Volgende week spreek ik cabaretier Youp van ‘t Hek over zijn oudejaarsconference voor HumortTV.nl. Tijdens mijn research kwam ik deze uitspraak van hem tegen:
Mijn boodschap is grotendeels steeds dezelfde: je mag hier even rondlopen en dan ben je heel lang dood, dus maak er wat van. Leef uitbundig. Uitbundig leven verzin je grotendeels zelf. Er zijn mensen die hun halve leven bij de psychiater op de bank doorbrengen en hun moeder de schuld geven van alle shit, maar je bepaalt het meeste toch wel zelf hoor. Uitbundig leven is vooral een kwestie van dingen níet doen. Dus vooral niet zeuren en geen dingen doen, waar je geen plezier uithaalt. Daar word je wel een beetje asociaal van, maar anderen hebben dan tenminste geen last van je.’ Bron: Modernehelden.nl/Balance Sheet.
Foto: Roos Manintveld
Net als Van ‘t Hek geloof ik dat we hier maar één keer zijn. Geen herkansingen, geen generale repetities en bovenal geen hemel en hel. Na het leven is er de dood en dat betekent dat er niets is. Daarom spreekt dat idee van uitbundig leven mij erg aan.
‘Geen dingen doen waar je geen plezier uithaalt.’ Dat lijkt me een mooi streven. Nooit meer belasting betalen, nooit meer koken en nooit meer projecten aannemen waar ik niet achter sta. Nou ja, even zonder gekheid: niet iedereen kan het werk doen wat hij wil, maar in een ideale wereld zou het wel zo moeten zijn. Als je doet wat je leuk vindt, dan doe je je werk altijd beter. Zo simpel is het.
We leven natuurlijk niet in een ideale wereld, en ook ik werk wel eens aan dingen waar ik niet achter kan staan. De schoorsteen moet immers ook roken. Maar dat gaat uiteindelijk toch tegen je werken.
Je passie naleven vind ik een mooie definitie van uitbundig leven.
Ik ben een mac-gebruiker, dat zeker, maar ik draag Steve Jobs niet op handen. Niet iedere scheet die de CEO van Apple laat hoef ik te ruiken, laat ik het zo stellen. Maar ik bewonder de man voor zijn ondernemersschap en over het algemeen ben ik blij met mijn Mac. Recent werd ik via twitter op een inspirerende speech van Jobs gewezen door Punkmedia.
Het is een speech uit 2005 die Jobs gaf aan een stel afgestudeerden van de Stanford University. Ik vind het een zeer inspirerend verhaal. Jobs vertelt drie anekdotes uit zijn eigen leven met de strekking dat je vooral je eigen pad in het leven moet zoeken. Laat je niet leiden door de dogma’s van anderen, daar is het leven te kort voor. Vertrouw je instinct, je kunt immers pas achteraf zien hoe bepaalde gebeurtenissen en keuzes je op de juiste plek hebben gebracht. Je moet er daarom in vertrouwen dat je de juiste weg kiest.
I’m pretty sure none of this would have happened if I hadn’t been fired from Apple. It was awful tasting medicine, but I guess the patient needed it. Sometimes life hits you in the head with a brick. Don’t lose faith. I’m convinced that the only thing that kept me going was that I loved what I did. You’ve got to find what you love. And that is as true for your work as it is for your lovers. Your work is going to fill a large part of your life, and the only way to be truly satisfied is to do what you believe is great work. And the only way to do great work is to love what you do. If you haven’t found it yet, keep looking. Don’t settle. As with all matters of the heart, you’ll know when you find it. And, like any great relationship, it just gets better and better as the years roll on. So keep looking until you find it. Don’t settle.
Ook Jobs zijn visie op de dood – hij overleefde al eerder kanker maar schijnt nu weer ziek te zijn – spreekt me erg aan. Hij noemt het de beste uitvinding van het leven:
Remembering that I’ll be dead soon is the most important tool I’ve ever encountered to help me make the big choices in life. Because almost everything — all external expectations, all pride, all fear of embarrassment or failure – these things just fall away in the face of death, leaving only what is truly important. Remembering that you are going to die is the best way I know to avoid the trap of thinking you have something to lose. You are already naked. There is no reason not to follow your heart.
We hebben inderdaad maar beperkte tijd. Voordat je het weet zit je oud en versleten in je leunstoel – als we dat al halen. Voordat het zover is moet je dus je doelen bereiken. Er is dus geen tijd te verliezen.
De scepticus denkt wellicht: ‘Alweer zo’n inspirerend bedoelde speech van een Amerikaan.’ Inderdaad, de Amerikanen zijn goed in het geven van dit soort speeches. Vaak doen de abstracte hoopvolle beweringen niet onder voor de holle frasen uit de reclame. Dat wil niet zeggen dat er nooit iets van waarheid tussen zit. In wezen vertelt Jobs ons niets nieuws, we weten het allemaal al. Maar door een algemene boodschap te verbinden met een persoonlijk verhaal, door zichzelf bloot te geven, weet hij bij mij in ieder geval de vonk der inspiratie teweeg te brengen.
Natuurlijk is je laten inspireren door een spreker pas een eerste stap. De rest van de wandeling moet je zelf afleggen.
Daarom: bekijk de video eens rustig. Ik kreeg er in ieder geval een gezonde schop tegen mijn achterste van. Maar daarover later meer. Eerst geef ik graag het woord aan Jobs.
Flooding with Love for the Kid is een van de meest vreemde films die ik ooit heb gezien. Maar het is ook een pleidooi om buiten vastgestelde kaders te denken.
Zachery Oberzan was zo onder de indruk van de roman First Blood van David Morrell, dat hij besloot deze zo getrouw mogelijk te verfilmen. De film met Silvester Stallone, de eerste in een reeks Rambo-films, wijkt namelijk nogal af van het boek. Oberzan wilde zien of het mogelijk was om alle dialogen uit het boek in de film te stoppen.
Dat is op zich niet zo’n gek idee. Wat Flooding with Love for the Kid zo’n vreemde film maakt is dat Oberzan de productie geheel in zijn New Yorkse appartement opnam en zelf alle rollen speelt. Budget: 96 dollar. Resultaat: 100 minuten experimentele film vol passie, hilariteit en een voorbeeld van wat je bereikt als je verder kijkt dan standaardconventies.
Wie zien Oberzan door de woonkamer rennen met een geweer, maar dat moet eigenlijk John Rambo in het bos voorstellen die op de vlucht is voor de politie. Een paar digitaal gemonteerde takjes en dennentakjes in de kamer moeten een bos suggereren. En weet je, het werkt!
Oberzans film is een ode aan de fantasie. Vroeger toen je met je vriendjes speelde, waren twee stoelen die naast elkaar stonden en een ronde schijf in je handen ook een auto. Bij Oberzan werkt het net zo. Een badkuip kan ook prima dienstdoen als rivier zo blijkt. Hij projecteert soms heel knullig wat beelden op de muur om de scène van een decor te voorzien, maar dat helpt wel bij het bepalen van de locatie. Ook maakt hij handig gebruik van de soundtrack: omgevingsgeluiden suggereren een bos of een drukbezochte diner. Je hoeft de andere eters ook niet te zien, het geluid zegt genoeg.
Heel slim geeft hij ieder van de 26 personages (!) een eigen accent en uiterlijk, zodat de kijker ze uit elkaar kan halen. Een groot acteur is Oberzan niet, maar zijn enthousiasme en passie komen zeker over en werken aanstekelijk.
Het resultaat is nogal vervreemdend, maar toch overtuigend genoeg om er in mee te gaan. Oberzans gekkigheid, maar vooral zijn doorzettingsvermogen zijn wat mij betreft een inspirerend voorbeeld voor een ieder die creatief bezig is en heel graag een bepaald project of idee wilt uitvoeren. Alleen daarom al drie sterren voor deze film!
Na de filmvoorstelling was er tijd voor een Q&A.
Hoe lang ben je met deze film bezig geweest?
Ik dacht dat het gehele proces ongeveer een jaar zou duren, maar ik had er zoveel lol van, dat de film binnen die tijd klaar was. Van de adaptatie van het boek in scriptvorm tot en met de postproductie was ik zo’n acht maanden bezig. Ik werkte als secretaresse overdag, ‘s avonds repeteerde ik voor theatervoorstellingen, dus het meeste werk aan de film deed ik ‘s nachts of op zondag. Al mijn vrije tijd stopte ik erin.
Wat vond je zo goed aan het boek dat je geïnspireerd werd om deze film te maken?
Toen ik negen of tien jaar oud was, zag ik de Stallone-versie voor het eerst. We hadden een weekend gratis HBO en daardoor kon ik op die leeftijd een R-rated film zien. De film raakte me echt toen. Kort daarna zag ik het boek liggen in een kruidenierswinkel. Het was een aangrijpend moment voor me waarin ik besefte dat een boek en een verfilming erg van elkaar kunnen verschillen. Toen ik het boek las verbaasde me dat de roman zoveel méér details en diepte bevatte dan de filmversie. Het verhaal van sheriff Wilfred Teasle is in principe uit de film gelaten. Het boek gaat over hem én Rambo, terwijl de film alleen over Rambo gaat.
Als tienjarige was ik dus erg onder de indruk van de verschillen tussen het boek en de film. Zeker aan het einde van het boek waar Rambo sterft. Ik begreep dat toen niet en heb dat hoofdstuk wel drie keer gelezen. Ik had immers de film gezien en daarin sterft hij niet! Dat was voor mij echt een keerpunt, net zoals het moment waarop je ontdekt dat de kerstman niet bestaat. Ik hoop niet dat ik nu mensen laat schrikken,’ grapt de regisseur.
De zaal lacht.
Oberzan vervolgt: ‘Dus sinds dat moment heb ik altijd al een trouwe adaptatie willen maken van het boek. Een adaptatie die uitdrukking gaf aan het boek zoals de tekst mij geraakt had. Ik kwam in de theaterwereld terecht en begon met acteren. Op een gegeven moment verhuisde ik naar New York, maar ik kon geen werk krijgen als acteur of filmmaker. Ik probeerde de traditionele route te volgen om een filmmaker en acteur te worden, maar dat lukte zo niet. Ik voelde dat ik geen greep had op de situatie.
Uiteindelijk heb ik het idee opgegeven dat ik van iemand anders toestemming moet hebben om een filmmaker te zijn. Ik besefte dat ik het zelf kon doen, zolang als ik maar de idee van wat een film hoort te zijn losliet en anders benaderde. Als je vanuit een ander perspectief kijkt naar wat acteren hoort te zijn of wat een film hoort te zijn, dan kan je ook een film maken.
In mijn ogen heb ik een big budget Hollywood movie gemaakt waarin ik zelf de hoofdrol speel. Wat mij betreft zijn het Oscarwaardige optredens en is het een Oscarwaardige montage. Vooral over de montage ben ik erg tevreden. Dat de rest van de wereld en de Oscarcommissie dat niet zo ziet, vind ik prima. Het maakt me niet uit, omdat ik me realiseer dat ik deze film gemaakt heb.
Heeft de auteur van het boek, David Morrell, de film gezien?
Ja. Ik wilde hem laten weten dat ik dit gedaan had omdat ik dacht dat hij het ontroerend zou vinden dat iemand zich zo verbonden zou voelen met zijn werk. Maar ik maakte me wel zorgen over copyrights en dat soort zaken. Uiteindelijk kwam hij achter het bestaan van de film, want hij werd opgepikt en is al op verschillende plekken te zien geweest.
Ik zocht contact met hem op. Gelukkig is hij een vrijgevig man en was hij er enthousiast over. Ik weet niet of hij helemaal begrijpt wat ik probeerde te doen, hij is immers van een andere generatie en nu in de zestig, maar hij waardeert de film en vindt het een fantastische ervaring. Hij staat er honderd procent achter. Als ik ooit problemen krijg met de copyrights, kan hij met helaas niet helpen, want hij heeft de rechten aan de filmmaatschappij verkocht.
Hoe heb je de rollen opgenomen. Iedere rol in zijn geheel?
Ja, ik heb als eerste alle shots van Rambo opgenomen en zo de hele film gespeeld. Je kunt zien dat ik steeds beter word met de techniek, want die shots van Rambo waren eigenlijk niet zo goed. Vaak valt zijn hoofd deels buiten het kader van het frame. Dat is dus geen artistieke keuze, ik was mijn manier van opnemen nog aan het perfectioneren.
Ik wilde ook zoveel mogelijk het toeval de ruimte geven aangezien ik de beperkingen die ik had ook omarmde. Dus toen ik bij het terugkijken zag dat ik Rambo deels buiten beeld is, vond ik dat het zo moest zijn. En het is prachtig om te zien hoe dingen uiteindelijk samenvallen. In een van de einddialogen zegt Captain Sam Trautman: ‘I took the top of his head off with this shotgun!’. Dus dat verwijst terug naar het feit dat de bovenkant van Rambo’s hoofd in het begin van de film is afgesneden.
Zondagmiddag liep ik samen met Merel Barends een bagelzaakje in het centrum van Amsterdam uit. We hadden even gezellig bijgepraat over onze bezigheden. Op weg naar huis besloot ik spontaan om een stukje door het Vondelpark te lopen. Het was een lekkere herfstachtige dag, leunend aan de winter. Koud, maar mooi weer. Meerdere Amsterdammers hadden het idee om door het park te lopen, maar het was lang niet zo druk als anders. Dan is het park op zijn fijnst: als je er nog kunt lopen zonder het gevoel te hebben onderdeel te zijn van een polonaise.
Opeens zag ik in een groep mensen vriend Hans lopen. Toen ik nog in Hoorn woonde, ging ik geregeld bij Hans langs of spraken we af in de stad. Sinds ik naar Amsterdam ben verhuisd, verwaterde het contact wat. Dat soort dingen gebeuren natuurlijk. Toch dacht ik laatst nog dat ik Hans weer eens moest bellen om samen een keer koffie te gaan drinken.
Hans liep samen met enkele collega’s van het Filmhuis naar het Eye instituut voor het jaarlijkse uitje. Interessanter vond ik zijn plannen om vanaf januari een halfjaar te gaan reizen. De wandeling was kort en de afspraak om binnenkort echt af te spreken was snel gemaakt.
Ik hou erg van die kleine toevalligheden in het leven. Had ik niet van het een op andere moment besloten om het park in te duiken, dan had ik Hans die dag niet meer gezien. Wie weet wanneer we dan weer contact hadden gekregen.
Ik geloof zeker niet in een hogere macht of dat soort dingen. Toch moet je de kansen grijpen die dit soort momenten je bieden. In dit geval een hernieuwd contact met een oude vriend.
Recente reacties