Posts belonging to Category 'Filmrecensie'

Filmrecensie Captain America: The first avenger

Captain America: The first avenger is een zeer vermakelijke pulpfilm, vol spetterende actie en bovenal een sympathieke held achter het masker.

Als jonge tiener had ik alleen maar kunnen dromen van de stroom aan goede superheldenstripverfilmingen die tegenwoordig in de bioscoop te zien zijn. Oké, er was een televisieserie over Spider-Man in de jaren zeventig, twee matige tv-films over Captain America en niet veel later een goeduitgedachte poging om de Hulk op het kleine scherm te brengen. In de vroege jaren negentig waren er films over The Punisher en Captain America. Maar deze direct to video producties mogen nog niet eens in de schaduw staan van de cinematografische blockbusters waar de Marvel stripfan sinds X-Men (2000) van Bryan Singer op getrakteerd wordt.

Het wachten is tot volgend jaar de film The Avengers uitkomt, waarin de Marvelhelden de Hulk, Iron Man, Thor, Black Widow, Hawkeye en Captain America een hoofdrol in zullen spelen. Afgezien van Black Widow en Hawkeye heeft nu iedere held afzonderlijk in ieder geval één filmavontuur op zijn naam staan. Captain America ging vorige week in première in Amerika en draait deze week vanaf de 28ste in de Nederlandse zalen.

Captain America is naast Spider-Man de meest iconografische held van uitgeverij Marvel Comics. Dit jaar wordt de supersoldaat alweer 70 jaar. Het waren de heren Joe Simon and Jack Kirby die Cap voor het eerst op papier zetten in maart 1941. Op de cover van die eerste comic geeft de held een ferme klap tegen niemand minder dan Adolf Hitler himself. Hiermee begon feitelijk de Marvel Age of Comics waarin supertypes de wereld een beetje schoner maken, ook al heette de uitgeverij toen nog Timely Publications.

Sukkeltje met een goed hart
In Captain America: The first avenger van regisseur Joe Johnston wil Steve Rogers (Chris Evans) wil kostte wat het kost soldaat worden in het Amerikaanse leger om de nazi’s een poepje te laten ruiken. Rogers, die keer op keer door bullebakken klappen krijgt, geeft als motief op dat hij niet van pestkoppen houdt. Helaas wordt zijn aanvraag telkens afgewezen: de slappe, magere Rogers kan nog geen deuk in een pakje boter slaan. Dat verandert als hij wordt geselecteerd voor een speciaal project om supersoldaten te creëren – een natte droom die menig Amerikaanse generaal tot op de dag van vandaag nog steeds zal hebben vermoed ik.

Rogers krijgt een superserum toegediend waardoor zijn lichaam van het een op het andere moment in dat van Arnold Schwarzenegger. In beginsel wordt Captain America slechts ingezet als propagandamiddel, maar als snel bewijst Rogers dat hij zeer effectief kan zijn in de Amerikaanse strijd tegen de nazi’s, in het bijzonder tegen Red Skull (Hugo Weaving) die de HYRDRA organisatie leidt – een afgeleide van Hiter en co. die op eigen kracht streeft naar wereldoverheersing.

Captain America: The first Avenger is een zeer vermakelijke pulpfilm geworden, vol spetterende specialeffects en bovenal een sympathieke held achter het masker. Toch haalt de film het niet bij de beste stripverfilmingen X-Men 2 en Spider-Man 2.

De casting van de charmante Chris Evans is een schot in de roos. Evans speelde eerder Johnny Storm/Human Torch in de twee Fantastic Four-films. Hij lijkt niet alleen op de Steve Rogers uit de strip, hij brengt ook de juiste combinatie van geloofwaardigheid en enthousiasme mee om deze iconografische rol te dragen. Tommy Lee Jones speelt de sarcastische Kolonel Chester Phillips met zichtbaar plezier. De verbale schermutselingen tussen beide heren leveren genoeg lachmomenten op.


Huidprobleem
De grote misser in deze film is de schurk Red Skull. Dat Hugo Weaving kan acteren heeft hij al vele malen bewezen, maar zijn uitvoering van de afvallige nazi met een serieus huidprobleem is onder de maat. Dat ligt vooral aan het feit dat deze machtswellusteling zo plat als een dubbeltje geschreven is. Je kunt anno 2011 niet meer aankomen met het type derderangs Bondschurk dat de wereld wil overheersen just for the hack of it. Aangezien Red Skull net als Rogers is geïnjecteerd met het superserum en daarmee qua kracht en vermogen de schaduwversie is van Captain America, had er mijns inziens uit hun confrontatie veel meer gehaald kunnen worden.

Leuk is de sequentie waarin Cap wordt ingezet als propagandamiddel: we zien hem op toneel een acteur neerslaan die Hitler speelt en er worden fragmenten getoond van de filmserials waarin Cap de hoofdrol speelt – net als in de echte jaren veertig waarin de strips van Cap het moraal van de Amerikaanse soldaten een boost moest geven en er een serial over hem in de Amerikaanse bioscopen draaide.

Blijf bij Captain America: The first avenger vooral in de zaal zitten tot na de aftiteling om de lekkermakende preview te zien van The Avengers.

X-Men First Class: Eerste klas superheldenfilm

Ik ben altijd een grote fan geweest van de X-men-films. Bryan Singer zette met zijn eerste twee films de juiste toon voor superheldenfilms: respect voor het stripmateriaal met ruimte voor een grap, goede casting en overtuigende special effects. X-Men 2 zal altijd een van mijn favoriete stripverfilmingen blijven.

Ik ben dan ook verheugd dat Singer nauw betrokken was bij de productie van X-Men: First Class, als producent en schrijver van het verhaal. Het script werd onder andere gepend door Jane Goldman en Matthew Vaughn die ook Kick-Ass scripten, de overdonderende film die ook door Vaughn geregisseerd werd.

X-Men: First Class is een prequel op de eerdere X-films en verhaalt hoe telepaat Charles Xavier en Erik Lensherr elkaar ontmoeten, hoe hun vriendschap ontstaat en uiteindelijk hun wegen scheiden op grond van onverenigbare politieke denkwijzen. Terwijl Xavier hoopt dat de mutanten in vrede kunnen samenleven met de mensheid, heeft Lensherr, alias Magneto die hoop allang laten varen. In zijn ogen zijn de mutanten, mensen met een speciale gave die zich manifesteert in de pubertijd, zijn de volgende stap in evolutie en de betere menssoort.

Nazi’s
De film begint met dezelfde scène als X-Men: We zien hoe de jonge Lensherr in een concentratiekamp in Polen wordt gescheiden van zijn ouders. Door de zware emoties die hij ervaart komen zijn gaven om magnetische velden en materialen te beïnvloedden, voor het eerst aan het licht. Niet alleen is de scène nagenoeg hetzelfde gefilmd als de openingsscène uit X-Men, ook de soundtrack van Michael Kamen is van de digitale opslag gehaald en eronder gezet. Slim, want de toonzetting doet daardoor herinneren aan het goede werk van Singer, terwijl de film daarna vrij is om eigen wegen in te slaan.

First Class speelt zich voornamelijk af in de jaren zestig en de strijd tussen Sebastian Shaw en de X-Men is gesitueerd rond de Cubacrisis. Shaw hoopt de Verenigde Staten en Rusland zodanig te manipuleren dat de mutanten als laatste zullen overblijven. Magneto heeft ook een persoonlijk appeltje met hem te schillen.

Net als bij de vorige films krijgt de kijker een grote groep personages voorgeschoteld. Uiteraard betekent dit dat een deel van de cast er wat bekaaid vanaf komt en dat de nadruk vooral ligt op de relatie tussen Xavier, Lensherr, Shaw en Mystique. Dat mag verder de pret niet drukken. De vervolgfilms zullen ruimte bieden om de andere personages verder uit te werken.

Cameo’s
Regisseur Vaughn trakteert ons op een combinatie tussen superheldenfilms en James Bond – de knipoog naar de films met Sean Connery is niet te missen in de stijl van de film en grandeur van de actie. Verder bevat X-Men: First Class leuke cameo’s van Hugh Jackman als Wolverine en Rebecca Romijn die Mystique in de eerste drie films haar prachtige gestalte verleende. Zoals gebruikelijk bij de X-men-films is er geen cameo van Stan Lee, die normaliter in iedere superheldenfilm die gebaseerd is op zijn creaties acte de presence geeft. Lee bedacht X-Men samen met Jack Kirby in 1963, al werd de serie pas echt populair onder het schrijverschap van Chris Claremont.

Een extra attractie is Kevin Bacon die Sebastian Shaw met zichtbaar plezier dik aangezet gestalte geeft. (Dik aangezet spelen lijkt overigens wel de standaard te zijn als het om (strip)schurken gaat, maar dat terzijde). Hij blijkt een aardig mondje Duits te kunnen spreken. Sowieso is deze aflevering van de reeks opvallend veeltalig. Opmerkelijk voor een Amerikaanse blockbuster.


X-Men First Class draait vanaf 2 juni in de bios.

Filmrecensie: Somewhere

Ik ga graag op zondagmorgen naar Cinecenter om een film te kijken. Het is om 11 uur nog lekker rustig in de zaal en halfwakker zijn met een kop koffie verkeerd in je hand is eigenlijk een prima manier om een film te zien.

Vandaag was dat Somewhere, de nieuwe film van Sofia Coppola. Ja, u mag mij als een fan van deze cineaste beschouwen. The Virgin Suicides, Lost in Translation en Marie Antoinette – ik heb van alle drie de films genoten. Ook haar nieuwste werkstuk is een bioscoopbezoek zeker waard.

Coppola biedt je de ruimte om rustig te observeren zonder dat ze dingen duidelijk uit de doeken wil doen. Je mag als kijker je eigen conclusies trekken binnen het narratieve kader dat de regisseur/scenarist bepaalt. Eigenlijk maakt ze slowcinema. Een verademing in het tijdperk waarin bombastische films de boventoon voeren om het popcornpubliek te behagen.

Somewhere is misschien wel de traagste film die ze tot nu toe maakte. De openingsscène, waar ook veel van de filmrecensies mee beginnen, zet de toon van de film: een zwarte Ferrari rijdt doelloos rondjes op een circuit, maar maakt een futloze indruk. Uiteindelijk stapt de bestuurder uit. Het is Johnny Marco (Stepen Dorf), een succesvol acteur die zijn dagen onverschillig doorleeft. Johnny wordt als het ware geleefd: hij wordt door zijn assistente naar persconferenties en premières gestuurd, tussendoor leeft hij in het Chataeu Marmont Hotel te Los Angeles. Hij valt verveeld in slaap als een tweeling in zijn slaapkamer een paaldansroutine afdraait. Verder stopt hij zelf routinematig zijn snikkel in iedere meid die zich aanbiedt, en aangezien hij een bekend acteur is, zijn dat er nogal veel.

De seks en stoeipoezen laten hem overigens onverschillig: hij presteert het om tijdens het beffen van zo’n vrijwilliger in slaap te vallen.

Coppola geeft commentaar op het leven van Hollywoodsterren zonder ook maar een seconde een filmset te laten zien. Het enige wat we daarvan meekrijgen is een moment waarin Johnny’s hoofd in een gietsel zit in de specialeffects-afdeling. Het spul moet een tijdje drogen en terwijl hij alleen in de kamer zit, horen we hem zwaar ademen onder het goedje terwijl de camera tergend langzaam inzoomt op zijn gelaat. Eigenlijk is Johnny zelf ook een afgietsel van een man waarvan de ziel zoek is geraakt.

Alles verandert als zijn dochter een paar dagen blijft logeren omdat zijn ex-vrouw wat tijd voor zichzelf nodig heeft. Het is door het contact met zijn dochter dat Johnny weer opleeft en beseft hoe leeg zijn leven eigenlijk is. Dit klinkt wellicht als een stoffige Disneyfilm, maar gelukkig wordt deze verandering door Coppola net zo ingetogen vertelt als de rest van de film.

Coppola neemt de tijd om haar verhaal te vertellen, doorspekt haar film met het type songs dat doet denken aan haar eerdere films. Allemaal films over een hoofdpersonage dat zich niet thuis lijkt te voelen in de wereld waarin hij leeft, op zoek naar zijn identiteit en rol in het geheel.

Filmrecensie: Dorian Gray

Het klassieke boek van Oscar Wilde The Picture of Dorian Gray heeft een eigentijdse verfilming gekregen. Simpelweg Dorian Gray geheten.


Het verhaal van Dorian Gray heeft me altijd gefascineerd. Het dat Dorians ziel geschoond blijft van zijn zondige handelingen, omdat de littekens van alle vuiligheid die hij uitvoert letterlijk in zijn geschilderde portret gaan zitten, heb ik altijd intrigerend gevonden. Het thema eeuwig jong blijven spreekt ook tot mijn verbeelding. Wildes roman, gepubliceerd in 1891, is daarom een van mijn favoriete boeken.

Met de verfilming van Oliver Parker ben ik niet ontevreden. Parker maakte een dynamische filmversie van het verhaal die enerzijds de sfeer meepikt van Londen in de vroege dagen van de twintigste eeuw, maar ook eigentijds aandoet.

Seks, drugs & moord
De film begint op het moment dat jongeling Dorian Gray een moord begaat en het lijk dumpt. Daarna wordt de klok een jaar teruggedraaid en zien we dat de latere moordenaar een verlegen, ietwat wereldvreemde jongeman is die zijn eerste stappen in het Londen van het laatste decennium van de negentiende eeuw zet. Al snel laat hij zich beïnvloeden door de levenswijze van Lord Henry Wotton die vindt dat je van alle geneugten des levens ten volle moet genieten. Dat de leerling de meester uiteindelijk overtreft komt vooral omdat Wotton zijn theorie graag predikt, maar lang niet altijd naleeft omdat hij daar toch te laf voor blijkt te zijn. Dorian verliest zich echter in een wereld vol lust, egoïsme en hedonisme.

Colin Firth speelt op heerlijk aanstekende wijze de cynische Wotton. Ben Barnes zet een verdienstelijke en onderkoelde Gray neer. Zijn Dorian is kleurrijker en minder stijf dan hoe Hurd Hatfield de jonge aristocraat in de filmversie uit 1945 gestalte gaf. In die toneelmatige versie wordt voor schrikeffect het schilderij in felgekleurde technicolor getoond, terwijl de rest van de film in sober zwart-wit is gedraaid. Wat overigens normaal was voor die tijd.

In Parkers versie wordt het portret echt een levende entiteit. Dit doet hij door op effectieve wijze een subjectief point-of-view shot vanuit het schilderij te tonen. De maden die uit de verf kruipen en een creatief gebruik van digitale effecten maken de illusie compleet.

Overigens schiet de digitale toverij soms wat tekort, zoals in het openingshot van Londen. Dit craneshot begint met een panorama van de stad waarna de camera langzaam naar beneden gaat en de straat van Dorian Grays huis toont. Het beeld voelt te digitaal geschilderd aan, wat een laag budget doet vermoeden. Voor CGI-effecten geldt immers net zo goed als voor een halsketting dat de zwakste schakel de kracht van het geheel bepaalt.

DVD
De film uit 2009 is recent door entertainment one op dvd uitgebracht. Helaas ontbreken er extra’s op de schijf. Ook is het niet mogelijk om bij het opstarten meteen naar het hoofdmenu te gaan, maar moet je eerst alle trailers skippen voor je met de film kunt beginnen. Dat is nogal ergerlijk en komt bij Nederlandse versies van DVD’s helaas te vaak voor.