van de geschiedenis voor ons rekening, maar je kunt het ook heel persoonlijk maken. Wij willen laten zien dat er over geschiedenis verschillende verhalen kunt vertellen.’ Het is de bedoeling dat er volgend jaar weer maximaal 50 locaties worden gekozen.

Dit artikel is in Het Parool van donderdag 9 juni gepubliceerd.

Komische stripduo’s 1: Luc Cromheecke en Laurent Letzer

De Nederlandstalige stripwereld kent een paar succesvolle komische stripduo’s: stripmakers die graag met elkaar werken aan humoristische strips. Sommige duo’s zijn al zo lang bij elkaar, dat hun samenwerking een tweede huwelijk lijkt. Een serie van drie afleveringen met daarin het verhaal van Luc Cromheecke en Laurent Letzer, Peter de Wit & Hanco Kolk en het duo Eric Hercules & Gerben Valkema. Hoe is de samenwerking ooit begonnen? Hoe is de onderlinge taakverdeling? En kunnen ze nog zonder elkaar?

Striptekenaar Luc Cromheecke werkt graag samen met scenaristen. Een van zijn vaste partners is Laurent Letzer. Samen bedachten ze Tom Carbon, Ben de Boswachter en het vreemdsoortige stripfiguurtje Plunk.

Letzer en Cromheecke ontmoetten elkaar zo’n dertig jaar geleden op de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. Een paar jaar daarvoor waren van Cromheecke al enkele strips geplaatst in het Vlaamse stripblad Robbedoes. ‘De redactie van Robbedoes vond dat mijn strips goed getekend waren, maar dat ik aan de scenario’s nog wat moest werken.’ De stripmaker nam de raad ter harte: ‘Ik kan wel wat schrijven en heb het ook veel gedaan, maar ik functioneer beter als aangever van een scenarist die op dezelfde golflengte zit als ik. ‘

Croissantjes
Die scenarist is Laurent Letzer. Cromheecke maakte kennis met Letzers typische gevoel voor humor toen er op de academie in Antwerpen een vreemd verhaal circuleerde over croissantjes die van de maan komen. Het bleek bedacht te zijn door ene Letzer, die in dezelfde klas zat als Cromheecke. Samen bewerkten ze dat verhaal tot een stripje over Tom Carbon. De strip viel meteen in de smaak bij zowel de redactie van Robbedoes als het Franse Spirou. Met enige regelmaat verscheen er vanaf dat moment een Tom Carbon-verhaal, het eerste album werd praktisch op school getekend.

En daar is Plunk!
Samen creëerden Letzer en Cromheecke ook Plunk, het meest triestige, buitenaardse stripfiguur dat de Europese stripwereld kent. Hoewel Plunk debuteerde als bijfiguur in de strip Taco Zip – een komische strip die Cromheecke maakte met Gert Wijninckx – ligt de oorsprong van Plunk ergens anders. Toen het Belgisch Centrum van het beeldverhaal werd geopend, hadden ze een tentoonstelling over hoe een strip gemaakt wordt. Stripduo’s kregen elk een opdracht om een fragment van de ontwikkeling van een strip te illustreren en Cromheecke en Letzer deden dat voor de fase merchandising. Cromheecke: ‘We bedachten een zo’n idioot mogelijk stripfiguur, dat eigenlijk niet in het echt zou kunnen werken, en maakten daar echte merchandise voor. Samen met de mensen van het museum hebben we namaakboeken gemaakt, poppetjes, kaarsen, badhanddoeken en zelfs onderbroeken met daarop Plunk.’

Toen in 2006 de hoofdredacteur van Spirou hen vroeg een nieuw stripfiguurtje te creëren, was Plunk een van de ontwerpen die Cromheecke en Letzer voorstelden. De rest is geschiedenis. Plunk wordt tegenwoordig zelfs in het Arabische striptijdschrift Majid Magazine gepubliceerd.
Tom Carbon en Plunk zijn 100 procent Laurent. De genialiteit zit in zijn manier van denken. In het laatste album is heel duidelijk dat Tom Carbon eigenlijk een soort van klootzakske is. Hij heeft een verschrikkelijk egoïstische kijk op de wereld. Net als Plunk eigenlijk. Als je Plunk goed leest, zie je dat hij een buitenstaander is die niet heel positief is. En dat is echt wel hoe Laurent ook is,’ zegt Cromheecke lachend.
‘Hij heeft ook een heel rare kijk op de wereld. Ik denk dat hij op een grappige manier een beetje autistisch is.’

Grondig
Het duo werkt heel nauw met elkaar samen. Letzer tekent zijn scenario’s, in een wat Cromheecke een ‘naïef realistische tekenstijl’ noemt. Cromheecke maakt van de scenario’s zijn eigen versie in potlood. Hij bepaalt dan zijn eigen découpage en past, wanneer gewenst, de dialogen aan. Dan stuurt Cromheecke zijn versie per e-mail terug naar Letzer, waarna ze elk plaatje met elkaar minutieus bespreken. Ze doorgronden elk detail van de grap.

‘Dat vind ik heel leuk, want dat is echt heel serieus bezig zijn met heel onnozele dingen,’ zegt Cromheecke. ‘Soms is de grap, als je die zou vertellen, minder goed, maar de manier van vertellen maakt zo’n grap dan juist heel leuk. We proberen dat zo goed mogelijk uit te puzzelen.’ Het nadeel van deze methode is dat het strips maken relatief langzaam gaat. Als het duo hard doorwerkt en weinig afgeleid wordt, kunnen ze twee pagina’s Plunk per week produceren.

Tom Carbon gaat op dit moment iets sneller. Na een pauze van dertien jaar hebben de heren hun eerste held opnieuw tevoorschijn gehaald en werken er graag aan. Ze maken nieuwe grappen voor Spirou en tv-tijdschrift Humo. Volgend jaar verschijnen bij Uitgeverij Glénat ook twee complete delen met alle reeds gepubliceerde Tom Carbon-verhalen. Ondertussen gaan de heren zelf door met de publicatie van losse Nederlandse albums, waarvan in september alweer de derde verschijnt. Ze zitten dus niet stil.

Ondanks het soms trage tempo is Cromheecke zeer in zijn nopjes met zijn vaste scenarist: ‘Ik vind Laurent de beste schrijver waar ik mee werk. Het zijn de grappen die mij het meeste aan het hart liggen. Ik zou heel moeilijk zonder hem kunnen.’

Dit artikel is ook in Eppo#07 (2011) gepubliceerd.