Posts belonging to Category 'Bloggen'

Je bent geen merk, laat zien wie je bent

Illustratie: Emma Ringelberg

Personal branding was ‘the thing of the day’. Ooit. Jezelf via social media neerzetten als een product, is niet hoe het moet, volgens Olivier Blanchard. Hij gaat voor authenticiteit.

You know what we used to call people with “personal brands” before the term was coined? Fakes. So here is a simple bit of advice for 2012: Don’t be a fake. Drop the personal branding BS. You don’t need it.

If you really want to brand something, focus on your business, on your blog, on your product. If your product is you, I hope your name is Lance Armstrong, Tom Cruise or Lady Gaga, because otherwise you aren’t thinking clearly about this. A brand is ultimately an icon. Are you an icon? No. You aren’t. And if you ever become one, you won’t need to worry about building a personal brand.

Have I seen your face pop up on billboard ads for Nike, Ford or Chanel? Are you on Wheaties boxes? Do you have your own action figure? Do designers call your agent asking if you would wear their clothes to award shows? No? Then you aren’t a product or a brand.

Ik ben niet zo van de tips en goeroe’s, maar vind het lijstje met tips dat Blanchard in zijn blogpost geeft, behulpzaam. Nou ja, behalve dat gezeur over kleding wellicht.

Wat je wel en niet laat zien
We hoeven personal branding wat mij betreft niet meteen bij het afval te zetten. De positieve kant ervan is dat je bewust bent van wat je wel en niet online publiceert. Bewust omgaan met het beeld dat je van jezelf presenteert. Je hoeft je daarbij niet meteen te gedragen als een reclameman en alleen maar bezig zijn met het neerzetten van een positief imago. Twitteraars die constant vertellen hoe druk ze het wel niet hebben en van de ene leuke opdrachtgever naar de andere hollen, volg ik niet. Niemand wil constant belaagd worden door reclametweets.

Het is niet slecht om te laten zien waar je goed in bent, maar toon dit. Ik kan wel zeggen dat ik een specialist ben op het gebied van het beeldverhaal, maar het is beter om dat te laten zien door inzichtelijke artikelen te publiceren. Precies wat Blanchard zegt in punt 1: Talk less, do more, vergelijkbaar met het credo: show, don’t tell.

Blanchard pleit er ook voor dat je vooral jezelf bent online:

5. Just be yourself. If I have learned anything from Facebook’s new Timeline feature, it’s this: It’s fun to be yourself. It’s easy to forget that, especially when the “personal branding” industry would have you shift your focus away from the little flaws that make you… well, you.

Hou het persoonlijk maar let op wat je prijsgeeft
Het is goed om na te denken over wat je wel en niet deelt via social media, je blog of welke openbare publicatievorm dan ook.
Eerlijk zijn en dingen dicht bij jezelf houden zijn goede uitgangspunten. Hou je uitingen persoonlijk en laat jezelf zien op je blog. Laat zien wat je van dingen vindt, wat je bezighoudt, wat je verwondert en waar je kwaad van wordt. Dat maakt je een mens, geen merk.

Toch hoef je ook niet meteen alles op je blog te zetten. Ik zit zelf niet te wachten op de meest ongemakkelijke bekentenissen van mensen op hun blog. Laatst publiceerden enkele bloggers opeens onbekende feiten van zichzelf onder het mom van ‘Als je me echt zou kennen, zou je weten dat…’. Ingrid Prent liet zich inspireren door Challange day:

Een grensverleggende methode uit Amerika, die onder andere wordt ingezet om pesten op scholen tegen te gaan en wederzijds respect te stimuleren. Door spelletjes af te wisselen met serieuze gesprekken, worden leerlingen uitgedaagd om verborgen gevoelens naar elkaar uit te spreken. Centrale vraag: wat weten we nu eigenlijk van elkaar? Vrij weinig, is de constatering.

Groot verschil: scholieren doen daarin ontboezemingen in een veilige omgeving, het internet is geen veilige, gesloten omgeving. Je deelt de informatie niet alleen met bekende bezoekers van je blog, maar iedereen die bij toeval op je site terechtkomt. Geen idee dus eigenlijk aan wie je al die privé-informatie prijsgeeft. Iedereen moet natuurlijk zelf weten wat hij op zijn of haar blog doet, maar dit soort bekentenissen gaan wat ver, wat mij betreft. Ik hoef niet alles van je te weten. Sommige informatie moet je bewaren voor intimi en hoeft niet op het web geslingerd te worden waar jan en alleman het kan lezen.

Met dank aan Jeroen Mirck, die naar de post van Blanchard verwees.

Het monster dat gevoed moet worden

Illustratie: Emma Ringelberg

Bloggen doe je voor je plezier en omdat je iets kwijt wilt aan de wereld. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet.

Daar begint het bloggen wel mee, met de wens om mensen te bereiken. Om gehoord te worden. Om te delen wat jou zo enthousiast maakt, waar je je over verwondert, wat je bezighoudt. Prima redenen.

Toch kan het bloggen soms ook als een last aanvoelen. Opeens blog je niet meer omdat je het wilt, maar omdat je het gevoel hebt dat je moet. Dat je iets moet publiceren omdat er anders geen bezoekers op je site komen. Dat je iets moet publiceren omdat het alweer een paar dagen geleden is dat je een blogpost hebt geschreven. Dat je iets nieuws moet publiceren omdat er op de laatste paar teksten geen reacties binnenkwamen. Blijven produceren omdat mensen anders vergeten dat je blog bestaat. Uit het oog uit het hart. Zoiets.

Als je dat ervaart, lijkt je blog bijna als een monster dat gevoed moet worden. Een monster dat je aandacht vraagt, ook als je er geen zin in hebt. Een monster met een geeuwhonger die niet te stillen lijkt, want niet lang nadat je het monster gevoerd hebt met een verse blogpost, bekruipt je het onbehaaglijke gevoel dat je weer aan de slag moet.

Maar het monster dat gevoed moet worden is niet je blog. Je blog is namelijk maar een ding op het web, de plek waar je publiceert. Alle eigenschappen die je je blog toebedeelt, behoren jezelf toe. Je blog is namelijk niet meer of minder dan een verlengstuk van jezelf. Kortom, het monster dat gevoed moet worden, dat ben je zelf.

Ga maar na: publiceer je op zo’n moment nog omdat je iets kwijt wilt aan de wereld? Dat je het gevoel hebt dat je zult barsten als je niet je vingers over het toetsenbord laat gaan om over die ene film, strip, liedje of gebeurtenis te schrijven? Of publiceer je omdat je het gevoel hebt dat je wel moet om de verkeerde redenen? Omdat je reacties wilt bijvoorbeeld, of omdat je te veel naar je statistieken hebt zitten kijken en die je drijfveer vormen om door te bloggen?

Moet je blog gevoed worden, of je ego? Want, laten we eerlijk zijn, je aanwezigheid op het web, of het nu bloggen, Facebook of Twitter betreft, heeft ook met het ego te maken. De mens verlangt naar aandacht. Mis je de spotlight, de aandacht, de reacties? Als dit laatste het geval is, kun je het beste iets anders gaan doen. Even afstand van het bloggen nemen. Even goed nadenken over je motieven. Waarom blog je? Wat wil je ermee bereiken? Wat doet het voor jou?

Als je de antwoorden op die vragen kent, is je honger vast ook gestild. Je weet op zijn minst wie en wat je aan het voeren bent als je weer gaat bloggen.

(Deze blogpost is deels een antwoord op die van Peter de Kock.)

Een goed blog is als een goede boekwinkel

Illustratie: Emma Ringelberg

Het is natuurlijk helemaal niet Nederlands om Thanksgiving Day te vieren. Die feestdag heeft van alles te maken met het eten van kalkoen en families die bij elkaar komen. En dankbaarheid uit te spreken voor de dingen die je hebt.

Dat laatste spreekt me dan wel weer aan. Het is goed om soms stil te staan bij de rijkdom die je bezit. Rijkdom in sociale contacten, de hoeveelheid liefde in je leven en grote stapel strips en boeken die nog voor je klaar ligt om gelezen te worden – bijvoorbeeld.

Toch heb ik wel Thanksgiving Day gevierd: The American Book Center geeft traditiegetrouw dan 10% extra korting, wat neerkomt op 20% als je ook een kortingskaart in bezit hebt. Dus toog ik vorige week donderdag naar het filiaal aan ‘t Spui in Amsterdam en kocht er een drietal trades: Death of Spider-Man, American Vampire en Daytripper. (Over die laatste fantastische aanschaf blog ik later nog.)

Dit soort evenementen zijn natuurlijk een slimme manier van klantenbinding. Evenals zo’n kortingspas. Dat doen ze goed bij The ABC. Je komt immers graag terug in een winkel als je je er welkom voelt. Als je een band voelt met de verkopers of de winkel. Nu ken ik een paar medewerkers van de winkel en dat maakt de band met de zaak groter.

Wat ook helpt als het om klantenbinding gaat, is dat er kundige mensen achter de balie staan. Niet dat ik nu een reclamepost voor de ABC wil pennen, maar Jitse van de stripafdeling weet waar hij het over heeft. In de zeldzame momenten dat ik om leesvoer gelegen zit, weet hij altijd iets goeds uit de kast te pakken.

Net als bloggen
In deze opzichten komt het goed runnen van een boekwinkel en het runnen van een blog wel overeen. Zorg dat de bezoekers zich verbonden met jou voelen door persoonlijk te bloggen. Je hoeft daarvoor niet het achterste van je persoonlijke tong te laten zien, maar wel vanuit je eigen perspectief te bloggen. Deel je persoonlijke visie met je lezers. Schrijf kundig over zaken, weet waar je het over hebt. En kom zo nu en dan verrassend uit de hoek. Dan bied je waardevolle inhoud in ruil voor de leestijd van je lezer. Dat is eigenlijk meer waard dan 20% korting.

Toen ik The ABC met een blij tasje strips verliet, kwam ik mijn Amerikaanse nichtje tegen die een tijdje in Nederland woont. Tussen de boekenkasten stonden we even gezellig bij te praten. Werd het dus toch nog een kleine familiereünie.

De kunst van een goede krantenkop

Illustratie: Emma Ringelberg

Als ik een artikel inlever bij de krant of een tijdschrift, doe ik daar altijd een suggestie voor de kop bij. Soms wordt deze overgenomen, soms ook niet en maakt de eindredacteur er iets anders van. Iets wat hij beter vindt bekken, iets wat volgens hem beter de aandacht van de lezer trekt. Want dat is natuurlijk de functie van een goede kop: zorgen dat het betreffende stuk gelezen wordt.

Dat betekent soms ook dat er een andere kop boven je stuk staat dan je zelf voor ogen had. Dat pakt lang niet altijd slecht uit: de zeldzame keren dat de eindredacteur van de VPRO gids een titel van mijn artikel had aangepast, was het eindresultaat altijd beter dan ik had voorgesteld. Goede koppen maken is een vak apart.

De veranderingen pakken niet altijd even fijn uit. Soms wordt er een klein dingetje uit een artikel gelicht en door de kop benadrukt. Dat is lang niet altijd de strekking van het stuk. Dat blijkt ook uit dit item van De waan van de dag van vrijdag 18 november.

Leuk aan het item vind ik dat je een klein kijkje op de werkvloer bij Het Parool krijgt. Eindredacteur Ronald van der Horst komt aan het woord. Ook komen er een aantal belangrijke eigenschappen van een goede krantenkop aan bod. ‘Een aantrekkelijke kop prikkelt, en moet een uitnodiging zijn aan de lezer: “Dit stuk moet u lezen!”, aldus Van der Horst.

Bekijk de video in andere formaten.

Koppen voor een blog
Een kop als ‘Ik huil nooit’ zoals die boven het artikel van Frénk van der Linden stond in De Volkskrant, zou niet goed passen boven je blogpost. Goed, het trekt aandacht, maar je lezer weet niet waar het precies over gaat, want nergens in de kop staat wie die uitspraak doet. De kop is niet informatief genoeg, al trekt die online net zo goed de aandacht van een lezer als op papier.

Een blogger hoort wat mij betreft een kop te maken die aandacht trekt, maar die ook de lading van de blogpost dekt. De titel van je blogpost moet informatief zijn, anders kunnen de zoekmachines er ook geen chocolade van maken.

Dat laatste houdt vooral in dat het onderwerp duidelijk in je titel moet staan. Is je blogpost een interview? Dan moet de naam van de geïnterviewde in je kop voorkomen. Sterker nog: ik geef in dat soort gevallen in de titel ook aan dat het hier om een interview gaat. Daarna kan altijd een mooi citaat volgen die de lading denkt of prikkelt. Als ik een striprecensie publiceer, noem ik dat ook in de kop. Dat helpt de Googler die op striprecensies van dat specifieke album zoekt.

Als ik zo naar de blogposts van de laatste weken kijk, is meteen duidelijk dat ik voor de meer zakelijke en informatieve koppen ga. Maar goed, ik heb dan ook vooral een informatief blog met hier en daar een persoonlijke noot. Ik kan me goed voorstellen dat een kop als ‘Ik huil nooit’ heel goed in een lifeblog zou passen. Dan is het onderwerp van de site immers de blogger zelf.

De kop boven dit stuk had overigens ook een vraag kunnen zijn: Wat maakt een goede krantenkop? En misschien had het woord bloggen er ook in voor moeten komen. Aan de andere kant: je kan ook niet alles dekken met een kop. Het is dan ook de bedoeling dat je lezers  niet alleen maar koppensnellen maar ook je blogpost lezen.